3-1894/1

3-1894/1

Belgische Senaat

ZITTING 2006-2007

9 NOVEMBER 2006


Wetsontwerp houdende instemming met het Akkoord, gesloten bij uitwisseling van brieven op 23 mei 2005, tussen de Regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Regering van de Republiek Frankrijk en de Regering van het Groothertogdom Luxemburg inzake de samenwerking in de grensgebieden


INHOUD

  • Memorie van toelichting
  • Wetsontwerp
  • Akkoord, gesloten bij uitwisseling van brieven op 23 mei 2005, tussen de Regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Regering van de Republiek Frankrijk en de Regering van het Groothertogdom Luxemburg inzake de samenwerking in de grensgebieden
  • Voorontwerp van wet
  • Advies van de Raad van State

  • MEMORIE VAN TOELICHTING


    1. Achtergrondinformatie

    1.1. Op 16 oktober 1980 sloten Frankrijk, Duitsland en het Groothertogdom Luxemburg in de vorm van een briefwisseling een Samenwerkingsovereenkomst betreffende « alle activiteiten van gemeenschappelijk belang » die de betrekkingen van nabuurschap kunnen versterken en verdiepen in de volgende geografische ruimte : Saarland, Lotharingen, het Groothertogdom Luxemburg en de regio's Trier en West-Palts (art. 1 en 2).

    1.2. Op grond van de Overeenkomst wordt de tenuitvoerlegging van deze samenwerking in handen gegeven van een Intergouvernementele Commissie en een Regionale Commissie (art. 2).

    1.2.1. De bij de Overeenkomst van 1980 opgerichte Intergouvernementele Commissie bestaat uit drie delegaties van maximum 9 leden, die respectievelijk worden aangesteld door de Franse regering, de Duitse regering en de Luxemburgse regering.

    De Regionale Commissie is samengesteld uit regeringsvertegenwoordigers van Luxemburg, Saarland en het Land Rijnland-Palts, alsmede de prefecten van de regio Lotharingen en van de departementen in Lotharingen dan wel hun vertegenwoordigers.

    Overeenkomstig hun huishoudelijk reglement, kunnen beide Commissies werkgroepen naar keuze oprichten (art. 3 en 5).

    1.2.2. De Intergouvernementele Commissie behandelt samenwerkingsvraagstukken vanuit een algemene invalshoek. Ze formuleert aanbevelingen ten aanzien van de Overeenkomstsluitende Partijen en ze kan de Regionale Commissie vragen haar voorstellen en aanbevelingen voor te leggen. De Regionale Commissie behandelt samenwerkingsvraagstukken vanuit een regionale invalshoek. Haar verslag en haar eventuele aanbevelingen legt ze voor aan de Intergouvernementele Commissie (art. 4 en 6).

    1.3. Gelijktijdig met deze internationale Overeenkomst werd een informele samenwerking uitgebouwd tussen de eerste minister van Luxemburg, de minister-Presidenten van Saarland, Rijnland-Palts, het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap van België en de voorzitters van de « Conseil régional de Lorraine » en van de « Conseils généraux de Meurthe et Moselle » en « de Moselle ». Voornoemde samenwerking is ingegeven door een « Gemeenschappelijke Verklaring« die op 20 september 1995 werd ondertekend in Mondorf-les-Bains (L). Aan deze interregionale samenwerking wordt concreet gestalte gegeven via periodieke topbijeenkomsten (« Sommets ») waarop allerlei initiatieven, werkorganen en diverse instanties in het leven worden geroepen.

    1.4. Zowel de Franse Gemeenschap samen met het Waalse Gewest als de Duitstalige Gemeenschap, hebben, respectievelijk op 28 april 1998 en 13 augustus 1998, verzocht te mogen toetreden tot de Overeenkomst van 16 oktober 1980.

    Deze toetreding kon niet plaatsvinden om de volgende redenen :

    1.4.1. de ondertekenaars van de nota-uitwisseling van 1980 (de Bondsrepubliek Duitsland, Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg)

    — waren van mening dat de tekst moest worden geherformuleerd omdat er geen toetredingsclausule in was opgenomen;

    — wensten dat ook de Belgische federale Staat partij zou zijn bij de Overeenkomst, rekening houdend met het zeer algemeen karakter van het betrokken onderwerp.

    1.4.2. het regionale aspect moest beter in de Overeenkomst zelf worden verwerkt.

    1.5. De drie Belgische deelentiteiten die tot de Overeenkomst wensten toe te treden, kregen in december 1998 de toelating om de werkzaamheden van de Regionale Commissie en van de samenstellende groepen van de Regionale Commissie als waarnemer bij te wonen. Deze beslissing werd op 12 april 2000 bekrachtigd door de Intergouvernementele Commissie.

    2. Onderhandelingen en ondertekening van een nieuwe Overeenkomst

    2.1. In het vooruitzicht van de toetreding van het Waalse Gewest, de Franstalige Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap tot de Overeenkomst van 1980, verleende de I.C.B.B. (Interministeriële Conferentie voor Buitenlandbeleid) op 20 januari 1998 aan de Overeenkomst een « uitsluitend regionaal en communautair » karakter, omdat de federale regering op dat tijdstip niet wenste dat de Staat partij zou worden bij de Overeenkomst (cf. WGGV, — Werkgroep Gemengde Verdragen — 14 januari 1998).

    2.2. Om tegemoet te komen aan de wens van de oorspronkelijke ondertekenaars van de Overeenkomst dat ook de Belgische Staat partij zou zijn bij de Overeenkomst (cf. 1.4 hiervoor), werd deze door de I.C.B.B. op de zitting van 8 maart 2001 omgezet in een gemengd verdrag. Ten behoeve van de onderhandelaars, werd duidelijk gesteld dat bij de toekomstige uitvoering van de Overeenkomst een belangrijke rol is weggelegd voor de deelentiteiten — en met name voor het Waalse Gewest als leider en coördinator.

    2.3. De eigenlijke onderhandelingen werden op 29 januari 2003 aangevat onder auspiciën van de Intergouvernementele Commissie van de vorige Overeenkomst, die werd voorgezeten door het Groothertogdom Luxemburg.

    Zulks leidde ertoe dat op 23 mei 2005 in Luxemburg diplomatieke nota's werden uitgewisseld tussen het Groothertogdom Luxemburg, dat werd vertegenwoordigd door de secretaris-generaal van het Luxemburgse ministerie van Buitenlandse Zaken, Frankrijk en Duitsland die allebei werden vertegenwoordigd door hun onderscheiden ambassadeurs in Luxemburg, het Koninkrijk België, alsmede het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap die werden vertegenwoordigd door de ambassadeur van België in Luxemburg.

    De uitwisseling van diplomatieke nota's, die de grondslag legde voor een nieuwe Overeenkomst, beëindigt en komt in de plaats van de Overeenkomst van 1980.

    3. Inhoud

    De nieuwe Overeenkomst brengt in de oude tekst alleen inhoudelijke wijzigingen aan die noodzakelijk werden geacht.

