5-1658/1

5-1658/1

Belgische Senaat

ZITTING 2011-2012

7 JUNI 2012


Voorstel van resolutie betreffende de « mini-missverkiezingen »

(Ingediend door mevrouw Fatiha Saïdi c.s.)


TOELICHTING


Het begrip hyperseksualisering betekent dat jongeren systematisch en op veel te jonge leeftijd seksuele gedragspatronen aannemen. Dat begrip dient in een algemener perspectief te worden gezien : kinderen zijn tegenwoordig koopkrachtig geworden waardoor men geneigd is hen als volwassenen te zien. Dat mechanisme, dat steeds meer ingang vindt in onze maatschappij en sterk wordt aangemoedigd door de media, werkt in het voordeel van de mode-, kleding, cosmetica-industrie enz.

Dat verschijnsel van hyperseksualisering komt sterk tot uiting in de « mini-miss- en mini-misterverkiezingen ». Die schoonheidswedstrijden die heel populair zijn in de Verenigde Staten, laten jongetjes, meisjes en jongeren met elkaar concurreren. Tijdens die shows worden de kinderen ouder gemaakt, gekleed en geschminkt als volwassenen. Ze worden bovendien aangemoedigd door hun ouders en de organisatoren om verleidelijke, zelfs erotiserende houdingen aan te nemen tegenover het publiek, de journalisten, de juryleden en de fotografen.

Iedereen is het erover eens dat we onze kinderen moeten beschermen tegen eventueel misbruik, maar tijdens de mini-missverkiezingen wordt de grens tussen kindertijd en volwassenheid bewust gewist en maakt men van het kind een lustobject.

Door die grens te overschrijden, wordt het kind de geslachtelijke wereld van volwassenen ingestuurd. Hierdoor ontstaan er ook psychologische problemen bij jongeren die hun veranderende lichaam moeten leren aanvaarden en moeilijkheden kunnen ervaren bij de ontdekking van hun gevoels- en seksueel leven.

— Enerzijds, wat de mogelijke gevolgen voor de ontwikkeling van het kind betreft : men meent dat er negatieve psychologische gevolgen zullen zijn wanneer een jongere een wedstrijd verliest die enkel gebaseerd is op het uiterlijk van de deelnemers. A fortiori wanneer hij zelfs niet mag deelnemen. Het kind kan hier alleen maar uit besluiten dat het een lelijk eendje is, een lelijkaard. Men weet niet precies hoe ver dat negatief zelfbeeld kan gaan, maar het staat vast dat de gevolgen nefast zijn. Bovendien worden de jongeren door die wedstrijden nog meer bevestigd in het beeld dat anderen van hen kunnen hebben.

— Anderzijds stelt men vast dat, zoals bij modeshows of schoonheidswedstrijden voor volwassenen, het belangrijkste criterium slankheid is. De schade die dat dictaat teweegbrengt voor de volwassen « missen » en modellen is algemeen bekend : jonge vrouwen straffen zichzelf met gevaarlijke diëten en ontwikkelen eetstoornissen om er zo skeletachtig uit te zien als topmodellen. Het is dus zeker minstens even schadelijk voor kinderen die zich nog maar pas een beeld van hun lichaam beginnen te vormen en die deze slankheidscriteria als basis hanteren. Sommige studies tonen aan dat 10 % van de tienjarige meisjes al een dieet heeft gevolgd om eruit te zien als de voorgestelde modellen. Dergelijk gedrag willen wij niet aanmoedigen.

— Ten slotte, wat de gehanteerde waarden in die wedstrijden betreft : het spreekt voor zich dat een uiterst simplistische stereotypering wordt versterkt. Jongens moeten immers voortdurend aantonen hoe sterk en viriel ze zijn; meisjes, mooi en teder, worden in een zwakke en seksueel beschikbare positie geduwd. Wordt het voor een kind niet moeilijk, zelfs onmogelijk om een gezond en respectvol gevoelsleven te ontwikkelen op basis van die stereotiepe voorstellingen van menselijke relaties, die doordrongen zijn van minachting voor de vrouw ? Ook hier lijken ouders niet in te schatten hoe schadelijk het is om hun kinderen verleidelijk te laten overkomen op een leeftijd waarop verleiding en seksualiteit minstens nog moeten ontkiemen.

Want voor elke mini-miss en mini-mister is er immers altijd minstens één ouder die verantwoordelijk is voor de deelname van het kind aan die wedstrijden. De wet zou kinderen dus moeten beschermen tegen deze vorm van psychologische mishandeling.

Daarom strekt dit voorstel ertoe de organisatie van dergelijke wedstrijden te ontraden en formeel te verbieden om overheidsmiddelen te investeren in deze evenementen die schadelijk zijn voor het kind van vandaag en de volwassene van morgen.

Fatiha SAÏDI.
Christie MORREALE.
Caroline DÉSIR.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

A. gelet op artikel 29 van het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind : « De Staten die partij zijn, komen overeen dat het onderwijs aan het kind dient gericht te zijn op de zo volledig mogelijke ontplooiing van de persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens van het kind; »;

B. gelet op artikel 32 van het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind dat het recht van het kind erkent om te worden beschermd tegen economische exploitatie en tegen het verrichten van werk dat naar alle waarschijnlijkheid gevaarlijk is of de opvoeding van het kind zal hinderen, of schadelijk zal zijn voor de gezondheid of de lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke of maatschappelijke ontwikkeling van het kind;

C. gelet op artikel 36 van het Internationaal Verdrag van de rechten van het kind : « De Staten die partij zijn, beschermen het kind tegen alle andere vormen van exploitatie die schadelijk zijn voor enig aspect van het welzijn van het kind »;

D. gelet op de Belgische wet die kinderarbeid verbiedt,

Vraagt de regering :

1. een studie uit te voeren over de mini-miss- en mini-misterverkiezingen en naar gelang van de conclusies een verbod in overweging te nemen;

2. de Conseil de déontologie journalistique aan te raden zich te buigen over de rol van de media in de hyperseksualisering van de openbare ruimte en de gevolgen hiervan voor minderjarigen;

3. op geen enkel moment, rechtstreeks of onrechtstreeks, dit soort wedstrijden te steunen en de overheden te verzoeken dezelfde houding aan te nemen;

4. de organisatoren er nogmaals op te wijzen dat het weliswaar om privé-initiatieven gaat, maar dat zij hierbij de wet moeten naleven die bepaalt dat een activiteit die gevaarlijk of riskant zou kunnen zijn voor het kind, verboden is;

5. bijzonder waakzaam te zijn voor eventuele uitwassen en hierrond samen te werken met de deelgebieden die bevoegd zijn voor jeugd- en kinderproblematieken;

6. de Fédération Wallonie-Bruxelles aan te raden het probleem voor te leggen aan de délégué général aux Droits de l'enfant om hierover na te denken.

1 februari 2012.

Fatiha SAÏDI.
Christie MORREALE.
Caroline DÉSIR.