4-1673/1 | 4-1673/1 |
24 FEBRUARI 2010
In weerwil van de mening van een overgrote meerderheid van de Belgen kan er politiek niet meteen overeenstemming bereikt worden over de onmiddellijke invoering van het verbod op onverdoofd slachten, zoals zou worden voorgeschreven door de joodse en islamitische ritussen. Er blijft uiteraard de nood bestaan om deze praktijken beter in overeenstemming te brengen met de omstandigheden die eigen zijn aan onze moderne samenleving.
Dit wetsvoorstel heeft tot doel de op godsdienstige voorschriften gebaseerde slachtingen maximaal te verzoenen met de regelgeving inzake dierenwelzijn, hygiëne en volksgezondheid.
De jongste decennia heeft Europa veel tijd besteed aan de ontwikkeling van een cultuur omtrent dierenrechten en dierenwelzijn. Toch worden er nog steeds praktijken gehanteerd die aanleiding geven tot bezorgdheid, met name de rituele slachttradities welke haaks staan op het hedendaagse Europese respect voor dierenwelzijn. De afgelopen maanden werden in ons land nog beeldopnames gemaakt in elf slachthuizen, waaruit blijkt dat heel wat dieren onverdoofd de keel wordt doorgesneden, waarna ze doodbloeden terwijl ze nog bij bewustzijn zijn. Het lijdt geen twijfel dat deze dieren angsten hebben doorstaan en buitengewoon hebben geleden.
De Europese regelgeving ligt vervat in de richtlijn 93/119/EG van de Raad van 22 december 1993 inzake de bescherming van dieren bij het slachten en doden en stelt enerzijds als principe dat de dieren élk lijden moet worden bespaard, maar oordeelt anderzijds dat het nodig is om toch rekening te houden met de speciale vereisten ten behoeve van bepaalde religieuze rites, waardoor de vereiste van bedwelming niet te allen tijde geldt. Deze EU-richtlijn biedt de lidstaten ruimte om uitzonderingen op het verdoofd slachten toe te staan (artikel 5.2).
Ook de wet van 14 augustus 1986 bepaalt dat het slachten van dieren enkel na bedwelming kan, of in geval van overmacht, volgens de minst pijnlijke methode. Het zesde hoofdstuk van de wet verstrekt echter een belangrijke uitzondering in geval van slachtingen die voorgeschreven zijn door de « ritus van een eredienst ». In dit geval mogen dieren zonder bedwelming worden geslacht. Zowel de Europese regelgeving als de uitzondering in deze wet houden een schending in van de principiële basis van de bepalingen tegen het doden van dieren uit de dierenbeschermingswet. Dat er een recht op de vrije uitoefening van eredienst moet bestaan kan niet in twijfel worden getrokken, zeker niet door personen met een liberale maatschappijvisie, maar dat in ruil daarvoor levende wezens moeten lijden, gaat een brug te ver.
Reeds van bij het opstellen van de Belgische Grondwet was het duidelijk dat de vrijheid van eredienstuitoefening niet absoluut is.
Artikel 19 van de Grondwet bepaalt :
« De vrijheid van eredienst, de vrije openbare uitoefening ervan, alsmede de vrijheid om op elk gebied zijn mening te uiten zijn gewaarborgd, behoudens bestraffing van de misdrijven die ter gelegenheid van het gebruikmaken van die vrijheden worden gepleegd. »
Deze formulering impliceert dat erediensten niet boven de wet staan en mee moeten evolueren met de tijdsgeest en de zeden van het land waar ze van hun vrijheid willen gebruik maken, want ondanks de wettelijke garanties die hoofdzakelijk gebaseerd zijn op de godsdienstvrijheid, kan het ritueel slachten slechts op een minimale bijval rekenen. Talrijke dierengeneeskundige organisaties dringen aan op een verbod op onbedwelmd slachten, zoals de Federation of Veterinarians of Europe (FVE) die meer dan 30 Europese landen vertegenwoordigt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in het binnen- en buitenland reeds wetsvoorstellen werden ingediend om het ritueel slachten te verbieden.
In Nederland werd vorig jaar een initiatiefwet ingediend bij de Raad van State, die de uitzonderingspositie wil opheffen voor rituele slachters die dieren onverdoofd mogen slachten. De indieners zijn van oordeel dat de wet niet in strijd is met het grondwettelijk recht over de vrijheid van godsdienst omdat iedereen het recht heeft zijn godsdienst te belijden, « behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet ». De grootste Nederlandse regeringspartij liet onlangs weten open te staan voor het drastisch terugdringen van het onverdoofd ritueel slachten.
