| SÉNAT DE BELGIQUE | BELGISCHE SENAAT | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Session 2024-2025 | Zitting 2024-2025 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| 17 avril 2025 | 17 april 2025 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Question écrite n° 8-161 | Schriftelijke vraag nr. 8-161 | ||||||||
de Anne Lambelin (PS) |
van Anne Lambelin (PS) |
||||||||
à la ministre des Classes moyennes, des Indépendants et des PME |
aan de minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO's |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Personnes en situation de handicap - Marché du travail - Inclusion - Départements ministériels - Chiffres | Personen met een handicap - Arbeidsmarkt - Inclusie - Ministeriële departementen - Cijfers | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| travailleur handicapé statistique officielle intégration des handicapés ministère administration publique emploi réservé |
werknemer met een beperking officiële statistiek integratie van gehandicapten ministerie overheidsadministratie gereserveerde arbeidsplaats |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
|
|
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-148 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-149 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-150 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-151 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-152 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-153 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-154 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-155 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-156 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-157 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-158 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-159 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-160 |
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-148 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-149 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-150 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-151 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-152 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-153 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-154 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-155 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-156 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-157 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-158 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-159 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-160 |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Question n° 8-161 du 17 avril 2025 : (Question posée en français) | Vraag nr. 8-161 d.d. 17 april 2025 : (Vraag gesteld in het Frans) | ||||||||
La Convention des Nations unies relative aux droits des personnes handicapées du 13 décembre 2006, ratifiée par la Belgique le 2 juillet 2009, prévoit que les personnes en situation de handicap ont droit au travail. Dans sa dernière évaluation en 2024, le Comité des Nations unies pour les droits de personnes handicapées relevait que «les taux d'emploi des personnes handicapées sont faibles et restent inférieurs à la moyenne européenne, et qu'il n'y a eu aucun progrès perceptible vers un marché du travail inclusif, étant donné que la majorité des personnes handicapées employées travaillent dans des ateliers protégés». Lors du récent colloque au Sénat sur le thème de l'«Autonomie et déficience mentale: Comment favoriser l'inclusion?», il a été souligné que l'accès à l'emploi reste un enjeu majeur, particulièrement pour les personnes présentant des handicaps plus sévères. En effet, en dépit des progrès, de nombreux défis demeurent, notamment la précarité des contrats de travail et le manque de sensibilisation auprès des employeurs. Les témoignages recueillis lors de cet événement ont mis en lumière l'importance de politiques inclusives et d'incitations concrètes pour favoriser l'inclusion des personnes en situation de handicap mental dans le monde du travail. Il a été souligné lors de ce colloque qu'il est impératif de rappeler que l'inclusion n'est