Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1703

van Martine Taelman (Open Vld) d.d. 13 december 2017

aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling

Illegale houtkap - Rapport ę†Blood-stained timber†Ľ - Import illegaal hout - Handhaving

Chronologie

13/12/2017 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 11/1/2018 )
11/1/2018 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1702

Vraag nr. 6-1703 d.d. 13 december 2017 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het recente rapport van Greenpeace ę†Blood-stained timber†Ľ vormt een akelig relaas over de wijze waarop illegale houtkapbedrijven in BraziliŽ razzia's organiseren tegen de lokale bevolking. Daarbij wordt zoveel mogelijk terreur gebruikt om hen weg te jagen en zo de wouden waarvan zij leven, te kunnen kappen. In dit rapport wordt ingegaan op een Braziliaans houtkapbedrijf in de Amazonestaat Mato Grosso. De eigenaar ervan wordt beschuldigd van negenvoudige moord, maar kan desondanks ongestoord hout uitvoeren naar landen als de Verenigde Staten, Japan en ook BelgiŽ. Minstens twee ladingen hout werden vanuit dit bedrijf naar ons land geŽxporteerd, ondanks de inbeschuldigingstelling van de bedrijfsleider voor deze moorden.

Volgens de openbare aanklager zijn de moorden ingegeven door de hebzucht van de lokale houtkappers, die het vooral gemunt hebben op waardevolle soorten zoals ipÍ, jatobŠ, cumaru, en massaranduba, houtsoorten die gebruikt worden voor de productie van meubels en terrasplanken.

De beschuldigde houtexporteur, Valdelir Jo„o de Souza, bezit twee bedrijven - Madeireira Cedroarana (RondŰnia) en G.A. Madeiras (Mato Grosso). G.A. Madeiras ligt in de gemeente Colniza, en staat in voor het bosbeheerplan naast de site waar de slachtpartij plaatsvond.

Tussen 15 mei en eind september 2017, dus na de moorden, zijn er minstens 11 ladingen met hout afkomstig van Cedroarana toegekomen in de Verenigde Staten en twee in Europa (in BelgiŽ en Frankrijk).

De bedrijfsleider is momenteel op de vlucht voor de politie. Intussen blijft Cedroarana hout leveren aan de Braziliaanse en internationale markt. Voor de importeurs waren er nochtans duidelijke signalen dat het hout van Cedroarana illegaal is. Zo heeft deze zagerij sinds 2007 voor circa 150†000 euro aan onbetaalde boetes opgestapeld, voor het stockeren en verhandelen van illegaal hout.

Het betreft een transversale aangelegenheid met de gewesten†: de bescherming van het leefmilieu is een gewestbevoegdheid. De handhaving betreffende de import van hout dat voortvloeit uit de illegale houtkap is hoofdzakelijk een douanebevoegdheid die daarnaast ook onder de bevoegdheid van de federale minister van Leefmilieu valt.

Graag had ik u dan ook volgende vragen voorgelegd†:

1) Hoe reageert u op het rapport van Greenpeace en de daarin omschreven fraudemechanismen om met manifest valse documenten illegaal bloedhout naar ons land te exporteren†? Hoe gaat u hiermee om†?

2) Welke stappen hebt u reeds ondernomen en welke stappen gaat u nog ondernemen om deze illegale import van bloedhout daadwerkelijk te stoppen†?

3) Bent u het ermee eens dat hout uit BraziliŽ en dan in het bijzonder uit de staten Para, Mato Grosso en Rondonia als een hoog risico moet worden beschouwd†? Zo neen, waarom niet†? Zo ja, waarin zullen uw beleid en de handhaving bestaan†?

4) Welke mogelijkheden ziet u om de invoer van illegaal hout uit BraziliŽ stop te zetten†?

