5-85

5-85

Belgische Senaat

Handelingen

VRIJDAG 21 DECEMBER 2012 - OCHTENDVERGADERING

(Vervolg)

Ontwerp van programmawet (Stuk 5-1894) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

M. Ahmed Laaouej (PS), rapporteur au nom de la commission des Finances et des Affaires économiques. - Je me réfère à mon rapport écrit.

M. Richard Miller (MR). - Madame la présidente, je voudrais me réjouir du fait que le gouvernement ait trouvé une solution pour le précompte mobilier sur les droits d'auteur. Notre société n'a malheureusement pas encore réussi à apporter suffisamment de garanties sociales et fiscales aux créateurs de sorte que les droits d'auteur représentent un part très importante de leurs revenus.

En 2008, le ministre des Finances de l'époque, M. Reynders, avait déjà reconnu l'importance du secteur artistique pour notre société en faisant en sorte de traiter les droits d'auteur comme des revenus mobiliers et non plus comme des revenus professionnels, taxés plus lourdement. Cette réforme a été un stimulant réel pour les créateurs et l'ensemble du secteur.

Je suis heureux que le gouvernement actuel soit resté sur la même ligne. Alors qu'il prévoyait d'harmoniser le précompte mobilier à 25%, il a en fin de compte opté pour le maintien du précompte mobilier sur les droits d'auteur à 15%. Ce taux sera applicable aux personnes dont les droits d'auteur n'excèdent pas 54 000 euros par an. Au-delà, le taux général de 25% s'appliquera. La mesure mettra les artistes et les créateurs les plus vulnérables à l'abri. Je voulais vraiment l'indiquer car dans l'organisation institutionnelle de notre pays, les compétences sont cloisonnées. Les compétences culturelles relèvent des Communautés, mais cette mesure montre que le gouvernement fédéral peut aussi intervenir en faveur de la création artistique. Je l'en remercie.

Mevrouw Lieve Maes (N-VA). - In de commissie hebben collega's van de meerderheid de regering langdurig, en soms langdradig, gefeliciteerd voor het geleverde werk. Ze zagen hierin een belangrijke aanzet tot de verschuiving van lasten op arbeid naar andere inkomsten. Ik heb misschien slechte ogen, maar ik zie vooral lastenverhogingen in plaats van lastenverschuivingen. De verhoging van de roerende voorheffing van 21 naar 25% is goed voor een lastenverhoging van 361 miljoen euro, de wijziging in artikel 440 van de wet voor 3 miljoen euro en de verhoging van de taks op verzekeringsproducten, van 1,10% naar 2%, is goed voor 139 miljoen euro. De hogere accijnzen op alcohol zijn goed voor 63 miljoen euro en de hogere accijnzen op tabak voor 98 miljoen euro. Er is dus een hele lijst extra belastingen.

Wat de accijnzen op alcohol betreft heb ik in de commissie een amendement ingediend om de datum van inwerkingtreding van 1 januari naar 1 februari te verschuiven opdat de sector meer tijd zou hebben om dit te implementeren. Mijn amendement werd weggestemd met als argument dat de schatkist hierdoor 5 miljoen euro zou mislopen. Had de regering haar werk vroeger afgerond, dan had de sector zich tijdig kunnen voorbereiden en was mijn amendement ook niet nodig geweest.

We zullen dus tegenstemmen.

M. Ahmed Laaouej (PS). - J'ai écouté très attentivement les explications de Mme Maes ; elle les avait d'ailleurs déjà données en commission des Finances et des Affaires économiques.

Je voudrais simplement rappeler la contrainte à laquelle le gouvernement s'est trouvé confronté : ramener les finances publiques à l'équilibre d'ici à 2015, ce qui nous permettra de diminuer sensiblement notre charge d'intérêt et de renouer avec le processus de désendettement entamé avant le déclenchement de la crise financière de 2008. Rappelons que notre charge d'intérêt actuelle s'élève à environ 12 milliards d'euros. Ce n'est pas rien ! Face à la nécessité d'atteindre l'équilibre en 2015 et à la demande formulée par l'Europe dans le cadre des difficultés de la zone euro, le gouvernement a présenté un budget comprenant trois volets : tout d'abord, les économies relatives aux dépenses primaires et à la sécurité sociale ; ensuite, les recettes supplémentaires et, enfin, une série de dispositions.