pas un acte de charité, mais un droit fondamental. À cet égard, nous devons valoriser la diversité et reconnaître le potentiel de chaque individu. La nécessité d'améliorer les dispositifs d'accompagnement pour ceux qui souhaitent entrer sur le marché du travail a également été soulignée. Et il est également essentiel d'assurer que ces personnes ne subissent pas de pertes financières dans ce processus. En ce qui concerne le secteur public, les administrations – tant fédérales que des entités fédérées – doivent respecter des quotas. Concernant le niveau fédéral, c'est l'article 25 de la loi du 22 mars 1999 portant diverses mesures en matière de fonction publique et les articles 1er à 5 de l'arrêté royal du 6 octobre 2005 portant diverses mesures en matière de sélection comparative de recrutement et en matière de stage qui prévoient l'établissement d'un quota de 3 % d'emploi de personnes handicapées dans les services publics fédéraux. Cette question démontre par suffisance sa transversalité dans la mesure où elle concerne à la fois le placement des personnes en situation de handicap dans le secteur public et la politique d'aide aux personnes en situation de handicap. À titre d'exemple, le placement des travailleurs et la politique axée sur des groupes cibles relèvent de la compétence des Régions, tandis que l'enseignement et la formation relèvent de celle des Communautés. 1) a) Combien de personnes en situation de handicap travaillaient-elles au sein de votre département en 2024, par rôle linguistique? b) Combien de personnes avec un handicap ont été pensionnées en 2024 au sein de votre département? Quel pourcentage ce nombre représente-t-il par rapport à l'effectif global de personnes travaillant avec un handicap? c) Combien de personnes avec un handicap ont rompu leur contrat? Quel pourcentage ce nombre représente-t-il par rapport à l'effectif global des personnes travaillant avec un handicap? d) Combien de femmes avec un handicap travaillaient-elles au sein de votre département? Quel est le pourcentage par rapport à l'effectif global des personnes avec un handicap au sein de votre administration? 2) Quels efforts ont été fournis pour augmenter ces nombres? |
Het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap van 13 december 2006, dat door België werd bekrachtigd op 2 juli 2009, bepaalt dat personen met een handicap recht hebben op werk. In het laatste evaluatieverslag van 2024 wees het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap erop dat «de werkgelegenheidsgraad van personen met een handicap laag is en onder het Europees gemiddelde blijft, en dat er geen merkbare vooruitgang werd geboekt naar een inclusieve arbeidsmarkt, aangezien de meerderheid van de werkende personen met een handicap tewerkgesteld is in beschutte werkplaatsen». Tijdens het recente colloquium in de Senaat met als thema «Autonomie en verstandelijke beperking: Hoe bevorderen we inclusie?» werd benadrukt dat toegang tot werk een belangrijke uitdaging blijft, in het bijzonder voor personen met zwaardere handicaps. Ondanks de geboekte vooruitgang, blijven er immers nog tal van uitdagingen bestaan, zoals de onzekerheid van de arbeidsovereenkomsten en het gebrek aan sensibilisering bij werkgevers. De getuigenissen tijdens dit evenement toonden het belang aan van inclusieve beleidsmaatregelen en concrete stimulansen om de inclusie van personen met een mentale handicap op de arbeidsmarkt te bevorderen. Tijdens het colloquium werd benadrukt dat inclusie geen liefdadigheid is, maar een grondrecht. In dat opzicht moeten we diversiteit waarderen en het potentieel van elk individu erkennen. Er werd ook gewezen op de noodzaak om de begeleidingsmechanismen te verbeteren voor wie de arbeidsmarkt wil betreden. Daarnaast is het essentieel ervoor te zorgen dat deze personen tijdens dit proces geen financiële verliezen lijden. Wat de overheidssector betreft, moeten de overheidsdiensten - zowel op federaal niveau als op het niveau van de deelstaten – quota respecteren. Voor het federale niveau voorzien artikel 25 van de wet van 22 maart 1999 houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken, en artikelen 1 tot 5 van het koninklijk besluit van 6 oktober 2005 houdende diverse maatregelen