1-377/1

1-377/1

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996

9 JULI 1996


Wetsontwerp houdende instemming met de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds, met de Bijlagen I, II, III, IV en V, met het Protocol, en met de Slotakte, gedaan te Brussel op 28 november 1994


INHOUD


MEMORIE VAN TOELICHTING


SAMENVATTING

De Partnerschaps- en Samenwerkingovereenkomst (P.S.O.) tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds, werd op 28 november 1994 in de marge van een Raad Algemene Zaken te Brussel ondertekend.

De onderhandelingen over deze Overeenkomst werden door de Commissie gevoerd op grond van het door de Raad van 5 oktober 1992 verleende mandaat dat de Commissie de bevoegdheid verleent onderhandelingen te voeren over de partnerschapsovereenkomsten met de republieken van het G.O.S. (per 18 juli 1994 gewijzigde richtlijnen).

De op 26 juli 1994 geparafeerde Overeenkomst komt in grote lijnen overeen met de bepalingen van de met Oekraïne gesloten Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst. De Overeenkomst die voor een eerste periode van 10 jaar werd aangegaan, komt in de plaats van de overeenkomst inzake handel- en commerciële en economische samenwerking die op 18 december 1989 tussen de Europese Gemeenschappen en de U.S.S.R. gesloten werd (en op 1 april 1990 in werking trad). Conform de regels betreffende de staatsopvolging, bleef deze overeenkomst van kracht tot op het tijdstip dat door de opvolgerstaten van de voormalige Sovjet-Unie nieuwe bilaterale overeenkomsten werden gesloten.

De toekomstige samenwerking met de Republiek Moldavië als vastgelegd in de Overeenkomst bestrijkt velerlei gebieden, gaande van de politieke, economische en commerciële betrekkingen tot en met samenwerking op sociaal, financieel, wetenschappelijk, technologisch en cultureel gebied. Het is een gemengde Overeenkomst, aangezien ze zowel betrekking heeft op exclusief communautaire bevoegdheden als op gebieden die onder de nationale bevoegdheid van de Lid-Staten vallen.

Hoewel het hier een niet-preferentiële Overeenkomst betreft, is er toch een bepaling in opgenomen die op termijn rekening houdt met de mogelijkheid, afhankelijk van de door Moldavië geboekte vooruitgang, na te gaan of de voorwaarden zijn vervuld om de onderhandelingen over het instellen van een vrijhandelszone aan te vatten.

Uit politiek oogpunt, kan ervan worden uitgegaan dat het ontwikkelen van nieuwe vormen van samenwerking en partnerschap met de Republiek Moldavië deel uitmaakt van een strategie die ten doel heeft een grotere stabiliteit en veiligheid op het Europese continent te bewerkstelligen.

Met het oog op een zo snel mogelijke tenuitvoerlegging van de (tot de exclusief communautaire bevoegdheden behorende) commerciële bepalingen van de Partnerschappen Samenwerkingsovereenkomst, werd door de Europese Gemeenschappen en door de Republiek Moldavië in de marge van de Raad Algemene Zaken van 2 oktober 1995 een Interimovereenkomst ondertekend.

ONTWIKKELING VAN DE BILATERALE BETREKKINGEN TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN DE REPUBLIEK MOLDAVIE

Wat de totstandbrenging betreft van bij Overeenkomst vastgelegde internationale betrekkingen met de nieuwe onafhankelijke Staten die ontstaan zijn uit de voormalige Sovjet-Unie (met uitzondering van de drie Baltische Staten), heeft de Europese Unie een originele formule bedacht in de vorm van partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomsten (P.S.O.).

Deze overeenkomsten zijn ruimer opgevat dan de samenwerkingsovereenkomst die destijds met de U.S.S.R. werd gesloten (december 1989). Toch houden ze niet dezelfde vooruitzichten in als de met de landen van Midden- en Oost-Europa gesloten Europese associatieverdragen (L.M.O.E.). Deze overeenkomsten die het midden houden tussen de voornoemde overeenkomsten, werden om tweeërlei redenen in het leven geroepen : enerzijds, werd er van uitgegaan dat de zogenaamde samenwerkingsovereenkomsten « van de eerste generatie » grotendeels ontoereikend zijn, rekening houdend met het groot aantal hervormingen dat in de nieuwe onafhankelijke Staten die uit de voorrmalige Sovjet-Unie zijn ontstaan, moet worden doorgevoerd. Anderzijds, staat de politieke en economische ontwikkeling van deze landen nog niet ver genoeg om in aanmerking te komen voor het sluiten van Europese associatieovereenkomsten. Een van de belangrijkste kenmerken van deze overeenkomsten is dat ze in de mogelijkheid voorzien de partner na verloop van tijd tot de Europese Unie te laten toetreden.

De algemene onderhandelingsrichtlijnen van de met de Republiek Moldavië gesloten P.S.O. zijn die welke door de Raad Algemene Zaken van 5 oktober 1992 ten behoeve van alle uit de voormalige Sovjet-Unie ontstane Staten werden aangenomen.

De richtlijnen met betrekking tot de Republiek Moldavië werden door de Raad Algemene Zaken van 18 juli 1994 aangevuld en gewijzigd. Deze wijzigingen houden namelijk rekening met de mogelijkheid de oprichting van een vrijhandelszone in 1998 te overwegen. Ze voorzien in overlegmechanismen waarvan gebruik kan worden gemaakt naar aanleiding van anti-dumpingsmaatregelen waartoe door de E.U. wordt besloten en bieden de Republiek Moldavië de mogelijkheid kwantitatieve beperkingen in te voeren ter bescherming van de jonge industriesectoren dan wel van industriesectoren die aan een herstructurering toe zijn. De onderhandelingen verliepen zonder noemenswaardige moeilijkheden en werden in twee ronden afgesloten.

De tekst van de Overeenkomst bestaat uit 106 artikelen, waarvan de draagwijdte in 5 bijlagen en 1 protocol wordt toegelicht.

INHOUD VAN DE PARTNERSCHAPS- EN SAMENWERKINGSOVEREENKOMST

1. Doelstellingen (preambule en art. 1)

In de preambule leggen de Partijen vooreerst de nadruk op de tussen hen bestaande banden en op de gemeenschappelijke waarden. De Partijen drukken de wens uit deze banden te verstevigen door middel van een partnerschap en samenwerking die verder gaan dan de betrekkingen die door de ondertekening van de overeenkomst inzake economische en commerciële samenwerking door de Europese Gemeenschappen en de U.S.S.R. op 18 december 1989 werden tot stand gebracht.

De preambule besteedt vooral aandacht aan twee punten, die als het ware de grondslag vormen van het partnerschap, met name : het steunen van de inspanningen die Moldavië doet met het oog op het instellen van een democratie en die welke het levert om de overgang van een geleide economie naar een markteconomie tot een goed einde te brengen, enerzijds, en het ontwikkelen van het handelsverkeer en van de investeringen tussen de Partijen ten einde een duurzame economische ontwikkeling te bewerkstelligen, anderzijds.

Te dien einde moet een gunstig klimaat worden geschapen en verbinden de Partijen zich de economische en politieke vrijheden te verstevigen, de internationale vrede enveiligheid te bevorderen en een vreedzame regeling van geschillen overeenkomstig de beginselen van de Verenigde Naties en de O.V.S.E. na te streven.

In het licht van deze gegevens wordt erkend dat de ondersteuning van de onafhankelijkheid, de soevereiniteit en de territoriale onschendbaarheid van de Republiek Moldavië de handhaving van de vrede en de veiligheid op het hele Europese continent ten goede komt.

De preambule wijst op het allesoverheersende belang van het instellen van een rechtsstaat die de mensenrechten, inzonderheid de rechten van minderheden, eerbiedigt en van het invoeren van het meerpartijenstelsel en vrije en democratische verkiezingen.

De Overeenkomst heeft eveneens tot doel ­ en dit belangt vooral de E.U. aan ­ de regionale samenwerking in de gebieden waarop ze van toepassing is, te bevorderen. De uitbreiding van de samenwerking met de M.O.E.-landen alsmede met de landen die ontstaan zijn uit de voormalige Sovjet-Unie wordt beschouwd als een garantie voor stabiliteit en welvaart.

Artikel 1 geeft een samenvatting van de voornaamste doelstellingen van de Overeenkomst, als hierna weergegeven.

2. Algemene beginselen (art. 2-5)

De eerbiediging van de democratische beginselen, de mensenrechten en de beginselen van de markteconomie wordt beschouwd als een wezenlijk onderdeel van het partnerschap en de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst (art. 2). Deze bepaling moet worden gelezen in samenhang met artikel 99 dat stelt dat een Partij, die van mening is dat de andere Partij zijn uit de P.S.O. voortvloeiende verplichtingen niet is nagekomen, « passende maatregelen » kan treffen. Zonder dat dit uitdrukkelijk in artikel 99 wordt vermeld, mag logischerwijze worden aangenomen dat bedoelde passende maatregelen tot een opschorting van de Overeenkomst kunnen leiden, voor zover dat nodig mocht blijken.

De mogelijkheid hiervan gebruik te maken is evenwel beperkt. Behalve in bijzonder dringende gevallen, is de Partij die « passende maatregelen » overweegt, verplicht de Samenwerkingsraad alle nuttige en noodzakelijke gegevens te verstrekken, aan de hand waarvan de situatie grondig kan worden onderzocht en een voor de Partijen aanvaardbare oplossing kan worden gevonden.

De toepassing van artikel 99 wordt trouwens nader toegelicht in een gemeenschappelijke verklaring waarin de Partijen overeenkomen dat onder de woorden « bijzonder dringende gevallen » moet worden verstaan, de gevallen van wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst, zijnde de afwijzing van de P.S.O., die niet in overeenstemming is met de algemene regels van het volkenrecht dan wel schending van de essentiële elementen van de Overeenkomst als vermeld in artikel 2.

Artikel 3 herinnert in algemene bewoordingen aan de door de Partijen aangegane verbintenis de samenwerking en het goede nabuurschap tussen de nieuwe onafhankelijke Staten die ontstaan zijn uit de voormalige Sovjet-Unie, te ontwikkelen en te bevorderen.

Hoewel de instelling van een vrijhandelszone in de nabije toekomst onmogelijk werd geacht, houdt artikel 4 toch rekening met de mogelijkheid dat de onderhandelingen hieromtrent op een later tijdstip worden aangevat. Ook wordt overwogen de bij de P.S.O. opgerichte Samenwerkingsraad de bevoegdheid te verlenen ter zake aanbevelingen te formuleren, zodra de Republiek Moldavië ver genoeg gevorderd is met het economische hervormingsproces. Er werd overeengekomen dat de Partijen in 1998 overleg zullen plegen om na te gaan of de economische voorwaarden zijn vervuld, ten einde de onderhandelingen te kunnen aanvatten.

Deze bepaling is dezelfde als die van de tussen de E.U. en Rusland en tussen de E.U. en Oekraïne gesloten P.S.O.

Ook werd rekening gehouden met de toekomstige toetreding van de Republiek Moldavië tot de G.A.T.T. Artikel 5 bepaalt in dit verband dat, drie jaar na de inwerkingtreding van de P.S.O. dan wel op het tijdstip van de toetreding voor zover deze voor het verstrijken van de termijn van drie jaar plaatsvindt, de Partijen in gemeenschappelijk overleg zullen onderzoeken welke aanpassingen in de Overeenkomst moeten worden aangebracht, rekening houdend met de veranderde omstandigheden.

3. Politieke dialoog (art. 6-9)

De P.S.O. brengt op meerdere niveau's een intensieve politieke dialoog op gang tussen de E.U. en de Republiek Moldavië. Er wordt in het kader van de Samenwerkingsraad een jaarlijkse ontmoeting op ministerieel niveau in het vooruitzicht gesteld. Daarnaast zullen er op geregelde tijdstippen vergaderingen met hoge ambtenaren plaatsvinden. Op parlementair niveau, wordt de politieke dialoog in het kader van het Parlementair Samenwerkingscomité gevoerd (art. 9 onder verwijzing naar art. 87).

De politieke dialoog heeft ten doel de banden tussen de Republiek Moldavië en de gemeenschap van democratische naties nauwer aan te halen, de standpunten ten aanzien van internationale vraagstukken van wederzijds belang beter op elkaar af te stemmen alsmede de samenwerking ter zake van aangelegenheden betreffende de versterking van de stabiliteit en de veiligheid in Europa en met betrekking tot de democratische beginselen en de mensenrechten, te bevorderen.

4. Handelsbetrekkingen

a. Goederenverkeer (art. 10-22)

Het hoofdstuk betreffende het goederenverkeer voorziet in de wederzijdse toegang tot de markt op basis van het meest-begunstigingsbeginsel (art. 10). Deze regeling wordt in ruime mate toegepast op alle gebieden die verband houden met het goederenverkeer en omvat de regelgeving ter zake van belastingen en douane, de wijzen van betaling en transfer alsmede de wetgeving inzake het handelsverkeer. Het bepaalde betreffende het meestbegunstigingsbeginsel werd ingelast met het oog op de toekomstige toetreding van de Republiek Moldavië tot de G.A.T.T. Toch is er een overgangsperiode vastgelegd die uiterlijk op 31 december 1998 verstrijkt en tijdens welke de Republiek Moldavië de behandeling van meest begunstige natie reeds aan de andere onafhankelijke Staten die ontstaan zijn uit de voormalige Sovjet-Unie, kan toekennen. De hieruit voortvloeiende voordelen worden opgesomd in bijlage I.

De vrije doorvoer van goederen is een essentiële voorwaarde om de doelstellingen van de Overeenkomst te bereiken (art. 11). Te dien einde werd voorzien in de vrijstelling van invoerrechten en -heffingen voor tijdelijk ingevoerde goederen (art. 12).

Elke Partij onthoudt zich ervan de uit het grondgebied van een andere Partij herkomstige produkten rechtstreeks of onrechtstreeks te onderwerpen aan enige interne belasting die hoger is dan die welke van toepassing is op soortgelijke binnenlandse produkten (art. 14).

Artikel 15 verklaart een aantal bepalingen van de G.A.T.T. onmiddellijk van toepassing op de Partijen.

De artikelen 13, 17, 20, 21, en bijlage II van de P.S.O. regelen het vraagstuk van de kwantitatieve beperkingen, met name wanneer de invoer van een bepaald produkt door een Partij dermate toeneemt dat ze ernstige schade toebrengt aan de eigen producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende produkten. Er mag eerst tot beperkende maatregelen worden besloten, nadat hierover overleg werd gepleegd in het kader van het Samenwerkingscomité (art. 17).

De handel in textielprodukten wordt geregeld bij een afzonderlijke overeenkomst (art. 20). Ook wordt er een contactgroep voor kolen- en staalkwesties opgericht (art. 21).

Bijlage II bevat de voorwaarden waaronder het de Republiek Moldavië toegestaan is uitzonderingsmaatregelen in de vorm van kwantitatieve beperkingen op niet-discriminatoire grondslag te treffen. Deze maatregelen mogen alleen worden genomen ter bescherming van jonge industrieën en van de industrieën die worden geherstructureerd of die met ernstige sociale problemen te kampen hebben.

In geval van dumping of subsidiëring, is het elk van de Partijen toegestaan maatregelen ter bescherming van hun eigen markt dan wel compenserende maatregelen te nemen, overeenkomstig de binnen de G.A.T.T. vastgelegde desbetreffende regelingen. Zodra deze maatregelen zijn vastgelegd, wordt in het kader van het Samenwerkingscomité overleg gepleegd ten einde een constructieve oplossing te vinden voor het probleem (art. 18).

Wat de handel in kernmaterialen betreft, verwijst artikel 22 naar het EURATOM-verdrag. Deze kan, zo nodig, bij een bijzondere overeenkomst worden geregeld.

b. Statuut van werknemers en zakenlieden (art. 23-28)

De P.S.O. voorziet niet in het vrije verkeer van werknemers. De beslissing toegang te verlenen tot de arbeidsmarkt van de Europese Unie behoort nog steeds tot de bevoegdheid van elke Lid-Staat. Toch bepaalt de Overeenkomst dat werknemers die in een Lid-Staat of in de Republiek Moldavië wettig zijn tewerkgesteld niet gediscrimineerd mogen worden, wat werkomstandigheden, beloning en ontslag betreft (art. 23).

De coördinatie van de sociale-zekerheidsstelsels zal op een later tijdstip bij afzonderlijke overeenkomsten worden geregeld. Volgens het bepaalde in deze overeenkomsten, worden de door een werknemer van Moldavische nationaliteit in de onderscheiden Lid-Staten vervulde tijdvakken van verzekering samengevoegd voor de berekening van de ouderdoms-, overlevings- en invaliditeitspensioenen en voor de ziektekostenverzekering van deze werknemers (art. 24).

Volgens artikel 26 zal door de Samenwerkingsraad worden nagegaan welke stappen kunnen worden ondernomen om de illegale immigratie tegen te gaan. Ook zal de Samenwerkingsraad onderzoeken of de werkomstandigheden voor zakenlieden kunnen worden verbeterd door toepassing van het slotdocument van de C.V.S.E.-Conferentie van Bonn, met name wat de afgifte van visums betreft.

c. Vestiging en activiteiten van vennootschappen (art. 29-35)

De P.S.O. hecht bijzonder veel belang aan het bevorderen van investeringen. In dit verband kennen de Europese Unie en haar Lid-Staten, wat de vestiging van Moldavische vennootschappen op hun grondgebied betreft, de meestbegunstigingsbehandeling toe. De Republiek Moldavië verbindt zich harerzijds, de meest voordelige behandeling (tussen de behandeling voor haar eigen vennootschappen en de behandeling ten aanzien van vennootschappen uit een derde land in) toe te kennen.

Wat de uitoefening van activiteiten betreft, wordt aan de dochtermaatschappijen van Moldavische vennootschappen op het grondgebied van de Europese Unie de nationale behandeling toegekend van de Lid-Staat waar ze gevestigd zijn, terwijl de filialen de meestbegunstigingsbehandeling genieten.

Dochtermaatschappijen en filialen van Europese vennootschappen die in de Republiek Moldavië gevestigd zijn, genieten de meest voordelige behandeling.

De Partijen kunnen bij wijze van uitzondering evenwel afwijken van de voornoemde beginselen betreffende de activiteiten van de vennootschappen. De gevallen waarin de Europese Unie hiervan kan afwijken, worden opgesomd in Bijlage IV. Ze hebben betrekking op de ontginning van ertsen, de visserijgronden, de aankoop van onroerend goed, de landbouw- en de audio-visuele sector, tele-communicatie diensten , gespecialiseerde diensten en persagentschappen. De gevallen waarin de Republiek Moldavië hiervan kan afwijken, worden nader toegelicht in Bijlage V (het gaat hierbij voornamelijk om het bankwezen en de economische activiteiten die geprivatiseerd worden).

Artikel 30 bepaalt dat het vervoer door de lucht, over binnenwateren en over zee (laatstgenoemd vervoer onder bepaalde voorwaarden) van het toepassingsgebied van artikel 29 is uitgesloten. Artikel 30 moet worden gelezen in samenhang met artikel 101, dat verwijst naar de bilaterale overeenkomsten die tussen de Republiek Moldavië en sommige Lid-Staten werden gesloten. De P.S.O. laat deze overeenkomsten onverlet voor zover de rechten waarin ze voorzien, voordeliger zijn dan de door de P.S.O. toegekende rechten en voor zover deze overeenkomsten niet van toepassing zijn op communautaire aangelegenheden.

