| BELGISCHE SENAAT | ||||
| ________ | ||||
| Zitting 2024-2025 | ||||
| ________ | ||||
| 16 mei 2025 | ||||
| ________ | ||||
| SENAAT Schriftelijke vraag nr. 8-184 | ||||
de Anne Lambelin (PS) |
||||
aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding |
||||
| ________ | ||||
| Seizoensallergieën - Pollenallergieën - Getroffen personen - Evolutie - Toename - Getroffen leeftijdsgroepen - Klimaatverandering - Mogelijke gevolgen | ||||
| ________ | ||||
| allergie ziekte van de luchtwegen gezondheidsbeleid officiële statistiek |
||||
| ________ | ||||
|
||||
| ________ | ||||
| ________ | ||||
| SENAAT Schriftelijke vraag nr. 8-184 d.d. 16 mei 2025 : (Vraag gesteld in het Frans) | ||||
Nicolas Bruffaerts, wetenschappelijk medewerker bij de afdeling Mycologie en Aerobiologie van Sciensano, zei: «In de toekomst verwachten we dat pollenallergieën een steeds groter probleem worden (...) De veranderingen in het klimaat hebben niet alleen ecologische gevolgen, maar stellen ook de gezondheidszorg voor nieuwe uitdagingen.» Zijn onderzoek toont aan dat de klimaatverandering een grotere blootstelling aan pollen teweegbrengt en de kalender van seizoensgebonden allergieën verandert. Die resultaten zijn gebaseerd op de analyse van meer dan veertig jaar metingen van het pollenniveau door het netwerk AirAllergy» van Sciensano. Dit is bij uitstek een transversale bevoegdheid: gezondheid is immers een aangelegenheid waarvoor verschillende beleidsniveaus bevoegd zijn. Verschillende beleidsniveaus dragen verantwoordelijkheid voor deze problematiek, die vele mensen aanbelangt. De Franse Gemeenschap is bijvoorbeeld bevoegd voor «activiteiten en diensten inzake preventieve gezondheidszorg voor zuigelingen, kinderen, leerlingen en studenten». Meer algemeen zijn het Waals Gewest en de drie Gemeenschappen bevoegd voor preventieve gezondheidszorg voor kinderen en jongeren. Volksgezondheid is ook een bevoegdheid van elk Gewest dat daarvoor samenwerkt met de andere Gewesten. Op het federale niveau is er een minister van Volksgezondheid, met name voor de aangelegenheden die te maken hebben met arbeidsgeneeskunde. Al sinds februari 2025 kondigde het nationale aerobiologische meetnet AirAllergy van Sciensano het begin van het pollenseizoen in België aan, met het vrijkomen van de eerste pollen van elzen en hazelaars. De klimaatverandering zorgt voor een vervroegde start van het pollenseizoen dat langer en intenser is. Bomen produceren meer pollen wat tot zwaardere allergieën leidt. De allergische symptomen zijn onder andere niesbuien, jeuk, rode ogen, een verstopte neus, ademhalingsproblemen en ze kunnen wekenlang aanhouden. Mijn vragen zijn de volgende: 1) Hebt u vastgesteld dat er meer mensen getroffen worden ten opzichte van de voorgaande jaren? Quid met de ernstige gevallen? Zijn er meer? 2) Welke leeftijdsgroepen hebben het meest last van pollenallergieën? 3) Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen het pollenseizoen van dit jaar en dat van de voorgaande jaren? |
||||
| Antwoord ontvangen op 19 juni 2025 : | ||||
1) De prevalentie van pollenallergieën wordt wereldwijd geschat op 10 tot 30 % en op 15 tot 40 % in Europa. In België zijn allergieën recent uitgegroeid tot de meest voorkomende chronische aandoeningen. Men schat dat minstens 15 % van de bevolking allergisch is voor graspollen en minstens 10 % voor stuifmeel van bomen zoals de berk, els en hazelaar. Het wordt nu algemeen aanvaard dat de prevalentie van allergieën, ook voor andere allergenen dan pollen, al enkele decennia toeneemt, vooral in geïndustrialiseerde landen en stedelijke gebieden. België vormt geen uitzondering op deze trend, hoewel gezondheidsindicatoren vaak versnipperd zijn tussen regio's, mutualiteiten, huisartsen en specialisten. Dit maakt het moeilijk om consistente, continue en gecentraliseerde nationale gegevens te verzamelen om een nauwkeurige controle van de prevalentie van ademhalingsallergieën voor alle soorten allergenen mogelijk te maken. Bovendien heeft een aanzienlijk deel van de patiënten – bijna de helft volgens bepaalde Europese studies – geen formele diagnose waarin het specifieke allergeen vastgesteld wordt. De afwezigheid van een toegewijd netwerk van artsen, gespecialiseerd in allergologie, belemmert een gedetailleerd epidemiologisch toezicht op deze ziekten, en de officiële erkenning van allergologie als een medisch specialisme ontbreekt nog steeds in België. Desondanks tonen de laatste resultaten van de Nationale Gezondheidsenquête van Sciensano, die een paar maanden geleden gepubliceerd werden, een geleidelijke toename van het aantal mensen boven de vijftien jaar dat last heeft van allergieën, vooral in het laatste decennium. Deze indicator, die rinitis omvat maar astma uitsluit, is consistent met de resultaten die in Europa gepubliceerd werden en suggereert dat een aanzienlijk deel van deze allergiegevallen gelinkt zou kunnen worden aan blootstelling aan pollen. Bron: https://www.sciensano.be/nl/projecten/gezondheidsenquete-0. Wat de ernst van de gevallen betreft, is het belangrijk om te benadrukken dat seizoensgebonden allergische rinitis, die al te vaak als goedaardig beschouwd wordt, zich kan ontwikkelen tot ernstigere vormen zoals astma, vooral als het niet vroegtijdig behandeld wordt. Volgens de wetenschappelijke literatuur lijden de meeste astmapatiënten aan rhinitis (allergisch of niet-allergisch), terwijl minder dan een derde van de mensen met allergische rhinitis ook astma ontwikkelen. In België is, opnieuw volgens het rapport van de Nationale Gezondheidsenquête, de prevalentie van astma tussen 2018 en 2023-2024 gestegen van 5,8 % naar 6,3 %. 