met betrekking tot de vergelijkende aanwervingsselectie en met betrekking tot stage, in de invoering van een quotum van 3 % tewerkstelling van personen met een handicap in de federale overheidsdiensten. Het transversale karakter van deze vraag is voldoende duidelijk, aangezien ze zowel betrekking heeft op de tewerkstelling van personen met een handicap in de overheidssector als op het beleid inzake ondersteuning van personen met een handicap. Zo behoren de plaatsing van werknemers en het beleid gericht op doelgroepen tot de bevoegdheid van de Gewesten, terwijl onderwijs en vorming onder de bevoegdheid van de Gemeenschappen vallen. 1) a) Hoeveel personen met een handicap waren er in 2024 werkzaam binnen uw departement, uitgesplitst per taalrol? b) Hoeveel personen met een handicap zijn in 2024 met pensioen gegaan binnen uw departement? Welk percentage vertegenwoordigt dit aantal ten opzichte van het totale aantal personeelsleden met een handicap? c) Hoeveel personen met een handicap hebben hun arbeidsovereenkomst beëindigd? Welk percentage vertegenwoordigt dit aantal ten opzichte van het totale aantal personeelsleden met een handicap? d) Hoeveel vrouwen met een handicap waren werkzaam binnen uw departement? Welk percentage vertegenwoordigt dit aantal ten opzichte van het totale aantal personeelsleden met een handicap binnen uw overheidsdienst? 2) Welke inspanningen zijn geleverd om deze aantallen te verhogen? |
||||||||
| Réponse reçue le 30 juin 2025 : | Antwoord ontvangen op 30 juni 2025 : | ||||||||
En ce qui concerne le service public fédéral (SPF) Économie Je vous renvoie vers la réponse apportée par mon collègue, le ministre de l’Économie, à la question no 8-148. Concernant l’Institut national d’assurances sociales pour travailleurs indépendants (INASTI) 1) a) Au 1er janvier 2024, neuf personnes porteuses de handicap travaillaient à l’INASTI, soit cinq francophones et quatre néerlandophones. Au 31 décembre 2024, ce nombre s’élevait à huit personnes, soit cinq francophones et trois néerlandophones. b) Une personne avec handicap a été pensionnée au 1er janvier 2024. Son départ a été compensé par l’entrée en service à la même date d’une personne porteuse de handicap. Sur un total de neuf personnes handicapées actives au 1er janvier 2024, ce départ à la pension représente 11,11 % de l’effectif des personnes handicapées. c) Une personne a rompu son contrat de travail (démission volontaire) à la date du 8 mai 2024. Sur un total de neuf personnes handicapées actives à ce moment, ce départ représente 11,11 % de l’effectif des personnes handicapées. d) Au 31 décembre 2024, quatre femmes porteuses de handicap travaillaient à l’INASTI, soit 50 % du nombre total de personnes porteuses de handicap. 2) Les réserves de personnes handicapées constituées par «travaillerpour.be» sont systématiquement consultées par l’INASTI à l’occasion des actions de recrutement qu’il organise. Par ailleurs, l’INASTI encourage les membres du personnel porteurs de handicap à se faire connaître et à fournir les documents officiels de reconnaissance du handicap de manière à pouvoir les comptabiliser dans le nombre de personnes handicapées et à leur offrir le soutien qu’ils méritent. L’INASTI soutient la promotion des aménagements raisonnables. Le conseiller en prévention examine soigneusement les besoins des personnes en situation de handicap de manière à leur offrir des aménagements de leurs conditions de travail et faciliter ainsi l’exercice de leur activité professionnelle. Des investissements en termes d’accompagnement et de matériel ont été réalisés sur fonds propres en 2024 à l’occasion de l’entrée en service d’un nouveau collaborateur porteur d’un handicap visuel. L’INASTI est conscient que son taux d’emploi de personnes handicapées doit progresser. Dans ce but, il examine quels leviers d’action complémentaires peuvent être utilisés, tant en matière de sélection que sur le plan de la culture d’entreprise afin de rendre l’organisation plus inclusive. Les membres du groupe Synergie Diversité au sein des institutions publiques de Sécurité sociale (IPSS), dont l’INASTI fait partie, travaillent sur le trajet d’accueil introduit par l’arrêté royal du 24 mars 2024. Il s’agit d’une forme de