Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-8730

van Martine Taelman (Open Vld) d.d. 16 april 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee

Apps - Apple - Licentievoorwaarden - Vereenvoudiging - Privacywetgeving - Rechten van de consument - Klachten

eerbiediging van het privé-leven
bescherming van de consument
mobiele telefoon
misbruikclausule
virtuele gemeenschap
communicatiemiddel

Chronologie

16/4/2013 Verzending vraag
21/5/2013 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8731

Vraag nr. 5-8730 d.d. 16 april 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ruim vier miljoen Nederlanders gebruiken de berichtendienst Whatsapp op hun mobiele telefoon, om lief en leed te delen. Maar de app handelt in strijd met de privacywet en is daarin niet de enige. De Europese toezichthouders, waaronder het Nederlandse CBP, formuleren vandaag de privacy-eisen waaraan apps moeten voldoen. Een gemiddelde internetgebruiker is 77 dagen per jaar kwijt als hij daadwerkelijk alle voorwaarden van de applicaties en licenties gaat lezen. Bedrijven maken hun voorwaarden bewust zo gecompliceerd dat gebruikers ze nooit zullen lezen.

Ik had dan ook volgende vragen voor de geachte ministers:

1) Wat betekent die situatie volgens de minister voor de consument die met die voorwaarden instemt? Is er sprake van een vrije keuze zoals bepaald in de privacywetgeving?

2) Is de clausule die bepaalt dat de voorwaarden ten allen tijde kunnen veranderen en dat de consument zich daarmee akkoord verklaart een geldige clausule? Kan de minsiter toelichten?

3) Kan de minister specifiek ingaan op de gebruiksvoorwaarden van Apple waarmee de consument per definitie moet instemmen na aankoop van een iPhone om van relevante applicaties gebruik te kunnen maken? Is in dit geval sprake van vrije keuze zoals gesteld in privacywetgeving?

4) Heeft de minister reeds klachten ontvangen betreffende de licentievoorwaarden van apps en zo ja, hoeveel klachten en wat werd ermee gedaan?

5) Kan de minister aangeven hoe men deze licentievoorwaarden eenvoudiger kan maken door bijvoorbeeld in bepaalde richtsnoeren te voorzien en kan hij gedetailleerd aangeven of, en zo ja, in hoeverre Europa daar werk van maakt?

6) Hebben de diensten van de minister reeds onwettige licentievoorwaarden aangetroffen die ofwel de privacy, ofwel de rechten van de consument zwaar aantasten en zo ja, kan hij toelichten over welke clausules het gaat?

Antwoord ontvangen op 21 mei 2013 :

  1. Wat de toestemming betreft voor de verwerking van persoonsgegevens voor bepaalde doeleinden, zijn er inderdaad specifieke regels in de privacywetgeving, en wordt uitdrukkelijk gesteld dat het om een vrije, specifieke, en op informatie berustende toestemming moet gaan (artikel 1, § 8, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens). Ik verwijs voor de vragen hieromtrent naar het antwoord van mijn collega, de minister van Justitie.

  2. Naast de specifieke regeling inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, zijn er ook de algemene wettelijke regels inzake “onrechtmatige bedingen” van de wet van 6 april 2010 betreffende de marktpraktijken en de consumentenbescherming (hierna de WMPC). Van zodra er een “overeenkomst” is tussen een onderneming en een consument, ook al gaat het om gratis “apps”, is deze regeling van toepassing. Bedingen of voorwaarden die een kennelijk onevenwicht scheppen tussen de rechten en de plichten van de partijen ten nadele van de consument, worden krachtens deze regels verboden en nietig verklaard. De reglementering inzake onrechtmatige bedingen bestaat uit een algemeen beginsel, en een lijst met verboden bedingen.

    Clausules waarin algemeen gesteld wordt dat de onderneming (in casu Apple) ten allen tijde de voorwaarden kan veranderen, zijn in elk geval in strijd met de artikelen 74, 2°, en 3°, van de WMPC. Er wordt hierbij een onderscheid gemaakt tussen overeenkomsten van bepaalde duur (deze mogen niet eenzijdig gewijzigd worden), en van onbepaalde duur (eenzijdige wijziging mag wel, maar mits tijdige kennisgeving aan de consument, en kosteloos opzegrecht).

    De regeling inzake onrechtmatige bedingen is een omzetting van een Europese richtlijn. Alle lidstaten hebben zich ertoe verbonden ervoor te zorgen dat “oneerlijke bedingen” de consument niet binden. Het Europese Hof van Justitie heeft deze verplichting in een aantal arresten heel streng uitgelegd. Het Hof stelde onder meer dat hieruit volgt dat de rechter ambtshalve moet vaststellen dat een bepaald beding oneerlijk is, en hij geen rekening mag houden met het betrokken beding.

  3. Het behoort aan Apple om voorafgaandelijk aan de overeenkomst met betrekking tot het gebruik van “apps”, de gebruiker de effectieve mogelijkheid te bieden kennis te nemen van de gebruiksvoorwaarden, en deze te aanvaarden. Bedingen die dit onweerlegbaar vaststellen zonder dat dit overeenstemt met de feitelijke situatie, zijn onrechtmatig.

    Deze toestemming, al is die gegeven met kennis van zaken, is inderdaad soms fictief: je gaat niet onderhandelen met Apple over bepaalde clausules. Om de misbruiken ter zake tegen te gaan, zijn er de regels inzake onrechtmatige bedingen.

  4. De klachten, zoals ook uit de vraagstelling blijkt, betreffen veelal inbreuken op de privacywetgeving. Ik verwijs hiervoor naar het antwoord van mijn collega, de minister van Justitie.

    De Federale Overheidsdienst (FOD) Economie heeft inzake sociale media en “apps” al enkele klachten ontvangen omtrent misleidende informatie (bijvoorbeeld “apps” waarvan niet duidelijk is dat ze betalend zijn) en misleidende reclame.

  5. En 6. Op 27 februari 2013 heeft de “Article 29 Data Protection Working Party” een advies uitgebracht omtrent “apps on smart devices”. Deze werkgroep komt samen onder auspiciën van de Europese Commissie, en brengt overkoepelende adviezen uit voor de nationale instanties belast met bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

    Ik hoop dat dit advies een goede aanleiding zal vormen om transparanter en evenwichtiger licentievoorwaarden te bereiken.

    Voor wat de FOD Economie betreft, verwijs ik naar punt 4: er is al opgetreden tegen enkele ondernemingen, op basis van misleiding omtrent de prijs of omtrent de kenmerken of voordelen van de “app”.