    3.1. De nieuwe Overeenkomst behelst de uitbreiding van :

    3.1.1. het aantal ondertekenende partijen tot vier Belgische entiteiten : de federale Staat, het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap (art. 1);

    3.1.2. de ruimte van samenwerking tot het grondgebied van de Belgische provincies Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen waarover de Staat, het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap hun bevoegdheden geheel of gedeeltelijk uitoefenen (art. 2);

    3.1.3. de Intergouvernementele Commissie met een bijkomende delegatie van maximum negen leden die worden aangesteld door de Belgische federale regering, de regering van het Waalse Gewest, de regering van de Franse Gemeenschap en de regering van de Duitstalige Gemeenschap. Dit moet worden vastgelegd in een intrabelgische samenwerkingsovereenkomst (art. 3 a));

    3.1.4. van de Regionale Commissie en van de samenstellende groepen van de Regionale Commissie :

    enerzijds, tot de vertegenwoordigers van de territoriale collectiviteiten van Lotharingen, in het kader van de Franse vertegenwoordiging (art. 5 a));

    anderzijds, tot de vertegenwoordigers van de Belgische deelentiteiten die partij zijn bij de Overeenkomst (art. 5 a)). In dit verband, moet worden aangestipt dat het Waalse Gewest, op basis van de beslissing van de I.C.B.B. die vermeld wordt onder punt 2.2, ter zake de rol krijgt toebedeeld van algemeen coördinator van de delegatie van de Belgische entiteiten. Ook zal het Waalse Gewest erop toezien dat de federale Staat vertegenwoordigd is in de groepen van de Regionale Commissie waar zijn bevoegdheden aan de orde komen. Voor zover nodig, kan de verduidelijking worden opgenomen in het huishoudelijk reglement van de Regionale Commissie en in de voornoemde intrabelgische samenwerkings-overeenkomst.

    3.2. De nieuwe Overeenkomst raakt niet aan het materiële object zoals reeds vastgelegd in artikel 1 van de Overeenkomst van 1980. Wel verstrekt ze nadere toelichting bij de onderscheiden bevoegdheidsgebieden van de twee organen waarin de Overeenkomst voorziet :

    3.2.1. de Intergouvernementele Commissie behandelt kwesties die niet kunnen worden opgelost door de Regionale Commissie en geeft deze de opdracht voorstellen, aanbevelingen en verslagen over vraagstukken die ze voornemens is te onderzoeken aan de Intergouvernementele Commissie voor te leggen (art. 4);

    3.2.2. de Regionale Commissie behandelt alle punten van samenwerking die in de Overeenkomst worden vermeld. Alleen de punten waarvoor ze op regionaal niveau geen oplossing kan aanreiken, stuurt ze door naar de Intergouvernementele Commissie (art. 6).

    3.3. Door de nieuwe Overeenkomst uit te breiden tot de ondertekenende Belgische deelentiteiten en door de territoriale collectiviteiten van Lotharingen op te nemen in de samenstelling van de Regionale Commissie, effent ze het pad voor een herstructurering van de Regionale Commissie. Deze herstructurering integreert voortaan, op basis van een nieuw huishoudelijk reglement dat werd aangenomen in uitvoering van artikel 5 d), de regionale topovereenkomsten.

    3.4. De nieuwe Overeenkomst is voldoende soepel (artikel 9) om alle Overeenkomstsluitende Partijen de keuze te laten inzake de inwerkingtreding van de nieuwe Overeenkomst, met inachtneming van hun eigen grondwettelijke voorschriften.

    4. Verloop van de procedure

    4.1. Volmacht voor ondertekening en gemengd karakter

    De nieuwe Overeenkomst die op 23 mei 2005 werd gesloten, werd op Belgisch niveau ondertekend door de ambassadeur van België in Luxemburg, aan wie Zijne Majesteit Albert II, Koning der Belgen, volmacht verleende om te tekenen namens de onderscheiden regeringen van de federale Staat, de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap.

    Aangezien het nu gaat om een gemengd verdrag (cf. punt 2.2), moet het op het niveau van de federale Staat, worden goedgekeurd door de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat en, op het niveau van de deelentiteiten, door de onderscheiden parlementen van het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap.

    4.2. Inwerkingtreding

    De nieuwe Overeenkomst van 23 mei 2005 treedt in werking op het tijdstip waarop alle Overeenkomstsluitende Partijen de regering van het Groothertogdom Luxemburg ervan in kennis hebben gesteld dat aan de vereiste voorwaarden voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst op nationaal niveau werd voldaan. Wordt in aanmerking genomen, de datum waarop de regering van het Groothertogdom Luxemburg de laatste kennisgeving ontvangt (art. 9, lid 1);

    De regering van het Groothertogdom Luxemburg stelt de andere Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de datums van ontvangst van de kennisgevingen dat aan de nationale vormvereisten is voldaan, alsmede van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst (art. 9, lid 2).

    Conform artikel 12 van het Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, de gemeenschappen en de gewesten over de nadere regelen voor het sluiten van gemengde verdragen, gedaan te Brussel op 8 maart 1994, wordt door het ministerie van Buitenlandse Zaken kennisgeving gedaan nadat alle desbetreffende parlementen de bekrachtigingsprocedures hebben afgerond.


    Op 21 augustus 2006 heeft de Raad van State zijn advies gegeven met betrekking tot het voorontwerp van wet (Advies nr. 41.067/2/V).

    In zijn advies merkt de afdeling Wetgeving van de Raad van State het volgende op :

    De afdeling begrijpt niet waarom de overeenkomst die ter goedkeuring voorligt niet voorziet in een vertegenwoordiger van de Federale Staat in de regionale commissie. Deze moet immers samenwerkingsvraagstukken behandelen over alle materies waarop de overeenkomst van toepassing is, en die zowel onder federale als regionale bevoegdheid vallen.

    De oplossingen die op de vergadering van de I.C.B.B. van 8 maart 2001 werden geopperd en die in punt 3.1.4 van de memorie van toelichting zijn opgenomen, zijn ontoereikend om de vertegenwoordiging van de Federale Staat in de regionale Commissie te waarborgen.

    Bovendien bepaalt de overeenkomst uitdrukkelijk wie lid kan zijn van de regionale Commissie. Aangezien deze Commissie op internationaal niveau is georganiseerd, kunnen het huishoudelijk reglement van de Commissie, noch de te sluiten samenwerkingsovereenkomst, bepalingen bevatten waardoor de vertegenwoordiging van de federale overheid in de Commissie kan gewaarborgd worden.

    Met betrekking tot deze opmerkingen dient de aandacht gevestigd te worden op het volgende :

    België heeft, net als Duitsland, als Federale Staat, geen vertegenwoordiger van de Staat in de regionale Commissie, dit in tegenstelling tot de twee andere partners, Frankrijk en Luxemburg, die een unitaire staatsstructuur hebben.

    Artikel 5 a) van de Overeenkomst bevat niet noodzakelijk een uitputtende opsomming van de leden van de regionale Commissie.

    Het is te allen tijde mogelijk om met de instemming van de partijen te voorzien in een vertegenwoordiger van de Federale Staat België, hetzij in het huishoudelijk reglement van de regionale Commissie, hetzij in een intra-Belgische samenwerkingsovereenkomst.

    De verdediging van de belangen van de Federale Staat België is hoe dan ook verzekerd, ongeacht de al of niet vertegenwoordiging van de Federale Staat in de regionale Commissie. Deze waarborg is aanwezig in de artikelen 4 en 6 van de Overeenkomst die bepalen dat kwesties die niet op regionaal niveau kunnen wordt opgelost, naar de Intergouvernementele Commissie worden doorverwezen en in de verbintenis die op de vergadering van de I.C.B.B. van 8 maart 2001 werd aangegaan en waaromtrent een intra-Belgische overeenkomst zal worden gesloten.

    De minister van Buitenlandse Zaken,

    Karel DE GUCHT.


    WETSONTWERP


    ALBERT II,

    Koning der Belgen,

    Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen,

    Onze Groet.

    Op de voordracht van Onze minister van Buitenlandse Zaken,

    Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

    Onze minister van Buitenlandse Zaken is ermee belast het ontwerp van wet, waarvan de tekst hierna volgt, in Onze naam aan de Wetgevende Kamers voor te leggen en bij de Senaat in te dienen :

    Artikel 1

    Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

    Art. 2

    Het Akkoord, gesloten bij uitwisseling van brieven op 23 mei 2005, tussen de Regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Regering van de Republiek Frankrijk en de Regering van het Groothertogdom Luxemburg inzake de samenwerking in de grensgebieden, zal volkomen gevolg hebben.