C'est apparemment le volet consacré aux recettes qui retient toute l'attention de Mme Maes. Nous pouvons comprendre, mais elle occulte ainsi le volet relatif aux dépenses.

Mais observons le volet « recettes ». Il s'agit de mesures - je rappelle que nous avons évité le saut d'index de même qu'une augmentation de la TVA - qui visent à un rehaussement de la fiscalité sur certains types de revenus, en particulier les revenus financiers. Une lecture attentive des chiffres permet de constater qu'à cette recette supplémentaire sur les revenus financiers correspondent à la fois des mesures visant à augmenter les bas et moyens salaires et une enveloppe qui sera délivrée aux partenaires sociaux afin d'aller dans la voie de cette amélioration des revenus des bas et moyens salaires, notamment par le biais de réductions de cotisations sociales.

Citons également certains prélèvements effectués notamment sur les plus-values spéculatives et la volonté de parvenir progressivement à une neutralité fiscale sur les revenus financiers. En effet, notre système fiscal pèche par cette disparité des taux de précompte mobilier en fonction des produits de placement.

Vous aurez observé que le gouvernement, d'une part, a préservé les revenus tirés des carnets d'épargne et, d'autre part, a épargné le précompte mobilier sur les emprunts dits Leterme.

Bref, il s'agit d'un budget courageux, un budget de responsabilité, qui procède lui-même de la stabilité du gouvernement fédéral. Nous devons d'ailleurs le féliciter pour cette stabilité. Je rappelle en effet que lorsque nous étions englués dans des discussions portant sur certains points communautaires, nous empruntions à 6% alors qu'à présent, gráce au gouvernement actuel, à sa stabilité et à son volontarisme, nous empruntons à 2%.

De heer Huub Broers (N-VA). - Ik zal heel bondig zijn. Mocht de meerderheid niet zo bang zijn geweest voor de gemeenteraadsverkiezingen, dan was ze vroeger aan de begroting kunnen beginnen, dan was ze er vroeger mee klaar geweest en dan moest dit allemaal niet zo snel gaan. Dat was niet onze schuld, daar heeft de meerderheid bewust voor gekozen. Zelfs leden van de regeringspartijen geven dat toe.

Er zijn zelfs leden van Open Vld die zeggen dat één en ander de Vlaamse overheid zeer veel gaat kosten.

Mevrouw Lieve Maes (N-VA). - Ook op andere domeinen worden met deze programmawet lastenverhogingen ingevoerd. Wij hebben de regering steeds al een belastingregering genoemd. Dit werd aldoor weerlegd, maar sta me toe enkele bijkomende cijfers te vermelden.

Voor de werkgevers zijn zowel lastenverhogingen als - verlagingen opgenomen. De lastenverlaging bedraagt 300 miljoen euro vanaf 1 april 2013. Daartegenover staan lastenverhogingen ten bedrage van 455,5 miljoen: een beperking op de notionele intrest van 256 miljoen, een holdingtaks van 95 miljoen, een CO2-quotum van 55 miljoen en een verhoogde bijdrage van de banken van 50 miljoen. Met andere woorden, ook voor de werkgevers zijn er meer lastenverhogingen dan lastenverlagingen.

Ook voor de werknemers is een lastenverlaging aangekondigd: 30 miljoen euro voor de werkbonus en 7 miljoen voor de ambtenaren. Voor het banenplan gaat het om 4 miljoen euro. Desalniettemin worden de lasten door de loonbonus verhoogd met 53,3 miljoen euro, wat het eindresultaat op een lastenverhoging brengt.

De heer Hendrik Bogaert, staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten. - Er werd gezegd dat de maatregelen geen lastenverschuiving inhouden, maar een lastenverhoging. Men mag niet vergeten dat ons land een budgettaire inspanning moet doen. Ik begrijp dus niet dat mevrouw Maes alleen verschuivingen verwacht. Ons doel is een begrotingstekort van 2,15%, wat België trouwens in de kop van het peloton van de eurozone positioneert, een jaar voor Nederland. Daarmee hebben we twee derden van de weg afgelegd om een evenwicht te bereiken in 2015.

