3-1330/1

3-1330/1

Belgische Senaat

ZITTING 2004-2005

5 SEPTEMBER 2005


Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling tussen het Koninkrijk België en Anguilla, ondertekend te Brussel op 5 oktober 2004 en te Anguilla op 17 november 2004


INHOUD

  • Memorie van toelichting
  • Wetsontwerp
  • Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden
  • Voorontwerp van wet
  • Advies van de Raad van State

  • MEMORIE VAN TOELICHTING


    De regering onderwerpt heden aan uw goedkeuring de Overeenkomst tussen de regering van Anguilla en de regering van het Koninkrijk België betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling, ondertekend te Brussel op 5 oktober 2004 en te Anguilla in november 2004.

    ALGEMEEN

    De richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetalingen (hierna « de richtlijn ») legt aan de lidstaten van de Europese Unie een aantal regels op met betrekking tot de belastingheffing van inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetalingen.

    Het doel van de richtlijn is het mogelijk maken van een effectieve belastingheffing op rentebetalingen in de woonstaat van de uiteindelijk gerechtigde overeenkomstig de belastingwetgeving van die Staat, wanneer die rentebetalingen worden verricht in een lidstaat aan een uiteindelijk gerechtigde die een natuurlijke persoon is en inwoner van een andere lidstaat.

    Daartoe zullen de desbetreffende rentebetalingen het voorwerp uitmaken van een systeem van gegevensuitwisseling tussen alle lidstaten van de Europese Unie.

    Voor drie landen (België, het Groothertogdom Luxemburg en Oostenrijk) is evenwel een overgangsregeling ingevoerd. Gedurende een beperkte periode mogen deze drie landen, in plaats van gegevens uit te wisselen, een bronbelasting heffen volgens de regels die door de richtlijn zijn vastgelegd. Na afloop van die overgangsperiode zullen die drie landen het systeem van gegevensuitwisseling moeten toepassen.

    Artikel 17 van de richtlijn bepaalt in essentie dat :

    — De lidstaten de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die nodig zijn om aan de Richtlijn te voldoen moeten vaststellen en bekendmaken (wat België betreft gaat het om de wet van 17 mei 2004 tot omzetting in het Belgisch recht van de richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling en tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de roerende voorheffing, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 27 mei 2004).

    — De lidstaten de bepalingen van de richtlijn vanaf 1 januari 2005 toepassen op voorwaarde dat bepaalde derde landen vanaf diezelfde datum maatregelen toepassen die gelijkwaardig zijn aan die waarin is voorzien door de richtlijn, en op voorwaarde dat er overeenkomsten worden afgesloten met de betrokken afhankelijke of geassocieerde gebieden en dat die gebieden vanaf dezelfde datum de automatische gegevensuitwisseling toepassen waarin is voorzien door de richtlijn of dat ze gedurende de overgangsperiode de bronbelasting toepassen waarin is voorzien door de richtlijn.

    De Raad van de Europese Unie heeft op 19 juli 2004 beslist om de uitwerking van de richtlijn uit te stellen tot 1 juli 2005, datum waarop de overeenkomsten die met bepaalde derde landen en met de afhankelijke of geassocieerde gebieden werden afgesloten, in werking zouden moeten treden.

    De Overeenkomst tussen de regering van Anguilla en de regering van het Koninkrijk België betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling, die de regering aan uw goedkeuring voorlegt, voorziet voor de betrekkingen tussen België en Anguilla in een stelsel dat identiek is aan het stelsel dat is voorgeschreven door de richtlijn.

    Op grond van voornoemde Overeenkomst past enkel België het overgangsstelsel van de bronbelasting toe (dat stelsel stemt overeen met de bronbelasting die is omschreven in artikel 11 van de richtlijn en die door de wet van 17 mei 2004 « woonstaatheffing » wordt genoemd), terwijl Anguilla vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst de uitwisseling van gegevens toepast.

    Op grond evenwel van artikel 12, § 2 van de Overeenkomst, moeten de in België gevestigde uitbetalende instanties de bronbelasting pas heffen of inlichtingen over rentebetalingen aan een inwoner van Anguilla pas meedelen vanaf het tijdstip waarop Anguilla de rentebetalingen aan een directe belasting onderwerpt. Op dat moment zal de datum vanaf wanneer die directe belasting in Anguilla is ingevoerd, worden medegedeeld aan de in België gevestigde uitbetalende instanties met een bericht dat in het Belgisch Staatsblad zal gepubliceerd worden.

