Grensarbeiders - Telewerk - Fiscale en sociale statuut - Collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO) - Onderhandelingen - Aantal toegestane telewerk dagen - Discriminatie - Overleg met de buurlanden
maatschappelijke positie
fiscaliteit
collectieve arbeidsovereenkomst
grensarbeider
werk op afstand
| 28/6/2021 | Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 29/7/2021) |
| 23/8/2021 | Antwoord |
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 7-1281
In de grensregio’s van België, Nederland en Duitsland zijn er een aantal mensen, de zogenaamde grensarbeiders, die werken over de landsgrens heen. De maatregelen tijdens de coronacrisis van het afgelopen jaar hebben dan wel uitzonderingen verleend in bepaalde gevallen, toch werden werknemers meestal aangewezen op thuiswerk. De fiscale en sociale positie voor de periode waarin de grensarbeiders in het thuisland bleef werken, werd na bilateraal overleg goed geregeld. De thuiswerkende grenswerkers bleven onderworpen aan de sociale en fiscale wetgeving van het werkland.
Na de coronacrisis zal men echter hervallen in de bestaande wet- en regelgeving. Toch blijkt uit vele persberichten en bevragingen bij werkgevers dat thuiswerk ook in de toekomst meer zal voorkomen. Wat de bestaande wet- en regelgeving betreft, baseert men zich op bepalingen in de Europese verordeningen 883/2004 en 987/20092. Die stellen dat indien een ingezetene van een lidstaat van de Europese Unie meer dan 25 % van zijn arbeidstijd werkt in zijn woonstaat, hij alle sociale bijdragen in zijn woonstaat moet betalen en dus onder de sociale zekerheid van zijn woonstaat valt. Die regel geldt in alle lidstaten. De buitenlandse werkgever zal dus verplicht zijn zich bij de Belgische sociale zekerheid in te schrijven om er sociale bijdragen op het volledige loon van zijn werknemer te betalen.
Echter zouden er momenteel stemmen opgaan dat werkgevers tijdens de onderhandelingen van collectieve arbeidsovereenkomst (CAO), meerdere dagen thuiswerk beloven aan de toekomstige werknemers. Onder de wetgeving zoals hierboven beschreven en waar we na de opheffing van de maatregelen in zullen vervallen, is dit niet mogelijk en zelfs discriminerend voor buitenlandse werknemers indien zij minder dagen krijgen dan Belgische werknemers.
Motivering van het transversale karakter van de schriftelijke vraag: grensarbeiders zijn voor de regionale economie van groot belang. We moeten dit eerder aanmoedigen dan ontmoedigen.
Ik heb hierover volgende vragen:
1) Hoe evalueert de geachte minister bovenstaande problematiek rond grensarbeiders?
2) Hoe staat hij tegenover het feit dat er binnen de onderhandelingen van sommige CAO’s twee werkdagen beloofd worden aan werknemers die in België wonen en slechts een dag aan werknemers die in Nederland wonen?
a) Is hij van mening dat dit discriminatoir is ten aanzien van buitenlandse werknemers?
b) Zal hij hierover overleg plegen met de buurlanden?
Het ziet er inderdaad naar uit dat telewerk zich verder zal ontwikkelen. Zodra de huidige gezondheidscrisis achter de rug is, zal de frequentie van telewerk waarschijnlijk boven het oorspronkelijke niveau blijven liggen. Het door grensarbeiders uitgeoefende telewerk werd reeds in aanmerking genomen in sommige van onze overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting die werden gesloten met onze buurlanden. Zo blijft bijvoorbeeld, krachtens de overeenkomst gesloten met het Groothertogdom Luxemburg, een grensarbeider die zijn beroepsactiviteiten gedurende ten hoogste 24 dagen per jaar uitoefent buiten de Staat waar hij zijn gewone werkzaamheden uitoefent, volledig belastbaar in de laatstgenoemde Staat. In de toekomst zal het herzieningsproces van deze overeenkomsten, evenals van de administratieve overeenkomsten, die op basis van deze verdragen kunnen worden gesloten, zeker leiden tot een bredere in aanmerkingneming van deze realiteit.
Voor het overige lijken de gestelde vragen mij meer betrekking te hebben op het sociaal recht dan op aangelegenheden die onder mijn bevoegdheid vallen. Derhalve verwijs ik u door naar de aanvullende antwoorden die mijn collega, de heer Pierre-Yves Dermagne, vice-eersteminister en minister van Economie en Arbeid, zal geven.