Artikel 34 regelt de verblijfsvoorwaarden bij indienstneming, door de dochtermaatschappijen en de filialen van de vennootschappen van de Partijen, van tijdelijk overgeplaatste werknemers die onderdaan zijn van het land van herkomst van het moederbedrijf. De machtiging tot indienstneming van werknemers is beperkt tot het binnen de onderneming overgeplaatste « basispersoneel », met name hoge kaderleden en hooggeschoolde werknemers, en tot de duur van de tewerkstelling.

Artikel 35 verleent de Republiek Moldavië de toelating om op haar grondgebied een wetgeving in het leven te roepen die de voorwaarden voor de vestiging en de activiteiten van filialen of dochtermaatschappijen uit de Europese Unie restrictiever kan maken dan het bepaalde in de P.S.O. Alvorens deze wetgeving kan worden aangenomen, moet hierover overleg worden gepleegd met de Gemeenschap.

d. Dienstenverkeer (art. 36-46)

De artikelen 36 tot en met 46 scheppen het kader voor een geleidelijke liberalisering van de grensoverschrijdende verlening van diensten tussen de Partijen. Het internationaal maritiem vervoer is het voorwerp van een afzonderlijke regeling : elke Partij kent onder meer aan de schepen die door maatschappijen van de andere Partij worden geëxploiteerd, de nationale behandeling toe wat de toegang tot de voor het internationale handelsverkeer bestemde havens, het gebruik van de infrastructuur en de maritieme hulpdiensten betreft, alsmede met betrekking tot de rechten en heffingen, de douanefaciliteiten en de faciliteiten voor het laden en lossen.

Artikel 46 omschrijft de algemene beginselen betreffende het verblijf van onderdanen van een der Partijen op het grondgebied van de andere Partij, in samenhang met de door hen uitgeoefende economische en commerciële activiteiten.

e. Betalings- en kapitaalverkeer (art. 47)

De bepalingen betreffende het vrije betalingsverkeer hebben tot doel te waarborgen dat het door de P.S.O. gereglementeerde goederen- en dienstenverkeer niet door deviezenbeperkingen wordt belemmerd. Te dien einde werd overeengekomen dat alle betalingen die betrekking hebben op het verkeer van goederen, diensten of personen in vrij omwisselbare munt worden verricht.

Het staat de Republiek Moldavië vrij, in uitzonderlijke omstandigheden en in afwachting van een volledige convertibiliteit van de Moldavische munteenheid, deviezenbeperkingen in te voeren voor het verlenen of het opnemen van financieel krediet op korte en middellange termijn.

Ook mogen door een van de Partijen voor een periode van maximum zes maand, deviezenbeperkingen worden ingevoerd wanneer het vrije kapitaalverkeer de toepassing van haar eigen monetair beleid aanzienlijk bemoeilijkt of dreigt te bemoeilijken.

f. Mededinging (art. 48)

Artikel 48 omschrijft de grondbeginselen (wijziging van de nationale wetgeving, opheffen van mededingingsbeperkingen door ondernemingen of die het gevolg zijn van overheidssteun...) op grond waarvan er geleidelijk een klimaat van loyale mededinging en niet-discriminatoire behandeling tussen de Partijen kan worden geschapen.

g. Intellectuele eigendom (art. 49)

De Republiek Moldavië verbindt zich binnen een tijdvak van 5 jaar volgend op de datum van inwerkingtreding van de P.S.O., haar wetgeving ter zake van de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten af te stemmen op die van de Europese Unie. Daarenboven verbindt de Republiek Moldavië zich, na het verstrijken van voornoemd tijdvak van 5 jaar, toe te treden tot de in Bijlage III opgesomde internationale overeenkomsten inzake deze aangelegenheden.

h. Aanpassen van de wetgevingen (art. 50)

Het aanpassen van de wetgeving van de Republiek Moldavië en die van de Europese Unie, zal in belangrijke mate bijdragen tot de versteviging van de economische banden. De Republiek Moldavië zal al het nodige doen om ervoor te zorgen dat haar wetgeving geleidelijk in overeenstemming wordt gebracht met die van de Unie.

De hiertoe noodzakelijke inspanningen behelzen voornamelijk douanewetgeving, vennootschapsrecht, bankrecht, boekhoudkundige regels voor vennootschappen en vennootschapsbelasting, intellectuele eigendom, bescherming van werknemers, financiële diensten, mededingingsregels, overheids-opdrachten, bescherming van de gezondheid en het leven van personen, dieren en planten, milieu, consumentenbescherming, indirecte belastingen, technische voorschriften en normen, wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften inzake kernenergie en vervoer.

Er is te dien einde voorzien in een door de Gemeenschap te verstrekken technische bijstand (uitwisseling van deskundigen, ...).

5. Economische samenwerking (art. 51-76)

De P.S.O. legt de nadruk op het belang van de totstandbrenging en de versteviging van de economische samenwerking tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië, die erop gericht is het economische hervormings- en herstelproces alsmede de duurzame ontwikkeling in Moldavië te bevorderen.

Artikel 51 geeft een opsomming van velerlei gebieden waarop samenwerking mogelijk is.

De industriële samenwerking heeft ten doel de commerciële banden tussen de Partijen aan te halen, de overdracht van technologie en know-how te stimuleren, de Europese Unie in de mogelijkheid te stellen deel te nemen aan de technische verbetering van de Moldavische industrie, de modernisering van de bedrijfsvoering, de uitwerking van handelspraktijken die aan de marktomstandigheden zijn aangepast, de milieubescherming en de omschakeling van het militair-industrieel complex. Deze samenwerking laat de mededingingsvoorschriften van de Gemeenschap onverlet (art. 52).

De Lid-Staten en de Republiek Moldavië kunnen overeenkomsten sluiten ter bevordering van de investeringen alsmede ter voorkoming van dubbele belasting. Ook voorziet artikel 53 in de uitwisseling van informatie met betrekking tot de respectieve investeringsmogelijkheden.

De Partijen verbinden zich samen te werken, ter bevordering van de vrije mededinging bij de gunning van overheidsopdrachten voor het leveren van goederen en diensten (art. 54).

Een van de gebieden van samenwerking heeft ten doel de Republiek Moldavië toe te laten nader aan te sluiten bij de internationale richtlijnen en criteria betreffende de beoordeling van normen en overeenstemming en de wederzijdse erkenning ter zake te vergemakkelijken (art. 55).

De Partijen verbinden zich het milieubederf te bestrijden, met inachtneming van het Europees Energiehandvest en de Verklaring van de Conferentie van Luzern van 1993.

De Europese Unie zal op verzoek van de Moldavische autoriteiten technische bijstand verstrekken, ten einde het Moldavisch monetaire en wisselkoersbeleid nader in overeenstemming te brengen met het Europese muntstelsel (art. 65).

Er zal eveneens worden samengewerkt op het gebied van de bestrijding van het witwassen van inkomsten uit criminele activiteiten (art. 66). In samenhang met dit artikel, dient te worden verwezen naar artikel 76 dat de samenwerking op het gebied van de bestrijding van verdovende middelen regelt.

De Partijen werken eveneens samen om de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers te verbeteren (art. 68).

Op het gebied van douanezaken voorziet artikel 73 in een nauwe samenwerking, die een eerlijk handelsverkeer bevordert.

6. Culturele samenwerking (art. 77)

De Partijen gaan de verbintenis aan de culturele samenwerking te bevorderen en verwijzen in dit verband naar de samenwerkingsprogramma's van de Europese Unie.

7. Financiële samenwerking (art. 78-81)

Om de doelstellingen van de Overeenkomst ten uitvoer te kunnen brengen, wordt aan de Republiek Moldavië tijdelijk financiële bijstand verstrekt in de vorm van schenkingen als vastgelegd in de T.A.C.I.S.-programma's.

Om zeker te stellen dat de beschikbare middelen optimaal worden aangewend, zien de Partijen erop toe dat er een nauwe samenwerking is met alle instanties die aan de hervormingsprogramma's in Moldavië bijdragen (E.B.W.O., E.I.B., I.M.F., I.B.R.D., U.N.D.P. ...).

8. Institutionele aspecten (art. 82-91)

Het hoofdstuk dat gewijd is aan de institutionele bepalingen voorziet in de oprichting van een Samenwerkingsraad, die ten minste één maal per jaar op ministerieel niveau bijeenkomt. De Samenwerkingsraad heeft als taak toe te zien op de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst en kan eveneens aanbevelingen formuleren met betrekking tot de samenwerking.

Bij het uitvoeren van zijn opdracht, wordt de Samenwerkingsraad bijgestaan door een Samenwerkingscomité samengesteld uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en de Europese Commissie, enerzijds, en uit vertegenwoordigers van de Moldavische regering, anderzijds. Dit gebeurt meestal op het niveau van de hogere ambtenaren.

De Samenwerkingsraad kan zijn bevoegdheden geheel of ten dele aan het Samenwerkingscomité delegeren. Hij mag zelf speciale comités of organen oprichten om hem bij het vervullen van zijn taak bij te staan (art. 82-86).

Er wordt eveneens een Parlementair Samenwerkingscomité opgericht, bestaande uit leden van het Europees Parlement en van het Moldavische Parlement. Dit Comité, dat met zelf bepaalde tussenpozen bijeenkomt, wordt in kennis gesteld van de aanbevelingen van en de besprekingen binnen de Samenwerkingsraad aan wie het zelf ook aanbevelingen kan doen (art. 87-89).

Het voorzitterschap van de bijeenkomsten van deze organen wordt bij toerbeurt waargenomen door een vertegenwoordiger van de Europese Unie en een vertegenwoordiger van de Republiek Moldavië.

9. Mechanismen voor de regeling van geschillen (art. 93-94)

Er is voorzien in een speciaal mechanisme ter regeling van geschillen die verband houden met de toepassing of de uitlegging van de Overeenkomst : de Samenwerkingsraad zal al het mogelijke doen om het geschil bij aanbeveling te beslechten.

Indien het geschil niet kan worden geregeld, wijzen de Partijen bemiddelaars aan. Deze kunnen met meerderheid van stemmen aanbevelingen nemen die niet bindend zijn voor de Partijen.

10. Duur van de overeenkomst (art. 98)

De Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst wordt gesloten voor een eerste periode van tien jaar. Ze wordt automatisch telkens met een jaar verlengd tenzij ze door één van de Partijen ten minste zes maanden voor het verstrijken van de Overeenkomst schriftelijk wordt opgezegd.

11. Inwerkingtreding - interimovereenkomst (art. 105-106)

De P.S.O. bestrijkt ook aangelegenheden die niet exclusief tot de bevoegdheid van de Europese Unie behoren. In dat geval moet ze niet alleen de goedkeuring hebben van het Europees Parlement maar eveneens door de nationale parlementen (of andere bevoegde instanties) van de Lid-Staten en het Moldavische Parlement worden bekrachtigd.

De P.S.O. treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum waarop de Partijen elkaar ervan in kennis stellen dat aan hun respectieve goedkeuringsprocedures is voldaan.

Ten einde de commerciële bepalingen (exclusief communautaire bevoegdheid) van de P.S.O. onverwijld te kunnen uitvoeren, werd door de Commissie onderhandeld over een Interimovereenkomst die voornamelijk op deze bepalingen betrekking heeft. Deze werd in de marge van de Raad Algemene Zaken van 2 oktober 1995 ondertekend.

De Interimvereenkomst ­ die niet moet worden bekrachtigd ­ is van toepassing tot op het tijdstip van de inwerkingtreding van de P.S.O.

De minister van Buitenlandse Zaken,

Erik DERYCKE.

De opmerkingen van de Raad van State werden opgevolgd.


WETSONTWERP


ALBERT II,

Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen,
ONZE GROET.

Op de voordracht van Onze minister van Buitenlandse Zaken,

HEBBEN WIJ BESLOTEN EN BESLUITEN WIJ :

Onze minister van Buitenlandse Zaken is gelast het ontwerp van wet, waarvan de tekst hierna volgt, in Onze naam aan de Wetgevende Kamers voor te leggen en bij de Senaat in te dienen :

Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Art. 2

De Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds, de Bijlagen I, II, III, IV en V, het Protocol en de Slotakte, gedaan te Brussel op 28 november 1994, zullen volkomen gevolg hebben.

Gegeven te Brussel, 30 juni 1996.

ALBERT

Van Koningswege :

De minister van Buitenlandse Zaken,

Erik DERYCKE.


OVEREENKOMST

Partnerschap- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds

waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderziids :

het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Portugese Republiek,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannie en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna « Lid-Staten », te noemen, en

de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna « de Gemeenschap » te noemen,

enerzijds, en

de Republiek Moldavië,

anderzijds,

hierna « de Partijen » te noemen,

gelet op de banden tussen de Gemeenschap, haar Lid-Staten en de Republiek Moldavië, en hun gemeenschappelijke waarden,

erkennende dat de Gemeenschap en de Republiek Moldavië deze banden wensen te verstevigen en partnerschap en samenwerking tot stand willen brengen om te komen tot versterking en verbreding van de betrekkingen die in het verleden zijn aangeknoopt, inzonderheid bij de op 18 december 1989 ondertekende Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken inzake handel en commerciële en economische samenwerking,

gelet op de verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van Moldavië tot versterking van de politieke en economische vrijheden, die de grondslag van het partnerschap vormen,

gelet op de verbintenis van de Partijen om de internationale vrede en veiligheid en de vreedzame oplossing van geschillen te bevorderen, en om op dit gebied samen te werken in het kader van de Verenigde Naties en de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa,

gelet op de vaste verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van de Republiek Moldavië tot volledige uitvoering van alle beginselen en bepalingen van de Slotakte van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (C.V.S.E.), de slotdocumenten van de vervolgvergaderingen van Madrid en Wenen, het document van de C.V.S.E.-Conferentie van Bonn betreffende economische samenwerking, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa en het C.V.S.E.-document van Helsinki 1992 « Uitdagingen van het Veranderinasproces »,

erkennende in dit verband dat ondersteuning van de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van de Republiek Moldavië zal bijdragen tot de instandhouding van vrede en stabiliteit in Midden- en Oost-Europa en in Europa als geheel,

bevestigende het grote belang dat de Gemeenschap en haar Lid-Staten en de Republiek Moldavië hechten aan het Europees Energiehandvest en aan de Verklaring van de Conferentie van Luzern van april 1993,

overtuigd van het allesoverheersende belang van de beginselen van de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten, inzonderheid de rechten van minderheden, de totstandbrenging van een meerpartijenstelsel met vrije en democratische verkiezingen, en economische liberalisering met het oog op de totstandbrenging van een markteconomie,

erkennende de inspanningen die door de Republiek Moldavië zijn geleverd voor de totstandbrenging van politieke en economische systemen die in overeenstemming zijn met debeginselen van de rechtsstaat en de mensenrechten, met inbegrip van de rechten van minderheden, en erkennende dat de Republiek Moldavië een meerpartijenstelsel hanteert met vrije en democratische verkiezingen en zorgt voor economische liberalisering,

van oordeel zijnde dat de volledige uitvoering van deze Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst zowel zal afhangen van, als bijdragen tot de voortzetting en de verwezenlijking van hervormingen in de Republiek Moldavië op politiek, economisch en juridisch vlak, en de invoering van de factoren die vereist zijn voor samenwerking, met name in het licht van de conclusies van de C.V.S.E.-Conferentie van Bonn.

verlangende het proces van regionale samenwerking met de buurlanden op de door deze Overeenkomst bestreken gebieden te stimuleren om welvaart en stabiliteit in deze regio te bevorderen,

verlangende regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang tot stand te brengen en te ontwikkelen,

rekening houdende met het feit dat de Gemeenschap bereid is tot het ontplooien van economische samenwerking en passende technische bijstand,

herinnerend aan het nut van de Overeenkomst voor het bevorderen van geleidelijke toenadering tussen de Republiek Moldavië en een uitgestrekter samenwerkingsgebied in Europa en naburige regio's, en de geleidelijke integratie van de Republiek Moldavië in het open internationaal handelssysteem,

gelet op de verbintenis van de Partijen tot vrijmaking van de handel op grond van de beginselen die zijn vervat in de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (G.A.T.T.),

op prijs stellende en erkennende het belang van de inspanningen die de Republiek Moldavië zich getroost om de overgang van een economie met staatshandel en centrale planning naar een markteconomie te bewerkstelligen,

zich bewust zijnde van de noodzaak verbetering te brengen in de voorwaarden voor bedrijfsleven en investeringen, en de voorwaarden voor, onder andere, de vestiging van ondernemingen, werknemers, het verrichten van diensten en kapitaalverkeer,

ervan overtuigd zijnde dat deze Overeenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor de economische betrekkingen tussen de Partijen, en vooral voor de ontwikkeling van handel en investeringen, die onontbeerlijk zijn voor economische herstructurering en technologische modernisering,

verlangende nauwe samenwerking op het gebied van milieubescherming tot stand te brengen, gezien de onderlinge afhankelijkheid van de Partijen op dit gebied,

verlangende culturele samenwerking tot stand te brengen en de doorstroming van informatie te verbeteren,

ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN :

Artikel 1

Er wordt een partnerschap tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Moldavië anderzijds. Dit partnerschap heeft ten doel :

­ een passend kader voor de politieke dialoog tussen de Partijen tot stand te brengen met het oog op de bevordering van nauwe politieke betrekkinqen;

­ handel en investeringen en harmonische economische betrekkingen tussen de Partijen te bevorderen en aldus hun duurzame ontwikkeling te stimuleren;

­ de grondslag te leggen voor samenwerking op economisch, sociaal, financieel en cultureel gebied;

­ de inspanningen van de Republiek Moldavië om haar democratie te consolideren, haar economie te ontwikkelen en de overgang naar een markteconomie te voltooien, te ondersteunen.

TITEL I

Algemene beginselen

Artikel 2

De eerbiediging van de democratische beginselen, de beginselen van het volkenrecht en de mensenrechten, inzonderheid als vastgelegd in de Slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa, alsmede de beginselen van de markteconomie, waaronder de beginselen die zijn opgenomen in de documenten van de C.V.S.E.-Conferentie van Bonn, vormen de grondslag van het binnenlands en buitenlands beleid van de Partijen en zijn een essentieel onderdeel van het partnerschap en van deze Overeenkomst.

Artikel 3

De Partijen zijn van oordeel dat het van wezenlijk belang is voor de toekomstige welvaart en stabiliteit van het gebied van de voormalige Sovjet-Unie, dat de nieuwe onafhankelijke staten die als gevolg van de ontbinding van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken zijn ontstaan (hierna « Onafhankelijke Staten » te noemen), de onderlinge samenwerking in stand houden en ontwikkelen overeenkomstig de beginselen van de Slotakte van Helsinki en het Volkenrecht en in een geest van goede nabuurschap, en alles in het werk stellen om dit proces te stimuleren.

Artikel 4

De Partijen verbinden zich ertoe, met name wanneer de Republiek Moldavië verder gevorderd zal zijn in het economisch hervormingsproces, ontwikkelingen in het kader van de desbetreffende titels van deze Overeenkomst, in het bijzonder titel 111 en artikel 48 te bekijken met het oog op het tot stand brengen van een onderlinge vrijhandelszone. De in artikel 82 genoemde Samenwerkingsraad kan de Partijen aanbevelingen met betrekking tot deze ontwikkelingen doen. Aan deze ontwikkelingen wordt slechts uitvoering gegeven in een Overeenkomst tussen de Partijen in overeenstemming met hun onderscheiden procedures. De Partijen plegen in 1998 overleg om na te gaan of de omstandigheden, inzonderheid met betrekking tot de vorderingen van de Republiek Moldavië op het gebied van marktgerichte economische hervormingen en de op dat ogenblik aldaar heersende economische omstandigheden, van dien aard zijn dat kan worden begonnen met onderhandelingen over de totstandbrenging van een vrijhandelszone.

