Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1194

van Petra De Sutter (Ecolo-Groen) d.d. 15 december 2016

aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Toekomstinstituut - Oprichting - Stand van zaken - Akkoord in de Interministeriėle Conferentie Volksgezondheid - Overleg met de deelstaten

volksgezondheid
gezondheidsverzorging
gezondheidsbeleid

Chronologie

15/12/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 19/1/2017 )
29/11/2017 Antwoord

Vraag nr. 6-1194 d.d. 15 december 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Reeds twee jaar geleden schreef u in uw beleidsnota reeds dat u ging onderzoeken – met de deelstaten – hoe een invulling kan worden gegeven aan het Toekomstinstituut ter ondersteuning van de Interministeriėle Conferentie (IMC) Volksgezondheid (stuk Kamer nr. 54-588/7, blz.4).

Ik stelde u hierover een schriftelijke vraag nr. 6-798 op 13 januari 2016 omdat de oprichting van het Interfederaal Instituut voor de toekomst van de gezondheidszorg, zoals voorzien in de zesde Staatshervorming, van groot belang is voor een coherent beleid in de toekomst.

U antwoordde toen dat u « tegen het eind van 2016 in de Interministeriėle Conferentie Volksgezondheid een akkoord [hoopte] te vinden over de invulling van gezondheidsdoelstellingen en van het Instituut van de toekomst ».

Omdat het eind 2016 is, vraag ik u naar een stand-van-zaken :

1) Is er een akkoord in de IMC over de invulling van gezondheidsdoelstellingen en van het Instituut van de toekomst ?

2) Is het overleg met de deelstaten omtrent de operationalisering van het Instituut van de toekomst gaande ?

3) Welke tijdschema heeft u voor ogen voor de verdere stappen, voor de oprichting van het Instituut ?

Antwoord ontvangen op 29 november 2017 :

Na bespreking in de schoot van de IMC, blijkt er momenteel weinig interesse vanwege de Gemeenschappen en de Gewesten om over te gaan tot een interfederaal kader voor de formulering van gezondheidsdoelstellingen.

Daarom heb ik besloten op basis van de bevraging omtrent een interfederaal kader voor de formulering van gezondheidsdoelstellingen en in samenspraak met de FOD, RIZIV, KCE en het WIV om over te gaan tot een bottom-up en meer pragmatische benadering. Mijn kabinet heeft het KCE gevraagd om een methodologie te ontwikkelen met betrekking tot federale gezondheidsdoelstellingen.

Het KCE heeft zeer recent het rapport « Gezondheidsdoelstellingen in België : van een ad hoc naar een gestructureerde aanpak » gepubliceerd waarin reeds bestaande Belgische en internationale gezondheidsdoelstellingen werden geïnventariseerd. Bij het bepalen van de prioritaire doelstellingen worden steeds twee transversale doelen beoogd : « het verhogen van het aantal gezonde levensjaren » en « het verkleinen van gezondheidsongelijkheden ».

Om in de komende jaren deze doelstellingen te kunnen formuleren, kreeg het WIV de opdracht om tegen eind 2018 een Health Status Rapport op te maken.

De IKW « gezondheidsobjectieven – Health Systems » blijft bestaan en de leden van de deelstaten kunnen op elk moment hun wens tot samenwerking inzake gezondheidsdoelstellingen kenbaar maken. In de praktijk wordt rond een hele reeks thema’s en doelstellingen samengewerkt, bijvoorbeeld in het kader van het preventieprotocol en het nieuwe GGZ-beleid.