3-346/1 | 3-346/1 |
18 NOVEMBER 2003
1. De huidige indeling in kieskringen, inzonderheid de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, houdt geen rekening met de grondwettelijke indeling van het land in taalgebieden, gewesten en gemeenschappen.
2. De wet van 13 december 2002 tot wijziging van het Kieswetboek en zijn bijlage heeft overal in het land provinciale kieskringen ingesteld, met uitzondering van de provincie Vlaams-Brabant. Het arrest nr. 73/2003 van het Arbitragehof heeft de regeling voor Vlaams-Brabant vernietigd. De kernoverwegingen van het arrest op dit punt zijn de overwegingen nrs. B.9.2 (over de vroegere situatie) en B.8.4, B.9.5 tot en met B.9.8 (over de nieuwe situatie en de toekomstige regeling).
— B.8.4 : « doordat het aantal kandidaten dat wordt verkozen in de kieskringen Brussel-Halle-Vilvoorde en Leuven niet afhangt van de respectieve bevolkingscijfers van die kieskringen, wordt aan de kiezers en de kandidaten van twee van de kieskringen van het Rijk op discriminerende wijze de waarborg ontzegd waarin artikel 63 van de Grondwet voorziet ».
— B.9.2 : Het Hof oordeelt, verwijzend naar zijn arrest nr. 90/94, dat, hoewel het handhaven van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, in 1994, bestaanbaar kon worden beoordeeld met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, diezelfde bepalingen die handhaving op dat ogenblik niet vereisten, noch thans vereisen (1).
— B.9.5. : Door de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde te handhaven (terwijl elders provinciale kieskringen werden ingesteld) behandelt de wetgever de kandidaten van de provincie Vlaams-Brabant op een andere wijze dan de kandidaten van de andere provincies.
— B.9.6. : « De maatregel gaat weliswaar uit van de bekommernis, die reeds in het arrest nr. 90/94 werd vatgesteld, om te zoeken naar een onontbeerlijk evenwicht tussen de belangen van de verschillende gemeenschappen en gewesten binnen de Belgische Staat. De gegevens van dat evenwicht zijn niet onveranderlijk. Het Hof zou evenwel in de plaats van de wetgever oordelen, indien het zou beslissen dat onmiddellijk een einde zou moeten worden gemaakt aan een situatie die tot op heden de goedkeuring van de wetgever had, terwijl het Hof niet alle problemen kan beheersen waaraan de wetgever het hoofd moet bieden om de communautaire vrede te handhaven. »
— B.9.7. « In geval van behoud van provinciale kieskringen voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, kan een nieuwe samenstelling van de kieskringen in de vroegere provincie Brabant gepaard gaan met bijzondere modaliteiten die kunnen afwijken van degene die gelden voor de andere kieskringen, teneinde de gewettigde belangen van de Nederlandstaligen en de Franstaligen in die vroegere provincie te vrijwaren. »
3. Daar de provinciale kieskringen elders in het land niet werden vernietigd moet de wetgever optreden, hetzij om de provinciale kieskringen overal terug af te schaffen, hetzij om een provinciale kieskring Vlaams-Brabant op te richten, weze het dat de samenstelling van de kieskringen in de vroegere provincie Brabant gepaard kan gaan met bijzonder modaliteiten die kunnen afwijken van degene die gelden voor de andere kieskringen, teneinde de gewettigde belangen van de Nederlandstaligen en de Franstaligen in die vroegere provincie te vrijwaren.
4. Elke duurzame oplossing moet uitgaan van de noodzaak de grenzen van de taalgebieden, gewesten en provincies te eerbiedigen. Zoniet zouden de gemeenschappen in dit land niet op gelijke voet behandeld worden.
5. Aan alle hierboven gestelde grondwettelijke vereisten kan worden voldaan door de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen (zowel voor Kamer en Senaat als voor het Europees Parlement), volgens de taal-, gewest- en provinciegrens. Dit betekent dat de kieskring Halle-Vilvoorde bij de Vlaamse kieskring wordt gevoegd (voor Senaat en Europees Parlement) en dat voor de parlementsverkiezingen de provinciale kieskring Vlaams-Brabant wordt ingesteld (arrondissementen Leuven + Halle-Vilvoorde) (2). Dit kan bij gewone wet, in wezen door wijziging van de tabel gevoegd bij artikel 87 van het Kieswetboek (Kamer van volksvertegenwoordigers), door aanpassing van artikel 87bis van het Kieswetboek (kieskringen Senaat) en artikel 9 van de wet 23 maart 1989 betreffende de verkiezingen van het Europese Parlement.