Artikel 5

De Partijen verbinden zich ertoe samen, in onderlinge overeenstemming, na te gaan welke wijzigingen eventueel in een onderdeel van de Overeenkomst dienen te worden aangebracht in verband met gewijzigde omstandigheden, inzonderheid de situatie als gevolg van de toetreding van de Republiek Moldavië tot de G.A.T.T. Het eerste onderzoek vindt plaats drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, of wanneer de Republiek Moldavië Overeenkomstsluitende Partij bij de G.A.T.T. wordt, indien dat eerder plaatsvindt.

TITEL II

Politieke dialoog

Artikel 6

Er wordt een regelmatige politieke dialoog tot stand gebracht tussen de Partijen, die zij voornemens zijn te ontwikkelen en te intensiveren. Deze dialoog begeleidt en consolideert het proces waarbij de Gemeenschap en de Republiek Moldavië nader tot elkaar komen, ondersteunt de politieke en economische veranderingen die in de Republiek Moldavië aan de gang zijn en draagt bij tot de totstandkoming van nieuwe vormen van samenwerking. De politieke dialoog strekt ertoe

­ de banden van de Republiek Moldavië met de Gemeenschap, en aldus met de gemeenschap van democratische naties, te versterken; de economische convergentie die door middel van deze Overeenkomst wordt bewerkstelligd, zal leiden tot hechtere politieke betrekkingen;

­ de standpunten over internationale vraagstukken van wederzijds belang nader tot elkaar te brengen en aldus meer veiligheid en stabiliteit te bewerkstelligen;

­ ervoor te zorgen dat de Partijen streven naar samenwerking voor aangelegenheden op het gebied van de versterking van stabiliteit en veiligheid in Europa, de naleving van de democratische beginselen, de eerbiediging en bevordering van de mensenrechten, vooral die van minderheden, waarbij zo nodig overleg wordt gepleegd over de desbetreffende aangelegenheden.

Artikel 7

Op ministerieel niveau vindt een politieke dialoog plaats in het kader van de bij artikel 85 opgerichte Samenwerkingsraad en, in onderlinge overeenstemming, bii andere gelegenheden.

Artikel 8

De Partijen voorzien in andere procedures en regelingen voor politieke dialoog, met name in de volgende vormen :

­ regelmatige vergaderingen tussen vertegenwoordigers van de Republiek Moldavië en vertegenwoordigers van de Gemeenschap;

­ het optimaal gebruik maken van alle diplomatieke kanalen tussen de Partijen, met inbegrip van passende contacten op bilateraal en multilateraal vlak, onder meer bij de Verenigde Naties, op C.V.S.E.-vergaderingen en elders;

­ het uitwisselen van informatie over aangelegenheden van wederzijds belang met betrekking tot de politieke samenwerking in Europa;

­ alle andere middelen die bijdragen tot het consolideren en ontwikkelen van de politieke dialoog.

Artikel 9

Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het bij artikel 90 opgerichte Parlementair Samenwerkingscomité.

TITEL III

Goederenverkeer

Artikel 10

1. De Partijen passen ten aanzien van elkaar de meestbegunstigingsclausule toe op alle gebieden die verband houden met :

­ douanerechten en heffingen bij invoer en bij uitvoer, met inbegrip van de wijze van invordering van dergelijke rechten en heffingen,

­ bepalingen betreffende douaneafhandeling, doorvoer, opslag in entrepot en overslag van goederen,

­ belastingen en alle andere interne heffingen die rechtstreeks of onrechtstreeks op de ingevoerde goederen van toepassing zijn,

­ wijzen van betaling en overmaking van de betaalde bedragen,

­ voorschriften met betrekking tot verkoop, aankoop, vervoer, distributie en gebruik van goederen op de binnenlandse markt.

2. De bepalingen van lid 1 zijn niet van toepassing op :

a) voordelen die met het oog op de oprichting van een douane-unie of vrijhandelszone of ingevolge de oprichting van een dergelijke unie of zone worden toegekend;

b) voordelen die aan bepaalde landen worden toegekend overeenkomstig de G.A.T.T. en andere internationale regelingen ten gunste van ontwikkelingslanden;

c) voordelen die aan buurlanden worden toegekend ten einde het grensverkeer te vergemakkelijken.

3. De bepalingen van lid 1 en van artikel 11, lid 3, zijn gedurende een overgangsperiode die eindigt op de datum waarop de Republiek Moldavië partij wordt bij de G.A.T.T. of, indien dit vroeger is, op 31 december 1998, niet van toepassing op de in bijlage I bedoelde voordelen die door de Republiek Moldavië worden toegekend aan andere Onafhankelijke Staten met ingang van de dag voorafgaande aan de datum waarop de Overeenkomst in werking treedt.

Artikel 11

1. De Partijen zijn het erover eens dat het beginsel van de vrije doorvoer van goederen een essentiële voorwaarde is voor het bereiken van de doelstellingen van deze Overeenkomst.

2. Met het oog hierop waarborgt elke Partij de vrije doorgang over zijn grondgebied van goederen die herkomstig zijn uit of bestemd zijn voor het douanegebied van de andere Partij.

3. De in artikel V, leden 2, 3, 4 en 5, van de G.A.T.T. vastgestelde regels zijn tussen de twee Partijen van toepassing.

4. De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan de tussen de Partijen overeengekomen bijzondere regelingen voor specifieke sectoren, zoals vervoer, of produkten.

Artikel 12

Onverminderd de rechten en verplichtingen uit de beide Partijen bindende internationale Overeenkomsten betreffende de tijdelijke invoer van goederen, verleent elke Partij de andere Partij, in de gevallen en volgens de procedures die zijn vastgesteld in enige andere voor haar bindende internationale Overeenkomst op dit gebied en overeenkomstig haar nationale wettelijke regeling ter zake, vrijstelling van invoerrechten en -heffingen op goederen die tijdelijk worden ingevoerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de voorwaarden waaronder de uit een dergelijke Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen door de betrokken Partij zijn aanvaard.

Artikel 13

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 17, 20 en 21 en bijlage 11 van deze Overeenkomst, en in de artikelen 77, 81, 244, 249 en 280 van de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal tot de Gemeenschap worden bij de invoer van goederen van oorsprong uit de Republiek Moldavië en de Gemeenschap in respectievelijk de Gemeenschap en de Republiek Moldavië een kwantitatieve beperkingen toegepast.

Artikel 14

1. De uit het grondgebied van een Partij herkomstige produkten die op het grondgebied van de andere Partij worden ingevoerd, worden direct noch indirect onderworpen aan enige interne belastingen of andere interne heffingen die hoger zijn dan die welke direct of indirect op soortgelijke binnenlandse produkten van toepassing zijn.

2. Voorts worden deze produkten niet minder gunstig behandeld dan soortgelijke nationale produkten ten aanzien van alle wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften en vereisten met betrekking tot hun verkoop op de binnenlandse markt, aanbieding ten verkoop, aankoop, vervoer, distributie of gebruik. De bepalingen van dit lid vormen geen beletsel voor de toepassing van gedifferentieerde binnenlandse vervoertarieven die uitsluitend gebaseerd zijn op de economisch verantwoorde exploitatie van het vervoermiddel en niet op de nationaliteit van het produkt.

Artikel 15

De hierna volgende artikelen van de G.A.T.T. zijn van overeenkomstige toepassing tussen de Partijen :

i) artikel VII, leden 1, 2, 3, 4 a) , 4 b) , 4 d) , 5;

ii) artikel VIII;

iii) artikel IX;

iv) artikel X.

Artikel 16

Goederen worden tegen marktprijzen tussen de Partijen verhandeld.

Artikel 17

1. Wanneer een bepaald produkt op het grondgebied van een Partij wordt ingevoerd in dermate toegenomen hoeveelheden en onder voorwaarden die ernstige schade toebrengen of dreigen toe te brengen aan de eigen producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende produkten, dan kan de benadeelde Partij ­ de Gemeenschap dan wel de Republiek Moldavië ­ passende maatregelen nemen overeenkomstig de hierna volgende procedures en voorwaarden.

2. Voor zij maatregelen nemen, of, in de gevallen waarin lid 4 van toepassing is, zo spoedig mogelijk nadat zij maatregelen hebben genomen, verstrekken de Gemeenschap of de Republiek Moldavië, al naargelang van het geval, het Samenwerkingscomité alle relevante informatie ten einde dit in staat te stellen een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te zoeken.

3. Indien, na dit overleg, de Partijen niet binnen 30 dagen nadat de kwestie naar het Samenwerkingscomité is verwezen een akkoord bereiken over maatregelen om het probleem op te lossen, dan kan de Partij die om het overleg heeft verzocht maatregelen ter beperking van de invoer van de betrokken produkten nemen in de mate en voor de tijd die nodig zijn om de schade te voorkomen of te verhelpen of kan zij andere passende maatregelen nemen.

4. In hoogdringende omstandigheden, waarin uitstel moeilijk herstelbare schade zou veroorzaken, kunnen de Partijen maatregelen nemen voor het overleg heeft plaatsgevonden, op voorwaarde dat onmiddellijk daarna een voorstel tot overleg wordt gedaan.

5. Bij de keuze van de in het kader van dit artikel toe te passen maatregelen geven de Partijen de voorkeur aan maatregelen die het bereiken van de doelstellingen van deze Overeenkomst het minst in de weg staan.

Artikel 18

Niets in deze titel, inzonderheid in artikel 17 daarvan, staat in de weg aan of heeft gevolgen voor het nemen door de Partijen van anti-dumpingmaatregelen of compenserende maatregelen overeenkomstig artikel VI van de G.A.T.T., de Overeenkomst inzake de uitlegging en de toepassing van de artikelen VI, XVI en XXIII van de G.A.T.T. of aanverwante nationale wetgeving.

Elke Partij verklaart zich bereid de door de andere Partij naar voren gebrachte argumenten in verband met antidumping- of antisubsidieprocedures te onderzoeken en de betrokken belanghebbenden in kennis te stellen van de belangrijkste feiten en overwegingen die aan de definitieve beslissing ten grondslag zullen liggen. Voor definitieve anti-dumpingrechten en compenserende rechten worden ingesteld, doet de betrokken Partij al het mogelijke om het probleem tot een constructieve oplossing te brengen.

Artikel 19

De Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, de uitvoer of de doorvoer van goederen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde en veiligheid, de gezondheid en het leven van personen en dieren of het behoud van planten, de bescherming van natuurlijke hulpbronnen, de bescherming van het nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële of commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie, noch een verkapte beperking van de handel tussen de Partijen vormen.

Artikel 20

Deze titel is niet van toepassing op de handel in textielprodukten van de hoofdstukken 50 tot en met 63 van de Gecombineerde Nomenclatuur. De handel in deze produkten is geregeld bij een afzonderlijke Overeenkomst die op 14 mei 1993 werd geparafeerd en die voorlopig van toepassing is sedert 1 januari 1993.

Artikel 21

1. De handel in produkten die onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallen, wordt geregeld bij de bepalingen van deze titel, met uitzondering van artikel 13.

2. Een contactgroep voor kolen- en staalkwesties is ingesteld bestaande uit vertegenwoordigers van de Gemeenschap enerzijds en vertegenwoordigers van de Republiek Moldavië anderzijds.

De contactgroep wisselt op gezette tijden informatie uit over alle kolen- en staalkwesties die voor de Partijen van belang zijn.

Artikel 22

Op de handel in kernmaterialen zijn de bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing. Zo nodig wordt deze geregeld bij een tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Republiek Moldavië te sluiten bijzondere overeenkomst.

TITEL IV

Bepalingen inzake het handelsverkeer en de investeringen

HOOFDSTUK I

Arbeidsvoorwaarden

Artikel 23

1. Onverminderd de in elke Lid-Staat geldende wettelijke regelingen, voorwaarden en procedures zorgen de Gemeenschap en de Lid-Staten ervoor dat onderdanen van de Republiek Moldavië die wettig tewerkgesteld zijn op het grondgebied van een Lid-Staat, niet op grond van nationaliteit worden gediscrimineerd ten opzichte van de onderdanen van deze Lid-Staat wat werkomstandigheden, beloning en ontslag betreft.

2. Onverminderd de in de Republiek Moldavië geldende wettelijke regelingen, voorwaarden en procedures zorgt de Republiek Moldavië ervoor dat onderdanen van een Lid-Staat die wettig tewerkgesteld zijn op het grondgebied van de Republiek Moldavië niet op grond van nationaliteit worden gediscrimineerd ten opzichte van onderdanen van de Republiek Moldavië wat werkomstandigheden, beloning en ontslag betreft.

Artikel 24

Coordinatie van de sociale zekerheid

De Partijen verbinden zich ertoe overeenkomsten te sluiten met het doel :

i) onverminderd de in elke Lid-Staat geldende voorwaarden en bepalingen, regelingen te treffen voor de coördinatie van de stelsels van sociale zekerheid voor werknemers van Moldavische nationaliteit die wettig tewerkgesteld zijn op het grondgebied van een Lid-Staat. Deze bepalingen zullen er met name in voorzien dat :

­ alle door deze werknemers in de onderscheidene Lid-Staten vervulde tijdvakken van verzekering, arbeid of wonen worden samengeteld ten behoeve van de ouderdoms-, invaliditeits- en overlevingspensioenen en de ziektekostenverzekering van deze werknemers;

­ alle ouderdoms-, overlevings- en invaliditeitspensioenen en verzekeringen tegen arbeidsongevallen of beroepsziekten, met uitzondering van de premievrije prestaties, vrij overdraagbaar zijn tegen de koers waarin de wetgeving van de betrokken Lid-Staat of Lid-Staten voorziet;

ii) onverminderd de voorwaarden en bepalingen welke in de Republiek Moldavië van toepassing zijn, de nodige bepalingen vast te stellen opdat werknemers die onderdaan zijn van een Lid-Staat en die wettig tewerkgesteld zijn in de Republiek Moldavië een gelijksoortige behandeling krijgen als deze vermeld onder het tweede streepje van punt i).

Artikel 25

De overeenkomstig artikel 24 te nemen maatregelen laten de uit bilaterale overeenkomsten tussen de Republiek Moldavië en de Lid-Staten voortvloeiende rechten en verplichtingen onverlet wanneer deze overeenkomsten in een gunstiger behandeling van onderdanen van de Republiek Moldavië of de Lid-Staten voorzien.

Artikel 26

De Samenwerkingsraad gaat na welke gemeenschappelijke actie kan worden ondernomen om de illegale immigratie tegen te gaan, met inachtneming van het beginsel en de praktijk van wedertoelating.

Artikel 27

De Samenwerkingsraad gaat na welke verbeteringen kunnen worden aangebracht in de werkomstandigheden van zakenlieden, rekening houdende met de internationale verbintenissen van de Partijen, met inbegrip van die welke in het document van de Conferentie van Bonn van de C.V.S.E. zijn neergelegd.

Artikel 28

De Samenwerkingsraad doet aanbevelingen voor de tenuitvoerlegging van de artikelen 23, 26 en 27.

HOOFDSTUK II

Bepalingen inzake de vestiging en
de werking van vennootschappen

Artikel 29

1. a) De Gemeenschap en haar Lid-Staten kennen voor de vestiging van Moldavische vennootschappen op hun grondgebied geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan vennootschappen uit enig derde land toekennen, overeenkomstig hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.

b) Onverminderd de in bijlage IV genoemde voorbehouden kennen de Gemeenschap en haar Lid-Staten de op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen van Moldavische vennootschappen, wat de werking daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan enige vennootschap uit de Gemeenschap toekennen, overeenkomstig hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.

c) De Gemeenschap en haar Lid-Staten kennen de op hun grondgebied gevestigde filialen van Moldavische vennootschappen, wat de werking daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan filialen van vennootschappen uit enig derde land toekennen, overeenkomstig hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.

2. a) Onverminderd de in bijlage V genoemde voorbehouden kent de Republiek Moldavië voor de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap op zijn grondgebied geen minder gunstige behandeling toe dan de meest voordelige behandeling die het aan zijn eigen vennootschappen of aan vennootschappen uit enig derde land toekent, overeenkomstig zijn wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.

b) De Republiek Moldavië kent de op zijn grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap, wat de werking daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan de meest voordelige behandeling die het aan zijn eigen vennootschappen of filialen respectievelijk aan vennootschappen of filialen uit enig derde land toekent, overeenkomstig zijn wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.

3. De bepalingen van de leden 1 en 2 mogen door de op het grondgebied van een Partij gevestigde dochterondernemingen van vennootschappen uit de andere Partij niet worden gebruikt om de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften van de eerstgenoemde Partij in verband met de toegang tot specifieke sectoren of activiteiten te omzeilen.

Aan vennootschappen die op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst in de Gemeenschap of in de Republiek Moldavië gevestigd zijn, wordt de in de leden 1 en 2 bedoelde behandeling toegekend met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst en aan vennootschappen die zich na deze datum in de Gemeenschap of in de Republiek Moldavië vestigen, met ingang van de datum van vestiging.

Artikel 30

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 101 is artikel 29 niet van toepassing op het vervoer door de lucht, over binnenwateren en over zee.

2. Wat evenwel de activiteiten van scheepvaartondernemingen op het gebied van het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, biedt elke Partij aan vennootschappen van de andere Partij de mogelijkheid op haar grondgebied een handelsvertegenwoordiging in de vorm van dochterondernemingen of filialen te vestigen, onder voorwaarden, wat de vestiging en de werking betreft, die niet minder gunstig zijn dan de meest voordelige voorwaarden die zij aan haar eigen vennootschappen of aan dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit enig derde land toekent.

Deze activiteiten omvatten onder meer :

a) het op de markt brengen en de verkoop van maritieme vervoerdiensten en aanverwante diensten door rechtstreekse contacten met klanten, van prijsopgave tot facturering, ongeacht of deze diensten worden verricht of aangeboden door de dienstverlener zelf dan wel door dienstverleners waarmee de verkoper van de diensten een permanent handelsakkoord heeft;

b) aankoop en gebruik, voor eigen rekening of voor rekening van hun klanten (en de wederverkoop aan hun klanten) van alle vervoerdiensten en aanverwante diensten, met inbegrip van alle vormen van binnenlands vervoer, in het bijzonder over binnenwateren, over de weg en per spoor, die voor een geïntegreerde dienstverlening vereist zijn;

c) voorbereiding van documentatie betreffende vervoersdocumenten, douanedocumenten of andere documenten in verband met de oorsprong en de aard van de vervoerde goederen;

d) het verschaffen van handelsinformatie, op enigerlei wijze, onder meer door middel van geautomatiseerde informatiesystemen en systemen voor elektronische gegevensuitwisseling (onverminderd alle niet-discriminatoire beperkingen op het telecommunicatieverkeer);

e) het opzetten van enigerlei handelstransactie, met inbegrip van participaties in ondernemingen en het in dienst nemen van plaatselijk aangeworven personeel (of, wanneer het buitenlands personeel betreft, met inachtneming van de desbetreffende bepalingen van deze Overeenkomst), met een in het betrokken land gevestigde scheepvaartonderneming;

f) optreden namens ondernemingen, het organiseren van de afroep van aanvragen om scheepsruimte of, indien nodig, het overnemen van vracht.