    Gegeven te Brussel, 27 oktober 2006.

    ALBERT

    Van Koningswege :

    De minister van Buitenlandse Zaken,

    Karel DE GUCHT.


    VERTALING

    AKKOORD

    gesloten bij uitwisseling van brieven op 23 mei 2005, tussen de Regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Regering van de Republiek Frankrijk en de Regering van het Groothertogdom Luxemburg inzake de samenwerking in de grensgebieden.

    VERTALING

    GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG

    MINSTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN

    Luxemburg, 23 mei 2005

    Zijne Excellentie

    De heer Roland Lohkamp

    Ambassadeur van de Bondsrepubliek Duitsland in Luxemburg

    Kenmerk : 2-REI-2005-1231

    Mijnheer de Ambassadeur,

    Onder verwijzing naar de verbale nota van 12 mei 2000 van het ministerie van Buitenlandse Zaken van het Groothertogdom Luxemburg en de verbale nota van 30 maart 2001 van de Ambassade van het Koninkrijk België in Luxemburg, alsmede naar de gesprekken die op 29 januari 2003 in Luxemburg plaatshadden tussen de vertegenwoordigers van het Koninkrijk België, het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en van het Groothertogdom Luxemburg, heb ik de eer u de sluiting voor te stellen van de volgende Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Franse Republiek en de regering van het Groothertogdom Luxemburg inzake de samenwerking in de grensgebieden :

    1. Om de ontwikkeling te bevorderen van de geografische ruimte zoals omschreven in lid 2, wordt door de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Franse Republiek en de regering van het Groothertogdom Luxemburg overeengekomen, de organisatie van de grensoverschrijdende samenwerking voort te zetten.

    Voornoemde samenwerking behelst de activiteiten van gemeenschappelijk belang, met name op administratief, technisch, sociaal, economisch of cultureel gebied, die de betrekkingen van nabuurschap kunnen versterken en verdiepen.

    2. De tenuitvoerlegging van het bepaalde in lid 1 wordt toevertrouwd aan een Intergouvernementele Commissie en een Regionale Commissie die als taak hebben de kwesties van nabuurschap te bestuderen en te regelen in de volgende geografische ruimte :

    — het Saarland;

    — het Land Rijnland-Palts, de regio's Trier en West-Palts alsmede de Landkreis Birkenfeld;

    — de regio Lotharingen;

    — het Groothertogdom Luxemburg;

    — de provincies Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen, op het grondgebied waarvan de federale overheid, het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap hun bevoegdheden geheel of gedeeltelijk uitoefenen.

    De geografische ruimte zoals hiervoor omschreven, wordt aangegeven op een kaart bij deze Overeenkomst.

    3.a) De Intergouvernementele Commissie is samengesteld uit vier delegaties waarvan de leden worden aangesteld door de onderscheiden regeringen. Elke delegatie bestaat uit maximum negen leden en kan een beroep doen op deskundigen.

    b) De Intergouvernementele Commissie komt in principe achtereenvolgens in elk van de vier Staten, eenmaal per jaar bijeen.

    c) De Intergouvernementele Commissie kan werkgroepen oprichten.

    d) De Intergouvernementele Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op.

    4. De Intergouvernementele Commissie formuleert ten behoeve van de Overeenkomstsluitende Partijen algemene beleidslijnen in verband met vraagstukken over samenwerking inzake de geografische ruimte zoals omschreven in lid 2 en ze bereidt, in voorkomend geval, ontwerp-overeenkomsten voor. De Intergouvernementele Commissie behandelt de vraagstukken die betrekking hebben op grensoverschrijdende samenwerking waarvoor geen oplossing kan worden aangereikt door de Regionale Commissie. Deze wordt er door de Intergouvernementele Commissie mee belast haar voorstellen of ontwerp-overeenkomsten voor te leggen, aanbevelingen te formuleren en verslag uit te brengen over punten die nader moeten worden bekeken.

    5.a) De Regionale Commissie bestaat uit :

    — vertegenwoordigers van de regeringen van het Saarland en Rijnland-Palts;

    — voor Frankrijk, vertegenwoordigers van de overheid en van de desbetreffende territoriale collectiviteiten;

    — vertegenwoordigers van het Groothertogdom Luxemburg;

    — vertegenwoordigers van het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap.

    Deskundigen kunnen worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergaderingen.

    b) De Regionale Commissie komt zo vaak als nodig, en ten minste eens per jaar bijeen.

    c) De Regionale Commissie kan werkgroepen oprichten.

    d) De Regionale Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op.

    6. De Regionale Commissie behandelt alle vraagstukken over de samenwerking inzake de geografische ruimte zoals omschreven in lid 2. Aan de Intergouvernementele Commissie legt ze alleen die vraagstukken voor waarvoor ze op regionaal niveau geen oplossing kan aanreiken. Ze brengt bij de Intergouvernementele Commissie verslag uit over haar werkzaamheden en formuleert, in voorkomend geval, aanbevelingen.

    7. Deze Overeenkomst is niet van invloed op de werkzaamheden van op grond van internationale overeenkomsten reeds opgerichte of nog op te richten instanties.

    8. Deze Overeenkomst werd aangegaan in het Duits en het Frans, beide teksten zijnde gelijkelijk authentiek.

    9. Zo deze Overeenkomst wordt goedgekeurd door de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de regering van de Franse Republiek, vormen deze nota en de antwoordnota's van de ambassadeurs van voornoemde Staten, die in dezelfde bewoordingen werden gesteld en die de goedkeuring uitdrukken van hun regering, een Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Franse Republiek en de regering van het Groothertogdom Luxemburg. De Overeenkomst treedt in werking op de datum waarop alle Overeenkomstsluitende Partijen de regering van het Groothertogdom Luxemburg ervan in kennis hebben gesteld, dat op nationaal niveau is voldaan aan de noodzakelijke voorwaarden voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst. De datum die in aanmerking wordt genomen, is die waarop de regering van het Groothertogdom Luxemburg de laatste kennisgeving krijgt toegestuurd.

    De regering van het Groothertogdom Luxemburg stelt de andere Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de datums van ontvangst van de kennisgevingen dat aan de nationale formaliteiten is voldaan alsmede van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

    10. Deze Overeenkomst komt in de plaats van de Overeenkomst van 16 oktober 1980 tussen de regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Groothertogdom Luxemburg die wordt beëindigd op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst, vermeld in lid 1 tot lid 11.

    11. Deze Overeenkomst kan te allen tijde door één van de Overeenkomstsluitende Partijen worden opgezegd. De opzegging gebeurt schriftelijk en ze gaat in drie maanden nadat de andere Overeenkomstsluitende Partijen gelijktijdig hiervan op de hoogte werden gebracht.

    Met de meeste hoogachting,

    Georges Santer

    Secretaris-generaal

    VERTALING

    DE AMBASSADEUR VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND

    Luxemburg, 23 mei 2005

    Zijne Excellentie

    De heer Georges Santer

    Secretaris-generaal

    Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Groothertogdom Luxemburg

    Luxemburg

    Mijnheer de Secretaris-generaal,

    Ik heb de eer u ontvangst te melden van uw nota nr. 2-REI-2005-1231 van 23 mei 2005 waarin u namens uw regering de sluiting voorstelt van een Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Franse Republiek en de regering van het Groothertogdom Luxemburg inzake de samenwerking in de grensgebieden. Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt de Overeenkomst van 16 oktober 1980 inzake de samenwerking in de grensgebieden tussen de regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Groothertogdom Luxemburg beëindigd.

