Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-7287

van Martine Taelman (Open Vld) d.d. 22 november 2012

aan de minister van Justitie

De wet betreffende de transseksualiteit

seksuele minderheid
officiële statistiek
burgerlijke stand

Chronologie

22/11/2012 Verzending vraag
19/12/2012 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-2535

Vraag nr. 5-7287 d.d. 22 november 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Met de wet van 10 mei 2007 rond de transseksualiteit keurde het Belgisch Parlement een op dat ogenblik vooruitstrevende wetgeving goed.

Zoals voor elke wetgeving is na enige tijd een evaluatie hoog nodig. Ondertussen zijn vijf jaar verstreken en rijst de vraag hoe de wet werd toegepast.

Vandaar mijn vragen aan de minister:

1) Zijn er cijfers beschikbaar over het aantal burgers die van de wet gebruik hebben gemaakt? Zo ja, kan de minister die meedelen?

2) Zijn er cijfers beschikbaar over het aantal goedgekeurde en afgewezen aanvragen? Zo ja, kan de minister die meedelen?

3) Is volgens de minister de voorwaarde uit artikel 2 §2, 3° van de wet nog actueel, gelet op de internationale evolutie op dat vlak?

4) Kan zij op dat vlak de Belgische situatie vergelijken met die in de ons omringende landen?

Antwoord ontvangen op 19 december 2012 :

1.en 2. Mijn administratie beschikt niet over cijfers met betrekking tot het aantal burgers dat gebruik heeft gemaakt van de wet van 10 mei 2007 betreffende de transseksualiteit. De aangifte van de voortdurende en onomkeerbare innerlijke overtuiging tot het andere geslacht te behoren geeft aanleiding tot de opstelling van een akte houdende vermelding van het nieuwe geslacht door de ambtenaar van de burgerlijke stand. De gevraagde gegevens bevinden zich bijgevolg bij de verschillende ambtenaren van de burgerlijke stand. Er bestaat vooralsnog geen centraal register van akten van de burgerlijke stand zodat er geen gecentraliseerde cijfers beschikbaar zijn.  

Van de wijziging van het geslacht wordt in principe melding gemaakt in het Rijksregister, dat onder de bevoegdheid valt van de minister van Binnenlandse Zaken. Ik verwijs het geachte lid dan ook door naar mijn collega van Binnenlandse Zaken om deze cijfers te bekomen. 

3. Uit het jaarlijks overzicht 2011 van ILGA-Europe met betrekking tot de situatie van lesbische, homoseksuele, biseksuele, trans- en interseksuele personen op het vlak van mensenrechten in 59 Europese landen blijkt dat er van de 36 landen die een transseksualiteitsprocedure kennen, 25 de sterilisatie of onvruchtbaarheid eisen. Hierbij is rekening gehouden met IJsland dat op 11 juni 2012 de voorwaarde heeft geschrapt. Buiten Europa kan er verwezen worden naar Argentinië waar dit jaar een wet werd goedgekeurd waar het geslacht op eenvoudige wijze kan worden aangepast zonder dat onder meer sterilisatie of onvruchtbaarheid vereist is. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft vooralsnog geen uitspraak gedaan met betrekking tot dit specifiek aspect van de transgender-kwesties. 

Evenwel zal ik mij laten informeren over de mogelijke problemen die transseksuelen en / of transgenderisten ervaren. Op die manier kan de huidige wet op transseksualiteit alvast in een eerste fase geëvalueerd worden. 

4. Wat de ons omringende landen betreft is de situatie niet eenduidig. Zo stellen Frankrijk, Luxemburg en Nederland de eis van sterilisatie of onvruchtbaarheid. In Nederland bespreekt de Tweede Kamer evenwel een wetsvoorstel dat deze voorwaarde zou schrappen. In het Verenigd Koninkrijk en Duitsland is sterilisatie of onvruchtbaarheid niet vereist.