Artikel 31

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder :

a) « vennootschap uit de Gemeenschap » of « Moldavische vennootschap » : een overeenkomstig het recht van een Lid-Staat respectievelijk de Republiek Moldavië opgerichte vennootschap die haar statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of de Republiek Moldavië heeft. Indien een overeenkomstig het recht van een Lid-Staat respectievelijk de Republiek Moldavië opgerichte vennootschap enkel haar statutaire zetel op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk de Republiek Moldavië heeft, wordt deze vennootschap als een vennootschap uit de Gemeenschap of als een Moldavische vennootschap beschouwd indien uit haar transacties een werkelijke en permanente band met de economie van een Lid-Staat respectievelijk de Republiek Moldavië naar voren treedt;

b) « dochteronderneming » : een vennootschap waarover een andere vennootschap daadwerkelijk zeggenschap heeft;

c) « filiaal » van een vennootschap : een handelsvestiging zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit ­ zoals een agentschap van een moedermaatschappij ­, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zakelijk overleg te voeren met derden, in dier voege dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat indien nodig er een rechtsverhouding zal bestaan met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact dienen te hebben met deze moedermaatschappij doch hun transacties kunnen afhandelen met de genoemde handelsvestiging die het vorengenoemde agentschap vormt;

d) « vestiging » : het recht van vennootschappen uit de Gemeenschap of Moldavische vennootschappen als bedoeld onder a) om econmische activiteiten uit te oefenen door de oprichting van dochterondernemingen en filialen in de Republiek Moldavië respectievelijk de Gemeenschap;

e) « transacties » :het verrichten van economische activiteiten;

f) « economische activiteiten » : activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen.

Wat het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk en van hoofdstuk III eveneens van toepassing op onderdanen van de Lid-Staten of van de Republiek Moldavië die buiten het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of de Republiek Moldavië gevestigd zijn en op buiten de Gemeenschap of de Republiek Moldavië gevestigde scheepvaartmaatschappijen waarover onderdanen van respectievelijk de Gemeenschap of de Republiek Moldavië zeggenschap hebben, indien de vaartuigen van deze scheepvaartmaatschappijen respectievelijk in die Lid-Staat of in de Republiek Moldavië geregistreerd zijn overeenkomstig de respectieve wettelijke regelingen van de Gemeenschap en de Republiek Moldavië.

Artikel 32

1. Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst verzet zich ertegen dat een Partij prudentiële maatregelen neemt, onder meer ter bescherming van investeerders, depositogevers, verzekeringnemers of personen jegens wie een financiële dienstverlener fiduciaire verplichtingen heeft of ten einde de integriteit en de stabiliteit van het financiële systeem te waarborgen. Wanneer dergelijke maatregelen in strijd zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst, mogen zij niet worden gebruikt als middel om de uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen van een Partij te ontduiken.

2. Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst wordt op zodanige wijze geïnterpreteerd dat zij een Partij ertoe verplicht zakelijke of financiële informatie betreffende individuele klanten dan wel vertrouwelijke of gepatenteerde informatie die in het bezit is van overheidsinstanties te verstrekken.

Artikel 33

De bepalingen van deze Overeenkomst beletten een Partij niet de maatregelen te nemen die zij noodzakelijk acht om te voorkomen dat de door haar genomen maatregelen in verband met de toegang van derde landen tot haar markten door middel van deze Overeenkomst worden ontdoken.

Artikel 34

1. In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk I heeft een op het grondgebied van de Republiek Moldavië of de Gemeenschap gevestigde vennootschap uit de Gemeenschap respectievelijk de Republiek Moldavië het recht, met inachtneming van de wetgeving van het gastland van vestiging, op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk de Republiek Moldavië werknemers die onderdaan zijn van een Lid-Staat of van de Republiek Moldavië in dienst te nemen of deze door een van haar dochterondernemingen of filialen in dienst te laten nemen, mits deze werknemers een sleutelpositie in de zin van lid 2 bekleden en zij uitsluitend door vennootschappen, dochterondernemingen of filialen tewerkgesteld worden. De verblijfs- en werkvergunningen van deze werknemers dekken slechts de tijd van die tewerkstelling.

2. Werknemers met een sleutelpositie die in dienst zijn van de bovengenoemde vennootschappen, hierna « organisaties » genoemd, zijn « binnen de onderneming overgeplaatste personen » als omschreven onder c) van de hiernavolgende categorieën, met dien verstande dat de organisatie een rechtspersoon is en de betrokkenen gedurende tenminste het onmiddellijk aan de overplaatsing voorafgaande jaar in dienst waren van deze organisatie of daarin partners (doch geen aandeelhouders met een meerderheidsparticipatie) waren :

a) leden van het hogere kader van een organisatie die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de organisatie, onder het algemene toezicht en de leiding van de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen. Hun taken omvatten :

­ de leiding van de organisatie of een afdeling of onderafdeling daarvan,

­ toezicht en controle op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, hooggespecialiseerde of leidinggevende werknemers,

­ de persoonlijke bevoegdheid werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of de indienstneming of het ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen;

b) binnen een organisatie werkzame personen die beschikken over ongewone kennis die van wezenlijk belang is voor de dienstverlening van het bedrijf, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management. Afgezien van de voor het functioneren van het betrokken bedrijf vereiste specifieke kennis, kan deze kennis bestaan in een hoog bekwaamheidsniveau met betrekking tot bepaalde werkzaamheden of van het uitoefenen van een bepaald beroep waarvoor specifieke technische vaardigheden vereist zijn, met inbegrip van, in voorkomend geval, het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep;

c) een « binnen de onderneming overgeplaatste persoon » is een natuurlijke persoon die voor een organisatie op het grondgebied van een Partij werkzaam is en die tijdelijk wordt overgeplaatst in het kader van economische activiteiten op het grondgebied van de andere Partij. De hoofdvestiging van de betrokken organisatie dient op het grondgebied van een Partij te zijn gevestigd en de overplaatsing dient te geschieden naar een dochteronderneming of filiaal van deze organisatie die op het grondgebied van de andere Partij daadwerkelijk soortgelijke economische activiteiten verricht.

Artikel 35

1. De Partijen vermijden in zoverre mogelijk het nemen van maatregelen of het ontplooien van activiteiten die de voorwaarden voor de vestiging en de werking van vennootschappen uit de andere Partij restrictiever maken dan op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van deze Overeenkomst het geval was.

2. De bepalingen van dit artikel laten die van artikel 43 onverlet : de omstandigheden waarop artikel 43 van toepassing is, worden uitsluitend geregeld door de bepalingen van dat artikel, met uitsluiting van elk ander artikel.

3. In een geest van partnerschap en samenwerking en in het licht van de bepalingen van artikel 50 geeft de Regering van de Republiek Moldavië de Gemeenschap kennis van door haar voorgestelde nieuwe wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen die de voorwaarden voor de vestiging of de werking van dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap in de Republiek Moldavië restrictiever kunnen maken dan op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van deze Overeenkomst het geval is. De Gemeenschap kan van de Republiek Moldavië verlangen dat dit land haar het ontwerp van deze regelingen doet toekomen en dat daarover overleg wordt gepleegd.

4. Wanneer nieuwe wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen in de Republiek Moldavië de voorwaarden voor de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap op het grondgebied van de Republiek Moldavië en voor de werking van in de Republiek Moldavië gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap restrictiever maken dan op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van deze Overeenkomst het geval is, zijn deze bepalingen gedurende de eerste drie jaren volgende op de datum van inwerkingtreding van het desbetreffende besluit niet van toepassing op de dochterondernemingen en filialen die op de datum van inwerkingtreding van dat besluit reeds in de Republiek Moldavië gevestigd waren.

HOOFDSTUK III

Grensoverschrijdend dienstenverkeer tussen de Gemeenschap
en de Republiek Moldavië

Artikel 36

1. De Partijen verbinden zich overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk ertoe de nodige stappen te ondernemen om geleidelijk het grensoverschrijdend verlenen van diensten mogelijk te maken door vennootschappen uit de Gemeenschap of Moldavische vennootschappen die zijn gevestigd op het grondgebied van een andere Partij dan die van de persoon voor wie de diensten worden verricht, met inachtneming van de ontwikkeling van de dienstverlenende sectoren op het grondgebied van de Partijen.

2. De Samenwerkingsraad doet aanbevelingen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van lid 1.

Artikel 37

De Partijen werken samen met het oog op de ontwikkeling van een marktgerichte dienstensector in de Republiek Moldavië.

Artikel 38

1. De Partijen verbinden zich ertoe het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale maritieme markt en het internationaal maritiem vervoer op commerciële basis daadwerkelijk toe te passen.

a) Deze bepaling laat onverlet de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Gedragscode van de Verenigde Naties voor Lijnvaartconferences die voor een Partij bij deze Overeenkomst van toepassing zijn. De niet bij conferences aangesloten lijnvaartmaatschappijen kunnen vrij met een conference concurreren zolang zij zich aan het beginsel van eerlijke concurrentie op commerciële basis houden.

b) De Partijen bevestigen dat zij de vrije concurrentie fundamenteel achten voor het handelsverkeer in droge en vloeibare bulkgoederen.

2. De Partijen verbinden zich ertoe bij de toepassing van de beginselen van lid 1 :

a) vanaf het in werking treden van deze Overeenkomst geen bepalingen inzake vrachtverdeling van bilaterale overeenkomsten tussen een Lid-Staat en de voormalige Sovjet-Unie toe te passen;

b) geen bepalingen inzake vrachtverdeling op te nemen in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen, tenzij in die uitzonderlijke gevallen waarin de lijnvaartmaatschappijen van een Partij bij deze Overeenkomst anders geen reële kans zouden krijgen om aan het handelsverkeer van en naar het betrokken derde land deel te nemen;

c) het opnemen van vrachtverdelingsregelingen in toekomstige bilaterale overeenkomsten betreffende het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen niet toe te staan;

d) bij het in werking treden van deze Overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende werking kunnen hebben ten aanzien van de vrije dienstverrichting in het internationaal maritiem vervoer.

Elke Partij verleent aan de schepen welke door onderdanen of vennootschappen van de andere Partij worden geëxploiteerd, inter alia, geen minder gunstige behandeling dan die welke zij aan haar eigen schepen verleent, ten aanzien van de toegang tot de voor het internationale handelsverkeer bestemde havens, het gebruik van de infrastructuur en van de maritieme hulpdiensten van de havens evenals de daarmee verband houdende vergoedingen en kosten, de douanefaciliteiten en de toewijzing van aanlegplaatsen en installaties voor het laden en lossen.

3. De onderdanen en vennootschappen van de Gemeenschap die voorzien in internationale maritieme vervoerdiensten, kunnen onbelemmerd voorzien in de op het internationaal zeevervoer aansluitende diensten op de binnenwateren van de Republiek Moldavië en vice versa.

Artikel 39

Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling van het vervoer tussen de Partijen in overeenstemming met hun commerciële behoeften, kunnen de voorwaarden voor de wederzijdse toegang tot elkaars markten en het verlenen van diensten met betrekking tot het vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren, en eventueel het luchtvervoer, worden vastgelegd in bijzondere overeenkomsten, waarover in voorkomend geval tussen de Partijen als gedefinieerd in artikel 96 na het in werking treden van deze Overeenkomst wordt onderhandeld.

HOOFDSTUK IV

Algemene bepalingen

Artikel 40

1. De bepalingen van deze titel worden toegepast behoudens beperkingen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid.

2. Zij zijn niet van toepassing op de werkzaamheden die op het grondgebied van een Partij verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag, zelfs indien deze slechts voor een bepaalde gelegenheid geschieden.

Artikel 41

Voor de toepassing van deze Titel belet geen enkele bepaling van deze Overeenkomst de Partijen hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende toelating en verblijf, het verrichten van werk, arbeidsvoorwaarden, de vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten toe te passen, mits zij dat niet op zodanige wijze doen dat de voor een Partij uit een specifieke bepaling van deze Overeenkomst voortvloeiende voordelen teniet worden gedaan of beperkt. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 40.

Artikel 42

Vennootschappen waarover de zeggenschap berust bij of die de exclusieve eigendom zijn van Moldavische vennootschappen en vennootschappen uit de Gemeenschap gezamenlijk, komen eveneens in aanmerking voor de bepalingen van de hoofdstukken II, III en IV.

Artikel 43

De in het kader van deze Overeenkomst door een Partij aan de andere toegekende behandeling is met ingang van een termijn van een maand vóór het in werking treden van de daarop betrekking hebbende voorschriften van de Algemene Overeenkomst inzake de Handel in Diensten (G.A.T.S.), met betrekking tot de sectoren of maatregelen waarop de G.A.T.S. betrekking heeft, in geen enkel geval gunstiger dan die welke door de eerstbedoelde Partij in het kader van de G.A.T.S. en met betrekking tot om het even welke dienstensector, dienstensubsector en wijze van dienstverlening wordt toegekend.

Artikel 44

Voor de toepassing van de hoofdstukken II, III en IV wordt geen rekening gehouden met de behandeling welke door de Gemeenschap, haar Lid-Staten of de Republiek Moldavië wordt toegekend op grond van de verbintenissen welke in het kader van overeenkomsten inzake economische integratie overeenkomstig de beginselen van artikel V van de G.A.T.S. zijn aangegaan.

Artikel 45

1. De overeenkomstig de bepalingen van deze titel toegekende meestbegunstigingsregeling is niet van toepassing op de belastingvoordelen waarin de Partijen voorzien of in de toekomst zullen voorzien in het kader van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting of andere fiscale regelingen.

2. Niets in deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor het vaststellen of doen naleven door de Partijen van maatregelen ter voorkoming van belastingvermijding of -ontduiking overeenkomstig de bepalingen van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting en andere fiscale regelingen, of de nationale fiscale wetgeving.

3. Niets in deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor de Lid-Staten of de Republiek Moldavië om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun fiscaal recht een onderscheid te maken tussen belastingplichtigen die zich niet in identieke situaties bevinden, vooral met betrekking tot hun woonplaats.

Artikel 46

Onverminderd artikel 34 kan geen enkele bepaling van de hoofdstukken II, III en IV worden uitgelegd als zou zij het recht verlenen :

­ aan onderdanen van de Lid-Staten, respectievelijk de Republiek Moldavië, zich op het grondgebied van de Republiek Moldavië, respectievelijk de Gemeenschap, te begeven of daar te verblijven in ongeacht welke hoedanigheid en met name als aandeelhouder of partner, beheerder of werknemer van een vennootschap dan wel als verstrekker of ontvanger van diensten;

­ aan dochternondernemingen of filialen van Moldavische vennootschappen in de Gemeenschap tot het grondgebied van de Gemeenschap in dienst nemen of hebben van onderdanen van de Republiek Moldavië;

­ aan dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap in de Republiek Moldavië tot op het grondgebied van de Republiek Moldavië in dienst nemen of hebben van onderdanen van de Lid-Staten;

­ aan Moldavische vennootschappen dan wel dochterondernemingen of filialen van Moldavische vennootschappen in de Gemeenschap tot het namens of onder het toezicht tijdelijke arbeidsovereenkomsten;

­ aan communautaire vennootschappen dan wel dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap in de Republiek Moldavië tot het door middel van tijdelijke arbeidsovereenkomsten voorzien in arbeidskrachten die onderdanen van Lid-Staten zijn.

TITEL V

Betalings- en kapitaalverkeer

Artikel 47

1. De Partijen verbinden zich ertoe machtiging te verlenen tot alle betaalverrichtingen op de lopende rekening van de betalingsbalans in vrije convertibele valuta tussen inwoners van de Gemeenschap en van de Republiek Moldavië voor zover deze verrichtingen betrekkingen hebben op het verkeer van goederen, diensten of personen in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst.

2. Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans worden vanaf de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot directe investeringen in vennootschappen die in overeenstemming met de wetten van het gastland zijn opgericht, en investeringen in overeenstemming met hoofdstuk II van titel IV, alsook de liquidatie of de repatriëring van die investeringen en van alle opbrengsten daarvan gegarandeerd.

3. Onverminderd de leden 2 en 5 worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst geen nieuwe beperkingen ingesteld op de valutatransacties in het kader van het kapitaalverkeer en de daarmee verband houdende betalingsverrichtingen tussen inwoners van de Gemeenschap en van de Republiek Moldavië, en worden in de bestaande regelingen geen verdere restricties aangebracht.

4. De Partijen raadplegen elkaar met het oog op de vergemakkelijking van andere kapitaalverrichtingen dan die bedoeld in lid 2 tussen de Gemeenschap en de Republiek Moldavië gericht op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst.

5. In het kader van dit artikel kan de Republiek Moldavië, in afwachting van een volledige convertibiliteit van de Moldavische munteenheid in de zin van artikel VIII van de Overeenkomst betreffende het International Monetair Fonds (I.M.F.), in uitzonderlijke omstandigheden deviezenbeperkignen in verband met het verlenen of opnemen van financieel krediet op korte en middellange termijn toepassen, voor zover deze beperkingen aan de Republiek Moldavië voor het verlenen van dergelijke kredieten worden opgelegd en op grond van de I.M.F.-status van de Republiek Moldavië zijn toegestaan. De Republiek Moldavië past deze beperkingen op een niet-discriminerende wijze toe. Zij dienen zodanig te worden toegepast dat zij de uitvoering van deze Overeenkomst zo weinig mogelijk verstoren. De Republiek Moldavië doet aan de Samenwerkingsraad onverwijld mededeling van de invoering en van alle wijzigingen van dergelijke maatregelen.

6. Onverminderd de leden 1 en 2 kunnen de Gemeenschap en de Republiek Moldavië in uitzonderlijke omstandigheden, wanneer kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en de Republiek Moldavië oorzaak is of dreigt te zijn van ernstige moeilijkheden voor de toepassing van het wisselkoersbeleid of het monetaire beleid in de Gemeenschap of in de Republiek Moldavië, elk voor zich vrijwaringsmaatregelen nemen met betrekking tot het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en de Republiek Moldavië voor een periode van niet meer dan zes maanden, indien deze maatregelen volstrekt nodig zijn.

TITEL VI

Mededinging, bescherming van intellectuele, industriële
en commerciële eigendom, samenwerking
op het gebied van de wetgeving

Artikel 48

1. De Partijen komen overeen, door de toepassing van hun mededingingsvoorschriften of anderszins, te bewerkstelligen dat beperkingen van de mededinging door ondernemingen of ten gevolge van overheidsmaatregelen, voor zover zij de handel tussen de Gemeenschap en de Republiek Moldavië ongunstig kunnen beïnvloeden, ongedaan worden gemaakt of worden opgeheven.

2. Met het oog op de verwezenlijking van de in lid 1 genoemde doelstellingen :

2.1. zorgen de Partijen ervoor dat zij over wetgeving beschikken ter bestrijding van mededingingsbeperkingen door de onder hun rechtsbevoegdheid vallende ondernemingen en op de naleving ervan toezien;

2.2. zien de Partijen af van de toekenning van staatssteun aan bepaalde ondernemingen, voor de produktie van goederen die geen basisprodukten zijn als bedoeld in de G.A.T.T., of voor diensten, voor zover hierdoor de mededinging wordt vervalst of dreigt te worden vervalst en in de mate dat deze steun de handel tussen de Gemeenschap en de Republiek Moldavië ongunstig beïnvloedt;

2.3. verstrekt de ene Partij de andere op haar verzoek informatie over haar steunprogramma's of over bepaalde afzonderlijke gevallen van staatssteun; de Partijen dienen geen informatie te verstrekken waarop wettelijke voorschriften inzake het beroeps- of bedrijfsgeheim van toepassing zijn;

2.4. verklaren de Partijen zich met betrekking tot de staatsmonopolies van commerciële aard, bereid vanaf het vierde jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst erop toe te zien dat niet wordt gediscrimineerd tussen onderdanen van de Partijen met betrekking tot de voorwaarden waaronder goederen worden aangeschaft of verkocht;

2.5. verklaren de Partijen zich met betrekking tot de overheidsbedrijven en de ondernemingen waaraan de Lid-Staten of de Republiek Moldavië uitsluitende rechten verlenen, bereid vanaf het vierde jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst erop toe te zien dat geen maatregelen worden vastgesteld of gehandhaafd die voor de respectieve belangen van de Partijen nadelige distorsies van de handel tussen de Gemeenschap en de Republiek Moldavië tot gevolg hebben; deze bepaling vormt geen juridische of feitelijke belemmering voor de vervulling van de aan de bedoelde ondernemingen opgedragen bijzondere taken;

2.6. kan de in lid 2, punten 4) en 5), genoemde termijn bij onderlinge overeenstemming tussen de Partijen worden verlengd.

