Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1598

van Rik Daems (Open Vld) d.d. 25 oktober 2017

aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Blockchaintechnologie - Toepassingen - Wetgeving - Gevolgen - Privacy

Chronologie

25/10/2017 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 24/11/2017 )
23/11/2017 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1595
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1596
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1597

Vraag nr. 6-1598 d.d. 25 oktober 2017 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Blockchain kan beschouwd worden als een nieuwe vorm van gedistribueerde informatietechnologie. De blockchaintechnologie kent vele toepassingen. Een daarvan is Bitcoin, een virtuele munt waarmee via Internet wereldwijd betalingen kunnen worden verricht.

Hoewel niet duidelijk is of alle veronderstelde toepassingsmogelijkheden van blockchaintechnologie realiteit zullen worden, heeft het een meerwaarde als de overheid zich verdiept in blockchaintechnologie en de mogelijke gevolgen daarvan voor de wetgeving.

In Nederland is men hiermee al volop aan de slag. Zo worden op vraag van de overheid de (mogelijke) ethische en sociale gevolgen van de blockchaintechnologie in kaart gebracht. Ook wordt nagegaan in hoeverre de overheid zelf blockchaintechnologie zou kunnen inzetten voor uitvoering, toezicht, handhaving, enz., onder welke voorwaarden en wat dit zou betekenen voor wet- en regelgeving. Ook de privacyaspecten moeten hierbij niet uit het oog worden verloren.

Deze vraag betreft een transversale gewestaangelegenheid. Blockchain kan de administratie drastisch vereenvoudigen voor de lokale overheden en alle administraties, in het bijzonder wat betreft de burgerlijke stand, onroerend goed en de registratierechten, intellectuele eigendom, trouw- en geboorteregelingen, enz. De wetgeving is dikwijls nog federaal maar sommige onderdelen (bijvoorbeeld huurrecht) vallen al onder de bevoegdheid van de Gewesten.

Ik had dan ook volgende vragen :

1) Welke initiatieven heeft u ontwikkeld in overleg met de Gewesten en andere overheden om de toepassingsmogelijkheden van blockchain te onderzoeken en meer bepaald hoe de overheid de blockchaintechnologie zou kunnen inzetten in uitvoering, toezicht, handhaving, enz., onder welke voorwaarden en wat dit zou betekenen voor wet- en regelgeving ? Is er reeds onderzoek opgestart en zo ja, bij of samen met welke instellingen en welke budgetten zijn hieraan verbonden ? Kan u uitvoerig toelichten wat het tijdschema en de inhoud is ?

2) Welke initiatieven heeft u ontwikkeld (al dan niet in overleg met de Gewesten en andere overheden) om de toepassingsmogelijkheden van blockchain te onderzoeken en meer bepaald wat betreft administratieve vereenvoudiging ? Kan u dit uitvoerig toelichten ? Wat zijn de projecten, het tijdschema en de inhoud ?

3) Welke initiatieven heeft u ontwikkeld (al dan niet in overleg met de Gewesten en andere overheden) om de toepassingsmogelijkheden van blockchain te onderzoeken en in het bijzonder de privacyaspecten ? Kan u dit uitvoerig toelichten ? Wat zijn de projecten, het tijdschema en de inhoud ?

Antwoord ontvangen op 23 november 2017 :

Blockchaintechnologie berust op beginselen die zowel voordelen als uitdagingen inhoudt voor het recht op gegevensbescherming.

Het eerste beginsel van blockchain is de afwezigheid van een centraal orgaan. Blockchain is gedecentraliseerd en functioneert zonder centraal orgaan, orgaan voor identiteitscontrole of vertrouwelijke derde. In de klassieke systemen weet de vertrouwelijke derde en / of het orgaan voor identiteitscontrole wanneer de betrokken persoon zich identificeert en van welke diensten gebruik wordt gemaakt. Niets van dit al hier : de betrokken persoon heeft een private sleutel om zich te identificeren en enkel de houder van de sleutel bepaalt wie de gegevens kan ontvangen. In een dergelijk systeem is het evenwel de vraag wie de verwerkingsverantwoordelijke is en hoe de betrokken persoon de gegevens kan beschermen wanneer zijn sleutel wordt gestolen.

Het tweede beginsel van blockchain is de onveranderlijkheid van de gegevens. Alle nieuwe informatie die in de blockchain wordt ingevoerd, wordt gecodeerd met een unieke, onveranderlijke afdruk en wordt permanent opgeslagen. Aangezien de beschikbare informatie wordt gekopieerd op alle knopen van de blockchain, is zij onvervalsbaar. Deze techniek implementeert het recht van de betrokken persoon op de beveiliging van zijn gegevens. Het is evenwel de vraag hoe een betrokken persoon zijn rechten op correctie van de gegevens en bezwaar tegen het gebruik ervan zou kunnen laten gelden.

De gegevens kunnen niet meer worden verwijderd zonder dat alle eerdere gegevens in de blockchain worden verwijderd. Hoe kan het recht om te worden vergeten dus worden toegepast ?

Tot slot moet erop worden gewezen dat, in een blockchain, alle gebruikers toegang hebben tot de geschiedenis van de transacties waardoor de betrokken persoon zijn gegevens kan traceren. Daarentegen is de geschiedenis van de transacties openbaar en raadpleegbaar door derden. Strikt genomen gaat het niet om persoonsgegevens, vermits enkel het bestaan van de transactie openbaar is en niet de inhoud ervan. Het gaat eerder om metagegevens dan om persoonsgegevens. Maar in sommige gevallen zijn beiden onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Het gebruik van de blockchaintechnologie vereist dus een denkoefening over hoe zij toegepast moet worden met inachtneming van de rechten en vrijheden van de personen, zoals vastgelegd in de wetgeving omtrent de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Dit is één van de redenen waarom ik een kenniscentrum heb opgericht binnen de toekomstige gegevensbeschermingsautoriteit, dat ideeën kan aandragen in het bijzonder over de uitdagingen rond de nieuwe technologieën zoals de blockchain.