2) Allergieën kunnen zich op elke leeftijd ontwikkelen en zijn direct afhankelijk van de blootstelling aan allergenen in onze omgeving. Sensibilisatie treedt vaak al op jonge leeftijd op, maar de symptomen kunnen pas later optreden, vooral bij een verhoogde blootstelling aan het allergeen in kwestie, en ze kunnen het hele leven aanhouden. Hoewel het immuunsysteem de neiging heeft om minder reactief te worden met het ouder worden, kunnen oudere mensen nog steeds allergieën ontwikkelen, vooral na een verandering van omgeving die hen in contact brengt met nieuwe allergenen, zoals bepaalde pollen. In België kan de impact van allergieën in functie van de leeftijd gezien worden in een aantal indicatoren die Sciensano heeft geanalyseerd: In een onderzoek waarin een verband werd gelegd tussen blootstelling aan pollen en ziekenhuisopnames voor astma (bron: https://doi.org/10.1186/s12940-018-0378-x). Er werd een hoger verband gevonden voor patiënten tussen vijftien en negenenvijftig jaar tijdens het graspollenseizoen, dat het belangrijkste is in België. In een onderzoek waarin een verband werd gelegd tussen blootstelling aan pollen en het gebruik van allergiemedicijnen (bron: https://doi.org/10.1007/s10393-016-1124-x). Opnieuw werd de hoogste associatie waargenomen bij patiënten tussen negentien en vierenzestig jaar. In de meest recente Nationale Gezondheidsenquête 2023-2024 (bron: https://www.sciensano.be/nl/projecten/gezondheidsenquete-0). wordt gemeld dat een kwart van de bevolking van vijftien jaar en ouder (25,3 %) last heeft van allergieën. Onder kinderen en adolescenten tot veertien jaar is de prevalentie 15,3 %. Pollenallergie komt het meest voor, met een prevalentie van 5,9 % bij kinderen en adolescenten en 14,0 % bij de volwassen bevolking. 3) Een vergelijking van het huidige pollenseizoen met dat van voorgaande jaren brengt een aantal opmerkelijke veranderingen aan het licht, zowel wat betreft de pollenkalender als de intensiteit van de pollenuitstoot. Er wordt vaak beweerd dat klimaatverandering de belangrijkste oorzaak is van een langer, vroeger en intenser pollenseizoen. De wetenschappelijke realiteit is echter genuanceerder. Veel factoren beïnvloeden pollenseizoenen: klimatologische omstandigheden natuurlijk, maar ook luchtvervuiling, verstedelijking, veranderingen in landgebruik en stedelijke hitte-eilanden. Deze factoren hebben niet dezelfde invloed op alle plantensoorten. Het seizoen 2025 begon in januari met de aanwezigheid van hazelaarstuifmeel in de lucht, snel gevolgd door elzenstuifmeel. Analyse van de gegevens van de laatste vier decennia toont aan dat deze bomen de neiging hebben om steeds meer stuifmeel af te geven en steeds vroeger te bloeien, zonder dat het einde van de bloei vervroegd wordt. Het resultaat is een langere periode van blootstelling aan allergeen stuifmeel voor gevoelige mensen. Het pollenseizoen van de berk, de meest allergene boomsoort, begon dit jaar ook vroeger dan het gemiddelde van de voorgaande jaren. Bovendien overlappen de bloeiperiodes van hazelaar, els en berk, die allemaal tot de berkenfamilie behoren en vaak kruisreacties veroorzaken, elkaar steeds meer. Deze combinatie draagt bij tot een bijna ononderbroken pollenseizoen tussen januari en de lente, en zelfs tot in de zomer in het geval van polysensibilisatie voor graspollen. Bron: Gegevens 1982-2025, Sciensano (www.airallergy.be). Het grasseizoen begint ook vroeger en duurt langer. Door de grote verscheidenheid (ongeveer honderd soorten) binnen de grassenfamilie, is dit het langste pollenseizoen ooit. De jaarlijkse productie van graspollen bleef echter relatief stabiel tot de laatste drie jaar, toen een opwaartse trend werd waargenomen. Het zou echter voorbarig zijn om deze ontwikkeling enkel toe te schrijven aan de klimaatverandering. Andere factoren, zoals beheerspraktijken voor bermen, weiden en groene ruimten (zoals de «Maai Mei Niet / En mai, tonte à l’arrêt» campagne), zouden ook een belangrijke rol kunnen spelen. Verdere studies zijn nodig om de precieze oorzaken vast te stellen. Samenvattend bevestigen de gegevens van het Belgisch aërobiologisch surveillance netwerk (AirAllergy), geanalyseerd door Sciensano, een trend naar een vroegere start en een intensere pollenproductie van verschillende allergene soorten. |