    Uw nota luidt als volgt :

    « Mijnheer de Ambassadeur,

    Onder verwijzing naar de verbale nota van 12 mei 2000 van het ministerie van Buitenlandse Zaken van het Groothertogdom Luxemburg en de verbale nota van 30 maart 2001 van de Ambassade van het Koninkrijk België in Luxemburg, alsmede naar de gesprekken die op 29 januari 2003 in Luxemburg plaatshadden tussen de vertegenwoordigers van het Koninkrijk België, het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en van het Groothertogdom Luxemburg, heb ik de eer u de sluiting voor te stellen van de volgende Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Franse Republiek en de regering van het Groothertogdom Luxemburg inzake de samenwerking in de grensgebieden :

    1. Om de ontwikkeling te bevorderen van de geografische ruimte zoals omschreven in lid 2, wordt door de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Franse Republiek en de regering van het Groothertogdom Luxemburg overeengekomen, de organisatie van de grensoverschrijdende samenwerking voort te zetten.

    Voornoemde samenwerking behelst de activiteiten van gemeenschappelijk belang, met name op administratief, technisch, sociaal, economisch of cultureel gebied, die de betrekkingen van nabuurschap kunnen versterken en verdiepen.

    2. De tenuitvoerlegging van het bepaalde in lid 1 wordt toevertrouwd aan een Intergouvernementele Commissie en een Regionale Commissie die als taak hebben de kwesties van nabuurschap te bestuderen en te regelen in de volgende geografische ruimte :

    — het Saarland;

    — het Land Rijnland-Palts, de regio's Trier en West-Palts alsmede de Landkreis Birkenfeld;

    — de regio Lotharingen;

    — het Groothertogdom Luxemburg;

    — de provincies Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen, op het grondgebied waarvan de federale overheid, het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap hun bevoegdheden geheel of gedeeltelijk uitoefenen.

    De geografische ruimte zoals hiervoor omschreven, wordt aangegeven op een kaart bij deze Overeenkomst.

    3.a) De Intergouvernementele Commissie is samengesteld uit vier delegaties waarvan de leden worden aangesteld door de onderscheiden regeringen. Elke delegatie bestaat uit maximum negen leden en kan een beroep doen op deskundigen.

    b) De Intergouvernementele Commissie komt in principe achtereenvolgens in elk van de vier Staten, eenmaal per jaar bijeen.

    c) De Intergouvernementele Commissie kan werkgroepen oprichten.

    d) De Intergouvernementele Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op.

    4. De Intergouvernementele Commissie formuleert ten behoeve van de Overeenkomstsluitende Partijen algemene beleidslijnen in verband met vraagstukken over samenwerking inzake de geografische ruimte zoals omschreven in lid 2 en ze bereidt, in voorkomend geval, ontwerp-overeenkomsten voor. De Intergouvernementele Commissie behandelt de vraagstukken die betrekking hebben op grensoverschrijdende samenwerking waarvoor geen oplossing kan worden aangereikt door de Regionale Commissie. Deze wordt er door de Intergouvernementele Commissie mee belast haar voorstellen of ontwerp-overeenkomsten voor te leggen, aanbevelingen te formuleren en verslag uit te brengen over punten die nader moeten worden bekeken.

    5.a) De Regionale Commissie bestaat uit :

    — vertegenwoordigers van de regeringen van het Saarland en Rijnland-Palts;

    — voor Frankrijk, vertegenwoordigers van de overheid en van de desbetreffende territoriale collectiviteiten;

    — vertegenwoordigers van het Groothertogdom Luxemburg;

    — vertegenwoordigers van het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap.

    Deskundigen kunnen worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergaderingen.

    b) De Regionale Commissie komt zo vaak als nodig, en ten minste eens per jaar bijeen.

    c) De Regionale Commissie kan werkgroepen oprichten.

    d) De Regionale Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op.

    6. De Regionale Commissie behandelt alle vraagstukken over de samenwerking inzake de geografische ruimte zoals omschreven in lid 2. Aan de Intergouvernementele Commissie legt ze alleen die vraagstukken voor waarvoor ze op regionaal niveau geen oplossing kan aanreiken. Ze brengt bij de Intergouvernementele Commissie verslag uit over haar werkzaamheden en formuleert, in voorkomend geval, aanbevelingen.

    7. Deze Overeenkomst is niet van invloed op de werkzaamheden van op grond van internationale overeenkomsten reeds opgerichte of nog op te richten instanties.

    8. Deze Overeenkomst werd aangegaan in het Duits en het Frans, beide teksten zijnde gelijkelijk authentiek.

    9. Zo deze Overeenkomst wordt goedgekeurd door de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de regering van de Franse Republiek, vormen deze nota en de antwoordnota's van de ambassadeurs van voornoemde Staten, die in dezelfde bewoordingen werden gesteld en die de goedkeuring uitdrukken van hun regering, een Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Franse Republiek en de regering van het Groothertogdom Luxemburg. De Overeenkomst treedt in werking op de datum waarop alle Overeenkomstsluitende Partijen de regering van het Groothertogdom Luxemburg ervan in kennis hebben gesteld, dat op nationaal niveau is voldaan aan de noodzakelijke voorwaarden voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst. De datum die in aanmerking wordt genomen, is die waarop de regering van het Groothertogdom Luxemburg de laatste kennisgeving krijgt toegestuurd.

    De regering van het Groothertogdom Luxemburg stelt de andere Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de datums van ontvangst van de kennisgevingen dat aan de nationale formaliteiten is voldaan alsmede, van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

    10. Deze Overeenkomst komt in de plaats van de Overeenkomst van 16 oktober 1980 tussen de regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Groothertogdom Luxemburg die wordt beëindigd op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst, vermeld in lid 1 tot lid 11.

    11. Deze Overeenkomst kan te allen tijde door één van de Overeenkomstsluitende Partijen worden opgezegd. De opzegging gebeurt schriftelijk en ze gaat in drie maanden nadat de andere Overeenkomstsluitende Partijen gelijktijdig hiervan op de hoogte werden gebracht.

    Met de meeste hoogachting,

    Georges Santer »

    lk heb de eer u mede te delen dat mijn regering instemt met de voorstellen in uw nota. Uw nota en deze antwoordnota vormen dus, samen met de antwoordnota's van de ambassadeurs van het Koninkrijk België en de Franse Republiek, die in dezelfde bewoordingen werden gesteld, een Overeenkomst tussen de deelnemende regeringen. De Overeenkomst treedt in werking op de datum van ontvangst door de regering van het Groothertogdom Luxemburg van de laatste kennisgeving dat voldaan is aan de nationale formaliteiten. De Duitse en de Franse tekst van de Overeenkomst zijn gelijkelijk authentiek.

    Met de meeste hoogachting,

    Roland Lohkamp

    VERTALING

    GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG

    MINSTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN

    Luxemburg, 23 mei 2005

    Hare Excellentie

    Mevrouw Ingeborg Kristoffersen

    Ambassadeur van het Koninkrijk België in Luxemburg

    Kenmerk : 2-REI-2005-1231

    Mevrouw de Ambassadeur,

    Onder verwijzing naar de verbale nota van 12 mei 2000 van het ministerie van Buitenlandse Zaken van het Groothertogdom Luxemburg en de verbale nota van 30 maart 2001 van de Ambassade van het Koninkrijk België in Luxemburg, alsmede naar de gesprekken die op 29 januari 2003 in Luxemburg plaatshadden tussen de vertegenwoordigers van het Koninkrijk België, het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en van het Groothertogdom Luxemburg, heb ik de eer u de sluiting voor te stellen van de volgende Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Franse Republiek en de regering van het Groothertogdom Luxemburg inzake de samenwerking in de grensgebieden :

    1. Om de ontwikkeling te bevorderen van de geografische ruimte zoals omschreven in lid 2, wordt door de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Franse Republiek en de regering van het Groothertogdom Luxemburg overeengekomen, de organisatie van de grensoverschrijdende samenwerking voort te zetten.