6. Evenwel om een correcte zetelverdeling over de vroegere provincie Brabant te behouden, wordt, voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, als bijzondere modaliteit voor deze gewezen provincie, de apparentering behouden, op dezelfde wijze als deze thans bestaat : de Brusselse lijsten kunnen apparenteren, hetzij met Vlaams-Brabant, hetzij met Waals-Brabant (nooit met beide, zoals nu ook hetzij met Leuven, hetzij met Nijvel geapparenteerd kan worden, maar nooit met beide tegelijk). Hieruit volgt dat de zetelverdeling met de nieuwe indeling, niet wezenlijk zal verschillen van de huidige. Om eventuele misbruiken te voorkomen, en met het oog op de indeling van de Kamerleden in taalgroepen, wordt ook een taalverklaring aan de Brusselse lijsten die voor apparentering kiezen, opgelegd : Nederlands voor de lijsten die met Vlaams-Brabant apparenteren, Frans voor de lijsten die met Waals-Brabant apparenteren.
Het voordeel van het behoud van de apparentering is dat, met volledig respect van artikel 63 van de Grondwet, de zetelverdeling gebeurt op basis van de stemmenverdeling op het niveau van de oude provincie Brabant. Vooral voor de kleinere partijen is dit belangrijk : zo kunnen de stemoverschotten tussen geapparenteerde lijsten gevaloriseerd worden. Dit zal in de praktijk vooral belangrijk zijn voor de Nederlandstalige lijsten te Brussel.
Zonder apparentering zouden de Vlaamse lijsten in Brussel niet aan bod komen, tenzij via gewaarborgde vertegenwoordiging of poolvorming van de stemmen per taalgroep.
Zelfs met gewaarborgde vertegenwoordiging of poolvorming zou het aantal zetels dat de Nederlandstaligen te Brussel zouden verkrijgen, waarschijnlijk nog te klein zijn om de « traditionele » Vlaamse partijen aan bod te laten komen, waardoor bepaalde van die partijen te Brussel steeds stemmen verloren zouden zien gaan, en dus verplicht zouden worden om een kartel te sluiten. Met apparentering worden die stemoverschotten steeds in de andere kieskring gevaloriseerd.
Een ander voordeel van het systeem van apparentering is dat het een gangbare en erkende praktijk is, die ook door het Arbitragehof niet werd afgewezen, dat het effect ervan zou zijn dat de zetelverdeling weinig afwijkt van de huidige zetelverdeling over de oude provincie Brabant
8. Een ander voordeel is dat de apparentering niet uitsluit dat tevens vooraf een minimum aantal zetels aan de Vlaamse lijsten te Brussel zou worden gewaarborgd. Die mogelijkheid werd in dit wetsvoorstel echter niet opgenomen, daar het de bedoeling van de indieners is om de bestaande regeling zoveel mogelijk te behouden, maar dan met eerbiediging van de grenzen van de taalgebieden, gewesten en provincies, zoals die door of krachtens de Grondwet zijn vastgelegd.
9. Belangrijk is ook dat in dit voorstel de dubbele kandidatuurstelling wordt toegelaten op lijsten die met elkaar geapparenteerd zijn. Op die wijze wordt tegemoet gekomen aan de wens van een aantal partijen, vooral aan Vlaamse zijde, om dezelfde kandidaten te kunnen opstellen in Brussel als in Vlaams-Brabant (en omgekeerd voor de Franstalige partijen in Brussel en Waals-Brabant). Aldus wordt met volkomen eerbiediging van artikel 63 van de Grondwet, hetzelfde effect bereikt als met een zogeheten horizontale splitsing.
Het voordeel van de dubbele kandidatuurstelling is ook dat het belangrijkste bezwaar dat tot nog toe tegen apparentering bestond, zou wegvallen.
Inderdaad, het negatieve element van de apparentering is niet de zetelverdeling over de partijen (die gebeurt in het systeem van apparentering strikt evenredig) maar wel een zekere onvoorspelbaarhied.
