Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1089

van Martine Taelman (Open Vld) d.d. 27 oktober 2016

aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der gebouwen

Drugsteelt in natuurgebieden - Handhaving - Voorbeeld van Nederland - Gebruik van drones

verdovend middel
aanplant
handel in verdovende middelen
robottechnologie

Chronologie

27/10/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 1/12/2016 )
19/1/2017 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1090

Vraag nr. 6-1089 d.d. 27 oktober 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Luidens recente berichtgeving uit Nederland blijken er steeds meer wietplantages op te duiken in afgelegen natuurgebieden en bossen. Zo werden er in Nederland in het natuurgebied « Biesbosch » 2 500 cannabisplanten aangetroffen (cf. NRC Handelsblad, 17 oktober 2016, blz. 8 en 9).

De hoofdreden van de verschuiving van de productie van de cannabisteelt van privé loodsen en andere locaties naar afgelegen natuurgebieden is dat de pakkans quasi nihil is. De enige manier om de organisatoren te arresteren is door betrapping op heterdaad. De gebieden zijn dikwijls afgelegen en amper bereikbaar. Door de aanwezige bomen is de teelt moeilijk of amper zichtbaar vanuit de lucht.

In Nederland meent men dat de inzet van drones succesvol kan zijn.

De strijd tegen drugs is een transversale Gemeenschapsaangelegenheid. De Gemeenschappen zijn bevoegd voor de volksgezondheid wat betreft de preventie. De handhaving van de handel in illegale producten is dan weer veeleer een federale aangelegenheid. Het jaarverslag is belangrijk voor alle actoren om te bepalen waar er meer intens moet worden ingezet tegen deze bijzonder schadelijke producten.

Graag had ik hieromtrent dan ook volgende vragen voorgelegd :

1) Kan u meedelen en dit voor de laatste drie jaar hoeveel cannabisplantages, in effectieve cijfers of in procenten ten opzichte van het totaal aangetroffen cannabisplantages, werden aangetroffen in respectievelijk natuurgebied en of openbare domeinen ? Kan u deze cijfers toelichten ? Zo neen, waarom niet ?

2) Kan u meedelen in hoeverre er ook bij ons een verschuiving plaatsvindt van cannabiskwekerijen naar het openbaar domein, weze het natuurgebieden of andere ? Kan u uitvoerig toelichten welke zijn de oorzaken ? Kan u dit desgevallend toelichten met cijfers ?

3) Kan u meedelen of er ook bij ons behoefte is om drones in te zetten in de strijd tegen de cannabisteelt ? Zo ja, kan u concreet toelichten over het aantal drones ? Zo neen, waarom niet ? Kan u toelichten waarom bij ons in tegenstelling tot in Nederland er geen behoefte is aan drones in de strijd tegen de cannabisteelt ?

Antwoord ontvangen op 19 januari 2017 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen: 

1-2.

De Algemene Nationale Gegevensbank (ANG) is een politiedatabank waarin feiten geregistreerd worden op basis van processen-verbaal die voortvloeien uit de missies van de gerechtelijke en bestuurlijke politie. Zij laat toe om tellingen uit te voeren op verschillende statistische variabelen, zoals het aantal geregistreerde feiten, de modi operandi, de voorwerpen gehanteerd bij het misdrijf, de gebruikte vervoermiddelen, de bestemmingen-plaats, enz. 

Hieronder vindt u de gegevens waarover de Federale politie beschikt. Wij kunnen dus vaststellen dat het aandeel van de cannabisplantages in natuurgebieden betrekkelijk laag blijft ten opzichte van het totaal aantal jaarlijkse ontmantelde cannabisplantages op ons grondgebied. De buitenteelten vertegenwoordigen minder dan 10% van de plantages die elk jaar worden aangetroffen en hun capaciteit vertegenwoordigt minder dan 2% van de totale capaciteit van de aangetroffen plantages. 