    Voornoemde samenwerking behelst de activiteiten van gemeenschappelijk belang, met name op administratief, technisch, sociaal, economisch of cultureel gebied, die de betrekkingen van nabuurschap kunnen versterken en verdiepen.

    2. De tenuitvoerlegging van het bepaalde in lid 1 wordt toevertrouwd aan een Intergouvernementele Commissie en een Regionale Commissie die als taak hebben de kwesties van nabuurschap te bestuderen en te regelen in de volgende geografische ruimte :

    — het Saarland;

    — het Land Rijnland-Palts, de regio's Trier en West-Palts alsmede de Landkreis Birkenfeld;

    — de regio Lotharingen;

    — het Groothertogdom Luxemburg;

    — de provincies Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen, op het grondgebied waarvan de federale overheid, het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap hun bevoegdheden geheel of gedeeltelijk uitoefenen.

    De geografische ruimte zoals hiervoor omschreven wordt aangegeven op een kaart bij deze Overeenkomst.

    3.a) De Intergouvernementele Commissie is samengesteld uit vier delegaties waarvan de leden worden aangesteld door de onderscheiden regeringen. Elke delegatie bestaat uit maximum negen leden en kan een beroep doen op deskundigen.

    b) De Intergouvernementele Commissie komt in principe achtereenvolgens in elk van de vier Staten, eenmaal per jaar bijeen.

    c) De Intergouvernementele Commissie kan werkgroepen oprichten.

    d) De Intergouvernementele Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op.

    4. De Intergouvernementele Commissie formuleert ten behoeve van de Overeenkomstsluitende Partijen algemene beleidslijnen in verband met vraagstukken over de samenwerking inzake de geografische ruimte zoals omschreven in lid 2 en ze bereidt, in voorkomend geval, ontwerp-overeenkomsten voor. De Intergouvernementele Commissie behandelt de vraagstukken die betrekking hebben op grensoverschrijdende samenwerking waarvoor geen oplossing kan worden aangereikt door de Regionale Commissie. Deze wordt er door de Intergouvernementele Commissie mee belast haar voorstellen of ontwerp-overeenkomsten voor te leggen, aanbevelingen te formuleren en verslag uit te brengen over punten die nader moeten worden bekeken.

    5.a) De Regionale Commissie bestaat uit :

    — vertegenwoordigers van de regeringen van het Saarland en Rijnland-Palts;

    — voor Frankrijk, vertegenwoordigers van de overheid en van de desbetreffende territoriale collectiviteiten;

    — vertegenwoordigers van het Groothertogdom Luxemburg;

    — vertegenwoordigers van het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap.

    Deskundigen kunnen worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergaderingen.

    b) De Regionale Commissie komt zo vaak als nodig, en ten minste eens per jaar bijeen.

    c) De Regionale Commissie kan werkgroepen oprichten.

    d) De Regionale Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op.

    6. De Regionale Commissie behandelt alle vraagstukken over de samenwerking inzake de geografische ruimte zoals omschreven in lid 2. Aan de Intergouvernementele Commissie legt ze alleen die vraagstukken voor waarvoor ze op regionaal niveau geen oplossing kan aanreiken. Ze brengt bij de Intergouvernementele Commissie verslag uit over haar werkzaamheden en formuleert, in voorkomend geval, aanbevelingen.

    7. Deze Overeenkomst is niet van invloed op de werkzaamheden van op grond van internationale overeenkomsten reeds opgerichte of nog op te richten instanties.

    8. Deze Overeenkomst werd aangegaan in het Duits en het Frans, beide teksten zijnde gelijkelijk authentiek.

    9. Zo deze Overeenkomst wordt goedgekeurd door de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de regering van de Franse Republiek, vormen deze nota en de antwoordnota's van de ambassadeurs van voornoemde Staten, die in dezelfde bewoordingen werden gesteld en die de goedkeuring uitdrukken van hun regering, een Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Franse Republiek en de regering van het Groothertogdom Luxemburg. De Overeenkomst treedt in werking op de datum waarop alle Overeenkomstsluitende Partijen de regering van het Groothertogdom Luxemburg ervan in kennis hebben gesteld, dat op nationaal niveau is voldaan aan de noodzakelijke voorwaarden voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst. De datum die in aanmerking wordt genomen, is die waarop de regering van het Groothertogdom Luxemburg de laatste kennisgeving krijgt toegestuurd.

    De regering van het Groothertogdom Luxemburg stelt de andere Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de datums van ontvangst van de kennisgevingen dat aan de nationale formaliteiten is voldaan, alsmede van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

    10. Deze Overeenkomst komt in de plaats van de Overeenkomst van 16 oktober 1980 tussen de regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Groothertogdom Luxemburg die wordt beëindigd op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst, vermeld in lid 1 tot lid 11.

    11. Deze Overeenkomst kan te allen tijde door één van de Overeenkomstsluitende Partijen worden opgezegd. De opzegging gebeurt schriftelijk en ze gaat in drie maanden nadat de andere Overeenkomstsluitende Partijen gelijktijdig hiervan op de hoogte werden gebracht.

    Met de meeste hoogachting,

    Georges Santer

    Secretaris-generaal

    VERTALING

    AMBASSADE VAN BELGIË

    Luxemburg, 23 mei 2005

    Zijne Excellentie

    De heer Georges Santer

    Secretaris-generaal

    Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Groothertogdom Luxemburg

    Luxemburg

    Mijnheer de Secretaris-generaal,

    Ik heb de eer u ontvangst te melden van uw nota nr. 2-REI-2005-1231 van 23 mei 2005 waarin u namens uw regering de sluiting voorstelt van een Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Franse Republiek en de regering van het Groothertogdom Luxemburg inzake de samenwerking in de grensgebieden. Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt de Overeenkomst van 16 oktober 1980 inzake de samenwerking in de grensgebieden tussen de regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Groothertogdom Luxemburg beëindigd.

    Uw nota luidt als volgt :

    « Mevrouw de Ambassadeur,

    Onder verwijzing naar de verbale nota van 12 mei 2000 van het ministerie van Buitenlandse Zaken van het Groothertogdom Luxemburg en de verbale nota van 30 maart 2001 van de Ambassade van het Koninkrijk België in Luxemburg, alsmede naar de gesprekken die op 29 januari 2003 in Luxemburg plaatshadden tussen de vertegenwoordigers van het Koninkrijk België, het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en van het Groothertogdom Luxemburg, heb ik de eer u de sluiting voor te stellen van de volgende Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Franse Republiek en de regering van het Groothertogdom Luxemburg inzake de samenwerking in de grensgebieden :

    1. Om de ontwikkeling te bevorderen van de geografische ruimte zoals omschreven in lid 2, wordt door de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Franse Republiek en de regering van het Groothertogdom Luxemburg overeengekomen, de organisatie van de grensoverschrijdende samenwerking voort te zetten.

    Voornoemde samenwerking behelst de activiteiten van gemeenschappelijk belang, met name op administratief, technisch, sociaal, economisch of cultureel gebied, die de betrekkingen van nabuurschap kunnen versterken en verdiepen.

    2. De tenuitvoerlegging van het bepaalde in lid 1 wordt toevertrouwd aan een Intergouvernementele Commissie en een Regionale Commissie die als taak hebben de kwesties van nabuurschap te bestuderen en te regelen in de volgende geografische ruimte :

    — het Saarland;

    — het Land Rijnland-Palts, de regio's Trier en West-Palts alsmede de Landkreis Birkenfeld;

    — de regio Lotharingen;

    — het Groothertogdom Luxemburg;

    — de provincies Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen, op het grondgebied waarvan de federale overheid, het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap hun bevoegdheden geheel of gedeeltelijk uitoefenen.

