Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-275

van Martine Taelman (Open Vld) d.d. 4 december 2014

aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel

Cybercrime - Bedrijfsleven - Maatregelen

onderneming
computercriminaliteit
officiŽle statistiek

Chronologie

4/12/2014 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/1/2015 )
27/1/2015 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-276
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-277

Vraag nr. 6-275 d.d. 4 december 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Deze vraag betreft een transversale aangelegenheid-gewesten/economie- ondernemen).

De FBI heeft Amerikaanse bedrijven onlangs gewaarschuwd voor vernietigende cyberaanvallen van hackers. De waarschuwing volgt op een hack bij Sony. De software overschrijft data op harde schijven van computers, waardoor ze worden stilgelegd en netwerken onbruikbaar worden. Het is extreem moeilijk en kostbaar om met malware geÔnfecteerde harde schijven te herstellen, aldus de FBI, dat een nota van vijf pagina's heeft verspreid.

Het hoeft geen betoog dat dergelijke aanvallen onze economie en het bedrijfsleven ernstig kunnen ontwrichten. De cyberveiligheid, en dus het beschermen van onze bedrijven, is essentieel. De regering moet dringend werk maken van de concrete invulling van de nationale cyberstrategie die de regering op 21 december 2012 heeft goedgekeurd. Gelet op de snelle ontwikkelingen inzake cybercrime en gezien de grote schade die deze vorm van criminaliteit veroorzaakt, zowel aan onze economie als aan de overheid, moet die cyberstrategie prioritair worden geconcretiseerd.

Een nationale cyberveiligheidsstrategie is echt nodig. BelgiŽ moet zich dringend wapenen tegen de toenemende cyberaanvallen. Dat vereist aanvullende investeringen in mensen, meer bepaald in ICT-experts, ťn in infrastructuur.

1) Hoe reageert de minister op de ernstige dreiging voor onze bedrijven. Welke concrete stappen hebben de Veiligheid van de Staat, het gerecht en de politiediensten al gedaan? Kan hij dat concreet toelichten?

2) Kan de minister aangeven of er en, zo ja, hoeveel aanvallen tegen bedrijven er de voorbije drie jaar op jaarbasis plaatsvonden? Hoeveel bedraagt de geraamde schade op jaarbasis?

3) Welke stappen acht de minister aangewezen om cybercrime jegens, onder meer, het bedrijfsleven de wacht aan te zeggen? Kan hij medelen welke concrete budgetten naar welke concrete investeringen in mensen en infrastructuur gaan? Kan hij dit gedetailleerd toelichten? Wat is het tijdspad? Hoeveel voltijdse eenheden worden hiervoor ingezet?Hoe wordt de infrastructuur beschermd?

4) Kan de minister meedelen of er nieuwe intitiatieven in de nationale cybercrimestrategie worden genomen? Kan hij die concreet toelichten?

Antwoord ontvangen op 27 januari 2015 :

1)    De elementen van antwoord op de eerste vraag van het geachte lid zullen verstrekt worden door de ministers die respectievelijk justitie en binnenlandse zaken tot hun bevoegdheden hebben.

2)    Gegevens over cyberincidenten die ondernemingen kunnen treffen, mogen enkel door CERT.be (Computer Emergency Response Team) en FCCU (Federal Computer Crime Unit) worden verstrekt. Als voorafgaande informatie en onverminderd de meer precieze gegevens waarover de beide voornoemde instellingen beschikken, moet worden opgemerkt dat CERT.be in 2013 6.678 meldingen van bedrijven en openbare instellingen ontving waarvan 4.070 concrete cyberincidenten. Met een gemiddelde van 339 incidenten per maand is dit een verdubbeling tegenover 2012. Toen registreerde CERT.be gemiddeld 165 incidenten per maand.

3)    Vooral CERT.be, FCCU en ADIV (Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid) zijn voorlopig betrokken bij de verdeling van de middelen die momenteel voor cyberveiligheid beschikbaar zijn gesteld.

4)    Het regeerakkoord bepaalt dat het «Centrum voor Cybersecurity België»  operationeel moet worden. Het koninklijk besluit van 10 oktober 2014 tot oprichting van dit centrum werd gepubliceerd op 21 november 2014. Er zal zeer snel een oproep tot kandidaten worden gelanceerd met het oog op de aanwerving van de toekomstige directeur/directrice en van het personeel van dat centrum. Voor het overige verwijs ik het geachte lid naar de eerste minister die belast is met de coördinatie van dit dossier.