Wat inderdaad niet voorspelbaar is, bij apparentering, is de kieskring waarin de zetel die aan een partij toekomt, zal vallen. Dit kan tot situaties leiden waar een kandidaat van partij A, die op basis van het stemmenaantal van zijn partij, een zetel zou moeten krijgen, deze zetel niet verkrijgt omdat de zetel in de andere kieskring, waar hij niet opkomt, toegewezen wordt. Wanneer echter de dubbele kandidatuur wordt toegelaten, heeft de kandidaat van partij A, die in beide kieskringen kandidaat is, de mogelijkheid om de aan zijn partij toekomende zetel toch toegewezen te krijgen.
Weliswaar heeft het Arbitragehof in zijn arrest van 26 mei 2003 de dubbele kandidatuurstelling voor Kamer en Senaat ongrondwettig verklaard, omwille van het principiële verbod van artikel 49 van de Grondwet om tegelijk lid van beide Kamers te zijn, en omdat de kiezer het nuttig effect van zijn stem niet kan inschatten, en kandidaten die de dubbele kandidatuur genieten, zonder redelijke verantwoording worden bevoordeeld.
Bij de hier beoogde dubbele kandidatuurstelling is de situatie evenwel volledig anders :
— er is geen grondwettelijk verbod gelijkaardig aan artikel 49 dat verbiedt tegelijk in Kamer en Senaat te zetelen;
— het gaat om dubbele kandidatuurstelling voor dezelfde Kamer en op lijsten die met elkaar geapparenteerd zijn, en waarvan de stemmen dus so wie so samengeteld worden; de kiezer wordt dus niet misleid, integendeel, hij weet dat de persoon die binnen de geapparenteerde lijst op grond van zijn stemmenaantal recht heeft op de zetel normaal ook effectief dat mandaat zal toegewezen krijgen (wat zonder dubbele kandidatuurstelling niet het geval is, zoals hoger gesteld);
— de dubbele kandidatuurstelling biedt geen onverantwoord voordeel aan de betrokkenen : het gaat immers om lijsten die over de twee kieskringen heen een lijstverbinding hebben gesloten en bij de toewijzing van de zetel die aan de partij in een kieskring toekomt, wordt uiteraard alleen rekening gehouden met de uitslag van de lijst en van de kandidaten in die kieskring;
— door te bepalen dat kandidaten die in beide kieskringen verkozen zijn van rechtswege het mandaat opnemen in de kieskring waar ze hun woonplaats hebben (of bij gebreke aan woonplaats in deze van beide kieskringen, waar ze vooraf woonplaats hebben gekozen), is de voorspelbaarheid voor de kiezer volledig en kan er dus geen misleiding van de kiezer zijn;
— overigens is er juridisch geen onderscheid naar gelang de kieskring voor dewelke men in de Kamer zetelt (behoudens voor de indeling in taalgroepen, doch bij de regeling zoals hierboven gesteld, is de taalgroep voor geapparenteerde lijsten steeds vooraf vastgelegd, zodat er in casu ook op het vlak van de taalgroep geen verschil zou zijn of betrokkene in de ene dan wel in de andere kieskring zijn mandaat zou toegewezen krijgen).
10. Ook op het vlak van de kiesdrempel biedt het voorgestelde systeem een voldoeninggevende oplossing. Er wordt immers bepaald dat voor de geapparenteerde lijsten de 5 %-drempel berekend wordt ten opzichte van alle stemmen van Vlaams-Brabant (casu quo Waals-Brabant), verhoogd met alle stemmen uitgebracht op lijsten uit de kieskring Brussel die met Vlaams-Brabant, casu quo Waals-Brabant geapparenteerd zijn. Voor de lijsten die niet voor apparentering hebben geopteerd, wordt de 5 %-grens anderzijds nog steeds berekend tegenover alle stemmen uit de kieskring waar de lijst is ingediend (deze drempels vervangen bovendien de huidige bepaling volgens dewelke een lijst, om in aanmerking te komen voor de zetelverdeling door apparentering, 33 % van een rechtstreeks gekozen zetel moet halen).