3. Op verzoek van de Gemeenschap of de Republiek Moldavië kan binnen het Samenwerkingscomité overleg plaatshebben over de in leden 1 en 2 bedoelde beperkingen of vervalsing van de mededinging en over het doen naleven van de mededingingsvoorschriften, met inachtneming van de wettelijke beperkingen betreffende de bekendmaking van gegevens, de vertrouwelijkheid van informatie en het bedrijfsgeheim. Het overleg kan eveneens betrekking hebben op problemen in verband met de uitlegging van de leden 1 en 2.

4. De Partijen met ervaring op het gebied van de toepassing van mededingingsvoorschriften stellen alles in het werk om de andere Partijen, op hun verzoek en binnen de grenzen van de beschikbare middelen, technische bijstand te verlenen met betrekking tot de uitwerking en tenuitvoerlegging van mededingingsvoorschriften.

5. Bovenstaande bepalingen doen op geen enkele wijze afbreuk aan de rechten van de Partijen om afdoende maatregelen, en met name die bedoeld in artikel 18, te nemen met betrekking tot distorsies van de handel in goederen of diensten.

Artikel 49

1. In overeenstemming met de bepalingen van dit artikel en van bijlage III ziet de Republiek Moldavië verder toe op de verbetering van de bescherming van intelmlectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten, ten einde tegen het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst te kunnen voorzien in een bescherming overeenkomend met die welke bestaat in de Gemeenschap, met inbegrip van doeltreffende middelen om deze rechten af te dwingen.

2. Uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst, treedt de Republiek Moldavië toe tot de multilaterale overeenkomsten betreffende intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten bedoeld in punt 1 van bijlage III, waarbij de Lid-Staten Partij zijn of die de facto door de Lid-Staten worden toegepast in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van die overeenkomsten.

Artikel 50

1. De Partijen erkennen dat een voorname voorwaarde voor het versterken van de economische banden tussen de Republiek Moldavië en de Gemeenschap de aanpassing van de bestaande en toekomstige wetgeving van de Republiek Moldavië aan die van de Gemeenschap is. De Republiek Moldavië doet het nodige om ervoor te zorgen dat zijn wetgeving geleidelijk in overeenstemming met die van de Gemeenschap wordt gebracht.

2. De aanpassing van de wetgeving omvat in het bijzonder de volgende terreinen : douanewetgeving, vennootschapsrecht, bankrecht, boekhoudkundige regels voor vennootschappen, vennootschapsbelastingen, intellectuele eigendom, bescherming van werknemers op de arbeidsplaats, financiële diensten, mededingingsregels, overheidsopdrachten, bescherming van de gezondheid en het leven van personen, dieren en planten, milieu, consumentenbescherming, indirecte belastingen, technische voorschriften en normen, wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften inzake kernenergie, vervoer.

3. De Gemeenschap verstrekt de Republiek Moldavië zo nodig technische bijstand bij de uitvoering van deze maatregelen, onder meer door :

­ de uitwisseling van deskundigen,

­ het verstrekken van tijdige informatie, vooral over relevante wetgeving,

­ de organisatie van seminars,

­ opleidingsactiviteiten,

­ bijstand voor de vertaling van communautaire wetgeving in de desbetreffende sectoren.

TITEL VII

Economische samenwerking

Artikel 51

1. De Gemeenschap en de Republiek Moldavië brengen een economische samenwerking tot stand die erop gericht is het economisch hervormings- en herstelproces en de duurzame ontwikkeling van de Republiek Moldavië te bevorderen. Die samenwerking versterkt en ontwikkelt de economische banden ten voordele van beide Partijen.

2. Het beleid en de andere maatregelen zijn gericht op de totstandbrenging van economische en sociale hervormingen, en van de herstructurering van het economische systeem in de Republiek Moldavië, en gaan uit van de eisen van een duurzame en harmonische sociale ontwikkeling; ook de milieu-aspecten dienen volledig in de maatregelen te zijn geïntegreerd.

3. Te dien einde wordt de samenwerking in het bijzonder gericht op de industriële samenwerking, de bevordering en bescherming van de investeringen, overheidsopdrachten, normen en overeenstemmingsbeoordelingen, mijnbouw en grondstoffen, wetenschap en technologie, onderwijs en opleiding, de landbouw en de agro-industriële sector, energie, het milieu, vervoer, ruimtetechnologie, telecommunicatie, financiële diensten, het witwassen van geld, monetair beleid, regionale ontwikkeling, sociale samenwerking, toerisme, het midden- en kleinbedrijf, informatie en communicatie, consumentenbescherming, douane, statistieken, economie en verdovende middelen.

4. Er wordt speciale aandacht besteed aan maatregelen ter bevordering van de samenwerking tussen de Onafhankelijke Staten met het oog op een harmonische ontwikkeling van de regio.

5. In voorkomend geval kunnen de economische samenwerking en de andere vormen van samenwerking waarin deze Overeenkomst voorziet, worden gesteund door technische bijstand van de Gemeenschap, met inachtneming van de op de technische bijstand in de Onafhankelijke Staten betrekking hebbende verordening van de Raad van de Europese Unie, de in het kader van het indicatieve programma voor de technische bijstand van de Gemeenschap aan de Republiek Moldavië overeengekomen prioriteiten, en de vastgestelde coördinatie- en tenuitvoerleggingsprocedures.

6. De Samenwerkingsraad doet aanbevelingen met betrekking tot de ontwikkeling van de samenwerking op de in lid 3 genoemde gebieden.

Artikel 52

Industriële samenwerking

1. Bij de samenwerking wordt in het bijzonder de bevordering nagestreefd van :

­ de ontwikkeling van commerciële banden tussen het bedrijfsleven aan beide zijden, met het oog op bijvoorbeeld de overdracht van technologie en know-how,

­ de deelneming van de Gemeenschap aan het streven van de Republiek Moldavië om zijn industrie te herstructureren en technisch te verbeteren.

­ de verbetering van de bedrijfsvoering,

­ de uitwerking van degelijke handelsvoorschriften en -praktijken, met inbegrip van marketingmethoden voor produkten,

­ de milieubescherming,

­ de aanpassing van de structuur van de industriële produktie aan de normen van een moderne markteconomie,

­ de omschakeling van het militair-industrieel complex.

2. De bepalingen van dit artikel laten de tenuitvoerlegging van de op ondernemingen toepasselijke mededingingsvoorschriften van de Gemeenschap onverlet.

Artikel 53

Bevordering en bescherming van investeringen

1. Met inachtneming van de respectieve bevoegdheden van de Gemeenschap en de Lid-Staten is de samenwerking gericht op het creëren van een gunstig klimaat voor binnen- en buitenlandse investeringen, met name door betere voorwaarden voor de bescherming van investeringen, en door de mogelijkheid van kapitaalovermakingen en de uitwisseling van informatie over investeringsmogelijkheden.

2. De samenwerking is in het bijzonder gericht op de volgende doelstellingen :

­ de sluiting, waar nodig, van overeenkomsten voor de bevordering en bescherming van investeringen tussen de Lid-Staten en de Republiek Moldavië,

­ de sluiting, waar nodig, van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting tussen de Lid-Staten en de Republiek Moldavië,

­ het scheppen van gunstige voorwaarden voor buitenlandse investeringen in de Moldavische economie,

­ de vaststelling van stabiel en doeltreffend handelsrecht en een stabiele en geschikte handelsomgeving en de uitwisseling van informatie over wetgeving en administratieve praktijken op investeringsgebied,

­ de uitwisseling van informatie over investeringsmogelijkheden in de vorm van onder andere handelsbeurzen, tentoonstellingen, handelsweken en andere manifestaties.

Artikel 54

Overheidsopdrachten

De Partijen werken samen met het oog op de vaststelling van voorwaarden voor de gunning via openbare en op mededinging gebaseerde procedures van contracten voor het leveren van goederen en verrichten van diensten, met name door middel van aanbestedingen.

Artikel 55

Samenwerking op het gebied van de normen
en de overeenstemmingsbeoordeling

1. De samenwerking tussen de Partijen is gericht op de aanpassing aan de internationaal overeengekomen criteria, beginselen en richtsnoeren inzake kwaliteit. De te ondernemen acties dienen bevorderlijk te zijn voor de wederzijdse erkenning op het gebied van de overeenstemmingsbeoordeling en voor de verbetering van de kwaliteit van de Moldavische produkten.

2. Daartoe streven de Partijen het volgende na :

­ de bevordering van passende samenwerking met de op deze gebieden gespecialiseerde organisaties en instellingen,

­ de bevordering van de toepassing van communautaire technische voorschriften en Europese normen en procedures voor overeenstemmingsbeoordeling,

­ de uitwisseling van praktische en technische informatie met betrekking tot de kwaliteitszorg.

Artikel 56

Mijnbouw en grondstoffen

1. De Partijen streven naar een uitbreiding van de investeringen en van de handel op het gebied van mijnbouw en grondstoffen.

2. De samenwerking heeft vooral betrekking op :

­ de uitwisseling van informatie over de ontwikkelingen in de sectoren mijnbouw en non-ferrometalen,

­ de vaststelling van een juridisch kader voor de samenwerking,

­ met de handel verband houdende aangelegenheden,

­ de uitwerking van wettelijke en andere maatregelen op het gebeid van de milieubescherming,

­ de opleiding,

­ de veiligheid in de mijnindustrie.

Artikel 57

Samenwerking op het gebied van wetenschappen en technologie

1. De Partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van civielwetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling (O & TO) op basis van het wederzijdse voordeel daarvan, en met inachtneming van de omvang van de beschikbare middelen, van de nodige toegankelijkheid van hun respectieve programma's en van een passend beschermingsniveau van de intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten (I.E.R.).

2. De samenwerking ophet gebied van wetenschappen en technologie heeft betrekking op :

­ de uitwisseling van wetenschappelijke en technische informatie,

­ gezamenlijke O & TO-activiteiten,

­ opleidingsativiteiten en programma's ter bevordering van de mobiliteit ten behoeve van aan beide zijden bij O & TO betrokken wetenschappers, onderzoekers en technici.

Voor activiteiten in het kader van deze samenwerking die betrekking hebben op onderwijs en/of opleiding, dienen de bepalingen van artikel 58 te worden inachtgenomen.

De Partijen kunnen bij wederzijds akkoord andere vormen van samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie aangaan.

Bij de uitvoering van deze samenwerkingsactiviteiten wordt bijzondere aandacht besteed aan de tewerkstelling elders van wetenschappers, ingenieurs, onderzoekers en technici die zich bezig hebben gehouden met onderzoek naar en/of de produktie van massavernietigingswapens.

3. De samenwerking waarop dit artikel betrekking heeft wordt ten uitvoer gelegd via afzonderlijke akkoorden waarvoor de onderhandelingen en de sluiting verlopen overeenkomstig de door elke Partij vastgestelde procedures en waarin onder andere de passende I.E.R.-bepalingen worden opgenomen.

Artikel 58

Onderwijs en opleiding

1. De Partijen werken samen voor het optrekken van het peil van het algemene onderwijs en de beroepskwalificaties in de Republiek Moldavië, zowel in de openbare als in de particuliere sector.

2. De samenwerking wordt in het bijzonder gericht op de volgende terreinen :

­ de modernisering van het hoger onderwijs en de opleidingsstelsels in de Republiek Moldavië met inbegrip van het systeem voor de certificatie van instellingen voor hoger onderwijs en diploma's in het hoger onderwijs,

­ de opleiding van leidinggevend personeel in de openbare en de particuliere sector alsook van hogere ambtenaren op vast te stellen prioritaire terreinen,

­ de samenwerking tussen onderwijsinstellingen onderling en tusen onderwijsinstellingen en ondernemingen,

­ de mobiliteit van het onderwijzend personeel, afgestudeerden, administratief personeel, jonge wetenschappers en onderzoekers, en jongeren in het algemeen,

­ de bevordering van het onderwijs op het gebied van Europese studies in de relevante instellingen,

­ het aanleren van communautaire talen,

­ de postuniversitaire opleiding van conferentietolken,

­ de opleiding van journalisten,

­ de opleiding van opleiders.

3. De mogelijke deelneming van een Partij aan de respectieve programma's op onderwijs- en opleidingsgebied van de andere Partij zou kunnen worden overwogen in overeenstemming met hun respectieve procedures, en eventueel worden institutionele kaders en samenwerkingsprojecten opgezet in aansluiting op de deelneming van de Republiek Moldavië aan het Tempus-programma van de Gemeenschap.

Artikel 59

Landbouw en de agro-industriële sector

De samenwerking op dit terrein is gericht op de landbouwhervorming, de modernisering, privatisering en herstructurering van de landbouwsector, van de agro-industriële sector en van de dienstensector in de Republiek Moldavië, en het vergroten van de binnenlandse en buitenlandse afzet voor Moldavische produkten, onder voorwaarden die de bescherming van het milieu waarborgen en met inachtneming van de noodzaak de continuïteit van de voedselvoorziening te verbeteren. De Partijen streven eveneens naar een geleidelijke aanpassing van de Moldavische normen aan de communautaire technische voorschriften betreffende al dan niet industrieel verwerkte voedingsprodukten uit de landbouw met inbegrip van de sanitaire en fytosanitaire normen.

Artikel 60

Energie

1. De samenwerking vindt plaats met inachtneming van de beginselen van de markteconomie en het Europese Energiehandvest tegen de achtergrond van de geleidelijke integratie van de energiemarkten in Europa.

2. De samenwerking strekt zich onder meer over de volgende terreinen uit :

­ het milieu-effect van energieproduktie, -voorziening en -verbruik ten einde milieuschade als gevolg van deze activiteiten te voorkomen of tot een minimum te beperken,

­ verbetering van de kwaliteit en de continuïteit van de energievoorziening, inclusief diversificatie van de leveranciers, op een wijze die uit economisch en milieu-oogpunt verantwoord is,

­ de uitstippeling van het energiebeleid,

­ verbetering van het beheer en de regulering van de energiesector in overeenstemming met de eisen van een markteconomie,

­ de totstandbrenging van de institutionele, wettelijke, fiscale en andere voorwaarden die nodig zijn om verhoogde handel en investeringen in energie te stimuleren,

­ de bevordering van energiebesparing en een efficiënt energiegebruik,

­ de modernisering, ontwikkeling en diversificatie van de energie-infrastructuur,

­ verbetering van de technologieën bij de levering en het eindverbruik van de verschillende vormen van energie,

­ het beheer en de technische opleiding in de energiesector.

Artikel 61

Milieu

1. Met inachtneming van het Europese Energiehandvest en de Verklaring van de Conferentie van Luzern van 1993 ontwikkelen en versterken Partijen hun samenwerking op het gebied van het milieu en de volksgezondheid.

2. De samenwerking beoogt bestrijding van het milieubederf en met name :

­ daadwerkelijke controle van de verontreinigingsniveaus en beoordeling van het milieu; informatiesysteem met betrekking tot de toestand van het milieu;

­ bestrijding van lokale, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging;

­ ecologisch stelsel;

­ duurzame, doeltreffende en uit milieuoogpunt doelmatige energieproduktie en -gebruik;

­ de veiligheid van industriële installaties;

­ de classificatie en veilige behandeling van chemische produkten;

­ verbetering van de kwaliteit van het water;

­ beperking, recycling en veilige verwijdering van afval; tenuitvoerlegging van het Verdrag van Bazel;

­ onderzoek van de milieu-effecten van de landbouw; bodemerosie en chemische verontreinging;

­ de bescherming van bossen;

­ de instandhouding van de biodiversiteit, beschermde gebieden en duurzaam gebruik en beheer van biologische rijkdommen;

­ planning van het landgebruik; met inbegrip van nieuwbouwlanning en stadsplanning;

­ aanwending van economische en fiscale instrumenten;

­ onderzoek van klimaatveranderingen op wereldniveau;

­ milieu-opvoeding en -bewustmaking;

­ tenuitvoerlegging van het Verdrag van Espoo inzake milieu-effectrapportage in grensoverschrijdend verband.

3. De samenwerking vindt met name plaats via :

­ de opstelling van plannen voor rampen en andere noodsituaties;

­ uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied van de overdracht van schone technologieën en het veilige en uit milieuoogpunt verantwoorde gebruik van biotechnologieën;

­ gezamenlijke onderzoeksactiviteiten;

­ verbeteringen van wetgeving om deze meer in overeenstemming te brengen met de communautaire normen;

­ samenwerking in regionaal verband, met inbegrip van samenwerking in het kader van het Europees Milieubureau en op internationaal niveau;

­ uitstippeling van strategieën, vooral in verband met wereldomvattende en klimatologische kwesties en tevens met het oog op de totstandbrenging van duurzame ontwikkeling;

­ milieu-effectstudies.

Artikel 62

Vervoer

1. De Partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking op vervoergebied.

2. De samenwerking beoogt onder meer de herstructurering en modernisering van de vervoersystemen en -netwerken in de Republiek Moldavië en de ontwikkeling en verzekering, in voorkomend geval, van de comptabiliteit van de vervoersystemen in het kader van de verwezenlijking van een meer geïntegreerd vervoerstelsel.

De samenwerking omvat onder meer :

­ de modernisering van het beheer en de exploitatie van het wegvervoer, de spoorwegen, havens en luchthavens;

­ de modernisering en ontwikkeling van de spoorweg-, waterweg, weg-, haven-, luchthaven- en luchtvaartinfrastructuur, inclusief de modernisering van de belangrijkste verbindingen van gemeenschappelijk belang en de transeuropese verbindingen voor voornoemde vervoertakken;

­ de bevordering en ontwikkeling van het multimodale vervoer;

­ de bevordering van gezamenlijke onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's;

­ de totstandbrenging van het wettelijk en institutioneel kader voor beleidsontwikkeling en -uitvoering, inclusief privatisering van de vervoersector.

Artikel 63

Post en telecommunicatie

Binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden verruimen en versterken Partijen hun samenwerking op de volgende terreinen :

­ de uitstippeling van strategieën en richtsnoeren voor de ontwikkeking van de sector telecommunicatie en de post,

­ de ontwikkeling van de beginselen van een tariefbeleid en marketing op het gebied van telecommunicatie en post,

­ de bevordering van de ontwikkeling van projecten voor telecommunicatie en post en het aantrekken van investeringen,

­ verhoging van de efficiëntie en kwaliteit van telecommunicatie en post, onder meer via de liberalisatie van de activiteiten in subsectoren,

­ de geavanceerde toepassing van telecommunicatie, met name op het gebied van de elektronische overdracht van kapitaal,

­ beheer van telecommunicatienetwerken en hun « optimalisering »,

­ een passend regelgevend kader voor de verstrekking van telecommunicatie- en postdiensten en voor het gebruik van een radiofrequentiespectrum,

­ opleiding op het gebied van telecommunicatie en post met het oog op exploitatie onder marktvoorwaarden.