5) Bent u bereid om samen met de sector een sluitende aanpak uit te werken om de aankoop van bloedhout binnen ons land, maar ook op het niveau van de Europese Unie verder aan te pakken en samen te werken met erkende certificaathouders waarbij field audits worden gehouden†? Zo neen, waarom niet†? Zo ja, kunt u dit uitgebreid toelichten†?

6) Bent u bereid het thema van de illegale houtkap en de daaraan verbonden terreuroperaties tegen de lokale bevolking te agenderen binnen de Europese Unie†? Zo ja, kunt u de timing en de inhoud toelichten†? Zo neen, waarom niet en kunt u dit toelichten†?

7) Kunt u zeer concreet meedelen hoeveel ladingen hout op jaarbasis (al dan niet per soort en waarde) in onze havens worden tegengehouden omdat ze afkomstig zijn van illegale houtkap†? Kunt u dit uitvoerig toelichten en deze cijfers duiden†?

Antwoord ontvangen op 11 januari 2018 :

1) Zoals ik reeds antwoordde op eerdere vragen over het recente rapport « Blood-stained timber » van Greenpeace worden bij de handhaving van de Europese houtverordening 995/2010 (EUTR) klachten of nuttige informatie van derde partijen altijd ernstig genomen en prioritair behandeld. De volgorde van onze EUTR-controles, die gebeuren volgens een periodiek bijgewerkt inspectieplan, wordt onderbroken om zulke klachten te onderzoeken. Mijn diensten zijn vrijwel meteen een onderzoek gestart naar de aantijgingen in het Greenpeace-rapport. Dat rapport linkt een eigenaar van een zagerij in de Braziliaanse Amazone aan illegale houthandel, met als exponent een negen-voudige moord die daarmee verband houdt. Volgens EUTR moeten invoerders die houtproducten op de Europese markt brengen ervoor zorgen dat het risico op illegaal gekapt hout verwaarloosbaar is. Het Greenpeace-rapport impliceert dat Europese bedrijven die hout van de betreffende zagerij invoeren niet opereren conform de EUTR. Of dat het geval is en wat de betrokkenheid is van twee vernoemde Belgische invoerders moet het onderzoek uitwijzen.

2) In deze context is reeds een eerste inspectiebezoek uitgevoerd in december 2017, een tweede is gepland in januari 2018.

3) Verschillende internationale organisaties alsook de Belgische diplomatieke post in Brazilië stellen dat de wetgeving rond houtexport in Brazilië onvoldoende wordt nageleefd en dat er veel corruptie is in de sector. Een rapport van Greenpeace uit 2013 onthulde dat er vooral in de Staten Para en Mato Grosso een groot probleem is van illegale houtkap. Tijdens de periode 2007-2012 was 54 % à 78 % van het hout van illegale oorsprong. Hout uit deze Amazone-Staten, en bij uitbreiding ook uit het aangrenzende Rondonia, kan dus beschouw worden als risicovol.

4) Zoals hierboven aangehaald moeten invoerders ervoor zorgen dat het risico op illegaal gekapt hout verwaarloosbaar is door een stelsel van zorgvuldigheidseisen, de zogenaamde « due diligence », toe te passen. Concreet houdt dat in dat ze 1) informatie moeten verzamelen over het ingevoerde hout ; 2) een risicoanalyse uitvoeren ; en 3) zo nodig risicobeperkende maatregelen treffen door aanvullend bewijs te verkrijgen zoals door derden gecontroleerde regelingen, onafhankelijke of zelfuitgevoerde audits en (forensische) technologieën voor het volgen van hout. Dat laatste is bijgevolg het geval voor hout uit de hogervermelde risicovolle staten. Doen invoerders dat niet, dan kunnen mijn bevoegde diensten hen sancties opleggen en desnoods hout van bepaalde bronnen in beslag nemen.