    Uit het door de Overeenkomst ingevoerde stelsel volgt dat :

    — Gedurende de door artikel 10, lid 2 van de richtlijn bepaalde overgangsperiode, de bronbelasting op rentebetalingen aan een uiteindelijk gerechtigde die een natuurlijke persoon is en die inwoner is van Anguilla pas wordt ingehouden door een in België gevestigde uitbetalende instantie vanaf het tijdstip waarop Anguilla de rentebetalingen aan een directe belasting onderwerpt. Zolang die voorwaarde niet is vervuld, is er geen overdracht van ontvangsten naar Anguilla.

    — Gedurende de overgangsperiode de uitzondering op de procedure van de bronbelasting (hetzij de uitwisseling van inlichtingen, hetzij de verklaring) in België slechts wordt toegepast vanaf het tijdstip waarop Anguilla de rentebetalingen aan een directe belasting onderwerpt. Overeenkomstig artikel 7, § 1 van de wet van 17 mei 2004 zal in België enkel gebruik worden gemaakt van de verklaring.

    — Indien België er tijdens de overgangsperiode voor kiest de automatische uitwisseling van gegevens toe te passen op de wijze waarin is voorzien door de artikelen 8 en 9 van de richtlijn, het automatisch gegevens zal mededelen aan Anguilla vanaf het tijdstip waarop Anguilla de rentebetalingen aan een directe belasting onderwerpt.

    — België na afloop van de overgangsperiode automatisch gegevens zal meedelen aan Anguilla op de wijze waarin is voorzien door de artikelen 8 en 9 van de richtlijn en vanaf het tijdstip waarop Anguilla de rentebetalingen aan een directe belasting onderwerpt.

    — Anguilla vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst, automatisch gegevens aan België meedeelt betreffende rentebetalingen die door een in Anguilla gevestigde uitbetalende instantie zijn verricht aan een inwoner van België.

    Het tarief van de bronbelasting die eventueel in België zal worden geheven gelijk is aan :

    — 15 % gedurende de eerste drie jaar, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst;

    — 20 % gedurende de volgende drie jaar;

    — daarna 35 %.

    Krachtens artikel 12, § 1 van de Overeenkomst, treedt deze in werking op de dertigste dag na de datum waarop de regeringen van België en van Anguilla elkaar schriftelijk kennis hebben gegeven van de vervulling van hun grondwettelijke formaliteiten. De bepalingen van de Overeenkomst zijn evenwel van toepassing vanaf de datum waarop de richtlijn van toepassing is.

    Onder voorbehoud van een nieuwe beslissing van de Raad van de Europese Unie waarbij de inwerkingtreding van de richtlijn wordt uitgesteld, zou de Overeenkomst dus, net als de richtlijn, op 1 juli 2005 in werking moeten treden.

    COMMENTAAR BIJ DE ARTIKELEN

    Artikel 1 stelt dat deze wet een aangelegenheid regelt zoals bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. De wet heeft immers betrekking op de goedkeuring van een door België gesloten internationale overeenkomst.

    Artikel 2 betreft de eigenlijke goedkeuring van de Overeenkomst.

    Artikel 3 bepaalt dat de bronbelasting waarvan sprake in de Overeenkomst wat België betreft overeenstemt met de bronbelasting die « woonstaatheffing » wordt genoemd en waarvan de inning wordt geregeld door de wet van 17 mei 2004.

    De bepalingen van de Overeenkomst kunnen onmiddellijk worden toegepast. Het is dus niet nodig om op het vlak van het materieel recht maatregelen te nemen tot omzetting van de richtlijn in het Belgisch recht. Om evenwel elke twijfel te vermijden die kan voortvloeien uit het gebruik van een verschillende woordkeuze, preciseert de wet houdende goedkeuring dat de door de Overeenkomst beoogde bronbelasting overeenstemt met de woonstaatheffing die door de wet van 17 mei 2004 wordt ingevoerd in de Belgische belastingwetgeving.

