4-116

4-116

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 18 MAART 2010 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Lieve Van Ermen aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over ęde contingentering van artsenĽ (nr. 4-1592)

De voorzitter. - De heer Philippe Courard, staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding, antwoordt.

Mevrouw Lieve Van Ermen (LDD). - Op 5 maart berichtte onder meer Belga dat de inkorting van de basisopleiding geneeskunde van zeven naar zes jaar een verhoging van de quota van de numerus clausus in 2017 met zich mee zal brengen. Dat jaar studeren zowel de studenten af die in 2010 hun studie aanvatten volgens het systeem van zeven jaar, maar ook hun collega's die zich een jaar later inschreven in het zesjarige systeem. Vanaf het academiejaar 2011-2012 zal de studieduur van de basisopleiding geneeskunde nog maar zes jaar bedragen.

De minister lijkt te hopen dat de quota structureel kunnen worden aangepast om een aantal tekorten in het medisch aanbod te kunnen opvangen. Binnenkort zal een nieuw koninklijk besluit tot stand komen waarin de quota voor sommige specialiteiten, zoals voor de geriatrie en de spoedartsen, worden herzien. De minister lijkt meer nadruk te willen leggen op de tekorten dan op de duidelijke overschotten. Ook de opmerkingen van de studentenvertegenwoordiger van de artsenopleiding waren veelzeggend. Hij stelde namelijk dat er dankzij een toelatingsexamen minder basiswetenschappen dienden gegeven te worden en daardoor in het eerste jaar van de opleiding onmiddellijk van start kan worden gegaan met de medische vakken!

Leidt het optrekken van het aantal RIZIV-nummers in 2017 tot een nog grotere wanverhouding tussen Nederlandstalige afgestudeerden en Franstalige, waarvan nu reeds een overaanbod op de markt komt? Is het eventueel de bedoeling dat de artsen die in WalloniŽ afstuderen, ook in Vlaanderen hun praktijk komen uitbouwen, mits ze een taaltest afleggen?

Wat wordt er gedaan met de voorafname van specialisatieplaatsen die nu in bepaalde opleidingsonderdelen gebeurt? Heeft de planningscommissie hier al over beraadslaagd? Heeft het college van de Vlaamse universiteiten hier zijn advies over gegeven? Is de minister zich bewust van het onevenwicht tussen de Vlamingen en de Walen in de selectie van de artsenpopulatie in BelgiŽ? De Walen hebben geen toelatingsexamen afgelegd!

De heer Philippe Courard, staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding. - Ik lees het antwoord van minister Onkelinx.

De federale staat is uitsluitend bevoegd voor vastleggen van het minimale aantal studiejaren, in het bijzonder voor het minimumaantal jaren van elke cyclus. Momenteel legt een besluit van de Regent van 1949 twee cycli vast van respectievelijk drie en vier jaar. Het huidige voorstel legt twee cycli vast, namelijk minimaal drie jaar of 180 ECTS (European Credit Transfer and Accumulation System) voor een bachelor en minimaal drie jaar of 180 ECTS voor een master die tot de titel van arts leidt.

Dit voorstel werd goedgekeurd door de Hoge Raad van geneesheren-specialisten en van huisartsen. Er werd overleg gepleegd met de vertegenwoordigers van de artsensyndicaten, de universiteiten, de studenten en de twee gemeenschappen. Dat overleg leidde tot een consensus. Alle Vlaamse universiteiten hebben dus actief deelgenomen aan dit overleg en hebben de voorgestelde hervorming en alle bijbehorende gevolgen goedgekeurd.

Uiteraard heb ik deze hervorming ook uitgevoerd in overleg met de twee ministers van hoger onderwijs. Tijdens dit overleg bleek onder meer dat het niet mogelijk was om met deze hervorming van start te gaan voor de aanvang van het academiejaar 2011. De gemeenschappen en de universiteiten beschikken dus over anderhalf jaar om de praktische organisatie en de academische inhoud van de hervorming voor te bereiden.