5) Omdat ik ervan overtuigd ben dat structureel overleg tussen de verschillende actoren (niet gouvernementele organisaties (NGO), invoerders, enz.) de toepassing van de principes van due diligence kan faciliteren, wil ik in 2018 mijn initiatieven van een ronde tafel en een charter opnieuw lanceren. De bedoeling is om de uitwisseling van relevante informatie over de illegale houtkap te bevorderen, met name om de invoerders bij te staan bij de risicobeoordeling en beste praktijken aan te reiken, zoals voorzien in artikel 13 van de EUTR-verordening. Ik zal bovendien niet nalaten om dergelijke initiatieven ook op Europees niveau te agenderen.

6) EUTR verbiedt de invoer van illegaal gekapt hout in de Europese Unie (EU). Het schenden van de rechten van de inheemse bevolking, zoals aangekaart in het Greenpeace-rapport, kan een reden zijn van illegaliteit en hout kan op die basis van de markt worden geweerd. Dat wordt geval per geval bekeken.

EUTR is niet de enige maatregel die de Europese Unie heeft genomen om de illegale houtkap in te dijken. EUTR kadert binnen een specifiek actieplan FLEGT, waarmee de Europese Unie sinds 2003 de strijd met de illegale houtkap wil aangaan en op langere termijn duurzaam bosbeheer wil promoten. Een andere belangrijke maatregel uit het FLEGT-actieplan is de FLEGT-verordening (verordening 2173/2005). Deze verordening wil door het afsluiten van vrijwillige samenwerkingsakkoorden (VPA’s) met partnerlanden ervoor zorgen dat er enkel legaal hout uit deze partnerlanden de EU-binnenkomt (onder andere door een vergunningensysteem in te voeren). De partnerlanden krijgen daarbij hulp bij het ontwikkelen van beleid en bij het vormgeven van hun aanpak, met onder meer ook aandacht voor de rechten van de lokale bevolking. Het FLEGT-actieplan wordt momenteel herzien en daarbij wordt onder andere gedacht aan aanvullende samenwerkingsvormen (naast de VPA’s) met belangrijke houtproducerende landen zoals Brazilië.

De illegale houtkap staat dus al geruime tijd op de Europese agenda en vanuit diverse invalshoeken wordt de problematiek zo integraal mogelijk benadert. Ik zal de EU-initiatieven zoveel mogelijk ondersteunen en zorgen dat België haar verantwoordelijkheid opneemt. Daarnaast wil ik nog een stap verdergaan. Sinds 2011 wordt het gebruik van gecertificeerd hout van duurzame oorsprong gepromoot via een sectoraal akkoord. In 2018 zal het huidige sectoraal akkoord worden hernieuwd en uitgebreid. Momenteel is in deze context een studie lopende om de Belgische marktsituatie in kaart te brengen.

7) Het aantal zendingen dat in onze havens wordt tegengehouden omdat ze afkomstig zijn van illegale houtkap is zeer gering. Dat komt omdat controle van de legaliteit van houtproducten een complexe aangelegenheid is die niet systematisch kan onderzocht worden bij aankomst in de haven. Deze materie is ook geen bevoegdheid van de algemene administratie Douane en Accijnzen (AADA), maar van de federale overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu (FOD VVVL). De AADA controleert de invoer van hout op dezelfde wijze als andere goederen die in het vrije verkeer worden gebracht en contacteert slechts uitzonderlijk de FOD VVVL omdat er houtproducten van illegale oorsprong zijn aangetroffen (één zending Afrormosiahout in 2017 omwille van omzeiling van de CITES-wetgeving). De eigenlijke legaliteitscontroles voert de FOD VVVL doorgaans achteraf uit bij de houtinvoerders zelf, die de informatie omtrent hun due diligence minstens vijf jaar moeten bewaren. De FOD VVVL en de AADA werken wel nauw samen. Zo worden er douanegegevens uitgewisseld en kan de AADA op verzoek bepaalde zendingen in de haven blokkeren. Deze samenwerking zal in de toekomst nog verder worden verstrekt en op punt worden gesteld.