    De minister van Buitenlandse Zaken,

    Karel DE GUCHT.

    De minister van Financiën,

    Didier REYNDERS.


    WETSONTWERP


    ALBERT II,

    Koning der Belgen,

    Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen,

    Onze Groet.

    Op de voordracht van Onze minister van Buitenlandse Zaken en van Onze minister van Financiën,

    Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

    Onze minister van Buitenlandse Zaken en Onze minister van Financiën zijn ermee belast het ontwerp van wet, waarvan de tekst hierna volgt, in Onze naam aan de Wetgevende Kamers voor te leggen en bij de Senaat in te dienen :

    Artikel 1

    Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

    Art. 2

    De Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling tussen het Koninkrijk België en Anguilla, ondertekend te Brussel op 5 oktober 2004 en te Anguilla op 17 november 2004, zal volkomen gevolg hebben.

    Art. 3

    De bronbelasting waarvan sprake in artikel 5 van de Overeenkomst, stemt, wat België betreft, overeen met de bronbelasting die « woonstaatheffing » wordt genoemd en die wordt beoogd door artikel 4, § 1, van de wet van 17 mei 2004 tot omzetting in het Belgisch recht van de richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling en tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de roerende voorheffing. De toepassingsmodaliteiten van deze bronbelasting die niet zijn geregeld door de Overeenkomst, worden geregeld volgens de bepalingen van Titel II van voornoemde wet van 17 mei 2004.

    Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 24 augustus 2005.

    ALBERT

    Van Koningswege :

    De minister van Buitenlandse Zaken,

    Karel DE GUCHT.

    De minister van Financiën,

    Didier REYNDERS.


    OVEREENKOMST

    in de vorm van een briefwisseling betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden.

    A. Brief van het Koninkrijk België

    Mijnheer,

    Ik verwijs naar de tekst van de « ontwerp-modelovereenkomst tussen de regering van Anguilla en de regering van (België, Oostenrijk, of Luxemburg) betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling », die op 22 juni 2004 werd goedgekeurd door de Groep op hoog niveau (Belastingheffing op Spaargelden) van de Raad van ministers van de Europese Unie.

    In het licht van bovengenoemde tekst heb ik de eer

    — u de Overeenkomst betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in bijlage 1 bij deze brief voor te stellen;

    — voor te stellen dat voornoemde overeenkomst in werking kan treden vanaf het tijdstip waarop richtlijn 2003/48/EEG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling wordt toegepast, tijdstip dat zal afhangen van de voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 17 (2) van de richtlijn, afhankelijk van de wederzijdse kennisgeving dat de interne grondwettelijke formaliteiten voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst vervuld zijn;

    — voor te stellen dat wij er ons wederzijds toe verbinden om zo spoedig mogelijk de voornoemde interne grondwettelijke formaliteiten te vervullen en elkaar via de officiële kanalen onverwijld van de voltooiing daarvan in kennis te stellen.

    Ik heb de eer voor te stellen dat, indien het bovenstaande voor uw Regering aanvaardbaar is, deze brief samen met zijn bijlage 1 en uw bevestiging tezamen onze wederzijdse goedkeuring en afsluiting vormen van de overeenkomst tussen het Koninkrijk België en Anguilla.

    Hoogachtend,

    Voor het Koninkrijk België,

    De minister van Financiën

    Gedaan te Brussel, op 5 oktober 2004, in de Nederlandse taal in drie exemplaren.


    B. Brief van Anguilla

    Mijnheer,

    Ik heb de eer u de ontvangst te bevestigen van uw brief 5 oktober 2004, welke als volgt luidt

    « Mijnheer,

    Ik verwijs naar de tekst van de « ontwerp-modelovereenkomst tussen de regering van Anguilla en de regering van het Koninkrijk België betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling », die op 22 juni 2004 werd goedgekeurd door de Groep op hoog niveau (Belastingheffing op Spaargelden) van de Raad van ministers van de Europese Unie.