Artikel 64

Financiële diensten

De samenwerking beoogt met name vergemakkelijking van het betrekken van de Republiek Moldavië bij algemeen erkende onderlinge verrekeningssystemen. De technische bijstand is toegespitst op :

­ de ontwikkeling van het bankwezen en de financiële diensten, de ontwikkeling van een gemeenschappelijke markt van kredietmiddelen, het betrekken van de Republiek Moldavië bij een algemeen erkend onderling verrekeningssysteem,

­ de ontwikkeling van een belastingstelsel en institutionele ontwikkeling op belastinggebied in de Republiek Moldavië, de uitwisseling van ervaringen en personeelsopleiding,

­ de ontwikkeling van het verzekeringswezen, hetgeen onder meer een gunstig kader zal vormen voor de deelneming van vennootschappen uit de Gemeenschap aan de oprichting van joint ventures in de verzekeringssector in de Republiek Moldavië alsmede de ontwikkeling van de exportkredietverzekering.

Deze samenwerking draagt met name bij tot de bevordering van het aanknopen van betrekkingen tussen de Republiek Moldavië en Lid-Staten in de sector financiële dienstverlening.

Artikel 65

Monetair beleid

Op verzoek van de Moldavische autoriteiten verstrekt de Gemeenschap technische bijstand ter ondersteuning van het streven van de Republiek Moldavië naar de versterking van het eigen monetair stelsel, hetgeen uiteindelijk zal leiden tot de convertibiliteit van de Moldavische munteenheid, en de geleidelijke aanpassing van zijn beleid aan het Europees Monetair Stelsel. Deze bijstand omvat de informele gedachtenwisseling over de beginselen en de werking van het Europees Monetair Stelsel.

Artikel 66

Het witwassen van geld

1. De partijen zijn het eens over de noodzaak al het nodige te doen en samen te werken ten einde te voorkomen dat hun financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van het inkomsten uit criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder.

2. De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de vaststelling van passende normen ter voorkoming van het witwassen van geld die gelijkwaardig zijn aan de in deze door de Gemeenschap en internationale fora, in het bijzonder de Financial Action Task Force (F.A.T.F.), gehanteerde.

Artikel 67

Regionale ontwikkeling

1. De Partijen versterken hun samenwerking op het gebied van regionale ontwikkeling en ruimtelijke ordening.

2. Daartoe stimuleren zij de uitwisseling door de nationale, regionale en plaatselijke overheden van informatie over beleid inzake regionale planning en ruimtelijke ordening en over methoden voor het uitstippelen van regionaal beleid met speciale aandacht voor de ontwikkeling van probleemgebieden.

Zij moedigen tevens directe contacten aan tussen de respectieve regio's en openbare organisaties die verantwoordelijk zijn voor de planning van de regionale ontwikkeling ten einde onder meer methoden en wijzen van stimulering van regionale ontwikkeling uit te wisselen.

Artikel 68

Sociale samenwerking

1. De Partijen ontwikkelen hun samenwerking op het gebied van de gezondheid en veiligheid met het oog op de verbetering van het beschermings- en veiligheidsniveau van de werknemers.

De samenwerking omvat met name :

­ vorming en opleiding op het gebied van gezondheids- en veiligheidszaken waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan de bedrijfssectoren met grote risico's,

­ de ontwikkeling en bevordering van preventieve maatregelen ter bestrijding van beroepsziekten en andere met het beroep samenhangende aandoeningen,

­ de voorkoming van risco's voor ernstige ongevallen en het beheer van giftige chemische stoffen,

­ onderzoek ter ontwikkeling van fundamentele kennis omtrent de werkomgeving en de gezondheid en veiligheid van werknemers.

2. Op het gebied van de werkgelegenheid omvat de samenwerking met name technische bijstand met het oog op :

­ optimalisering van de arbeidsmarkt,

­ modernisering van de arbeidsbemiddelings- en adviseringsdiensten,

­ planning en beheer van de herstructureringsprogramma's,

­ stimulering van de ontwikkeling van lokale werkgelegenheid,

­ uitwisseling van informatie over programma's inzake soepele tewerkstelling, inclusief programma's die het oprichten van eigen ondernemingen bevorderen.

3. De Partijen besteden bijzondere aandacht aan samenwerking op het gebied van de sociale bescherming, die onder meer samenwerking bij het plannen en ten uitvoer leggen van hervormingen op het gebied van de sociale bescherming in de Republiek Moldavië omvat.

Deze hervormingen beogen de ontwikkeling in de Republiek Moldavië van aan markteconomieën inherente beschermingsmethoden en omvatten alle terreinen van de sociale bescherming.

Artikel 69

Toerisme

De Partijen versterken en ontwikkelen hun samenwerking met name door de volgende maatregelen :

­ vergemakkelijking van het toerisme,

­ samenwerking tussen officiële vreemdelingenverkeersorganen,

­ verhoging van de informatiestroom,

­ overdracht van know-how,

­ bestudering van de mogelijkheden voor gezamenlijke acties,

­ opleiding voor de ontwikkeling van het toerisme.

Artikel 70

Midden- en kleinbedrijf

1. De Partijen streven ernaar het midden- en kleinbedrijf en de verenigingen daarvan, alsmede de samenwerking tussen K.M.O.'s in de Gemeenschap en de Republiek Moldavië te ontwikkelen en te versterken.

2. De samenwerking omvat technische bijstand, met name op de volgende terreinen :

­ de ontwikkeling van een wettelijk kader voor het midden- en kleinbedrijf,

­ de ontwikkeling van een passende infrastructuur (een bureau ter ondersteuning van het midden- en kleinbedrijf, communicatie, bijstand voor de oprichting van een fonds voor het midden- en kleinbedrijf),

­ de ontwikkeling van technologieparken.

Artikel 71

Informatie en communicatie

De Partijen steunen de ontwikkeling van moderne methoden van informatiebeheersing, met inbegrip van de media, en stimuleren een doeltreffende onderlinge uitwisseling van informatie. Er wordt prioriteit verleend aan programma's die het grote publiek basisinformatie over de Gemeenschap en de Republiek Moldavië verstrekken, waarbij, waar mogelijk, over en weer toegang wordt verleend tot databanken met volledige eerbiediging van de intellectuele eigendomsrechten.

Artikel 72

Consumentenbescherming

De Partijen werken nauw samen met het oog op de verwezenlijking van verenigbaarheid tussen hun consumentenbeschermingssystemen. De samenwerking kan met name omvatten het uitwisselen van informatie inzake wettelijke en institutionele hervormingen, de totstandbrenging van permanente systemen van wederzijdse informatie over gevaarlijke produkten, verbetering van de aan de consument verstrekte informatie, met name over prijzen, kenmerken van produkten en geboden diensten, de bevordering van uitwisselingen tussen de vertegenwoordigers van de belangen van consumenten en de verhoging van de verenigbaarheid van de verschillende vormen van consumentenbeschermingsbeleid, alsmede de organisatie van seminars en opleidingsperioden.

Artikel 73

Douane

1. Het doel van de samenwerking is ervoor te zorgen dat alle op goedkeuring wachtende bepalingen betreffende de handel en eerlijke handel worden nageleefd en dat het Moldavische douanesysteem aan dat van de Gemeenschap wordt aangepast.

2. De samenwerking omvat in het bijzonder de volgende elementen :

­ uitwisseling van informatie,

­ verbetering van de werkmethoden,

­ invoering van een gecombineerde nomenclatuur en het enig administratief document,

­ onderlinge aansluiting van de doorvoersystemen van de Gemeenschap en de Republiek Moldavië,

­ vereenvoudiging van controles op en formaliteiten bij het goederenvervoer,

­ steun bij de invoering van moderne douane-informatiesystemen,

­ de organisatie van seminars en opleidingsperioden.

3. Onverminderd de overige in deze Overeenkomst en met name in artikel 76 overeengekomen samenwerking vindt de wederzijdse bijstand tussen de douane-instanties van Partijen plaats overeenkomstig de bepalingen van het aan deze Overeenkomst gehechte Protocol.

Artikel 74

Statistische samenwerking

De samenwerking op dit gebied beoogt de ontwikkeling van een efficiënt statistiekstelsel dat de betrouwbare statistieken kan leveren die nodig zijn om het proces van economische hervorming te ondersteunen en te controleren en een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van het particulier ondernemerschap in de Republiek Moldavië.

Partijen werken met name op de volgende terreinen samen :

­ aanpassing van het Moldavische statistisch systeem aan internationale methoden, normen en classificaties,

­ uitwisseling van statistische gegevens,

­ het leveren van de nodige statistische macro- en micro-economische gegevens om economische hervormingen uit te voeren en te beheren.

De Gemeenschap verleent technische bijstand aan de Republiek Moldavië om dit doel te verwezenlijken.

Artikel 75

Economie

De Partijen vergemakkelijken het proces van economische hervorming en de coördinatie van hun economisch beleid door hun samenwerking die gericht is op het verkrijgen van een beter inzicht in de grondslagen van hun respectieve economieën en de uitstippeling en tenuitvoerlegging van economisch beleid in markteconomieën. Daartoe wisselen Partijen informatie uit over macro-economische resultaten en vooruitzichten.

De Gemeenschap verstrekt technische bijstand om :

­ de Republiek Moldavië bij te staan in zijn economisch hervormingsproces door het verstrekken van deskundige en technische adviezen,

­ samenwerking tussen economen aan te moedigen ten einde de overdracht van know-how voor de uitstippeling van economisch beleid te bespoedigen en te zorgen voor ruime verspreiding van onderzoek dat voor het beleid van belang kan zijn.

Artikel 76

Verdovende middelen

De Partijen werken in het kader van hun respectieve bevoegdheden samen voor grotere efficiëntie van het beleid en de maatregelen om de illegale produktie en levering van en de handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, inclusief voorkoming van het oneigenlijk gebruik van precursoren, tegen te gaan, alsmede voor de bevordering van de preventie en terugdringing van de vraag naar verdovende middelen. De samenwerking op dit gebied is gebaseerd op onderling overleg en nauwe coördinatie tussen Partijen over de doelstellingen en maatregelen op de verschillende met verdovende middelen verband houdende terreinen.

TITEL VIII

Culturele samenwerking

Artikel 77

De Partijen verbinden zich ertoe de culturele samenwerking te bevorderen, aan te moedigen en te vergemakkelijken. In voorkomend geval kunnen de culturele samenwerkingsprogramma's van de Gemeenschap of de programma's van een of meer lidstaten het voorwerp van samenwerking vormen en kunnen verdere activiteiten van wederzijds belang worden ontwikkeld.

TITEL IX

Financiële samenwerking

Artikel 78

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst en in overeenstemming met de artikelen 79, 80 en 81 ontvangt de Republiek Moldavië tijdelijk financiële bijstand van de Gemeenschap die de vorm aanneemt van technische bijstand in de vorm van schenkingen ten einde de economische hervorming van de Republiek Moldavië te bespoedigen.

Artikel 79

Deze financiële bijstand wordt geleverd in het kader van T.A.C.I.S., zoals in de desbetreffende verordening van de Raad van de Europese Unie bepaald.

Artikel 80

De doelstellingen en terreinen van de financiële bijstand van de Gemeenschap worden vastgesteld in een indicatief programma dat de door de beide Partijen vast te stellen prioriteiten weerspiegelt, waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften van de Republiek Moldavië, zijn sectoriële opnemingscapaciteiten en de met de hervorming geboekte voortgang. De Partijen stellen de Samenwerkingsraad van een en ander in kennis.

Artikel 81

Om optimaal profijt te kunnen trekken uit de beschikbare middelen zorgen de Partijen ervoor dat de technische bijstandsbijdragen van de Gemeenschap worden toegekend in nauwe coördinatie met die uit andere financieringsbronnen, zoals de lidstaten, andere landen en internationale organisaties, zoals de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling, de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (U.N.D.P.) en het I.M.F.

TITEL X

Institutionele, algemene en slotbepalingen

Artikel 82

Hierbij wordt een Samenwerkingsraad opgericht, die toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst. Deze Samenwerkingsraad komt eens per jaar of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen op Ministersniveau bijeen. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze Overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang om de doelstellingen van deze Overeenkomst te bereiken. De Samenwerkingsraad kan tevens passende aanbevelingen doen in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen.

Artikel 83

1. De Samenwerkingsraad bestaat uit de leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds en uit leden van de Regering van de Republiek Moldavië anderzijds.

2. De Samenwerkingsraad stelt zijn reglement van orde vast.

3. De Samenwerkingsraad wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Gemeenschap en door een lid van de Regering van de Republiek Moldavië.

Artikel 84

1. De Samenwerkingsraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Samenwerkingscomité, bestaande uit vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en van de leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds, en uit vertegenwoordigers van de Regering van de Republiek Moldavië anderzijds. In beginsel zullen dit hogere ambtenaren zijn. Het Samenwerkingscomité wordt beurtelings voorgezeten door de Gemeenschap en de Republiek Moldavië.

De Samenwerkingsraad bepaalt in zijn reglement van orde de taken van het Samenwerkingscomité. Deze omvatten onder meer de voorbereiding van de vergadering van de Samenwerkingsraad en de vaststelling van de werkwijze van het Comité.

2. De Samenwerkingsraad mag ongeacht welke van zijn bevoegdheden aan het Samenwerkingscomité delegeren, dat voor de continuïteit zal zorgen tussen de vergaderingen van de Samenwerkingsraad in.

Artikel 85

De Samenwerkingsraad kan tot de oprichting besluiten van ieder ander speciaal comité of lichaam dat hem bij de uitvoering van zijn taken kan bijstaan en bepaalt de samenstelling en taken van deze comités of lichamen alsmede hun werkwijze.

Artikel 86

Bij het onderzoek van ongeacht welke kwestie die zich voordoet in het kader van deze Overeenkomst met betrekking tot een bepaling betreffende een artikel van de G.A.T.T. houdt de Samenwerkingsraad zoveel mogelijk rekening met de algemeen gebruikelijke interpretatie van het artikel van de G.A.T.T.T in kwestie door de overeenkomstsluitende Partijen bij de G.A.T.T.

Artikel 87

Er wordt een Parlementair Samenwerkingscomité opgericht. Dit zal als forum dienen waar leden van het Moldavische Parlement en leden van het Europees Parlement elkander kunnen ontmoeten en met elkander van gedachten kunnen wisselen. Het Comité komt met door hem zelf te bepalen tussenpozen bijeen.

Artikel 88

1. Het Parlementair Samenwerkingscomité bestaat uit leden van het Europees Parlement enerzijds, en uit leden van het Moldavische Parlement anderzijds.

2. Het parlementair samenwerkingscomité stelt zijn reglement van orde vast.

3. Het parlementair samenwerkingscomité wordt bij toerbeurt door het Europees Parlement en door het Moldavische Parlement voorgezeten, volgens de in zijn reglement van orde op te nemen bepalingen.

Artikel 89

Het Parlementair Samenwerkingscomité kan de Samenwerkingsraad om ter zake doende inlichtingen over de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst verzoeken. De Samenwerkingsraad verstrekt het Samenwerkingscomité de verlangde informatie.

Het Parlementair Samenwerkingscomité wordt ingelicht over de aanbevelingen van de Samenwerkingsraad.

Het Parlementair Samenwerkingscomité kan aanbevelingen doen aan de Samenwerkingsraad.

Artikel 90

1. Binnen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst verbindt elk van de Partijen zich ertoe toe te zien dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere Partij, zonder discriminatie ten opzichte van de eigen onderdanen, toegang hebben tot de ter zake bevoegde rechterlijke en administratieve instanties van de Partijen ter bescherming van hun persoonlijkheids- en eigendomsrechten, waaronder ook die betreffende intellectuele, industriële en commerciële eigendom.

2. Binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden zetten beide Partijen zich in om :

­ arbitrage aan te moedigen bij geschillen die voortkomen uit handels- en samenwerkingstransacties tussen ondernemers van de Gemeenschap en van de Republiek Moldavië,

­ overeen te komen dat wanneer een geschil ter arbitrage wordt voorgelegd elke Partij bij het geschil, behalve wanneer de regels van de arbitrage-instantie die door de Partijen is gekozen anders bepalen, haar eigen scheidsrechter kiest ongeacht diens nationaliteit en dat de voorzitter de derde scheidsrechter of de enige scheidsrechter een ingezetene van een derde staat mag zijn,

­ hun ondernemers aan te bevelen in onderling overleg het recht te kiezen dat op hun contracten van toepassing is,

­ aan te moedigen dat een beroep wordt gedaan op de arbitragevoorschriften die zijn uitgewerkt door de Commissie van de Verenigde Naties inzake internationaal Handelsrecht (U.N.C.I.T.R.A.L.) en arbitrage door een instantie van een Staat die het Verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse arbitrale uitspraken dat op 10 juni 1958 in New York werd gesloten, heeft ondertekend.

Artikel 91

Niets in deze Overeenkomst belet een Partij maatregelen te nemen :

a) die zij nodig acht om de bekendmaking te beletten van informatie die haar vitale veiligheidsbelangen in gevaar brengt;

b) die verband houden met de produktie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of produktie die absoluut vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen niet de concurrentievoorwaarden wijzigen voor produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

c) die zij van vitaal belang acht voor haar eigen veiligheid in geval van ernstige binnenlandse beroeringen die de openbare rust in gevaar brengen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden of om verplichtingen na te komen die zij voor de instandhouding van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan;

d) die zij nodig acht om haar internationale verplichtingen en verbintenissen na te komen met betrekking tot de controle op het tweeledig gebruik van industriële goederen en technologieën.

Artikel 92

1. Op de door deze Overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventuele bijzondere bepalingen daarvan, zullen :

­ de regelingen die de Republiek Moldavië ten opzichte van de Gemeenschap toepast geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de Lid-Staten, hun onderdanen dan wel hun vennootschappen;

­ de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van de Republiek Moldavië toepast geen aanleiding geven tot discriminatie tussen onderdanen of vennootschappen van de Republiek Moldavië.

2. Het bepaalde in lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de Partijen om de ter zake doende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtigen die niet in dezelfde situatie verkeren ten aanzien van hun woonplaats.

Artikel 93

1. Elk van beide Partijen mag ieder geschil dat verband houdt met de toepassing of de uitlegging van deze Overeenkomst aan de Samenwerkingsraad voorleggen.

2. De Samenwerkingsraad kan het geschil bij aanbeveling beslechten.

3. Indien het geschil niet overeenkomstig lid 2 kan worden beslecht, mag elk van beide Partijen de andere van de benoeming van een bemiddelaar in kennis stellen; de andere Partij moet dan binnen twee maanden een tweede bemiddelaar benoemen. Voor de toepassing van deze procedure worden de Gemeenschap en haar Lid-Staten geacht één der beide Partijen bij het geschil te zijn.

De Samenwerkingsraad benoemt een derde bemiddelaar.

De aanbevelingen van de bemiddelaars worden met meerderheid van stemmen genomen. Deze aanbevelingen zijn niet bindend voor de Partijen.

Artikel 94

De Partijen komen overeen op verzoek van elk van de Partijen onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen om kwesties met betrekking tot de uitlegging of tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de Partijen te bespreken.

De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan en gelden onder voorbehoud van de artikelen 17, 18, 93 en 99.

Artikel 95

De bij deze Overeenkomst verleende behandeling van de Republiek Moldavië zal niet gunstiger zijn dan die welke de Lid-Staten onderling toepassen.