    De geografische ruimte zoals hiervoor omschreven wordt aangegeven op een kaart bij deze Overeenkomst.

    3.a) De Intergouvernementele Commissie is samengesteld uit vier delegaties waarvan de leden worden aangesteld door de onderscheiden regeringen. Elke delegatie bestaat uit maximum negen leden en kan een beroep doen op deskundigen.

    b) De Intergouvernementele Commissie komt in principe achtereenvolgens in elk van de vier Staten, eenmaal per jaar bijeen.

    c) De Intergouvernementele Commissie kan werkgroepen oprichten.

    d) De Intergouvernementele Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op.

    4. De Intergouvernementele Commissie formuleert ten behoeve van de Overeenkomstsluitende Partijen algemene beleidslijnen in verband met vraagstukken over samenwerking inzake de geografische ruimte zoals omschreven in lid 2 en ze bereidt, in voorkomend geval, ontwerp-overeenkomsten voor. De Intergouvernementele Commissie behandelt de vraagstukken die betrekking hebben op grensoverschrijdende samenwerking waarvoor geen oplossing kan worden aangereikt door de Regionale Commissie. Deze wordt er door de Intergouvernementele Commissie mee belast haar voorstellen of ontwerp-overeenkomsten voor te leggen, aanbevelingen te formuleren en verslag uit te brengen over punten die nader moeten worden bekeken.

    5.a) De Regionale Commissie bestaat uit :

    — vertegenwoordigers van de regeringen van het Saarland en Rijnland-Palts;

    — voor Frankrijk, vertegenwoordigers van de overheid en van de desbetreffende territoriale collectiviteiten;

    — vertegenwoordigers van het Groothertogdom Luxemburg;

    — vertegenwoordigers van het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap.

    Deskundigen kunnen worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergaderingen.

    b) De Regionale Commissie komt zo vaak als nodig, en ten minste eens per jaar bijeen.

    c) De Regionale Commissie kan werkgroepen oprichten.

    d) De Regionale Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op.

    6. De Regionale Commissie behandelt alle vraagstukken over de samenwerking inzake de geografische ruimte zoals omschreven in lid 2. Aan de Intergouvernementele Commissie legt ze alleen die vraagstukken voor waarvoor ze op regionaal niveau geen oplossing kan aanreiken. Ze brengt bij de Intergouvernementele Commissie verslag uit over haar werkzaamheden en formuleert, in voorkomend geval, aanbevelingen.

    7. Deze Overeenkomst is niet van invloed op de werkzaamheden van op grond van internationale overeenkomsten reeds opgerichte of nog op te richten instanties.

    8. Deze Overeenkomst werd aangegaan in het Duits en het Frans, beide teksten zijnde gelijkelijk authentiek.

    9. Zo deze Overeenkomst wordt goedgekeurd door de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de regering van de Franse Republiek, vormen deze nota en de antwoordnota's van de ambassadeurs van voornoemde Staten, die in dezelfde bewoordingen werden gesteld en die de goedkeuring uitdrukken van hun regering, een Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Franse Republiek en de regering van het Groothertogdom Luxemburg. De Overeenkomst treedt in werking op de datum waarop alle Overeenkomstsluitende Partijen de regering van het Groothertogdom Luxemburg ervan in kennis hebben gesteld, dat op nationaal niveau is voldaan aan de noodzakelijke voorwaarden voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst. De datum die in aanmerking wordt genomen, is die waarop de regering van het Groothertogdom Luxemburg de laatste kennisgeving krijgt toegestuurd.

    De regering van het Groothertogdom Luxemburg stelt de andere Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de datums van ontvangst van de kennisgevingen dat aan de nationale formaliteiten is voldaan, alsmede van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

    10. Deze Overeenkomst komt in de plaats van de Overeenkomst van 16 oktober 1980 tussen de regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Groothertogdom Luxemburg die wordt beëindigd op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst, vermeld in lid 1 tot lid 11.

    11. Deze Overeenkomst kan te allen tijde door één van de Overeenkomstsluitende Partijen worden opgezegd. De opzegging gebeurt schriftelijk en ze gaat in drie maanden nadat de andere Overeenkomstsluitende Partijen gelijktijdig hiervan op de hoogte werden gebracht.

    Met de meeste hoogachting,

    Georges Santer »

    Ik heb de eer u ervan in kennis te stellen dat de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap instemmen met de voorstellen in uw nota. Uw nota en deze antwoordnota vormen dus, samen met de antwoordnota's van de ambassadeur van de Bondsrepubliek Duitsland en de ambassadeur van de Franse Republiek, die in dezelfde bewoordingen zijn gesteld, een Overeenkomst tussen de deelnemende regeringen. De Overeenkomst treedt in werking op het tijdstip van ontvangst door de regering van het Groothertogdom Luxemburg van de laatste kennisgeving dat aan de nationale formaliteiten is voldaan. De Duitse en de Franse tekst zijn gelijkelijk authentiek.

    Met de meeste hoogachting,

    Ingeborg Kristoffersen

    VERTALING

    GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG

    MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN

    Luxemburg, 23 mei 2005

    Zijne Excellentie

    De heer Bernard Pottier

    Ambassadeur van Frankrijk in Luxemburg

    Kenmerk : 2-REI-2005-1231

    Mijnheer de Ambassadeur,

    Onder verwijzing naar de verbale nota van 12 mei 2000 van het ministerie van Buitenlandse Zaken van het Groothertogdom Luxemburg en de verbale nota van 30 maart 2001 van de Ambassade van het Koninkrijk België in Luxemburg, alsmede naar de gesprekken die op 29 januari 2003 in Luxemburg plaatshadden tussen de vertegenwoordigers van het Koninkrijk België, het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en van het Groothertogdom Luxemburg, heb ik de eer u de sluiting voor te stellen van de volgende Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Franse Republiek en de regering van het Groothertogdom Luxemburg inzake de samenwerking in de grensgebieden :

    1. Om de ontwikkeling te bevorderen van de geografische ruimte zoals omschreven in lid 2, wordt door de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Franse Republiek en de regering van het Groothertogdom Luxemburg overeengekomen, de organisatie van de grensoverschrijdende samenwerking voort te zetten.

    Voornoemde samenwerking behelst de activiteiten van gemeenschappelijk belang, met name op administratief, technisch, sociaal, economisch of cultureel gebied, die de betrekkingen van nabuurschap kunnen versterken en verdiepen.

    2. De tenuitvoerlegging van het bepaalde in lid 1 wordt toevertrouwd aan een Intergouvernementele Commissie en een Regionale Commissie die als taak hebben de kwesties van nabuurschap te bestuderen en te regelen in de volgende geografische ruimte :

    — het Saarland;

    — het Land Rijnland-Palts, de regio's Trier en West-Palts alsmede de Landkreis Birkenfeld;

    — de regio Lotharingen;

    — het Groothertogdom Luxemburg;

    — de provincies Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen, op het grondgebied waarvan de federale overheid, het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap hun bevoegdheden geheel of gedeeltelijk uitoefenen.

    De geografische ruimte zoals hiervoor omschreven wordt aangegeven op een kaart bij deze Overeenkomst.

    3.a) De Intergouvernementele Commissie is samengesteld uit vier delegaties waarvan de leden worden aangesteld door de onderscheiden regeringen. Elke delegatie bestaat uit maximum negen leden en kan een beroep doen op deskundigen.

    b) De Intergouvernementele Commissie komt in principe achtereenvolgens in elk van de vier Staten, eenmaal per jaar bijeen.

    c) De Intergouvernementele Commissie kan werkgroepen oprichten.

    d) De Intergouvernementele Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op.