In Zweden is het ritueel slachten verboden, tenzij het onder verdoving gebeurt. Ook in Zwitserland, Noorwegen en IJsland geldt eenzelfde regeling. In Denemarken, Finland en Niederösterreich is verdoving verplicht onmiddellijk na het slachten, zodat het dier tijdens het bloeden niet meer dient te lijden.
Het is niet de eerste maal dat in ons land een dergelijk voorstel wordt ingediend. In 1995 werd een dergelijk wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren en strekkende tot het verbod op rituele slachtingen in de Kamer nooit behandeld. In 2004 werd in de Senaat een soortgelijk wetsvoorstel wel uitgebreid besproken (1) . De Raad van State oordeelde echter dat een verbod op het ritueel slachten zonder voorafgaande verdoving op een onevenredige manier afbreuk doet aan de vrijheid van godsdienst die is vastgelegd in artikel 9 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. « Hierdoor zouden sommige gelovigen geen enkele mogelijkheid meer hebben om vlees aan te schaffen en te eten dat door hen conform met de religieuze voorschriften wordt geacht. »
Op basis van het negatief advies van de Raad van State werden de bakens van het wetsvoorstel drastisch verzet door amendering, waardoor men ritueel kan blijven slachten zonder voorafgaande bedwelming. Maar er heerst blijkbaar verwarring, want ook bij een verbod kunnen joden of islamieten in ons land zich blijvend bevoorraden door middel van invoer, net zoals de ultra-orthodoxen in Frankrijk.
Het Europees Parlement heeft onlangs gesteld dat ritueel slachten een recht is waarvan niet langer kan worden afgezien. Wel stelt men duidelijk « dat harmonisatie van de verschillende methoden van het doden van dieren noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat alle producenten in de Gemeenschap dezelfde normen voor dierenwelzijn naleven ». Zo ook bijvoorbeeld enkel slachten in een erkend slachthuis. Terwijl de Belgische regering tot op heden telkens terugvalt op de vrijheid van godsdienst en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden om de traditie van het ritueel onverdoofd slachten te legitimeren, wordt door de Europese Commissie in een verordening echter toch de mogelijkheid geboden aan de lidstaten om het ritueel onbedwelmd slachten te verbieden. Hiermee doorbreekt de Commissie meteen het spanningsveld tussen het verbod op ritueel slachten enerzijds en de godsdienstvrijheid anderzijds : een lidstaat die onbedwelmd ritueel slachten verbiedt, schendt volgens de Europese Commissie de rechten rond godsdienstvrijheid niet. Vermits de Commissie in oktober 2009 in een rapport nog de gebrekkige vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en de godsdienstvrijheid in Turkije op de korrel nam, kan men moeilijk aannemen dat de Commissie zelf voorstellen zou doen welke diezelfde vrijheden zouden ondermijnen.
Wanneer mag de muezzin de vrome moslim niet vijf maal per dag, bij zonsopgang, op de middag, in de namiddag, bij zonsondergang en later op de avond oproepen tot het het gebed, onder meer door een uitzondering toe te staan op de wetgeving betreffende het nachtlawaai ? Staat geluidsoverlast dan wel boven het fundamentele recht op uitoefening van de vrijheid van eredienst ? Waarom staat dierenwelzijn dan niet boven het recht op uitoefening van de vrijheid van eredienst ?
Inwerkingtreding
De indieners stellen een overgangsperiode van drie maanden na publicatie in het Belgisch Staatsblad voor, zodat alle op het terrein betrokken partijen zich kunnen aanpassen.
| Lieve VAN ERMEN Anne-Marie LIZIN Louis IDE. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
In artikel 24, eerste lid, van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel, vervangen bij de wet van 27 mei 1997, wordt het zinsdeel « of indien een wettelijke of reglementaire bepaling het slachten op rituele wijze buiten een slachthuis toestaat » opgeheven.
Art. 3
In artikel 16 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1º in paragraaf 1, gewijzigd bij de wet van 4 mei 1995, wordt het tweede lid opgeheven;
2º in paragraaf 2, gewijzigd bij de wet van 4 mei 1995 en bij het koninklijk besluit van 22 februari 2001, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 4
Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de derde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
27 januari 2010.
| Lieve VAN ERMEN Anne-Marie LIZIN Louis IDE. |
(1) Stuk Senaat, nr. 3-808/1, 2003/2004.