Artikel 96

In de Overeenkomst wordt onder de term « Partijen » verstaan de Republiek Moldavië enerzijds, en de Gemeenschap, of de Lid-Staten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, anderzijds.

Artikel 97

Het Verdrag inzake het Europees Energiehandvest en de protocollen daarvan zijn vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst van toepassing op zaken die ook onder deze Overeenkomst ressorteren in de mate waarin het Verdrag in die toepassing voorziet.

Artikel 98

Deze Overeenkomst wordt gesloten voor een aanvankelijke periode van tien jaar. Zij wordt automatisch telkens met een jaar verlengd tenzij één van beide Partijen de andere Partij zes maanden voor het verstrijken ervan schriftelijk in kennis stelt dat zij deze Overeenkomst opzegt.

Artikel 99

1. De Partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze Overeenkomst te voldoen. Zij zullen erop toezien dat de in deze Overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt.

2. Indien een van beide Partijen van mening is dat de andere Partij een verplichting krachtens deze Overeenkomst niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, verstrekt zij, behalve in bijzonder dringende gevallen, de Samenwerkingsraad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, ten einde een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de goede werking van deze Overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Samenwerkingsraad gebracht; op verzoek van de andere Partij wordt daaromtrent in de Samenwerkingsraad overleg gepleegd.

Artikel 100

De bijlagen I, II, III, IV, V en het Protocol vormen een integrerend bestanddeel van deze Overeenkomst.

Artikel 101

Zolang onder deze Overeenkomst geen gelijkwaardige rechten voor personen en ondernemers zijn verwezenlijkt, zal deze Overeenkomst geen afbreuk doen aan de rechten die hun worden verzekerd door bestaande overeenkomsten, welke bindend zijn voor één of meer Lid-Staten enerzijds en voor de Republiek Moldavië anderzijds, met uitzondering van gebieden die tot de bevoegdheid van de Gemeenschap behoren en zonder afbreuk te doen aan de verplichtingen van de Lid-Staten die voortvloeien uit deze Overeenkomst op gebieden die tot hun bevoegdheid behoren.

Artikel 102

Deze Overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op de gebieden waar de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn en onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden en, anderzijds, op het grondgebied van de Republiek Moldavië.

Artikel 103

De Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze Overeenkomst.

Artikel 104

Deze Overeenkomst is opgesteld in één exemplaar, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Moldavische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel 105

Deze Overeenkomst wordt door de Partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de dag waarop de Partijen elkaar kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.

Bij haar inwerkingtreding vervangt deze Overeenkomst, wat de betrekkingen tussen de Republiek Moldavië en de Gemeenschap betreft, de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken inzake handel en commerciële en economische samenwerking die op 18 december 1989 in Brussel werd ondertekend.

Artikel 106

Indien de bepalingen van bepaalde onderdelen van deze Overeenkomst in afwachting van de voltooiing van de procedures die noodzakelijk zijn voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst in 1994 in werking treden bij wege van een Interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en de Republiek Moldavië, komen de Partijen overeen dat de term « datum van inwerkingtreding » in dat geval betekent de datum van inwerkingtreding van de Interimovereenkomst.


LIJST VAN AAN DE OVEREENKOMST GEHECHTE DOCUMENTEN

Bijlage I : indicatieve lijst van voordelen die de Republiek Moldavië overeenkomstig artikel 10, lid 3, aan de Onafhankelijke Staten toekent

Bijlage II : uitzonderingsmaatregelen die afwijken van het bepaald in artikel 13

Bijlage III : Overeenkomsten inzake intellectuele, industriële en commerciële eigendom als bedoeld in artikel 49, lid 2

Bijlage IV : voorbehouden van de Gemeenschap overeenkomstig artikel 29, lid 1, onder b)

Bijlage V : voorbehouden van de Republiek Moldavië overeenkomstig artikel 29, lid 2, onder a)

Protocol betreffende wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten in douanezaken.


BIJLAGE I


Indicatieve lijst van voordelen die de Republiek Moldavië overeenkomstig artikel 11, lid 3, aan
de Onafhankelijke Staten toekent

1. Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizstan, Oekraïne, Oezbekistan, Rusland, Tadzjikistan, Turkmenistan, Wit-Rusland.

Geen invoerrechten.

Er worden geen uitvoerrechten geheven van goederen die in het kader van verrekeningsovereenkomsten en overeenkomsten tussen de Staten worden geleverd, tot de hoeveelheden die in deze overeenkomsten zijn vastgesteld.

Bij uitvoer en bij invoer wordt geen B.T.W. geheven. Bij uitvoer worden geen accijnzen geheven.

Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizstan, Oekraïne, Oezbekistan, Rusland, Tadzjikistan, Turkmenistan, Wit-Rusland : uitvoercontingenten voor de leverantie van produkten in het kader van de jaarlijkse overeenkomsten inzake handel en samenwerking tussen de Staten worden op dezelfde wijze geopend als die voor leveringen ten behoeve van de Staten.

2. Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizstan, Oekraïne, Oezbekistan, Rusland, Tadzjikistan, Turkmenistan, Wit-Rusland : betalingen kunnen worden verricht in de nationale munteenheid van deze landen of in elke andere valuta die door de Republiek Moldavië of door deze landen wordt aanvaard.

Armenië, Azerbeidzjan, Estland, Georgië, Kazachstan, Litouwen, Oekraïne, Oezbekistan, Rusland, Tadzjikistan, Turkmenistan, Wit-Rusland : speciaal systeem voor niet-commerciële transacties, met inbegrip van de uit deze transacties voortvloeiende betalingen.

3. Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizstan, Oekraïne, Oezbekistan, Rusland, Tadzjikistan, Turkmenistan, Wit-Rusland : speciaal systeem van lopende rekeningen.

4. Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizstan, Oekraïne, Oezbekistan, Rusland, Tadzjikistan, Turkmenistan, Wit-Rusland : speciaal prijzenstelsel voor de handel in bepaalde grondstoffen en halffabrikaten.

5. Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizstan, Oekraïne, Oezbekistan, Rusland, Tadzjikistan, Turkmenistan, Wit-Rusland : speciale voorwaarden voor het transitoverkeer.

6. Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizstan, Oekraïne, Oezbekistan, Rusland, Tadzjikistan, Turkmenistan, Wit-Rusland : bijzondere douaneprocedures.


BIJLAGE II


Uitzonderingsmaatregelen die afwijken
van het bepaalde in artikel 13

1. Uitzonderingsmaatregelen die afwijken van het bepaalde in artikel 13 kunnen door de Republiek Moldavië worden genomen in de vorm van kwantitatieve beperkingen op niet-discriminatoire grondslag.

2. Deze maatregelen mogen uitsluitend worden genomen ten behoeve van jonge industrieën of bepaalde sectoren die worden geherstructureerd of die met ernstige moeilijkheden te kampen hebben, in het bijzonder wanneer deze moeilijkheden met belangrijke sociale problemen gepaard gaan.

3. De totale waarde van de ingevoerde producten waarop deze maatregelen van toepassing zijn mag niet meer bedragen dan 15 p.c. van de totale invoer uit de Gemeenschap gedurende het laatste jaar voorafgaande aan de invoering van kwantitatieve beperkingen en waarvoor statistische gegevens beschikbaar zijn.

Deze bepalingen mogen niet worden ontdoken door een verhoogde tariefbescherming van de betrokken goederen.

4. Behoudens andersluidende afspraken van de partijen mogen deze maatregelen uitsluitend worden toegepast gedurende een overgangsperiode die eindigt op 31 december 1998 of, indien dit vroeger is, wanneer de Republiek Moldavië partij wordt bij de G.A.T.T.

5. De Republiek Moldavië stelt de Samenwerkingsraad in kennis van alle maatregelen die het voornemens is te treffen in het kader van deze bijlage. Voorts zal, indien de Gemeenschap daarom verzoekt en vóór zij van kracht worden, in de Samenwerkingsraad overleg plaatsvidnen over deze maatregelen en de sectoren waarop zij van toepassing zijn.


BIJLAGE III


Overeenkomsten inzake intellectuele, industriële
en commerciële eigendom als bedoeld in artikel 49, lid 2

1. Artikel 49, lid 2, heeft betrekking op de volgende multilaterale overeenkomsten :

­ Berner-conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst (Akte van Parijs, 1971);

­ Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties (Rome, 1961);

­ Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken (Madrid, 1989);

­ Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken (Genève 1977, gewijzigd in 1979);

­ Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekprodukten (UPOV) (Akte van Genève, 1991).

2. De Samenwerkingsraad kan aanbevelen dat artikel 49, lid 2, voor andere multilaterale overeenkomsten geldt. Indien zich problemen voordoen op het gebied van de intellectuele, de industriële en de commerciële eigendom die de handel ongunstig beïnvloeden, wordt op verzoek van een der Partijen ten spoedigste overleg gepleegd ten einde een voor beide Partijen bevredigende oplossing te vinden voor het probleem.

3. De Partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan de verplichtingen die voortvloeien uit de hiernavolgende multilaterale overeenkomsten :

­ Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening (1977, gewijzigd in 1980);

­ Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Akte van Stockholm, 1967, gewijzigd in 1979);

­ Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken (Akte van Stockholm, 1967, gewijzigd in 1979);

­ Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (Octrooisamenwerkingsverdrag) (Washington 1970, aangepast en gewijzigd in 1984).

4. Vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst kent de Republiek Moldavië aan vennootschappen en onderdanen van de Gemeenschap wat de erkenning en de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom betreft, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke dit land uit hoofde van bilaterale overeenkomsten aan enig ander derde land toekent.

5. De bepalingen van punt 4 zijn niet van toepassing op de voordelen die de Republiek Moldavië op een daadwerkelijke grondslag van reciprociteit aan enig derde land toekent of op de voordelen die de Republiek aan een ander land van de voormalige Sovjet-Unie toekent.


BIJLAGE IV


Voorbehouden van de Gemeenschap overeenkomstig
artikel 29, lid 1, onder b)

Mijnbouw

In sommige Lid-Staten kan voor de ontginning van ertsen door vennootschappen waarover personen van buiten de Gemeenschap zeggenschap hebben, een vergunning vereist zijn.

Visserij

Tenzij anders bepaald is de toegang tot en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en visserijgronden die zich bevinden in maritieme wateren die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van Lid-Staten vallen, beperkt tot vissersvaartuigen die de vlag van een Lid-Staat voeren en die op het grondgebied van de Gemeenschap geregistreerd zijn.

Aankoop van onroerend goed

In sommige Lid-Staten is de aankoop van onroerend goed door niet-E.G.-vennootschappen aan beperkingen onderworpen.

Audovisuele diensten met inbegrip van de radio-omroep

Wat produktie en distributie betreft, met inbegrip van het uitzenden en andere vormen van transmissie aan het publiek, kan de nationale behandeling beperkt zijn tot audiovisuele werken die aan bepaalde criteria ten aanzien van de oorsprong voldoen.

Telecommunicatiediensten, met inbegrip van mobiele diensten en satellietverbindingen

Gereserveerde diensten

In sommige Lid-Staten is de markttoegang voor complementaire diensten en infrastructuur beperkt.

Vrije beroepen

Beperkt tot natuurlijke personen die onderdaan zijn van een Lid-Staat. Onder bepaalde voorwaarden kan aan deze personen toestemming tot het oprichten van een vennootschap worden verleend.

Landbouw

In bepaalde Lid-Staten wordt de nationale behandeling niet toegekend aan vennootschappen waarover onderdanen van niet-E.G.-landen zeggenschap hebben en die een landbouwbedrijf wensen op te richten. De aankoop van wijngaarden door dergelijke vennootschappen is afhankelijk gesteld van een kennisgeving of, in voorkomend geval, een vergunning.

Persagentschappen

In sommige Lid-Staten is de deelneming van buitenlanders in uitgeverijen en omroeporganisaties aan beperkingen onderworpen.


BIJLAGE V


Voorbehouden van de Republiek Moldavië
overeenkomstig artikel 29, lid 2, onder a)

Voor sommige aspecten van het privatiseringsproces gelden voorwaarden of beperkingen.

Verwerving en verkoop van landbouw- en bosgronden.

Organisatie van gokspelen, weddenschappen, loterijen en andere soortgelijke activiteiten.

Bankwezen

Voor Moldavische dochterondernemingen van vennootschappen uit derde landen is een minimumkapitaal van twee miljoen U.S.D. vereist.


PROTOCOL

betreffende wederzijdse bijstand tussen de administratieve
autoriteiten in douanezaken

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder :

a) « douanewetgeving » : de op het grondgebied van de Partijen geldende voorschriften betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder een douaneregeling, met inbegrip van de door de Partijen ingestelde verboden, beperkingen en controlemaatregelen;

b) « douanerechten » : alle rechten, belastingen, vergoedingen en andere heffingen die ter uitvoering van de douanewetgeving op het grondgebied van de Partijen worden toegepast en ingevorderd, met uitzondering van de vergoedingen en heffingen waarvan het bedrag bij benadering gelijk is aan de kosten van de verleende diensten;

c) « verzoekende autoriteit » : een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een Partij is aangewezen en die een verzoek om administratieve bijstand in douanezaken indient;

d) « aangezochte autoriteit » : een bevoegde administratieve autoriteit welke hiertoe door een Partij is aangewezen en die een verzoek om administratieve bijstand in douanezaken ontvangt;

e) « overtreding » : elke inbreuk op de douanewetgeving en elke poging daartoe.

Artikel 2

Werkingssfeer

1. De Partijen verlenen elkaar, binnen hun bevoegdheden, bijstand, op de wijze en onder de voorwaarden vastgesteld in dit protocol, met het oog op de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder wat de preventie, de opsporing en het onderzoek van overtredingen van deze wetgeving betreft.

2. De bijstand in douanezaken waarin dit protocol voorziet, geldt voor elke administratieve autoriteit van de Partijen die bevoegd is voor de toepassing van dit protocol. De bijstand in douanezaken doet geen afbreuk aan de regels betreffende de wederzijdse bijstand in strafzaken en geldt niet voor informatie die is verkregen krachtens bevoegdheden welke op verzoek van de rechterlijke autoriteiten worden uitgeoefend, tenzij deze autoriteiten hiermee instemmen.

Artikel 3

Bijstand op verzoek

1. Op aanvraag van de verzoekende autoriteit verschaft de aangezochte autoriteit eerstgenoemde alle ter zake dienende informatie die deze nodig heeft voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, met inbegrip van informatie betreffende verrichtingen die geconstateerd of gepland zijn en die een overtreding vormen of zouden vormen van deze wetgeving.

2. Op aanvraag van de verzoekende autoriteit deelt de aangezochte autoriteit haar mede of goederen die uit het grondgebied van een der Partijen zijn uitgevoed, op regelmatige wijze in de andere Partij zijn ingevoerd, onder vermelding, in voorkomend geval, van de douaneregeling waaronder deze goederen zijn geplaatst.

3. Op aanvraag van de verzoekende autoriteit zorgt de aangezochte autoriteit ervoor dat toezicht wordt gehouden op :

a) natuurlijke personen of rechtspersonen ten aanzien waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij de douanewetgeving overtreden of overtreden hebben;

b) goederenbewegigen waarvan wordt bericht dat zij aanleiding kunnen geven tot ernstige overtredingen van de douanewetgeving;

c) vervoermiddelen waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij voor het plegen van inbreuken op de douanewetgeving werden gebruikt, worden gebruikt of zouden kunnen worden gebruikt;

d) plaatsen waar voorraden goederen zo zijn samengebracht dat er redenen zijn om aan te nemen dat zij bedoeld zijn voor leveranties ten behoeve van transacties die in strijd zijn met de douanewetgeving van de andere Partij.

Artikel 4

Bijstand op eigen initiatief

De Partijen verlenen elkaar, overeenkomstig hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, zonder voorafgaande aanvraag en binnen hun bevoegdheid, bijstand, indien zij zulks noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder wanneer zij informatie verkrijgen omtrent :

­ verrichtingen die een inbreuk vormden, vormen of zouden vormen op deze wetgeving en die van belang kunnen zijn voor andere Partijen;

­ nieuwe middelen of methoden die bij dergelijke verrichtingen worden gebruikt;

­ goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van een ernstige overtreding van de douanewetgeving.

Artikel 5

Afgifte van documenten en kennisgeving van besluiten

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, overeenkomstig haar nationale wet, de nodige maatregelen voor :

­ de afgifte van alle documenten, en

­ de kennisgeving van alle besluiten

waarop het bepaalde in dit protocol van toepassing is, aan een geadresseerde die op haar grondgebied verblijft of gevestigd is. In dit geval is artikel 6, lid 3, van toepassing.

Artikel 6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

1. Verzoeken in het kader van dit protocol worden schriftelijk gedaan en gaan vergezeld van de voor de behandeling ervan noodzakelijke bescheiden. In spoedeisende gevallen kunnen verzoeken mondeling worden gedaan, mits zij onmiddellijk schriftelijk worden bevestigd.

2. De overeenkomstig het bepaalde in lid 1 ingediende verzoeken bevatten de hierna volgende gegevens :

a) de naam van de verzoekende autoriteit,

b) de gevraagde maatregel,

c) het voorwerp en de reden van het verzoek,

d) de relevante wetten, reglementen en andere voorschriften,

e) zo nauwkeurig en volledig mogelijke informatie betreffende de natuurlijke personen of rechtspersonen waarop het onderzoek betrekking heeft,

f) een overzicht van de relevante feiten, behalve in de in artikel 5 bedoelde gevallen.

3. De verzoeken worden ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor deze autoriteit aanvaardbare taal.

4. Indien een verzoek niet in de juiste vorm wordt gedaan, kan om correctie of aanvulling daarvan worden verzocht. Er kunnen echter vrijwaringsmaatregelen worden genomen.

Artikel 7

Behandeling van verzoeken

1. De aangezochte autoriteit of, indien deze niet tot zelfstandig handelen bevoegd is, de administratieve dienst waaraan zij het verzoek toestuurt, behandelt het verzoek om bijstand, binnen de grenzen van haar bevoegdheden en met de middelen waarover zij beschikt, alsof zij voor eigen rekening of in opdracht van een andere autoriteit van dezelfde Partij handelde, met name door de gegevens waarover zij reeds beschikt mee te delen en door het nodige onderzoek te verrichten of te doen verrichten.

2. Verzoeken om bijstand worden behandeld overeenkomstig de wetten, reglementen en andere rechtsvoorschriften van de aangezochte Partij.

3. Naar behoren gemachtigde ambtenaren van een Partij kunnen met instemming van de andere betrokken Partij en onder de door deze laatste vastgestelde voorwaarden, van de diensten van de aangezochte autoriteit of van een andere autoriteit die onder de aangezochte autoriteit ressorteert, informatie betreffende overtredingen van de douanewetgeving verkrijgen die de verzoekende autoriteit nodig heeft ter uitvoering van het bepaalde in dit protocol.

4. Ambtenaren van een Partij kunnen, met instemming van de andere betrokken Partij, aanwezig zijn bij onderzoekverrichtingen op het grondgebied van laatstgenoemde Partij.

Artikel 8

Vorm waarin de informatie
dient te worden verstrekt

1. De aangezochte autoriteit deelt de uitslag van het ingestelde onderzoek aan de verzoekende autoriteit mede in de vorm van bescheiden, voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden, rapporten en dergelijke.

2. De in lid 1 bedoelde bescheiden kunnen worden vervangen door informatie die met behulp van systemen voor automatische gegevensverwerking in om het even welke vorm voor hetzelfde doeleinde wordt verstrekt.