    4. De Intergouvernementele Commissie formuleert ten behoeve van de Overeenkomstsluitende Partijen algemene beleidslijnen in verband met vraagstukken over de samenwerking inzake de geografische ruimte zoals omschreven in lid 2 en ze bereidt, in voorkomend geval, ontwerp-overeenkomsten voor. De Intergouvernementele Commissie behandelt de vraagstukken die betrekking hebben op grensoverschrijdende samenwerking waarvoor geen oplossing kan worden aangereikt door de Regionale Commissie. Deze wordt er door de Intergouvernementele Commissie mee belast haar voorstellen of ontwerp-overeenkomsten voor te leggen, aanbevelingen te formuleren en verslag uit te brengen over punten die nader moeten worden bekeken.

    5.a) De Regionale Commissie bestaat uit :

    — vertegenwoordigers van de regeringen van het Saarland en Rijnland-Palts;

    — voor Frankrijk, vertegenwoordigers van de overheid en van de desbetreffende territoriale collectiviteiten;

    — vertegenwoordigers van het Groothertogdom Luxemburg;

    — vertegenwoordigers van het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap.

    Deskundigen kunnen worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergaderingen.

    b) De Regionale Commissie komt zo vaak als nodig, en ten minste eens per jaar bijeen.

    c) De Regionale Commissie kan werkgroepen oprichten.

    d) De Regionale Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op.

    6. De Regionale Commissie behandelt alle vraagstukken over de samenwerking inzake de geografische ruimte zoals omschreven in lid 2. Aan de Intergouvernementele Commissie legt ze alleen die vraagstukken voor waarvoor ze op regionaal niveau geen oplossing kan aanreiken. Ze brengt bij de Intergouvernementele Commissie verslag uit over haar werkzaamheden en formuleert, in voorkomend geval, aanbevelingen.

    7. Deze Overeenkomst is niet van invloed op de werkzaamheden van op grond van internationale overeenkomsten reeds opgerichte of nog op te richten instanties.

    8. Deze Overeenkomst werd aangegaan in het Duits en het Frans, beide teksten zijnde gelijkelijk authentiek.

    9. Zo deze Overeenkomst wordt goedgekeurd door de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de regering van de Franse Republiek, vormen deze nota en de antwoordnota's van de ambassadeurs van voornoemde Staten, die in dezelfde bewoordingen werden gesteld en die de goedkeuring uitdrukken van hun regering, een Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Franse Republiek en de regering van het Groothertogdom Luxemburg. De Overeenkomst treedt in werking op de datum waarop alle Overeenkomstsluitende Partijen de regering van het Groothertogdom Luxemburg ervan in kennis hebben gesteld, dat op nationaal niveau is voldaan aan de noodzakelijke voorwaarden voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst. De datum die in aanmerking wordt genomen, is die waarop de regering van het Groothertogdom Luxemburg de laatste kennisgeving krijgt toegestuurd.

    De regering van het Groothertogdom Luxemburg stelt de andere Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de datums van ontvangst van de kennisgevingen dat aan de nationale formaliteiten is voldaan,alsmede van datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

    10. Deze Overeenkomst komt in de plaats van de Overeenkomst van 16 oktober 1980 tussen de regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Groothertogdom Luxemburg die wordt beëindigd op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst, vermeld in lid 1 tot lid 11.

    11. Deze Overeenkomst kan te allen tijde door één van de Overeenkomstsluitende Partijen worden opgezegd. De opzegging gebeurt schriftelijk en ze gaat in drie maanden nadat de andere Overeenkomstsluitende Partijen gelijktijdig hiervan op de hoogte werden gebracht.

    Met de meeste hoogachting,

    Georges Santer

    Secretaris-generaal

    VERTALING

    AMBASSADE VAN FRANKRIJK IN LUXEMBURG

    Luxemburg, 23 mei 2005

    Zijne Excellentie

    De heer Georges Santer

    Secretaris-generaal van het ministerie van Buitenladnse Zaken van het Groothertogdom Luxemburg

    Luxemburg

    Nr. 269/AL

    Mijnheer de Secretaris-generaal,

    Ik heb de eer u ontvangst te melden van uw nota nr. 2-REI-2005-1231 van 23 mei 2005 waarin u namens uw regering de sluiting voorstelt van een Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Franse Republiek en de regering van het Groothertogdom Luxemburg inzake de samenwerking in de grensgebieden. Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt de Overeenkomst van 16 oktober 1980 inzake de samenwerking in de grensgebieden tussen de regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Groothertogdom Luxemburg beëindigd.

    Uw nota luidt als volgt :

    « Mijnheer de Ambassadeur,

    Onder verwijzing naar de verbale nota van 12 mei 2000 van het ministerie van Buitenlandse Zaken van het Groothertogdom Luxemburg en de verbale nota van 30 maart 2001 van de Ambassade van het Koninkrijk België in Luxemburg, alsmede naar de gesprekken die op 29 januari 2003 in Luxemburg plaatshadden tussen de vertegenwoordigers van het Koninkrijk België, het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en van het Groothertogdom Luxemburg, heb ik de eer u de sluiting voor te stellen van de volgende Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Franse Republiek en de regering van het Groothertogdom Luxemburg inzake de samenwerking in de grensgebieden :

    1. Om de ontwikkeling te bevorderen van de geografische ruimte zoals omschreven in lid 2, wordt door de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Franse Republiek en de regering van het Groothertogdom Luxemburg overeengekomen, de organisatie van de grensoverschrijdende samenwerking voort te zetten. Voornoemde samenwerking behelst de activiteiten van gemeenschappelijk belang, met name op administratief, technisch, sociaal, economisch of cultureel gebied, die de betrekkingen van nabuurschap kunnen versterken en verdiepen.

    2. De tenuitvoerlegging van het bepaalde in lid 1 wordt toevertrouwd aan een Intergouvernementele Commissie en een Regionale Commissie die als taak hebben de kwesties van nabuurschap te bestuderen en te regelen in de volgende geografische ruimte :

    — het Saarland;

    — het Land Rijnland-Palts, de regio's Trier en West-Palts alsmede de Landkreis Birkenfeld;

    — de regio Lotharingen;

    — het Groothertogdom Luxemburg;

    — de provincies Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen, op het grondgebied waarvan de federale overheid, het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap hun bevoegdheden geheel of gedeeltelijk uitoefenen.

    De geografische ruimte zoals hiervoor omschreven, wordt aangegeven op een kaart bij deze Overeenkomst.

    3.a) De Intergouvernementele Commissie is samengesteld uit vier delegaties waarvan de leden worden aangesteld door de onderscheiden regeringen. Elke delegatie bestaat uit maximum negen leden en kan een beroep doen op deskundigen.

    b) De Intergouvernementele Commissie komt in principe achtereenvolgens in elk van de vier Staten, eenmaal per jaar bijeen.

    c) De Intergouvernementele Commissie kan werkgroepen oprichten.

    d) De Intergouvernementele Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op.

    4. De Intergouvernementele Commissie formuleert ten behoeve van de Overeenkomstsluitende Partijen algemene beleidslijnen in verband met vraagstukken over de samenwerking inzake de geografische ruimte zoals omschreven in lid 2 en ze bereidt, in voorkomend geval, ontwerp-overeenkomsten voor. De Intergouvernementele Commissie behandelt de vraagstukken die betrekking hebben op grensoverschrijdende samenwerking waarvoor geen oplossing kan worden aangereikt door de Regionale Commissie. Deze wordt er door de Intergouvernementele Commissie mee belast haar voorstellen of ontwerp-overeenkomsten voor te leggen, aanbevelingen te formuleren en verslag uit te brengen over punten die nader moeten worden bekeken.