| Lionel VANDENBERGHE. Jacinta DE ROECK. Staf NIMMEGEERS. Annemie VAN de CASTEELE. Etienne SCHOUPPE. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Art. 2
§ 1. Artikel 87 van het Kieswetboek wordt vervangen als volgt :
« Art. 87. — De verkiezingen voor de Kamer van volksvertegenwoordigers worden gehouden per kieskring. Elke provincie vormt een kieskring. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vormt eveneens een kieskring. De kieskringen worden ingedeeld in kieskantons, overeenkomstig de tabel gevoegd bij dit wetboek. »
§ 2. In de tabel, bedoeld in artikel 87 van het Kieswetboek, wordt het gedeelte dat betrekking heeft op « de kieskringen van Brussel-Halle-Vilvoorde, van Leuven (Vlaams-Brabant) en van Nijvel (Waals Brabant) » vervangen door de tabel als bijlage.
Art. 3
In artikel 87bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 16 juli 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A) het eerste lid wordt vervangen als volgt :
« De verkiezing van de rechtstreeks verkozen senatoren geschiedt op basis van de drie volgende kieskringen :
1º de Vlaamse kieskring, die de provincies omvat die tot het Vlaamse Gewest behoren;
2º de Waalse kieskring, die de provincies omvat die tot het Waalse Gewest behoren;
3º de kieskring Brussel, die het Brussels Hoofdstedelijk Gewest omvat. »;
B) in het vierde lid, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door de woorden « kieskring Brussel ».
Art. 4
In artikel 94bis, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 juli 1989 en vervangen bij de wet van 16 juli 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A) het tweede lid wordt opgeheven;
B) in het laatste lid worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door de woorden « kieskring Brussel ».
Art. 5
In artikel 115 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A) het tweede en derde lid worden vervangen als volgt :
« Voor de verkiezing van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers worden de in artikel 132 bedoelde verklaringen van lijstenverbinding overhandigd op donderdag, tiende dag voor de stemming, tussen 14 en 16 uur, aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel.
Dit bureau fungeert als centraal bureau voor de drie kieskringen. »;
B) in het vijfde lid wordt de tweede zin vervangen als volgt :
« De bekendmaking vermeldt tevens op welke plaats, dag en uur de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel de verklaringen van lijstenverbinding voor de Kamer van volksvertegenwoordigers in ontvangst zal nemen. »
Art. 6
In artikel 116, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » telkens vervangen door de woorden « kieskring Brussel ».
Art. 7
In artikel 118 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 13 december 2002 en gewijzigd bij de wet van 19 februari 2003, worden, tussen het derde en vierde lid, de volgende leden ingevoegd :
« In afwijking van het tweede en derde lid, mag een kandidaat evenwel tegelijk voorkomen op twee lijsten, in twee verschillende kieskringen, voor zover die lijsten met elkaar verbonden zijn overeenkomstig de bepalingen van artikel 132.
Indien een aldus in twee kieskringen voorgedragen kandidaat zijn woonplaats niet in één van beide kieskringen heeft, moet die kandidaat bovendien in de akte van voordracht een voorkeur voor één van beide kieskringen uitdrukken. »
Art. 8
In artikel 121 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, wordt, tussen het eerste en tweede lid, het volgende lid ingevoegd :
« Het bezwaar kan ook slaan op de taalverklaring als voorgeschreven door de artikelen 116, § 4, en 133. Dergelijk bezwaar wordt beschouwd als een bezwaarschrift dat betrekking heeft op de verkiesbaarheid van kandidaten. De bepalingen van de artikelen 122, 123, eerste lid, 124 en 125, eerste, tweede en derde lid zijn erop van toepassing. De artikelen 125bis, 125ter en 125quater zijn van toepassing, met dien verstande dat de zaak, wanneer ze de taalverklaring bedoeld in artikel 133 betreft, voor een Nederlandstalige of een Franstalige kamer van het hof van beroep wordt gebracht, naargelang de betwisting een taalverklaring van Nederlandstalige, dan wel van Franstalige kandidaten betreft. »
Art. 9
In artikel 128 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 19 februari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A) in § 2, vierde en vijfde lid, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » telkens vervangen door de woorden « kieskring Brussel »;
B) paragraaf 5 wordt opgeheven.
Art. 10
In artikel 128ter, § 2, vijfde en zevende lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 18 december 1998, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » telkens vervangen door de woorden « kieskring Brussel ».