    In het licht van bovengenoemde tekst heb ik de eer

    — u de Overeenkomst betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in bijlage 1 bij deze brief voor te stellen;

    — voor te stellen dat voornoemde overeenkomst in werking kan treden vanaf het tijdstip waarop richtlijn 2003/48/EEG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling wordt toegepast, tijdstip dat zal afhangen van de voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 17 (2) van de richtlijn, afhankelijk van de wederzijdse kennisgeving dat de interne grondwettelijke formaliteiten voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst vervuld zijn;

    — voor te stellen dat wij er ons wederzijds toe verbinden om zo spoedig mogelijk de voornoemde interne grondwettelijke formaliteiten te vervullen en elkaar via de officiële kanalen onverwijld van de voltooiing daarvan in kennis te stellen.

    Ik heb de eer voor te stellen dat, indien het bovenstaande voor uw Regering aanvaardbaar is, deze brief samen met zijn bijlage 1 en uw bevestiging tezamen onze wederzijdse goedkeuring en afsluiting vormen van de overeenkomst tussen het Koninkrijk België en Anguilla.

    Hoogachtend, »

    Ik kan u meedelen dat de regering van Anguilla instemt met de inhoud van uw brief.

    Voor Anguilla,

    Minister of Finance

    Gedaan te Anguilla op 17 november 2004, in de Nederlandse taal in drie exemplaren.


    BIJLAGE 1

    C. Tekst van de modelovereenkomst

    Overeenkomst tussen de regering van Anguilla en de regering van het Koninkrijk België betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling

    De regering van Anguilla en de regering van het Koninkrijk België, geleid door de wens een overeenkomst te sluiten die het mogelijk maakt dat inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling die in een van de overeenkomstsluitende partijen worden verricht aan uiteindelijk gerechtigden die een natuurlijke persoon zijn en hun woonplaats in de andere overeenkomstsluitende partij hebben, effectief worden belast overeenkomstig het recht van laatstgenoemde overeenkomstsluitende partij in overeenstemming met richtlijn 2003/48/EEG van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling, zijn het volgende overeengekomen :

    Artikel 1

    Toepassingsgebied

    1. Deze Overeenkomst is van toepassing op rentebetalingen die worden verricht door een op het grondgebied van een van de overeenkomstsluitende partijen gevestigde uitbetalende instantie, met al doel het mogelijk te maken dat inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling welke in een overeenkomstsluitende partij worden verricht aan uiteindelijk gerechtigden die een natuurlijke persoon zijn en hun fiscale woonplaats in de andere overeenkomstsluitende partij hebben, effectief worden belast overeenkomstig het nationale recht van laatstgenoemde overeenkomstsluitende partij.

    2. De werkingssfeer van deze overeenkomst is beperkt tot belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling op schuldvorderingen; vraagstukken in verband met de fiscale behandeling van, onder meer, pensioen en verzekeringsuitkeringen vallen buiten de werkingssfeer van deze overeenkomst.

    Artikel 2

    Definities

    1. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt, tenzij de context anders vereist, verstaan onder :

    a. « een overeenkomstsluitende partij » en « de andere overeenkomstsluitende partij » Anguilla of het Koninkrijk België, naargelang de context;

    b. « richtlijn » : richtlijn 2003/48/EEG van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling, zoals van toepassing op de datum van ondertekening van deze overeenkomst;

    c. « België » : het Koninkrijk België;

    d. « uiteindelijk gerechtigde » : uiteindelijk gerechtigde in de zin van artikel 2 van de richtlijn;

    e. « uitbetalende instantie » : uitbetalende instantie in de zin van artikel 4 van de richtlijn;

    f. « bevoegde autoriteit » :

    i) in het geval van Anguilla : the Comptroller of Inland Revenue.

    ii) in het geval van het Koninkrijk België : de bevoegde autoriteit van die Staat in de zin van artikel 5 van de richtlijn;

    g. « rentebetaling » : rentebetaling in de zin van artikel 6 van de richtlijn, met inachtneming van artikel 15 van de richtlijn;

    h. aan niet anderszins omschreven termen wordt de betekenis gehecht die in de richtlijn daaraan wordt gegeven.

    2. Voor de toepassing van de overeenkomst wordt in de bepalingen van de richtlijn waarnaar in deze overeenkomst wordt verwezen in plaats van « Lidstaten » gelezen : overeenkomstsluitende partijen.