Een evenwicht nastreven kan niet door neutrale maatregelen te nemen. De N-VA streeft een budgettair neutrale operatie na, maar wil tegelijkertijd een gat dichten. Dat is tegenstrijdig. De lastenverlagingen op arbeid ten bedrage van 400 miljoen euro op kruissnelheid staan trouwens in schril contrast met de beweringen van de N-VA.

De N-VA draagt trouwens ook verantwoordelijkheid. Op Vlaams niveau bijvoorbeeld heeft de N-VA, weliswaar samen met mijn partij, de jobkorting afgeschaft, wat een bedrag van 750 miljoen euro vertegenwoordigt. Ik ben dan ook benieuwd naar de argumentatie van mevrouw Maes. In het Vlaams Parlement keurt haar partij lastenverhogingen goed, maar op federaal niveau levert ze daarop kritiek. Een feit is dat de regering geen enkele euro extra op arbeid heeft geheven.

De spreker noemt de regering een belastingregering en haar voorzitter heeft het alsmaar over 75% nieuwe inkomsten in de totale budgetinspanning. Dat is niet correct. In de eerste besparingsronde waren de nieuwe inkomsten beperkt tot 31% en in deze gaat het om 23% nieuwe inkomsten, of minder dan een vierde.

Kijk maar eens naar de statistieken en de wijze waarop Nederland, Duitsland en Frankrijk de budgettaire inspanning verdelen. Dan kan men niet meer beweren dat de Belgische regering een belastingregering is.

We hebben het plan van de N-VA om de btw met 1% te verhogen verhinderd. Dat zou pas een aderlating betekenen voor de consument op een ogenblik dat de consumptie moet worden aangezwengeld of in ieder geval op peil worden gehouden.

De regering is dus niet ingegaan op het N-VA-voorstel de btw met één procent te verhogen. De opbrengst ervan zou trouwens niet ten goede komen aan de werkgevers. Ze zou een weerslag hebben op het loonstrookje, dus aan de werknemers ten goede komen. Op die manier wordt het probleem van de brutoloonkost uiteraard niet opgelost.

Er is ook kritiek geweest op het actualiseren van het tarief voor de aftrek van de notionele intrest. De N-VA was echter van plan de notionele intrestaftrek af te bouwen en binnen tien jaar volledig te laten verdwijnen.

Verder maakt de programmawet werk van de administratieve vereenvoudiging, in het bijzonder op het vlak van de roerende voorheffing.

Tot slot heeft de N-VA kritiek op de bankentaks van 50 miljoen euro. Ik wil die taks niet minimaliseren, maar dat de N-VA, na alles wat er in de bankensector is gebeurd, de regering verwijt dat ze aan de banksector een massale budgettaire inspanning vraagt, stemt tot nadenken. De N-VA moet echt moed hebben dergelijke uitspraken te verdedigen.

De heer Yoeri Vastersavendts (Open Vld). - Artikel 75 en artikel 76 zijn niet duidelijk over de verhoging van het tarief voor de niet-recurrente, resultaatgebonden voordelen, in het bijzonder met betrekking tot de inwerkingtreding. Er is een leemte op het vlak van de overgangsmaatregelen. Ik wil interpretatieproblemen voorkomen.

De nieuwe bonusregeling treedt in werking op 1 januari 2013. De tekst kan zo worden geïnterpreteerd dat de werknemer de solidariteitsbijdrage van 13,07% ook is verschuldigd op een bonus die betrekking heeft op prestaties van 2012, maar pas is uitbetaald in 2013. Graag kreeg ik van de minister de bevestiging dat de nieuwe solidariteitsbijdrage enkel geldt voor bonussen die voortvloeien uit prestaties die geleverd worden vanaf januari 2013. Als de overheid ook de prestaties van 2012 viseert, schendt ze haar contract met de werknemers. Het criterium van uitbetaling vóór of na 1 januari 2013 is immers volkomen discretionair.

