Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-900

van Martine Taelman (Open Vld) d.d. 24 maart 2016

aan de minister van Justitie

Afval drugslabo's - Dumpen in de natuur - Cijfers - Handhaving - Nieuwe wetgeving - Samenwerking met de Gewesten

verdovend middel
officiŽle statistiek
gewesten en gemeenschappen van BelgiŽ
gevaarlijk afval
chemisch afval
milieudelict
handel in verdovende middelen
illegale stortplaats

Chronologie

24/3/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 28/4/2016 )
21/9/2016 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-899

Vraag nr. 6-900 d.d. 24 maart 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Fenomenen in verband met drugs berokkenen niet enkel schade aan de drugsgebruiker zelf, maar ook aan de natuur en in bepaalde gevallen zelfs aan de volksgezondheid. Recent werden in Nederland restanten van drugs aangetroffen in landbouwgewassen. Vorige zomer werden enkele kinderen en hun vader ernstig verbrand aan de onderbenen omdat ze door een toxische plas gefietst waren, ergens in de natuur.

Drugsproductie, en meer bepaald het dumpen van de restanten van deze productieprocessen, kunnen voor mens en natuur een (ecologische) ramp betekenen. Restanten van bijvoorbeeld synthetische drugs, die ontstaan door het proces van clandestiene drugsproductie, worden alsmaar meer in de omgeving teruggevonden. Het betreft grote hoeveelheden chemicaliŽn en toxische stoffen. Het drugsafval is vaak afkomstig van illegale drugslaboratoria van cannabis en ecstasy die de restanten ergens dumpen. Dit houdt een groot risico in voor het milieu en de gezondheid, aangezien de bestanddelen van dergelijke drugs voor mens en milieu zeer schadelijk kunnen zijn.

Het fenomeen doet zich de laatste tijd in BelgiŽ en in de buurlanden steeds vaker voor. Een onderzoek wees uit dat er in 2014 tweeŽntwintig dumpingen zijn vastgesteld, waarbij dus niets bekend is over de niet-ontdekte dumpingen. De teneur is dat dit in stijgende lijn gaat door het feit dat de drugsproductie is toegenomen en dat er meer vanuit Nederland in BelgiŽ wordt gedumpt. De gemeenten aan de Nederlandse grens worden dan ook het meest getroffen.

Een belangrijk aspect van het probleem van drugsdumpingen situeert zich rond het kostenplaatje van de ophaling, opruiming, stockering, verwerking en verbranding van het chemische afval van dumpingen, om nog maar te zwijgen van eventueel noodzakelijke bodemsaneringen. De opruiming gebeurt in BelgiŽ door een erkende afvalverwerker, SGS, met een kostprijs tussen 1 000 euro en 41 000 euro, volgens een studie. Hoewel de meeste deskundigen aangeven dat het vaak kosten voor het gerecht zijn, leidt het toch tot discussies tussen het parket en de gemeente.

Misschien is het raadzaam om een soort van gemeenschappelijke pot samen te stellen die dient om de kosten te betalen, zodat de kosten niet steeds op dezelfde schouders vallen.

Het gerecht zou ook achterstaan met betalingen van opruimingskosten aan SGS. Justitie zou momenteel een betalingsachterstand van ťťn jaar hebben.

Inzake drugsafval is handhaving cruciaal. Drugsafval wijst op de aanwezigheid van drugslabo's en dus georganiseerde misdaad. Handhaving en opruiming vergen een gecoŲrdineerde aanpak, aangezien de schade voor mens en milieu zeer groot kan zijn. Het dumpen van drugsafval kan door de opsporingsinstanties als milieufeit worden aangemerkt en geregistreerd, maar het kan ook worden geregistreerd als een overtreding van de wetgeving rond drugs.

Transversaal karakter van de vraag : het is een gewestaangelegenheid. Het Gewest staat in voor het milieutoezicht. Zo is er het Milieuhandhavingsdecreet van 2009 (decreet van 30 april 2009 tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en tot wijziging aan diverse bepalingen inzake de milieuhandhaving). De handhaving inzake drugs is een federale aangelegenheid. Afspraken zijn nodig tussen het Gewest en de federale overheid voor de handhaving en de vervolging van het storten van drugsafval.

In dit verband had ik volgende vragen :

1) Hoe worden restanten van drugslabo's, die illegaal werden gedumpt, gekwalificeerd ? Worden zij beschouwd als milieudelicten waardoor het Gewest optreedt of is het veeleer een delict in het kader van de drugswetgeving, waardoor federaal moet worden opgetreden ? Kunt u dit toelichten ? Bestaan hieromtrent werkafspraken en zo ja, kunt u de inhoud meedelen ?

2) Beschikt u over cijfermateriaal op jaarbasis van de aangetroffen illegale lozingen van drugsafval en restanten van drugslabo's ? Waar komen deze illegale lozingen voor (welke provincies en hoeveel feiten op jaarbasis) en is er daadwerkelijk sprake van een toename zoals in Nederland ? Kunt u dit gedetailleerd toelichten ?