Artikel 9

Gevallen waarin geen bijstand dient te worden verleend

1. De Partijen kunnen de in dit protocol bedoelde bijstand weigeren wanneer het verlenen daarvan :

a) hun soevereiniteit, openbare orde, veiligheid of andere wezenlijke belangen in het gedrang zou kunnen brengen;

b) de toepassing inhoudt van deviezen- of belastingregelingen andere dan die inzake de douanerechten; of

c) zou leiden tot de schending van een industrieel geheim, een handelsgeheim of een beroepsgeheim.

2. Wanneer de verzoekende autoriteit om een vorm van bijstand verzoekt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verlenen, vermeldt zij dit in haar verzoek. De aangezochte autoriteit bepaalt zelf hoe zij op een dergelijk verzoek reageert.

3. Indien bijstand wordt geweigerd, dienen het daartoe strekkende besluit en de redenen die eraan ten grondslag liggen onverwijld aan de verzoekende autoriteit te worden medegedeeld.

Artikel 10

Geheimhoudingsplicht

1. Alle informatie die ter uitvoering van dit protocol in om het even welke vorm wordt verstrekt, heeft een vertrouwelijk karakter. Zij valt onder de geheimhoudingsplicht en geniet de bescherming van de ter zake geldende wettelijke voorschriften van de Partij die ze heeft ontvangen en van de overeenkomstige bepalingen die voor de communautaire instanties gelden.

2. Persoonsgebonden gegevens worden niet verstrekt wanneer er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de mededeling of het gebruik daarvan strijdig zouden zijn met de fundamentele rechtsbeginselen van een der partijen en, in het bijzonder, indien de betrokken persoon hiervan onrechtmatig nadeel zou ondervinden. De Partij die de gegevens ontvangt, deelt de Partij die de gegevens verstrekt desgevraagd mede voor welk doel deze zijn gebruikt en welke resultaten ermee zijn bereikt.

3. Persoonsgebonden gegevens mogen uitsluitend worden medegedeeld aan douane-autoriteiten en, indien vereist ten behoeve van rechtsvervolging, aan het openbaar ministerie en de rechterlijke instanties. Andere personen of autoriteiten kunnen de informatie uitsluitend verkrijgen na voorafgaande toestemming van de autoriteit die ze verstrekt.

4. De partij die de gegevens verstrekt, controleert de juistheid daarvan. Wanneer blijkt dat verstrekte gegevens onjuist zijn of dienen te worden weggelaten, wordt de ontvangende partij daarvan onverwijld in kennis gesteld. Deze laatste is gehouden de correctie of weglating uit te voeren.

5. Behalve in gevallen waarin zulks strijdig is met het algemeen belang, kan de betrokkene, op zijn verzoek, informatie verkrijgen omtrent opgeslagen gegevens en de redenen welke aan deze opslag ten grondslag liggen.

Artikel 11

Gebruik van informatie

1. De verkregen informatie mag uitsluitend worden gebruikt voor de toepassing van dit protocol. Het gebruik ervan voor andere doeleinden door een Partij vereist de voorafgaande schriftelijke toestemming van de administratieve autoriteit die ze heeft verstrekt en is aan de door deze autoriteit vastgestelde beperkingen onderworpen.

2. Het bepaalde in lid 1 vormt geen beletsel voor het gebruik van de informatie in gerechtelijke of administratieve procedures die naderhand worden ingesteld wegens niet-naleving van de douanewetgeving.

3. De Partijen kunnen de overeenkomstig het bepaalde in dit protocol verkregen informatie en geraadpleegde bescheiden als bewijsmateriaal gebruiken in hun rapporten, getuigenverklaringen en in gerechtelijke procedures.

Artikel 12

Deskundigen en getuigen

Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, binnen de perken van de hem verleende machtiging, in het rechtsgebied van een andere Partij als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op aangelegenheden waarop dit protocol van toepassing is en daarbij de voor deze procedures noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden voor te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welk onderwerp en in welke functie of hoedanigheid de betrokken ambtenaar zal worden ondervraagd.

Artikel 13

Kosten van de bijstand

De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van het bepaalde in dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel 14

Tenuitvoerlegging

1. De uitvoering van dit protocol wordt opgedragen aan de centrale douaneautoriteiten van de Republiek Moldavië enerzijds, en de bevoegde diensten van de Commissie en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten van de Lid-Staten, anderzijds. Deze instanties stellen alle praktische maatregelen en regelingen voor de toepassing van dit protocol vast, rekening houdend met de voorschriften op het gebied van de gegevensbescherming. Zij kunnen de bevoegde instanties aanbevelingen doen voor wijzigingen die huns inziens in dit protocol dienen te worden aangebracht.

2. De Partijen plegen overleg en geven elkaar vervolgens kennis van alle uitvoeringsbepalingen die overeenkomstig dit artikel worden vastgesteld.

Artikel 15

Complementariteit

1. Dit protocol vult de overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand aan die zijn gesloten of kunnen worden gesloten tussen een of meer Lid-Staten en de Republiek Moldavië. Het staat niet in de weg aan de ruimere wederzijdse bijstand die eventueel in deze overeenkomsten is voorzien.

2. Onverminderd het bepaalde in artikel 11 doen deze overeenkomsten geen afbreuk aan de communautaire bepalingen betreffende de uitwisseling, tussen de bevoegde diensten van de Commissie en de douaneautoriteiten van de Lid-Staten, van alle met betrekking tot douanezaken verkregen informatie die voor de Gemeenschap van belang kan zijn.


SLOTAKTE

De gevolmachtigden van :

Het Koninkrijk België,

Het Koninkrijk Denemarken,

De Bondsrepubliek Duitsland,

De Helleense Republiek,

Het Koninkrijk Spanje,

De Franse Republiek,

Ierland,

De Italiaanse Republiek,

Het Groothertogdom Luxemburg,

Het Koninkrijk der Nederlanden,

De Portugese Republiek,

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag ter oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna de « Lid-Staten » te noemen, en van

de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna « de Gemeenschap » te noemen,

enerzijds, en

de gevolmachtigden van de Republiek Moldavië,

anderzijds,

bijeengekomen op achtentwintig november negentienhonderdvierennegentig, voor de ondertekening van de Overeenkomst inzake Partnerschap en Samenwerking, waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds, hierna « Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst » te noemen, hebben de volgende teksten aangenomen,

De Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst, met bijlagen, en het volgende Protocol :

Protocol betreffende wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten in douanezaken.

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Republiek Moldavië hebben de volgende gemeenschappelijke verkalringen aangenomen, die aan deze Slotakte zijn gehecht :

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 4 van de Overeenkomst,

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 17 van de Overeenkomst,

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 18 van de Overeenkomst,

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 29 van de Overeenkomst,

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 30 van de Overeenkomst,

Gemeenschappelijke verklaring betreffende het begrip « zeggenschap » in artikel 31, onder b) , en artikel 42 van de Overeenkomst,

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 49 van de Overeenkomst,

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 99 van de Overeenkomst,

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Republiek Moldavië hebben tevens kennis genomen van de eenzijdige verklaring van de Franse Regering, die aan deze Slotakte is gehecht :

Eenzijdige verklaring van de Franse Regering betreffende de landen en gebieden overzee.

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Republiek Moldavië hebben tevens kennis genomen van de volgende briefwisseling, die aan deze Slotakte is gehecht :

Briefwisseling tussen de Gemeenschap en de Republiek Moldavië met betrekking tot de vestiging van vennootschappen.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 4

De Partijen komen overeen dat, indien zij overeenkomstig artikel 4 zouden overgaan tot onderhandelingen over een vrijhandelszone, deze onderhandelingen betrekking dienen te hebben op alle tussen de Partijen verhandelde produkten.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 17

De Gemeenschap en de Republiek Moldavië verklaren dat de tekst van de vrijwaringsclausule geen G.A.T.T.-vrijwaringsbehandeling toekent.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 18

Overeengekomen wordt dat de bepalingen van artikel 18 niet ten doel hebben, noch tot gevolg mogen hebben dat de in de onderscheiden wetgeving van de Partijen vervatte procedures voor onderzoek inzake antidumping en subsidies worden vertraagd, gehinderd of belet.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 29

Onverminderd de in de bijlagen IV en V genoemde voorbehouden en de bepalingen van de artikelen 43 en 46, komen de Partijen overeen dat de woorden « overeenkomstig hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen » in de leden 1 en 2 van artikel 29 betekenen dat elke Partij voorschriften voor de vestiging en werking van vennootschappen op haar grondgebied mag vaststellen, op voorwaarde dat deze voorschriften met betrekking tot de vestiging en werking van vennootschappen van de andere Partij niet leiden tot nieuwe voorbehouden die in een behandeling resulteren die minder gunstig is dan die welke wordt toegekend aan hun eigen vennootschappen dan wel aan vennootschappen of filialen of dochterondernemingen van vennootschappen uit een derde land.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 30

Handelsvertegenwoordigingen van binnenvaartondernemingen van een Partij op het grondgebied van de andere Partij vallen onder de wettelijke regeling die van toepassing is in de Lid-Staten of de Republiek Moldavië totdat overeenstemming kan worden bereikt over specifieke, gunstiger bepalingen voor deze handelsvertegenwoordigingen, indien voor deze vertegenwoordigingen geen andere rechtsinstrumenten van toepassing zijn die bindend zijn voor de Partijen.

Overeengekomen wordt dat handelsvertegenwoordigingen de vorm dienen aan te nemen van dochterondernemingen of filialen als omschreven in artikel 31.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende het begrip « zeggenschap » in artikel 31, onder b) , en artikel 42

1. De Partijen bevestigen dat zij het onderling eens zijn dat het bestaan van « zeggenschap » afhangt van de feitelijke omstandigheden van elk geval.

2. Een vennootschap wordt bijvoorbeeld geacht onder « zeggenschap » van een andere vennootschap te staan, en dus een dochteronderneming van de betrokken vennootschap te zijn, indien :

­ de andere vennootschap rechtstreeks of middelijk beschikt over een meerderheid van de stemrechten, of

­ de andere vennootschap het recht heeft de meerderheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan aan te stellen of af te zetten, en terzelfdertijd aandeelhouder of lid van de dochteronderneming is.

3. Beide Partijen verklaren dat de in punt 2 vermelde criteria niet limitatief zijn.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 49

De Partijen zijn het erover eens dat voor de toepassing van de Overeenkomst intellectuele, industriële en commerciële eigendom inzonderheid het volgende omvat : auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's, en naburige rechten, de rechten voor octrooien, industriële ontwerpen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, warenmerken en dienstmerken, topografieën van geïntegreerde schakelingen, alsmede bescherming tegen oneerlijke mededinging als bedoeld in artikel 10bis van het Verdrag van Parijs voor de bescherming van industriële eigendom en bescherming van niet-openbaargemaakte informatie over know-how.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 99

De Partijen komen met het oog op de juiste uitlegging en toepassing van de Overeenkomst overeen dat onder de in artikel 99 van de Overeenkomst bedoelde « bijzonder dringende gevallen » wordt verstaan : gevallen van wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst door één van de Partijen. Wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst houdt in :

a) afwijzing van de Overeenkomst die niet in overeenstemming is met de algemene regels van het volkenrecht,

of

b) schending van de essentiële elementen van de Overeenkomst als vermeld in artikel 2.

Eenzijdige verklaring van de Franse regering

De Franse Republiek merkt op dat de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst met de Republiek Moldavië niet van toepassing is op de landen en gebieden overzee die uit hoofde van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap met de Europese Unie zijn geassocieerd.


BRIEFWISSELING

tussen de Gemeenschap en de Republiek Moldavië
met betrekking tot de vestiging van vennootschappen

A. Brief van de Republiek Moldavië

Mijnheer,

Ik verwijs naar de op 26 juli 1994 geparafeerde Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst.

Tijdens de onderhandelingen heb ik erop gewezen dat de Republiek Moldavië vennootschappen uit de Gemeenschap die zich in de Republiek Moldavië vestigen en er activiteiten uitoefenen, in bepaalde opzichten een voorkeursbehandeling verleent. Ik heb daarbij opgemerkt dat dit het Moldavische beleid weerspigelt om zoveel mogelijk de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap in de Republiek Moldavië te bevorderen.

Dit betekent naar mijn ordeel dat de Republiek Moldavië in de periode tussen de datum van parafering van de Overeenkomst en de inwerkingtreding van de desbetreffende artikelen inzake de vestiging van vennootschappen, geen maatregelen of voorschriften zal vaststellen tot invoering of verzwaring van discriminatie van vennootschappen uit de Gemeenschap ten opzichte van Moldavische vennootschappen of vennootschappen van een derde land in vergelijking met de situatie op de datum van parafering van de Overeenkomst.

Ik moge U verzoeken mij de ontvangst van deze brief te willen bevestigen.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voor de Regering van de Republiek Moldavië

B. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Ik dank U voor uw brief van heden, die als volgt luidt :

« Ik verwijs naar de op 26 juli 1994 geparafeerde Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst.

Tijdens de onderhandelingen heb ik erop gewezen dat de Republiek Moldavië vennootschappen uit de Gemeenschap die zich in de Republiek Moldavië vestigen en er activiteiten uitoefenen, in bepaalde opzichten een voorkeursbehandeling verleent. Ik heb daarbij opgemerkt dat dit het Moldavische beleid weerspigelt om zoveel mogelijk de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap in de Republiek Moldavië te bevorderen.

Dit betekent naar mijn ordeel dat de Republiek Moldavië in de periode tussen de datum van parafering van de Overeenkomst en de inwerkingtreding van de desbetreffende artikelen inzake de vestiging van vennootschappen, geen maatregelen of voorschriften zal vaststellen tot invoering of verzwaring van discriminatie van vennootschappen uit de Gemeenschap ten opzichte van Moldavische vennootschappen of vennootschappen van een derde land in vergelijking met de situatie op de datum van parafering van de Overeenkomst.

Ik moge U verzoeken mij de ontvangst van deze brief te willen bevestigen. »

Ik heb de eer U de ontvangst van deze brief te bevestigen.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Namens de Europese Gemeenschappen

Buiten het kader van de Overeenkomst

BRIEFWISSELING

betreffende de gevolgen van de uitbreiding

Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Onder verwijzing naar de vandaag ondertekende Overeenkomst inzake de Partnerschap en Samenwerking bevestig ik U dat indien wijzigingen in de Overeenkomst nodig mochten blijken als gevolg van een uitbreiding van de Gemeenschap, hierover overeenkomstig artikel 82 overleg zou worden gepleegd tussen de Partijen en in dit verband zoveel mogelijk rekening zou worden gehouden met het karakter van de bilaterale handels- en economische betrekkingen tussen de Republiek Moldavië en de toetredende Staten.

Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat de Republiek Moldavië met de inhoud van dit schrijven instemt.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Buiten het kader van de Overeenkomst

Eenzijdige verklaring van de Republiek Moldavië

Gelet op het belang van de wijnsector voor de Moldavische economie, uit de Repuliek Moldavië de wens met de Gemeenschap te onderhandelen over de bilaterale overeenkomst betreffende de handel in wijn.

Buiten het kader van de Overeenkomst

Verklaring van de Gemeenschap

De Gemeenschap verbindt zich ertoe technische bijstand te verlenen in de vorm van seminars of op andere passende wijze, ten einde ertoe bij te dragen dat de Moldavische autoriteiten en ondernemers ten volle kunnen profiteren van de voordelen die zijn verleend uit hoofde van het Stelsel van Algemene Preferenties van de Gemeenschap, zoals dat thans op de Repubiek Moldavië van toepassing is.


VOORONTWERP VAN WET VOORGELEGD AAN DE RAAD VAN STATE

MEER

Voorontwerp van wet houdende instemming met de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds, met de Bijlagen I, II, III, IV en V, en met het Protocol, gedaan te Brussel op 28 november 1994

Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 77, eerste lid, 6º, van de Grondwet.

Artikel 2

De Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds, de Bijlagen I, II, III, IV en V, en het Protocol, gedaan te Brussel op 28 november 1994, zullen volkomen uitwerking hebben.


ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE


De RAAD VAN STATE, afdeling wetgeving, eerste kamer, op 12 april 1996 door de minister van Buitenlandse Zaken verzocht hem van advies te dienen over een ontwerp van wet « houdende instemming met de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds, met de Bijlagen I, II, III, IV en V, en met het Protocol, gedaan te Brussel op 28 november 1994 », heeft op 2 mei 1996 het volgend advies gegeven :

1. De overeenkomst waarvan het voor advies overgelegde voorontwerp de goedkeuring beoogt, is naar haar inhoud een gemengd verdrag en bevat zowel federale als gemeenschaps- en gewestbevoegdheden. Zie wat die beide laatste bevoegdheden betreft onder meer haar artikelen 58 (onderwijs en opleiding), 69 (toerisme), 51 en volgende (economische samenwerking en investeringen), 59 (landbouw), 60 (energie) en 61 (milieu). De overeenkomst kan derhalve geen volkomen uitwerking hebben dan nadat ook de gemeenschaps- en gewestraden ermede hebben ingestemd (zie art. 16, § 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, zoals gewijzigd bij de bijzondere wet van 5 mei 1993).

2. Artikel 12 van de overeenkomst bepaalt dat elke partij de andere partij vrijstelling verleent van invoerrechten en -heffingen op goederen die tijdelijk worden ingevoerd, « in de gevallen en volgens de procedures die zijn vastgesteld in enige andere voor haar bindende internationale overeenkomst op dit gebied en overeenkomstig haar nationale wettelijke regeling ter zake ».

Het lijkt hier eerder om een voorwaardelijke vrijstelling te gaan, waarvan de realisatie afhangt van « andere bindende overeenkomsten ».

Voor zover hierdoor de ontvangsten van België als Lid-Staat en als mede-partij bij de huidige overeenkomst, rechtstreeks of onrechtstreeks kunnen worden beïnvloed (cfr. aanduiding van de overeenkomstsluitende partijen), dient het voorontwerp van wet aan de voorafgaande akkoordbevinding van de minister tot wiens bevoegdheid de begroting behoort te worden voorgelegd (art. 5 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole), alsmede aan de Inspecteur van Financiën voor voorafgaand advies te worden voorgelegd (art. 14 van vermeld koninklijk besluit).

Een zelfde bemerking geldt onder meer ook voor het niet-voorwaardelijk geformuleerde artikel 14, lid 1, van onderhavige overeenkomst luidende als volgt :

« De uit het grondgebied van een Partij herkomstige produkten die op het grondgebied van een andere Partij worden ingevoerd, worden direct noch indirect onderworpen aan enige interne belastingen of andere interne heffingen die hoger zijn dan die welke direct of indirect op soortgelijke binnenlandse produkten van toepassing zijn. »

3. In het opschrift en in artikel 2 van het voorontwerp dient tevens melding te worden gemaakt van de Slotakte :

« ... met het Protocol en met de Slotakte, gedaan (of ondertekend) te Brussel ... ».

De kamer was samengesteld uit :

De heer J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter;

De heren M. VAN DAMME en D. ALBRECHT, staatsraden;

De heren G. SCHRANS en E. WYMEERSCH, assessoren van de afdeling wetgeving;

Mevrouw A. BECKERS, griffier.

De overeenstemming tussen de Nederlandse en de Franse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer M. VAN DAMME.

Het verslag werd uitgebracht door de heer B. SEUTIN, auditeur. De nota van het Coördinatiebureau werd opgesteld en toegelicht door de heer E. VANHERCK, adjunct-referendaris.

De Griffier, De Voorzitter,
A. BECKERS. J. DE BRABANDERE.