Volgens sommige contracten worden de bonussen berekend over de periode van 1 juli 2012 tot 30 juni 2013. In dat geval mag de nieuwe bijdrage evenmin van toepassing zijn op de prestaties uit 2012.

Ik heb begrip voor de drukke agenda van de ministers, maar ik zou het op prijs stellen vandaag een antwoord op deze vraag te krijgen, op vraag van de sector.

De voorzitster. - Het staat de heer Vastersavendts uiteraard vrij alle vragen te stellen. Ik wil niet antwoorden in naam van de regering, maar ik merk op dat vandaag ook een commissievergadering heeft plaatsgevonden, waarop de minister aanwezig was. Ik veronderstel dat er al heel wat aan bod is gekomen in de commissievergadering. De regering is evenwel vertegenwoordigd en kan de vraag beantwoorden.

Mevrouw Lieve Maes (N-VA). - Ik wil even repliceren op het antwoord van de staatssecretaris, want hij legt me uitspraken in de mond die ik niet echt heb gedaan.

Ik heb bepaalde maatregelen niet als "slecht" bestempeld, ik heb de maatregelen alleen aangehaald om te bewijzen dat het uiteindelijk niet om een lastenverlaging gaat. Ik heb geen waardeoordeel geveld over de notionele intrest en de verhoging van de bijdragetaks. Ik wilde alleen het totale cijferplaatje verduidelijken.

Ik heb ook niet gezegd dat de N-VA voorstander is van een verschuiving. Ik heb mijn betoog opgebouwd rond het feit dat de collega's van de meerderheid beweren, en dat kan in het verslag worden nagelezen, dat het om een verschuiving gaat en precies dat heb ik weerlegd.

De staatssecretaris heeft het ook altijd over "ons" plan. Het gaat vandaag niet over "ons" plan, maar over "jullie" plan.

Ik wilde vooral de redenering die in de commissie is ontwikkeld, weerleggen.

De heer Hendrik Bogaert, staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten. - Dat we plannen en alternatieven met elkaar vergelijken is niet meer dan normaal. Dat is de gewone gang van zaken in een politiek debat. Verder heb ik begrip voor de uitspraken van mevrouw Maes.

De voorzitster. - Het woord is aan mevrouw Morreale voor een mondeling verslag over het gedeelte dat betrekking heeft op de Sociale Aangelegenheden.

Mme Christie Morreale (PS), corapporteuse au nom de la commission des Affaires sociales. - La commission des Affaires sociales s'est réunie ce matin, en prolongement d'une séance qui s'était tenue ce 18 décembre, en présence de membres du gouvernement ou de leurs représentants, pour examiner le projet de loi-programme.

La discussion générale n'a pas entraîné de remarques particulières mais quelques considérations d'ordre technique dont le détail fera prochainement l'objet d'un rapport in extenso.

Ce matin, la commission a essentiellement procédé au vote de ce projet qui fut approuvé par dix voix pour et trois abstentions. Confiance a été donnée aux rapporteurs pour un rapport oral.

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA). - Ik heb een amendement ingediend op de wijziging van de wet betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, omdat ik het noodzakelijk vind dat men een kat een kat noemt, ook als het over honden gaat. Met mijn amendement wil ik het woord "bijdrage" vervangen door het woord "belasting". De "bijdrage" komt enkel ten goede aan de staat. Het gaat ook niet om een verhoging van de retributie, want de retributie kan enkel worden verhoogd door een koninklijk besluit. Het is dus correcter om te spreken van een belasting. Een retributie vereist namelijk een wederkerigheid in de vorm van een openbare dienstverlening. De memorie van toelichting van het wetsontwerp stipuleert echter dat de bijkomende middelen zullen worden aangewend ter financiering van andere projecten van de overheid. Met het oog op de rechtszekerheid is het daarom meer correct de term "belasting" te gebruiken.

M. Philippe Mahoux (PS). - Il s'agit d'un vaste débat sémantique.

-De algemene bespreking is gesloten.