    Artikel 3

    Identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde

    Voor de toepassing van de artikelen 4 tot en met 6 bepaalt elke overeenkomstsluitende partij de procedures die nodig zijn om de uitbetalende instantie in staat te stellen de identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigden vast te stellen en draagt zorg voor de toepassing van deze procedures binnen zijn grondgebied. Deze procedures voldoen aan de minimumnormen van artikel 3, leden 2 en 3 van de richtlijn, met dien verstande dat, met betrekking tot Anguilla en wat betreft het bepaalde in lid 2, onder a) en in lid 3, onder a), de identiteit en de woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde worden vastgesteld op grond van de informatie waarover de uitbetalende instantie beschikt krachtens de geldende voorschriften van de in Anguilla geldende wetgeving tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld.

    Artikel 4

    Automatische gegevensuitwisseling

    1. De bevoegde autoriteit van de overeenkomstsluitende partij van de uitbetalende instantie verstrekt de in artikel 8 van de richtlijn bedoelde gegevens aan de bevoegde autoriteit van de andere overeenkomstsluitende partij waar de uiteindelijk gerechtigde zijn woonplaats heeft.

    2. De gegevensverstrekking gebeurt automatisch en ten minste eenmaal per jaar, binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar van de overeenkomstsluitende partij van de uitbetalende instantie, voor alle gedurende dat jaar verrichte rentebetalingen.

    3. De overeenkomstsluitende partijen behandelen de gegevensuitwisseling uit hoofde van deze overeenkomst op een wijze die strookt met het bepaalde in artikel 7 van richtlijn 77/799/EEG.

    Artikel 5

    Overgangsbepalingen

    1. Indien de uiteindelijk gerechtigde van de rente woonachtig is in Anguilla en de uitbetalende instantie in het Koninkrijk België is gevestigd, heft het Koninkrijk België gedurende de in artikel 10 van de richtlijn bedoelde overgangsperiode bronbelasting tegen een tarief van 15 % gedurende de eerste drie jaar van de overgangsperiode, tegen een tarief van 20 % gedurende de volgende drie jaar en tegen een tarief van 35 % daarna. Gedurende deze periode is het Koninkrijk België niet gehouden de bepalingen van artikel 4 toe te passen. Het Koninkrijk België ontvangt echter gegevens van Anguilla overeenkomstig dat artikel.

    2. De uitbetalende instantie houdt de bronbelasting in op de wijze als omschreven in artikel 11, leden 2 en 3, van de richtlijn.

    3. Het opleggen van bronbelasting door het Koninkrijk België belet Anguilla niet de inkomsten te belasten overeenkomstig het nationale recht van Anguilla.

    4. Tijdens de overgangsperiode kan het Koninkrijk België bepalen dat een marktdeelnemer die rente uitbetaalt of een rentebetaling bewerkstelligt voor een in Anguilla gevestigde entiteit als bedoeld in artikel 4, lid 2, van de richtlijn, wordt aangemerkt als de uitbetalende instantie in plaats van de entiteit, en de bronbelasting op die rente heffen, tenzij de entiteit formeel heeft aanvaard dat haar naam en adres alsmede het totale bedrag van de rentebetaling die aan haar is verricht of voor haar is bewerkstelligd, worden meegedeeld overeenkomstig de laatste alinea van artikel 4, lid 2.

    5. Aan het einde van de overgangsperiode zal het Koninkrijk België de bepalingen van artikel 4 toepassen en zal niet langer bronbelasting en verdeling van belastingopbrengsten als bedoeld in deze bepaling en in artikel 6 toepassen. Als het Koninkrijk België er tijdens de overgangsperiode voor kiest de bepalingen van artikel 4 toe te passen, zal het niet langer bronbelasting en verdeling van belastingopbrengsten als bedoeld in deze bepaling en in artikel 6 toepassen.

    Artikel 6

    Verdeling van belastingopbrengsten

    1. Het Koninkrijk België behoudt 25 % van de opbrengsten van de bronbelasting als bedoeld in artikel 5, lid 1, en draagt 75 % van de opbrengsten over aan Anguilla.

    2. Indien het Koninkrijk België overeenkomstig artikel 5, lid 4, bronbelasting heft, behoudt het Koninkrijk België 25 % van de opbrengsten van de bronbelasting geheven op rentebetalingen aan in Anguilla gevestigde entiteiten als bedoeld in artikel 4, lid 2, van de richtlijn en draagt 75 % over aan Anguilla.