Art. 11
Artikel 132 van hetzelfde Wetboek wordt als volgt vervangen :
« Art. 132. — Bij de verkiezingen voor de vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers kunnen de kandidaten van een lijst uit de kieskring Brussel, met instemming van de personen die hen voorgedragen hebben, verklaren dat zij, met het oog op de zetelverdeling, zich verbinden met de bij name aan te wijzen kandidaten van een lijst, hetzij uit de provincie Vlaams-Brabant, hetzij uit de provincie Waals-Brabant.
Met het oogmerk hierop geschiedt de zeteltoewijzing over deze drie kieskringen overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk VI. »
Art. 12
Artikel 133 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 13 december 2002, wordt aangevuld met het volgende lid :
« Bovendien is de verklaring van lijstenverbinding slechts ontvankelijk indien alle kandidaten in hun akte van bewilliging verklaren Nederlandstalig te zijn, wanneer het een lijstenverbinding betreft tussen de kieskringen Vlaams-Brabant en Brussel, en Franstalig wanneer het een lijstenverbinding betreft tussen de kieskringen Waals-Brabant en Brussel. De verklaring van lijstenverbinding is eveneens onontvankelijk wanneer de kandidaten die hun woonplaats niet in één van beide kieskringen hebben, niet de kieskring van hun voorkeur hebben aangeduid overeenkomstig artikel 118. »
Art. 13
In artikel 134 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 13 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A) het eerste lid wordt vervangen als volgt :
« De verklaring van lijstenverbinding en van instemming met de lijstenverbinding mogen bij eenzelfde akte worden gedaan. »;
B) in het vierde en vijfde lid worden de woorden « provinciaal centraal bureau » telkens vervangen door « centraal bureau bedoeld in artikel 115 ».
Art. 14
In artikel 135 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 17 mei 1949 en het koninklijk besluit van 5 april 1994, worden de woorden « provinciaal centraal bureau » vervangen door de woorden « centraal bureau bedoeld in artikel 115 ».
Art. 15
In artikel 136, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 1958, worden de woorden « provinciaal centraal bureau » vervangen door de woorden « centraal bureau bedoeld in artikel 115 ».
Art. 16
In artikel 156 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 13 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A) in § 2, eerste lid, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door de woorden « kieskring Brussel »;
B) in § 3, eerste lid, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door de woorden « kieskring Brussel »;
C) paragraaf 3, laatste lid, wordt opgeheven.
Art. 17
In artikel 161bis, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door de woorden « kieskring Brussel ».
Art. 18
In hetzelfde Wetboek wordt artikel 165bis, 1º, vernietigd door het arrest nr. 73/2003 van het Arbitragehof van 26 mei 2003, hersteld in de volgende lezing :
« 1º Worden enkel toegestaan voor de zetelverdeling voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers :
— de lijsten die minstens 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen in de kieskring behaald hebben, evenals in voorkomend geval de daarmee overeenkomstig artikel 132 verbonden lijst;
— de lijsten die geopteerd hebben voor de in artikel 132 bedoelde lijstenverbinding, waarvan het totaal van de stemmen behaald door de verbonden lijsten minstens 5 % bedraagt van het totaal aantal geldige stemmen uitgebracht op alle verbonden lijsten die geopteerd hebben voor lijstenverbinding tussen dezelfde kieskringen als de betrokken verbonden lijsten. »
Art. 19
In artikel 169, laatste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden « provinciaal centraal bureau » vervangen door de woorden « centraal bureau bedoeld in artikel 115 ».
Art. 20
In artikel 170 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 30 december 1993 en 5 april 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A) in het eerste lid, worden de woorden « provinciaal centraal bureau » vervangen door de woorden « centraal bureau bedoeld in artikel 115 »;
B) in het tweede lid, worden de woorden « de gehele provincie » vervangen door de woorden « voor het geheel van de verbonden kieskringen »;
C) het derde lid wordt vervangen als volgt :
« Tot die aanvullende verdeling laat het alle lijstengroepen of alleenstaande lijsten toe, voor zover zij het in artikel 165, 1º, bepaalde aantal stemmen hebben behaald. »
Art. 21
In artikel 171 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 27 december 2000 en 13 december 2002, worden de woorden « provinciaal centraal bureau » telkens vervangen door de woorden « centraal bureau bedoeld in artikel 115 ».