    5.a) De Regionale Commissie bestaat uit :

    — vertegenwoordigers van de regeringen van het Saarland en Rijnland-Palts;

    — voor Frankrijk, vertegenwoordigers van de overheid en van de desbetreffende territoriale collectiviteiten;

    — vertegenwoordigers van het Groothertogdom Luxemburg;

    — vertegenwoordigers van het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap.

    Deskundigen kunnen worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergaderingen.

    b) De Regionale Commissie komt zo vaak als nodig, en ten minste eens per jaar bijeen.

    c) De Regionale Commissie kan werkgroepen oprichten.

    d) De Regionale Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op.

    6. De Regionale Commissie behandelt alle vraagstukken over de samenwerking inzake de geografische ruimte zoals omschreven in lid 2. Aan de Intergouvernementele Commissie legt ze alleen die vraagstukken voor waarvoor ze op regionaal niveau geen oplossing kan aanreiken. Ze brengt bij de Intergouvernementele Commissie verslag uit over haar werkzaamheden en formuleert, in voorkomend geval, aanbevelingen.

    7. Deze Overeenkomst is niet van invloed op de werkzaamheden van op grond van internationale overeenkomsten reeds opgerichte of nog op te richten instanties.

    8. Deze Overeenkomst werd aangegaan in het Duits en het Frans, beide teksten zijnde gelijkelijk authentiek.

    9. Zo deze Overeenkomst wordt goedgekeurd door de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de regering van de Franse Republiek, vormen deze nota en de antwoordnota's van de ambassadeurs van voornoemde Staten, die in dezelfde bewoordingen werden gesteld en die de goedkeuring uitdrukken van hun regering, een Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Franse Republiek en de regering van het Groothertogdom Luxemburg. De Overeenkomst treedt in werking op de datum waarop alle Overeenkomstsluitende Partijen de regering van het Groothertogdom Luxemburg ervan in kennis hebben gesteld, dat op nationaal niveau is voldaan aan de noodzakelijke voorwaarden voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst. De datum die in aanmerking wordt genomen, is die waarop de regering van het Groothertogdom Luxemburg de laatste kennisgeving krijgt toegestuurd.

    De regering van het Groothertogdom Luxemburg stelt de andere Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de datums van ontvangst van de kennisgevingen dat aan de nationale formaliteiten is voldaan alsmede van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

    10. Deze Overeenkomst komt in de plaats van de Overeenkomst van 16 oktober 1980 tussen de regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Groothertogdom Luxemburg die wordt beëindigd op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst, vermeld in lid 1 tot lid 11.

    11. Deze Overeenkomst kan te allen tijde door één van de Overeenkomstsluitende Partijen worden opgezegd. De opzegging gebeurt schriftelijk en ze gaat in drie maanden nadat de andere Overeenkomstsluitende Partijen gelijktijdig hiervan op de hoogte werden gebracht.

    Met de meeste hoogachting,

    Georges Santer »

    Ik heb de eer u ervan in kennis te stellen dat mijn regering instemt met de voorstellen in uw nota. Uw nota en deze antwoordnota vormen dus, samen met de antwoordnota's van de ambassadeur van het Koninkrijk België en de ambassadeur van de Bondsrepubliek Duitsland, die in dezelfde bewoordingen werden gesteld, een Overeenkomst tussen de deelnemende regeringen. De Overeenkomst treedt in werking op de datum van ontvangst door de regering van het Groothertogdom Luxemburg van de laatste kennisgeving dat voldaan is aan de nationale formaliteiten. De Duitse en Franse tekst van de Overeenkomst zijn gelijkelijk authentiek.

    Met de meeste hoogachting,

    Bernard POTTIER


    VOORONTWERP VAN WET VOOR ADVIES VOORGELEGD AAN DE RAAD VAN STATE


    Voorontwerp van wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten bij uitwisseling van brieven op 23 mei 2005, tussen de Regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Regering van de Republiek Frankrijk en de Regering van het Groothertogdom Luxemburg inzake de samenwerking in de grensgebieden.

    Artikel 1

    Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

    Art. 2

    Het akkoord, gesloten bij uitwisseling van brieven op 23 mei 2005, tussen de Regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Regering van de Republiek Frankrijk en de Regering van het Groothertogdom Luxemburg inzake de samenwerking in de grensgebieden, zal volkomen gevolg hebben.


    ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE

    41.067/2/V


    De RAAD VAN STATE, afdeling wetgeving, tweede vakantiekamer, op 26 juli 2006 door de minister van Buitenlandse Zaken verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een voorontwerp van wet « houdende instemming met het akkoord, gesloten bij uitwisseling van brieven op 23 mei 2005, tussen de regering van het Koninkrijk België met het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de regering van de Republiek Frankrijk en de regering van het Groothertogdom Luxemburg inzake de samenwerking in de grensgebieden », heeft op 21 augustus 2006 het volgende advies gegeven :

    Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1º, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003, beperkt de afdeling wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

    Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

    1. Het akkoord waarmee men voornemens is in te stemmen, voorziet in de oprichting van een intergouvernementele commissie alsook van een regionale commissie. Er wordt bepaald dat de intergouvernementele commissie « samengesteld (is) uit vier delegaties waarvan de leden worden aangesteld door de onderscheiden regeringen », waarbij elke delegatie uit maximaal negen leden bestaat. De regionale commissie, harerzijds, zal, wat België betreft, bestaan uit vertegenwoordigers van het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap.

    Zoals in de memorie van toelichting wordt aangegeven, staat het overeenkomstig artikel 92bis, § 4bis, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, aan de betrokken bevoegdheidsniveaus om een samenwerkingsakkoord te sluiten over de vertegenwoordiging van België in die organen en over de procedure in verband met de standpuntbepaling en met de bij gebreke van consensus aan te nemen houding.

    2. In verband met de vertegenwoordiging van België in de regionale commissie ziet de afdeling wetgeving niet in waarom het akkoord waarmee men voornemens is in te stemmen, niet voorziet in een vertegenwoordiger van de federale overheid, terwijl die commissie, zoals de intergouvernementele commissie samenwerkingsvraagstukken dient te behandelen betreffende alle aangelegenheden die binnen de werkingssfeer van het akkoord vallen, zowel aangelegenheden waarvoor de federale overheid bevoegd is als aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het Waals Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap behoren.

    In dat opzicht zal het Waals Gewest volgens de memorie van toelichting « erop toezien dat de federale Staat vertegenwoordigd is in de groepen van de Regionale Commissie waar zijn bevoegdheden aan de orde komen » en dat « , voor zover nodig, [...] de verduidelijking (kan) worden opgenomen in het huishoudelijk reglement van de Regionale Commissie en in de voornoemde intrabelgische samenwerkingsovereenkomst ».

    Zulk een oplossing volstaat niet om de eigenlijke vertegenwoordiging van de federale overheid in de regionale commissie te garanderen.

    Aangezien het akkoord waarmee men voornemens is in te stemmen, op exhaustieve wijze bepaalt wie de hoedanigheid van lid van de regionale commissie bezit en aangezien die commissie op internationaal niveau georganiseerd is, zouden noch het huishoudelijk reglement van de commissie, noch het te sluiten samenwerkingsakkoord overigens een bepaling kunnen bevatten waarmee het mogelijk zou zijn de vertegenwoordiging van de federale overheid in de commissie te garanderen.

    De kamer was samengesteld uit

    De heer R. ANDERSEN, eerste voorzitter van de Raad van State,

    De heren P. LEWALLE en P. VANDERNOOT, staatsraden.

    Mevrouw C. GIGOT, griffier.

    Het verslag werd uitgebracht door de heer B. JADOT, eerste auditeur-afdelingshoofd.

    De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer R. ANDERSEN.

    De griffier, De eerste voorzitter,
    C. GIGOT. R. ANDERSEN.