    3. Die overdrachten vinden plaats uiterlijk in de zes maanden volgend op het einde van het belastingjaar van het Koninkrijk België.

    4. Het Koninkrijk België treft de maatregelen die nodig zijn om het systeem voor de verdeling van de belastingopbrengsten correct te doen functioneren.

    Artikel 7

    Uitzonderingen op de procedure van bronbelasting

    1. Het Koninkrijk België voorziet in één van beide of beide procedures van artikel 13, lid 1, van de richtlijn om te verzekeren dat uiteindelijk gerechtigden een verzoek kunnen indienen tot het niet-inhouden van bronbelasting.

    2. Op verzoek van de uiteindelijk gerechtigde geeft de bevoegde autoriteit van de overeenkomstsluitende partij waar deze zijn fiscale woonplaats heeft een verklaring af overeenkomstig artikel 13, lid 2, van de richtlijn.

    Artikel 8

    Voorkomen van dubbele belasting

    Anguilla zorgt ervoor dat het heffen van bronbelasting als bedoeld in artikel 5 niet leidt tot dubbele belasting, overeenkomstig het bepaalde in artikel 14, leden 2 en 3, van de richtlijn of zorgt voor restitutie van de bronbelasting.

    Artikel 9

    Andere bronbelastingen

    De overeenkomst belet de overeenkomstsluitende partijen niet om, naast de bronbelasting als bedoeld in artikel 5, overeenkomstig hun nationale wetten en verdragen tot voorkoming van dubbele belasting, ook andere bronbelastingen te heffen.

    Artikel 10

    Omzetting

    De overeenkomstsluitende partijen dienen vóór 1 januari 2005 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om aan deze overeenkomst te voldoen.

    Artikel 11

    Bijlage

    De tekst van de richtlijn en van artikel 7 van richtlijn 77/799/EEG van de Raad van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe en indirecte belastingen, zoals die van toepassing zijn op de datum van ondertekening van deze overeenkomst en waarnaar in deze overeenkomst wordt verwezen, zijn als bijlage aan deze overeenkomst gehecht en maken integraal deel daarvan uit. De tekst van artikel 7 van richtlijn 77/799/EEG in deze bijlage wordt vervangen door de tekst van dat artikel in de gewijzigde Richtlijn 77/799/EEG indien deze gewijzigde richtlijn in werking treedt vóór de datum waarop de bepalingen van deze overeenkomst van kracht worden.

    Artikel 12

    Inwerkingtreding

    1. Deze overeenkomst treedt in werking op de dertigste dag na de laatste van de data waarop de respectieve regeringen er elkaar schriftelijk van in kennis hebben gesteld dat de grondwettelijke formaliteiten vervuld zijn, en de bepalingen ervan zullen toepassing vinden vanaf de datum waarop de richtlijn van toepassing is krachtens artikel 17, lid 2 en 3, van de richtlijn.

    2. Bij gebrek aan directe belastingen in Anguilla zullen de artikelen 4 tot en met 7 van deze overeenkomst niet van toepassing zijn in het Koninkrijk België.

    Artikel 13

    Beëindiging

    Deze overeenkomst blijft van kracht totdat zij door één van beide overeenkomstsluitende partijen wordt beëindigd. Elke overeenkomstsluitende partij kan de overeenkomst langs diplomatieke weg beëindigen door ten minste zes maanden vóór het einde van enig kalenderjaar na het verstrijken van een tijdvak van drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst kennis te geven van beëindiging. In dat geval houdt de overeenkomst op van toepassing te zijn voor tijdvakken die aanvangen na het einde van het kalenderjaar waarin de kennisgeving van beëindiging is gegeven.

    Deze overeenkomst is opgesteld in de Franse, de Engelse en de Nederlandse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.


