Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-837

van Martine Taelman (Open Vld) d.d. 18 februari 2016

aan de minister van Justitie

Mensenhandel - Veroordelingen - Handhaving - Cijfers - Actieplan - Aanpassing van het slachtofferstatuut - Sensibilisering van het parket en politie

officiŰle statistiek
mensenhandel
gerechtelijke vervolging
slachtofferhulp
misdaadbestrijding
slachtoffer

Chronologie

18/2/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 24/3/2016 )
9/11/2016 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-836

Vraag nr. 6-837 d.d. 18 februari 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het aantal veroordelingen voor mensensmokkel is de afgelopen jaren gedaald in Nederland. Dat blijkt uit recente cijfers van de Raad voor de rechtspraak.

De cijfers van de Raad voor de rechtspraak laten zien dat in 2015 zevenenvijftig mensensmokkelaars in Nederland een celstraf kregen, wat het laagste aantal in tien jaar is. In 2013 werden er nog zesenzeventig mensen veroordeeld, terwijl het er tien jaar geleden nog meer dan tweehonderd waren.

Naast het aantal straffen nam ook de lengte van de straffen af : vorig jaar kregen vier mensen een straf van langer dan een jaar, in 2014 waren dat er nog zeven. Wel daalde het aantal vrijspraken : van vijfentwintig naar negentien.

Het aantal aanhoudingen voor mensensmokkel steeg het afgelopen jaar wel, meldde het kabinet op 5 februari 2016. Staatssecretaris Dijkhoff (Veiligheid en Justitie, VVD) noemt de bestrijding van mensenhandel " een prioriteit van het kabinet ". Zo wordt de straf voor mensensmokkel verhoogd van vier naar zes jaar.

Myria, het Federaal Migratiecentrum, stelt dat er een dringende behoefte is aan een specifiek regeringsactieplan in de strijd tegen mensensmokkel.

De strijd tegen mensenhandel is een transversale gemeenschapsaangelegenheid. De Gemeenschappen maken sinds 2014 deel uit van de Interdepartementale Co÷rdinatiecel ter bestrijding van de mensensmokkel en de mensenhandel.

Ik had dan ook graag een antwoord gekregen op de volgende vragen :

1) Hoeveel veroordelingen wegens mensensmokkel waren er in ons land respectievelijk in 2013, 2014 en 2015 ? Is er een tendens merkbaar ?

2) Nemen bij ons, net als in Nederland, de effectieve straffen af? Kunt u dit met cijfers toelichten ? Zo neen, waarom niet ?

3) Hoe reageert u op de vraag vanwege Myria aan de Interdepartementale Co÷rdinatiecel ter bestrijding van de mensensmokkel en de mensenhandel om het slachtofferstatuut mensenhandel in het kader van de herziening van de multidisciplinaire omzendbrief uit 2008 aan te passen en een aanbod te ontwikkelen dat beter is afgestemd op de noden van de verschillende slachtoffergroepen op het vlak van bescherming, begeleiding en schadeloosstelling ? Werd dit reeds besproken en welke concrete stappen zullen worden gezet of zijn in uitvoering voor de slachtoffers?

4) Welke acties werden reeds ondernomen of staan op til op het vlak van de sensibilisering van de jeugdbrigades van de lokale politie en de jeugdmagistraten van het parket ? Kunt u dit toelichten ?

Antwoord ontvangen op 9 november 2016 :

1) Verschillende bronnen kunnen gegevens aanleveren hierover.

Eerst en vooral de gegevensbank van het Centraal Strafregister. Deze databank omvat alle geregistreerde veroordelingsbulletins komende van de griffies van de hoven en rechtbanken. Een veroordelingsbulletin is opgesteld door de griffie en vindt zijn basis steeds in een in gezag van gewijsde gegaan vonnis. Ten gevolge van een registratie achterstand bij het Centraal Strafregister zijn de cijfergegevens niet helemaal bijgewerkt.

Inzake mensensmokkel toonde de extractie aan dat de gebruikte codes nog aanleiding geven tot verwarring tussen de artikelen 77bis en 77 van de wet van 15 december 1980 inzake de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (respectievelijk mensensmokkel – winstoogmerk in hoofde van de daders en hulp bij illegale binnenkomst, transit en verblijf). Het verschil is echter belangrijk.

Ook is het mogelijk dat gevallen van mensensmokkel verkeerdelijk gecodeerd worden als gevallen van mensenhandel. De codes voor mensensmokkel werden in 2014 geactualiseerd maar bij de extracties werden er nog mogelijke dubbeltellingen vastgesteld. Er werd beslist om voor 2014 een manuele verificatie te doen teneinde de dubbeltellingen weg te werken. Met betrekking tot 2014 kon men vaststellen dat er ten minste 45 definitieve veroordelingen (het betreft personen en geen zaken) inzake mensensmokkel waren op basis van een extractie in juni 2015. Zoals aangegeven zijn deze cijfers onvolledig, gelet op de achterstand in de codering. Dit geldt ook voor de cijfergegevens voor 2015. Daarnaast is het, wegens een migratie van het programma, nu niet mogelijk om deze data te vervolledigen noch de gegevens van 2015 te bezorgen.

Tot slot kan ook verwezen worden naar de cijfers van de steundienst van het College van hoven en rechtbanken. In 2014 waren er 31 zaken en voor 2015 45 zaken inzake mensensmokkel op het niveau van de rechtbanken van eerste aanleg waarbij er nog geen uitspraak in hoger beroep is. Het betreffen dus het aantal zaken en geen personen. Dit is een belangrijk onderscheid want in 1 zaak kunnen verschillende personen veroordeeld worden.

2) Het is niet mogelijk precieze gegevens inzake de effectieve straffen te geven gelet op de mogelijke dubbeltellingen en de verkeerde codering van de twee begrippen zoals hierboven vermeld.

3) Op 15 juli 2015 werd het Nationaal Actieplan inzake mensenhandel 2015-2019 goedgekeurd. Een van de actiepunten betreft de aanpassing van de multidisciplinaire omzendbrief van 26 september 2008 (5.1.). Uit de evaluatie van deze omzendbrief bleek dat er nood was om te komen tot een betere detectie van onder andere Belgische slachtoffers en minderjarige slachtoffers. Deze aanbeveling en andere aanbevelingen werden besproken in het Bureau van de Interdepartementale Coördinatiecel “Mensenhandel”. Op 26 september werd de hieraan aangepaste omzendbrief in de Interdepartementale Cel besproken en goedgekeurd. De omzendbrief zal weldra ter ondertekening worden voorgelegd.

4) In het kader van mensenhandel werd in de nieuwe richtlijn inzake opsporingen en vervolgingen van mensenhandel, uitgaande van de minister van Justitie en van het College van procureurs-generaal, bepaald – naar aanleiding van de evaluatie van de multidisciplinaire omzendbrief van 2008 door het Bureau van de Cel ter bestrijding van de mensensmokkel en de mensenhandel – dat er ook een jeugdmagistraat aanwezig moet zijn op de coördinatievergaderingen op het niveau van de gerechtelijke arrondissementen (die minimum twee keer per jaar moeten gehouden worden). Dit heeft als doel om te komen tot een nauwere samenwerking tussen jeugdmagistraten en magistraten mensenhandel en zodoende tot een betere bescherming voor minderjarige slachtoffers.

In het kader van de inwerkingtreding van de nieuwe omzendbrief inzake de opsporing en vervolging van mensenhandel (COL 01/2015) werden vier opleidingen georganiseerd voor zowel de lokale als de federale politie.