Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-8286

van Martine Taelman (Open Vld) d.d. 25 februari 2013

aan de minister van Justitie

SyriŽ - Strijders - Radicale terreurgroepen - Jihadreis - Nederlanders - Belgen - Terugkeer naar Europa - Terrorisme

SyriŽ
terrorisme
religieus conservatisme

Chronologie

25/2/2013 Verzending vraag
17/9/2013 Rappel
12/11/2013 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8285

Vraag nr. 5-8286 d.d. 25 februari 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Nederlandse jongeren vechten mee met radicaal Islamitische groepen tegen de Syrische president Assad,. Het betreft luidens de AIVD een tiental jongeren(http://nos.nl/op3/video/471665-nederlandse-jongeren-vechten-mee-in-syrie.html).

Het risico bestaat dat zij, eenmaal zij terugkeren, door de radicale terreurgroepen worden gerekruteerd om aanslagen te plegen in Europa. De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, AIVD, maakt zich grote zorgen. Er zouden de afgelopen maanden tientallen Nederlanders naar SyriŽ vertrokken zijn. De Nederlandse strijders sluiten zich onder meer aan bij Jabath al-Nusra. Die organisatie werd onlangs door de Verenigde Staten op de terreurlijst geplaatst. AIVD-topman Rob Bertholee. noemt het zorgwekkend vanwege de gevechtservaring die de jongeren opdoen en de ideologie die ze meekrijgen. Ze kunnen mogelijks getraumatiseerd raken. Hij waarschuwt dat de Jihadstrijders dat allemaal mee terug nemen, als ze weer naar Nederland komen.

Eind november werden in Rotterdam drie mannen aangehouden die volgens Justitie op het punt stonden een Jihadreis naar SyriŽ te maken.

Uit het strafdossier van de hoofdverdachte dat het Nederlandse programma Nieuwsuur heeft ingezien, blijkt dat de 24-jarige man van Iraakse afkomst ook een aanslag in BelgiŽ overwoog. Justitie laat weten dat het plan niet verder is gekomen dan een aankondiging in een chatgesprek met een Belgische moslima.

Een van de andere verdachten blijkt actief te zijn geweest voor de extremistische organisatie Sharia4Holland.

Mevrouw de minister, ik kreeg graag een antwoord op volgende vragen:

1) Hoeveel landgenoten vechten momenteel in SyriŽ en hoeveel vechten er aan de zijde van radicale terreurgroepen?

2) In Nederland vertrokken in 2012 een tiental mensen naar SyriŽ om mee te strijden met de rebellen. Kunt u aangeven, en dit voor de laatste drie jaar, hoeveel landgenoten er jaarlijks afreisden naar SyriŽ om er te strijden? Heeft u weet van landgenoten die actief zijn in andere landen zoals Jemen, Irak, SomaliŽ, enzovoort? Zo ja, kunt u dit cijfermatig illustreren?

3) Kunt u aangeven en toelichten in hoeverre landgenoten die terugkeren uit SyriŽ met gevechtservaring een probleem vormen? Op welk vlak en hoe wordt dit opgevangen?

4) Worden in ons land landgenoten tegengehouden alvorens ze afreizen voor een "Jihadreis" naar SyriŽ? Kan u dit toelichten?

5) Heeft u weet van een persoon die in Nederland werd aangehouden en die plannen koesterde om in BelgiŽ een aanslag te plegen? Kunt u toelichten naar potentieel doelwit en uitvoering toe?

6) Hoeveel leden en/of voormalige leden van Sharia4Belgium zijn afgereisd naar SyriŽ?

Antwoord ontvangen op 12 november 2013 :

1. In verband met het aantal Belgische inwoners dat zich momenteel in Syrië bevindt, kan de Veiligheid van de Staat (VSSE) geen definitieve cijfers geven; het fenomeen evolueert immers constant. Wel is het zo dat er meerdere tientallen Belgische inwoners naar Syrië gereisd zijn om te strijden aan de zijde van rebellengroeperingen. Sommigen onder hen hebben zich mogelijks ter plaatse aangesloten bij salafistische groeperingen van jihadistische strekking. Het blijft niettemin complex om de precieze ideologie van deze groepen te bepalen, en dit omwille van verschillende factoren. Zo is er het gegeven dat er een grote variëteit is van namen en afdelingen van de lokale opstandige groeperingen, en het feit dat de Veiligheid van de Staat een binnenlandse dienst is hetgeen, geconfronteerd met dit fenomeen, de dienst beperkt in de mogelijkheden om op directe wijze informatie in te winnen.

2. In het verleden is in de pers geschreven over een aantal gevallen waarin Belgische inwoners vertrokken zijn naar andere zones dan Syrië. Algemeen gesteld is hun bestemming in belangrijke mate gelieerd aan de media-aandacht die aan een bepaald conflict gegeven wordt. De laatste jaren heeft de VSSE van dichtbij opgevolgd hoe de Irakese, Afghaanse, Somalische en Jeminitische conflicten een aantrekkingskracht hebben uitgeoefend op de radicale islamitische milieus in België. Tegenover deze soort fenomenen houdt de VSSE de bevoegde gerechtelijke overheden geïnformeerd vanaf ze kennis heeft van een vertrek.

3. Volgens de evaluatie van de Veiligheid van de Staat houdt de deelname van Belgische inwoners aan de huidige Syrische opstand veiligheidsrisico’s inhoudt, gezien zij:

• persoonlijk deelnemen aan de gevechten en hiervan psychologische gevolgen ondervinden;

• genieten van een militaire opleiding die, meer bepaald, gefocust is op guerrillatechnieken;

• langdurig in contact zijn met een discours dat een gewelddadige radicale islam propageert;

• de ontwikkeling van gestructureerde filières vergemakkelijken die strijders vanuit België naar Syrië zenden;

• contacten ontwikkelen met of aansluiten bij groepen opstandelingen die gunstig staan tegenover de internationale jihadistische ideologie;

• terugkomen naar België met het oogmerk om hier aanslagen te plegen.

Met deze verschillende elementen wordt rekening gehouden in de dagelijkse analyse die de VSSE maakt over het opvolgen van personen die geïdentificeerd zijn als zijnde vertrokken met bestemming Syrië. De risico’s zijn eveneens meegedeeld aan de overheden die bevoegd zijn voor deze problematiek.

De vraag 4 of landgenoten worden tegengehouden alvorens ze afreizen voor een “jihadreis” naar Syrië raakt de onderzoeksstrategie van het federaal parket en/of de onderzoeksrechter en is dan ook gedekt door het geheim van het onderzoek.

Ook de vragen 5 en 6 vallen onder het geheim van het strafonderzoek. Wat vraag 6 betreft kan wel worden medegedeeld dat in het dossier Sharia4Belgium diverse personen formeel door de onderzoeksrechter in verdenking werden gesteld, dat momenteel vijf personen onder aanhoudingsmandaat werden geplaatst en zich nog steeds in voorlopige hechtenis bevinden en dat acht andere personen in dit dossier het voorwerp uitmaken van Europese en internationale aanhoudingsmandaten.