Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1590

van Christie Morreale (PS) d.d. 19 oktober 2017

aan de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie

Glyfosaat - Aanwezigheid in voedingsmiddelen - Federaal Agenschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV)- Controles - Resultaten - Gevaarlijke landbouwpraktijken - Toelatingen

Chronologie

19/10/2017 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 24/11/2017 )
27/11/2017 Antwoord

Vraag nr. 6-1590 d.d. 19 oktober 2017 : (Vraag gesteld in het Frans)

In maart 2015, enkele maanden voor de toelating voor glyfosaat verviel, hebben onderzoekers van het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) de stof gerangschikt als “waarschijnlijk kankerverwekkend” voor mensen. Heel wat wetenschappers en niet gouvernementele organisaties (ngo's), evenals sommige lidstaten dringen erop aan om de toelating van deze gevaarlijke molecule niet te verlengen. De Europese Commissie moet voor 15 december 2017 de knoop doorhakken.

Onlangs heeft de Franse ngo “Générations futures” het probleem van de residuen van glyfosaat in voeding voor mensen behandeld. Men heeft inderdaad, zoals vele onderzoeken al hebben aangetoond, residuen van glyfosaat in urine ontdekt. Blijkbaar zijn we dus aan deze stof blootgesteld; een onkruidverdelger die nochtans niet in onze voeding zou mogen voorkomen.

Dit onderzoek toont aan dat zeven van de acht onderzocht ontbijtgranen glyfosaat bevatten ( 87,5%). Dat geldt ook voor zeven van de twaalf peulvruchten (58,3%), en twee pasta’s op zeven ( 28,5%). Geen enkel van de drie andere producten op basis van granen (toastjes, koekjes) bevatten glyfosaat.

Volgens dokter John Fagan, die onderzoek heeft gedaan voor het Health Research Institute (HRI), werden onlangs sporen van glyfosaat ontdekt in potjes ijsroom van het Amerikaanse merk Ben&Jerry’s, die op de Europese markt worden verkocht.

Deze aangelegenheid valt onder de bevoegdheid van de Senaat aangezien het een federale materie is die een invloed heeft op de bevoegdheden van de deelstaten inzake landbouw, volksgezondheid, leefmilieu, welzijn, enzovoort.

1) Het recente schandaal van met fipronil besmette eieren bracht aan het licht dat het Federaal Agenschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) geen testen uitvoert op de aanwezigheid van verboden stoffen of stoffen die niet worden verwacht te worden gedetecteerd. Controleert het FAVV op de aanwezigheid van glyfosaat in voedingsmiddelen? Zo ja, welke gehaltes werden vastgesteld? Voert het FAVV testen uit op deze voedingsstoffen? Werden deze voedingsstoffen uit de handel gehaald?

2) Tot slot, hoe wordt de aanwezigheid van een onkruidverdelger in deze producten, en dus de verontreiniging van onze voedingsmiddelen, verklaard? Worden gevaarlijke en vervuilende landbouwpraktijken, zoals de techniek om onkruidverdelgers voor de oogst op gewassen te verstuiven zodat de energie van de plant naar het produceren van graan gaat, in België nog altijd toegelaten en toegepast?

Antwoord ontvangen op 27 november 2017 :

1) In het kader van zijn controleprogramma analyseert het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) wel degelijk de mogelijke aanwezigheid van glyfosaat in levensmiddelen. Naar het voorbeeld van andere gecontroleerde stoffen, wordt een product onmiddellijk uit de handel genomen wanneer het de maximale residulimieten (MRL) voor pesticiden, zoals gedefinieerd op Europees niveau, overschrijdt.

Tijdens de voorbije drie jaar (van 2015 tot op heden) werden 520 monsters van levensmiddelen geanalyseerd om de aanwezigheid van glyfosaat te detecteren. Met uitzondering van één monster van meel van granen dat niet-conform was met de MRL en uit de handel werd gehaald, waren alle geanalyseerde monsters conform de drempels die op Europees niveau zijn vastgelegd.

2) De aanwezigheid van glyfosaatresiduen in granen en peulvruchten is strikt gereglementeerd. In toepassing van een Europese verordening werden de maximale residulimieten (maximum residue levels – MRL) vastgesteld (het gaat om verordening (EG) nr. 396/2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong). Een toepassingswijze waarvoor de MRL de toxicologische grenswaarde zou overschrijden, wordt natuurlijk formeel verboden.

In België, in tegenstelling tot andere landen, is glyfosaat nooit toegelaten geweest om het oogsttijdstip te beïnvloeden of om het dorsen te optimaliseren. Het klopt dat dit product soms tot voor kort gebruikt werd voor de onkruidbestrijding op het einde van de groeicyclus van sommige teelten (graangewassen, peulvruchten).

Het Erkenningscomité heeft zich eind augustus 2016 toch over deze vraag gebogen. Aangezien de goede landbouwpraktijken geëvolueerd zijn en de verscheidenheid aan herbiciden om een ingezaaide teelt onkruidvrij te houden vandaag voldoende groot is, de toepassingen vóór de oogst te schrappen uit toelatingen van gewasbeschermings middelen op basis van glyfosaat.