3) Hoeveel processen-verbaal en hoeveel invervolgingstellingen werden de laatste drie jaar opgesteld voor het illegaal dumpen van drugsafval ?

4) Werden er reeds daders veroordeeld voor het dumpen van drugsafval ? Welke straffen werden uitgesproken ? Volstaat de wetgeving of moet deze worden aangescherpt, aangezien het een relatief nieuw fenomeen is dat ernstige schade kan toebrengen aan de mensen en het leefmilieu ?

5) Hoe verloopt de samenwerking met de Gewesten voor de handhaving en het vervolgen van de daders inzake het dumpen van drugsafval?

6) In hoeveel dossiers werden tot op heden de kosten van de illegale lozing van drugsafval en in het bijzonder de opruiming ervan verhaald op de daders ? Zijn er hier nog bepaalde administratieve of andere hindernissen ? Kan dit uitvoerig worden toegelicht, gezien de oplopende kosten van het ruimen van dit afval voor onder meer de lokale overheden ?

Antwoord ontvangen op 21 september 2016 :

Er bestaan geen specifieke richtlijnen of akkoorden met betrekking tot de kwalificatie en de codering van de dumpingen. Zij kunnen dan ook worden gekwalificeerd als sluikstorten van afval of geregistreerd voor « onwettige aanmaak en bewerking van verdovende middelen ». Dankzij de aanwijzingen die teruggevonden worden op dumpingplaatsen kunnen de specifieke hypothese van productie van verdovende middelen en bijgevolg de toepassing van de specifieke regelgeving ter zake worden overwogen. In alle gevallen blijft een parallelle toepassing van de gewestelijke milieuregelgeving mogelijk.

Het aantal dumpingen heeft de evolutie van het aantal laboratoria voor de productie van synthetische drugs gevolgd. Na een daling in de periode 2010–2012 als gevolg van de schaarste aan precursoren is er sinds 2013 een toename van het aantal dumpingen merkbaar. Het gebruik van pre-precursoren, in combinatie met het opzetten van conversielabo's, zorgt kennelijk voor een toename van de hoeveelheid restafval afkomstig van de productie van synthetische drugs. Dat verklaart ook deels het toegenomen aantal sluikstortingen van afval afkomstig van de productie van synthetische drugs. De dumpingen vinden voornamelijk plaats in de provincies Antwerpen en Limburg (zie bijlage).

Wat betreft de gemeentelijke spreiding van de dumpingen die in de afgelopen vijf jaar zijn ontdekt, luidt de vaststelling dat vooral de grensstreek met Nederland is getroffen. Het is niet altijd mogelijk een onderscheid te maken tussen de processen-verbaal wegens sluikstorten van drugsafval of van ander afval. Als er evenwel wordt uitgegaan van het aantal dumpingen dat gemeld is bij het Lab Intervention Team, zijn er in de afgelopen drie jaar minstens 468 processen-verbaal opgemaakt wegens het sluikstorten van afval afkomstig van de productie van synthetische drugs. Die cijfers mogen dan wel een stijgende trend vertonen, toch vormen zij zeer waarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg, aangezien heel wat dumpingen op kleinere schaal in het kader van de productie van drugs nog niet systematisch als dusdanig worden geidentificeerd, vastgesteld en onderzocht.

In het licht van de tenuitvoerlegging van het Nationaal Veiligheidsplan 2012–2015 en de prioriteit die uitgaat naar de productie van synthetische drugs, heeft de federale politie een bijzonder project opgestart met betrekking tot de problematiek van de dumpingen die gelinkt zijn aan die productiesites. In dat verband werden al eerste contacten met de Gewesten gelegd. Naast de oprichting van een Lab Intervention Team (LIT), een gespecialiseerde multidisciplinaire eenheid ter ondersteuning van de lokale en federale politie, is het project thans hoofdzakelijk gericht op de bewustmaking van de voornaamste actoren ter zake (brandweer, gemeenten, politiediensten) omtrent het verschijnsel op zich en de gepaste reacties. Die bewustmaking gebeurde aan de hand van flyers. Dat project moet een vervolg krijgen in het kader van het volgende Nationale Veiligheidsplan en er moeten bijkomende inspanningen worden geleverd op het vlak van opsporing en van structurering van de samenwerking tussen federale, gewestelijke en lokale partners.

Gerechtelijk arrondissement

2011

2012

2013

2014

2015

Antwerpen

2

1

9

13

4

Luik

1

0

0

1

0

Limburg

1

1

4

5

8

Luxemburg

0

0

0

1

0

Bergen

0

0

0

0

1

Oost-Vlaanderen

0

0

0

2

0

West-Vlaanderen

0

0

0

0

0

Totaal

4

2

13

22

13