Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-9090

van Martine Taelman (Open Vld) d.d. 23 mei 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen

Veiligheidsdiensten - Afluisteren van onlinecommunicatiediensten - Skype - Voice-over-IP (VOIP) - Wetgevend initiatief

telefoon- en briefgeheim
geheime dienst
officiŽle statistiek
internet

Chronologie

23/5/2013 Verzending vraag
17/9/2013 Rappel
10/10/2013 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9091

Vraag nr. 5-9090 d.d. 23 mei 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Opsporingsdiensten willen steeds vaker onlinecommunicatiediensten zoals Skype onder de wettelijke voorwaarden kunnen afluisteren. In landen als de Verenigde Staten en AustraliŽ zijn wetsvoorstellen in de maak die internetbedrijven verplichten om de communicatie van hun gebruikers af te tappen en zo een afluistermogelijkheid te creŽren. De Nederlandse minister van Veiligheid en Justitie wil dat Skypegesprekken gemakkelijker kunnen worden afgeluisterd conform wat heden kan met telefoongesprekken. Naar verluidt is het bijzonder moeilijk voor de veiligheidsdiensten om Skypegesprekken af te tappen. Skype gebruikte een ingewikkelde peer-to-peer structuur en versleutelde de informatie zo goed, dat de gesprekken bijna niet te onderscheppen waren. Sinds het bedrijf werd overgenomen zou daar echter verandering in zijn gekomen.

Ik had graag volgende vragen voorgelegd aan de minister:

1) Kunnen de veiligheidsdiensten skypegesprekken aftappen? Zo neen, komt dit door tegenwerking van het bedrijf of technische beperkingen? Zo ja, hoe verloopt dit technisch?

2) Hoeveel maal werden er de voorbije drie jaar aanvragen ingediend en uitgevoerd voor voice-over-ip (voip) gesprekken? Om hoeveel personen gaat het op jaarbasis? Worden deze operaties als efficiŽnt geŽvalueerd?

3) Gaat de minister een wetgevend initiatief nemen? Zo neen, waarom niet? Zo ja, wanneer? Kan ze de inhoud ervan toelichten?

Antwoord ontvangen op 10 oktober 2013 :

Het afluisteren van onlinecommunicatiediensten kan gebeuren in het kader van een gerechtelijk onderzoek enerzijds en in het kader van de opdrachten van de inlichtingendiensten volgens de voorwaarden van de wet op de bijzondere opsporingsmethoden anderzijds.

Deze vragen vallen dus niet onder mijn bevoegdheid maar onder de bevoegdheid van mijn collega, de minister van Justitie, mevrouw Turtelboom, voor wat het gerechtelijk aspect en de Veiligheid van de Staat betreft en aan de minister van Defensie, de heer De Crem, voor wat de militaire inlichtingendienst aangaat. Ik wens u dan ook naar de beide ministers te verwijzen om een antwoord te krijgen op uw vragen.