Tijdens mijn gesprekken met mijn collega's hebben wij uiteraard de problemen in verband met de planning en de selectie van de studenten aangekaart, met respect voor elkaars voorrechten. Voor de medische planning verandert deze hervorming momenteel niets aan het principe van de numerus clausus, behalve natuurlijk het feit dat in het jaar 2017 twee generaties studenten de titel van arts zullen behalen.

Daarom heb ik de planningscommissie gevraagd de problematiek te bestuderen en oplossingen voor te stellen. De commissie overlegt trouwens geregeld over de specifieke behoeften van de verschillende specialisaties en integreert ook factoren die verband houden met het aantal stageplaatsen.

Voor de selectie van studenten ben ik niet bevoegd, maar de verkorte duur van de basisstudie geneeskunde stemt uiteraard in beide gemeenschappen tot nadenken over de wijze van selecteren. Aan Nederlandstalige universiteiten moet men inderdaad slagen voor een toelatingsexamen bij het begin van de artsenopleiding, maar dat is geen vergelijkend examen en het houdt evenmin rekening met de federale numerus clausus.

Hoewel de selectie in het Noorden en in het Zuiden anders verloopt, is het aantal overtollige studenten geneeskunde tussen het tweede bachelor en het vierde master nagenoeg identiek in beide gemeenschappen. De studenten van het eerste bachelor mag men immers niet meerekenen, omdat de selectie aan de Vlaamse faculteiten vůůr het aanvatten van het eerste jaar gebeurt en in de Franstalige universiteiten op het einde van het eerste jaar. Prognoses voor 2017 zijn moeilijk omdat we momenteel noch het aantal studenten voor de komende twee jaar, noch de selectiemethode kennen.

Bovendien geldt het vrije verkeer van de artsen in principe voor alle artsen van de Europese Gemeenschap. Elke arts met een diploma van een Belgische universiteit kan zich a fortiori in BelgiŽ vestigen waar hij of zij wil.

Uit het recente kadaster van de huisartsen blijkt dat er zowel in het Noorden als in het Zuiden van het land zones zijn met een hoge en met een lage densiteit van artsen. Ondanks dat verschil in densiteit tussen de zones, zijn de verschillen in medische consumptie er niet significant.

Mevrouw Lieve Van Ermen (LDD). - Als arts heb ik uiteraard ook over een en ander nagedacht. Die zes jaar zijn ontegensprekelijk een pluspunt. Toen mijn generatie geneeskunde begon te studeren in 1966, kwamen we zonder overgang van Vergilius en Ovidius in de exacte wetenschappen terecht. In Vlaanderen kiezen studenten vandaag al op hun zestiende voor een cyclus met exacte wetenschappen om zich zo goed mogelijk op het toelatingsexamen voor te bereiden.

Ik blijf bij het statement dat in BelgiŽ niet alle mensen gelijk zijn voor de wet en niet alle patiŽnten dezelfde zorg krijgen, aangezien de steekproef toekomstige artsen in Vlaanderen een betere opleiding exacte wetenschappen geniet dan die in WalloniŽ. Verder zal het contingent huisartsen in 2017 niet alleen twee keer groter zijn, het zal ook het RIZIV twee keer meer kosten. Is daarover al nagedacht? De ziekenhuizen van hun kant zullen aanspraak maken op een hogere dotatie voor een groter aantal opleidingsplaatsen.

We moeten hierin snel klaarheid scheppen, want de studenten hebben recht op rechtszekerheid. De zes jaar durende opleiding is principieel bij koninklijk besluit vastgelegd, maar vergt nog een uitvoeringsbesluit. De KULeuven zal na een truncus communis van ťťn semester een schakelmoment inbouwen. Hoe lossen de andere universiteiten dat op? Om alles in goede banen te leiden, is er nog heel wat denkwerk nodig.