    BIJLAGE

    Tekst van artikel 7 van richtlijn 7/799/EEG

    Artikel 7

    Geheimhouding

    1. Alle inlichtingen waarover een Lidstaat uit hoofde van deze richtlijn beschikt, worden in deze Lidstaat geheim gehouden op dezelfde wijze als geschiedt met de gegevens die deze Lidstaat verkrijgt uit hoofde van de eigen nationale wetgeving. Hoe dan ook mogen deze inlichtingen :

    — alleen aan die personen ter kennis worden gebracht die bij de vaststelling van de belastingschuld of bij de administratieve controle in verband met de vaststelling van de belastingschuld rechtstreeks zijn betrokken;

    — daarenboven alleen in gerechtelijke procedures of procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast, ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vastelling van de belastingschuld, uitsluitend aan die personen ter kennis worden gebracht die rechtstreeks bij deze procedures zijn betrokken; deze inlichtingen mogen echter tijdens openbare rechtszittingen of bij rechterlijke uitspraken worden vermeld, indien de bevoegde autoriteit van de Lidstaat die de inlichtingen verstrekt daar geen bezwaar tegen heeft;

    — uitsluitend worden gebruikt voor fiscale doeleinden of voor gerechtelijke procedures of procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast, ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vaststelling van de belastingschuld.

    Bovendien kan door de lidstaten worden bepaald dat de in de eerste alinea bedoelde inlichtingen mogen worden gebruikt om andere heffingen, rechten en belastingen vast te stellen die vallen onder artikel 2 van Richtlijn 76/308/EEG (1) .

    2. Het bepaalde in lid 1 houdt niet in dat een Lidstaat waarvan de wetgeving of de administratieve praktijk voor nationale doeleinden verdergaande beperkingen bevatten dan die welke in dit lid zijn vervat, gehouden is tot het verstrekken van inlichtingen indien de Staat waarvoor deze zijn bestemd, zich niet verbindt deze verdergaande beperkingen in acht te nemen.

    3. In afwijking van het bepaalde in lid 1 kan de bevoegde autoriteit van de inlichtingen verstrekkende Lidstaat toestaan dat in de Lidstaat die de inlichtingen ontvangt, deze ook voor andere doeleinden worden gebruikt, indien de wetgeving van de inlichtingen verstrekkende Lidstaat in het eigen land een gelijksoortig gebruik onder overeenkomstige omstandigheden toestaat.

    4. Wanneer de bevoegde autoriteit van een Lidstaat van mening is dat de inlichtingen die zij van de bevoegde autoriteit van een andere Lidstaat heeft ontvangen, van nut kunnen zijn voor de bevoegde autoriteit van een derde Lidstaat, kan zij de betrokken inlichtingen, met toestemming van de bevoegde autoriteit die de inlichtingen heeft verstrekt, doorgeven aan de bevoegde autoriteit van laatstbedoelde Lidstaat.


    VOORONTWERP VAN WET VOOR ADVIES VOORGELEGD AAN DE RAAD VAN STATE


    Voorontwerp van wet houdende instemming met de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling tussen het Koninkrijk België en Anguilla, ondertekend te Brussel op 5 oktober 2004 en te Anguilla op 17 november 2004.

    Artikel 1

    Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

    Art. 2

    De Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling tussen het Koninkrijk België en Anguilla, ondertekend te Brussel op 5 oktober 2004 en te Anguilla op 17 november 2004, zal volkomen gevolg hebben.

    Art. 3

    De bronbelasting waarvan sprake in artikel 5 van de Overeenkomst, stemt, wat België betreft, overeen met de bronbelasting die « woonstaatheffing » wordt genoemd en die wordt beoogd door artikel 4, § 1 van de wet van 17 mei 2004 tot omzetting in het Belgisch recht van de richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling en tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de roerende voorheffing. De toepassingsmodaliteiten van deze bronbelasting die niet zijn geregeld door de Overeenkomst, worden geregeld volgens de bepalingen van Titel II van voornoemde wet van 17 mei 2004.


    ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE

    38.870/2/V


    De RAAD VAN STATE, afdeling wetgeving, tweede vakantiekamer, op 26 juli 2005 door de minister van Buitenlandse Zaken verzocht hem, binnen een termijn van vijf werkdagen, van advies te dienen over een voorontwerp van wet « houdende instemming met de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling tussen het koninkrijk België en Anguilla, ondertekend te Brussel op 5 oktober 2004 en te Anguilla op 17 november 2004 », heeft op 2 augustus 2005 het volgende advies gegeven :

    Overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2º, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, ingevoegd bij de wet van 4 augustus 1996 en vervangen bij de wet van 2 april 2003, moeten in de adviesaanvraag in het bijzonder de redenen worden aangegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan.