stage alternative pour les personnes en situation de handicap. Le projet est au stade de la préparation. De nombreuses questions restent en suspens dont celle de savoir si ce trajet d’accueil pourrait à l’avenir être élargi au groupe des personnes engagées sous contrat de travail. L’INASTI prend actuellement des contacts avec l’Agence pour une vie de qualité (AVIQ) afin de disposer de candidats porteurs de handicap dont le profil correspond aux besoins en personnel de l’INASTI. En outre, l’INASTI entend poursuivre sa collaboration avec «Passwerk» qui met à sa disposition des profils IT via la Smals. Ces personnes ne sont toutefois pas comptabilisées dans le nombre de personnes porteuses de handicap à l’INASTI car elles ne font pas partie de l’effectif de l’INASTI. |
Wat betreft de federale overheidsdienst (FOD) Economie Ik verwijs u naar het antwoord van mijn collega, de minister van Economie, op de vraag nr. 8-148. Met betrekking tot de Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen (RSVZ) 1) a) Op 1 januari 2024 werkten er negen personen met een handicap bij het RSVZ, namelijk vijf Franstaligen en vier Nederlandstaligen. Op 31 december 2024 bedroeg dit aantal acht personen, namelijk vijf Franstaligen en drie Nederlandstaligen. b) Een persoon met een handicap ging op 1 januari 2024 met pensioen. Zijn vertrek werd gecompenseerd door de indiensttreding op dezelfde datum van een persoon met een handicap. Op een totaal van negen actieve personen met een handicap op 1 januari 2024, vertegenwoordigt deze pensionering 11,11 % van het aantal personen met een handicap. c) Een persoon heeft zijn arbeidsovereenkomst op 8 mei 2024 opgezegd (vrijwillig ontslag). Op een totaal van negen actieve personen op dat moment vertegenwoordigt dit vertrek 11,11 % van het aantal personen met een handicap. d) Op 31 december 2024 werkten er vier vrouwen met een handicap bij het RSVZ, dit wil zeggen 50 % van het totaal aantal mensen met een handicap. 2) De reserves van personen met een handicap die door «werkenvoor.be» (SELOR) zijn samengesteld, worden systematisch geraadpleegd door het RSVZ voor de wervingsacties die het organiseert. Overigens moedigt het RSVZ de personeelsleden met een handicap aan om zich bekend te maken en de officiële documenten van erkenning van hun handicap te bezorgen, zodat zij kunnen geregistreerd worden bij het aantal personen met een handicap en hun de ondersteuning kan worden aangeboden die ze verdienen. Het RSVZ ondersteunt de bevordering van redelijke aanpassingen. De preventieadviseur onderzoekt zorgvuldig de behoeften van de personen met een handicap om hen aanpassingen van hun arbeidsomstandigheden te kunnen aanbieden en zo de uitoefening van hun beroepsactiviteit te vergemakkelijken. In 2024 werden uit eigen middelen investeringen gerealiseerd inzake begeleiding en materiaal, ter gelegenheid van de indiensttreding van een nieuwe medewerker met een visuele handicap. Het RSVZ is zich ervan bewust dat zijn tewerkstellingspercentage van personen met een handicap moet stijgen. Daartoe onderzoekt het welke aanvullende middelen kunnen worden aangewend, zowel wat de selectie betreft als op het vlak van de bedrijfscultuur, teneinde de organisatie inclusiever te maken. De leden van Synergiegroep Diversiteit van de Openbare Instellingen van de sociale zekerheid (OISZ), waarvan het RSVZ deel uitmaakt, werken aan het kennismakingstraject dat door het koninklijk besluit van 24 maart 2024 is ingevoerd. Dit is een alternatieve stagevorm voor mensen met een handicap. Het project bevindt zich in de voorbereidingsfase. Er zijn nog veel vragen onbeantwoord, onder meer of dit kennismakingstraject kan worden uitgebreid tot de groep mensen die op basis van een arbeidsovereenkomst zijn aangeworven. Het RSVZ neemt momenteel contact op met het Agence pour une vie de qualité (AVIQ) om kandidaten met een handicap te verkrijgen van wie het profiel overeenkomt met de personeelsbehoeften van het RSVZ. Daarnaast wil het RSVZ de samenwerking met Passwerk, dat via Smals IT-profielen ter beschikking stelt, voortzetten. Deze mensen worden echter niet meegeteld in het aantal mensen met een handicap bij het RSVZ omdat ze geen deel uitmaken van het personeelsbestand van het RSVZ. |