Art. 22
Artikel 175, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door de volgende leden :
« Het centraal bureau bedoeld in artikel 115 wijst, bij lijstenverbinding overeenkomstig artikel 132, de verkozenen voor de Kamer van volksvertegenwoordigers aan overeenkomstig de artikelen 172 en 173. Daarbij wordt voor de aanwijzing van de verkozenen uitsluitend rekening gehouden met de door de lijst en de kandidaten behaalde uitslag in de kieskring waar de aan de lijst toekomende zetels werden behaald.
Indien een kandidaat die overeenkomstig de bepalingen van artikel 118 voor een verbonden lijst in twee kieskringen voorgedragen werd, in beide kieskringen wordt verkozen, wordt hij van rechtswege als verkozen verklaard in de kieskring waar hij zijn woonplaats heeft of, in voorkomend geval, waar hij overeenkomstig artikel 118 zijn voorkeur voor heeft uitgesproken. In de andere kieskring geschiedt de toewijzing alsof deze kandidaat niet op de lijst had gestaan, overeenkomstig het bepaalde in artikel 178, eerste lid. »
Art. 23
In de bij het Kieswetboek gevoegde modellen van stembiljet II, d), en II, h), worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door de woorden « kieskring Brussel ».
Art. 24
Artikel 9 van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement wordt vervangen als volgt :
« Art. 9. — De verkiezing van het Europees Parlement wordt gehouden op basis van de vier volgende kieskringen :
1º de Vlaamse kieskring die de administratieve arrondissementen omvat die tot het Vlaamse Gewest behoren;
2º de Waalse kieskring die de administratieve arrondissementen omvat die tot het Waalse Gewest behoren, met uitzondering van de gemeenten van het Duits taalgebied;
3º de kieskring Brussel die het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad omvat;
4º de Duitstalige kieskring die de gemeenten van het Duits taalgebied omvat. »
Art. 25
In artikel 10 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A) in § 1, derde lid, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door de woorden « kieskring Brussel »;
B) in § 3, derde lid, vervallen de woorden « de bevolking van het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde en ».
Art. 26
In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A) in § 3, vijfde lid, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door de woorden « kieskring Brussel »;
B) paragraaf 4, ingevoegd bij de wet van 16 juli 1993 en vervangen bij de wet van 18 december 1998, wordt opgeheven;
Art. 27
In artikel 21, § 1, van dezelfde wet, vernietigd bij het arrest nr. 26/90 van het Arbitragehof van 14 juli 1990 en opnieuw ingevoegd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » telkens vervangen door de woorden « kieskring Brussel ».
Art. 28
In artikel 23, derde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door de woorden « kieskring Brussel ».
Art. 29
In artikel 24 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993 en de koninklijke besluiten van 11 april 1994 en 18 december 1998, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » telkens vervangen door de woorden « kieskring Brussel ».
Art. 30
In artikel 26, § 1, eerste en tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 16 juli 2003, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » telkens vervangen door de woorden « kieskring Brussel ».
Art. 31
In artikel 34 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 16 juli 1993 en 26 juni 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A) in het eerste lid, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door de woorden « kieskring Brussel »;
B) het vierde lid wordt opgeheven.
Art. 32
In artikel 35, tweede lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door de woorden « kieskring Brussel ».
Art. 33
In het bij dezelfde wet gevoegde model van stembiljet II.d., worden de woorden « Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door het woord « Brussel ».
Art. 34
De Koning brengt, binnen zestig dagen na goedkeuring van deze wet, de overige bepalingen van het Kieswetboek en van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement, waar nog nodig, in overeenstemming met de bepalingen van deze wet. Hij past ook de bijlagen van voormelde wetten, waar nog nodig, aan teneinde ze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van deze wet.
16 oktober 2003.
| Lionel VANDENBERGHE. Jacinta DE ROECK. Staf NIMMEGEERS. Annemie VAN de CASTEELE. Etienne SCHOUPPE. |
Deze bijlage is uitsluitend gedrukt beschikbaar.
(1) Door ons onderlijnd.
(2) Indien zou geopteerd worden voor het terug afschaffen van de provinciale kieskringen, zou Halle-Vilvoorde een eigen kieskring moeten worden.