    De motivering in de brief luidt als volgt :

    « De hoogdringendheid wordt als volgt gemotiveerd :

    « De richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling legt aan de lidstaten van de Europese Unie een aantal regels op inzake belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling. In België werd de richtlijn omgezet bij wet van 17 mei 2004 tot omzetting in het Belgisch recht van de richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling en tot wijziging van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 inzake de roerende voorheffing, die gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad van 27 mei 2004.

    De lidstaten moeten de bepalingen van de richtlijn toepassen met ingang van 1 juli 2005 op voorwaarde dat een aantal derde staten vanaf dezelfde datum maatregelen toepassen die gelijkwaardig zijn aan deze die voorzien zijn in de richtlijn en op voorwaarde dat er akkoorden zouden gesloten worden met de betrokken afhankelijke en geassocieerde territoria en dat deze vanaf dezelfde datum de automatische informatieuitwisseling die voorzien is in de richtlijn, of tijdens de overgangsperiode, de inhouding aan de bron zoals voorzien in de richtlijn toepassen.

    De akkoorden met de afhankelijke en geassocieerde territoria zijn bilaterale akkoorden gesloten door elk Lidstaat van de Europese Unie met elk van de tien betrokken territoria (in totaal 250 bilaterale akkoorden).

    Elk bilateraal akkoord treedt in werking nadat de vereiste grondwettelijke formaliteiten in België en in elk van de territoria vervuld zijn. Indien, om een of andere reden, een of meerdere akkoorden slechts na 1 juli 2005, in werking zouden kunnen treden, zouden deze niettemin vanaf deze datum toegepast moeten worden.

    De ontwerpen van instemmingswet met de akkoorden getekend met Nederland, voor wat enerzijds de Nederlandse Antillen en anderzijds Aruba betreft, en met respectievelijk Guernesey, het Eiland Man en Jersey werden voorgelegd aan de Raad van State op 18 april 2005.

    De ontwerpen van instemmingswet met de akkoorden getekend met Anguilla, de Eilanden Turks en Caicos, Montserrat, de Britse Maagdeneilanden en de Cayman-eilanden konden op deze datum niet aan de Raad van State voorgelegd worden (deze akkoorden werden eind 2004 en in de maand april 2005 getekend; de originele ondertekende teksten van de akkoorden werden slechts in april (wat 3 akkoorden betreft) en begin mei (wat de 2 andere akkoorden betreft), via de Britse fiscale administratie, aan de Belgische fiscale administratie bezorgd).

    Om te vermijden dat een vertraging in de goedkeuringsprocedure van de akkoorden, in België of in een van de betrokken territoria de toepassing van de bepalingen van de akkoorden vanaf 1 juli 2005 in de weg zou staan, werd een ontwerp van speciale wet houdende bepalingen die gelijkwaardig zijn aan de bepalingen van de akkoorden voorgelegd aan het parlement op basis van artikel 78 van de Grondwet (Doc. 51-1791/1). Over het ontwerp werd in de Kamer gestemd op 26/05/2005 en in de Senaat op 16/06/2005. Tijdens de bespreking van het ontwerp van wet in de Senaat is gebleken dat er een risico bestaat dat het Arbitragehof deze wet zou annuleren. De bewuste akkoorden moeten dus zo spoedig mogelijk in werking treden ten einde elk risico van een juridisch vacuum te ondervangen ». »


    Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2º, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003, beperkt de afdeling wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten, haar onderzoek tot de rechtsgrond van het voorontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

    Op die drie punten behoeft over het voorontwerp geen enkele opmerking te worden gemaakt.

    De kamer was samengesteld uit :

    De heer J. MESSINNE, kamervoorzitter,

    De heren J. JAUMOTTE en I. KOVALOVSZKY, staatsraden,

    Mevrouw B. VlGNERON, griffier.

    Het verslag werd uitgebracht door de heer J. REGNIER, eerste auditeur-afdelingshoofd.

    De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer J. JAUMOTTE.

    De griffier, De voorzitter,
    B. VIGNERON. J. MESSINNE.

    (1) PB L 73 van 19 maart 1976.