Dit soort kweekinstallaties lopen een groter risico ontdekt te worden door de politiediensten, evenals grotere risico’s op diefstal door andere criminelen, wat zeker hun ontwikkeling belemmert. De politiediensten zijn van mening dat de keuze voor een dergelijke teelt ofwel in verband staat met een opportuniteitskeuze (gekende afgelegen plekken die alleen voor de betrokken criminelen toegankelijk zijn), ofwel met kleinschalige plantages. Ook vindt u hieronder de verdeling naar grootte van de betrokken outdoor plantages. 

Het betekent natuurlijk niet dat de politiediensten geen bijzondere aandacht moeten hebben om zo snel mogelijk elke ongecontroleerde uitbreiding van het fenomeen op te sporen, zeker in de regio’s die daarvoor bijzonder geschikt zijn. 

De buitenteelt van cannabis is een door de diensten van de Lokale en Federale politie niet onbekend criminele fenomeen. De vermelde gegevens in antwoord op uw vraag zijn er een bewijs van. Ook zal ik herinneren dat de aan dit fenomeen bestede aandacht een actiepunt van het Nationaal Veiligheidsplan 2016-2019 vormt betreffende de professionele en commerciële productie van cannabis (cfr P.46).  

 

# Cannabisplantages

#  Plantages Outdoor

%

Capaciteit

# Planten

Capaciteit

# Planten

Outdoor

%

2013

1212

105

8,7

396.727

2870

0,7

2014

1227

90

7,3

356.378

6003

1,7

2015

1257

93

7,4

350.403

4885

1,4

 

Type outdoor plantage

2013

2014

2015

Totaal

Micro-schaal: 2 - 5 planten

57

37

37

131

Mini-schaal: 6 - 49 planten

39

45

44

128

Kleinschalig: 50 - 249 planten

6

7

7

20

Middelgrote schaal: 250 - 499 planten

1

0

2

3

Grootschalig: 500 - 999 planten

2

0

2

4

Industriële schaal: meer dan 1000 planten

0

1

1

2

Totaal

105

90

93

288

3.

Drones zouden kunnen ingezet worden in de strijd tegen cannabisteelt. De voorwaarde is uiteraard dat dit luchtvaarttoestel voorzien is van een warmtebeeldcamera. Groot nadeel van een drone in de strijd tegen dit fenomeen is dat het zeer moeilijk is om discreet te zijn omwille van het geluid en de relatief lage hoogte (max 90 meter). De piloot moet ook steeds zicht hebben op zijn drone (Visual Line of Sight) zodat de kans op ontdekking door de daders reëel is. De klassieke luchtsteun daarentegen kan dit wel van op zeer grote hoogte en verre afstand. 

De Federale Politie bezit reeds enkele drones. Zij worden voornamelijk ingezet voor het opsporen van vermiste personen, voor het vastleggen van sporen in het kader van zware delicten en voor het vaststellen van verkeersongevallen. Daarnaast worden de drones ook uitegsuurd in het kader van het beheer van evenementen. De luchtsteun van de federale politie bezit op dit ogenblik over twee drones zonder warmtebeeldcamera. De aankoopprocedure voor een drone met infrarood camera is lopende. De wegpolitie van de federale politie heeft twee toestellen ter beschikking gekregen van het Belgische Instituut voor Verkeersveiligheid in het kader van het wegverkeer. Binnen de lokale politie zijn er reeds enkele politiezones (o.a. politiezones MidLim, en Seraing, enz.) die met een drone werken en die beschikken over een warmtebeeld camera. 

Binnen de geïntegreerde politie bestaat er eveneens een werkgroep RPAS@police die zich onder andere buigt over de inzetmogelijkheden van dit nieuwe middel voor politietaken. Het gebruik van een drone in de strijd tegen de criminaliteit, waaronder de strijd tegen de cannabisteelt wordt eveneens binnen deze werkgroep bekeken.