Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-6550

van Martine Taelman (Open Vld) d.d. 22 juni 2012

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen

Autosnelwegen - Verkeersongevallen - Signalisatievoertuigen - Bevoegdheid - Civiele Bescherming - Federale Wegpolitie - Gemeentelijke brandweerdiensten - Pilootproject Liedekerke

ongeval bij het vervoer
autoweg
geneeskundige noodhulp
eerste hulp
bebakening

Chronologie

22/6/2012 Verzending vraag
5/9/2012 Antwoord

Vraag nr. 5-6550 d.d. 22 juni 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Bij verkeersongevallen op de autosnelwegen is het bijzonder belangrijk dat de plaats van het ongeval zo snel mogelijk beveiligd wordt, zodat de hulpverleners zonder al te grote risico's hun taak kunnen uitvoeren. Signalisatievoertuigen zijn dan ook een belangrijk hulpmiddel om de plaats van het ongeval zo snel mogelijk te signaleren aan de andere weggebruikers.

Het blijkt echter onduidelijk welke veiligheidsdienst moet instaan voor de signalisatievoertuigen. De gemeentelijke brandweerdiensten, die vaak als eerste ter plaatse zijn, de Federale Wegpolitie of de Civiele Bescherming? In 2011 ging een pilootproject van start in Liedekerke waarbij de Civiele Bescherming de taak op zich nam. Voor gemeentebesturen langsheen drukke autosnelwegen is het vaak niet duidelijk of de lokale brandweer dergelijk signalisatievoertuig moet bezitten.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Hoe evalueert de minister het pilootproject in Liedekerke? Is het de bedoeling dat de Civiele Bescherming instaat voor de signalisatievoertuigen bij ongevallen op snelwegen in het hele land?

2) Is de minister van mening dat lokale brandweerdiensten van gemeenten langsheen snelwegen moeten beschikken over signalisatievoertuigen?

3) Wat is de visie van de minister op de inzet van signalisatievoertuigen bij ongevallen op snelwegen? Op welke wijze kunnen de beschikbare middelen optimaal ingezet worden om een zo groot mogelijke veiligheid voor de hulpdiensten te garanderen?

Antwoord ontvangen op 5 september 2012 :

Het geachte lid vindt hierna het antwoord op haar vraag : 

1)    De huidige evaluatieperiode blijft betrekkelijk kort en maakt het niet mogelijk voldoende relevante conclusies hieruit te trekken. De beschikbare cijfers voor de operationele eenheid van de Civiele Bescherming van Liedekerke geven ons aan dat er voor het jaar 2011 41 interventies van dit type hebben plaatsgevonden. Voor 2012, geven de gedeeltelijke cijfers op dit ogenblik 23 verwezenlijkte interventies aan.

Voor dit type opdrachten waar de snelheid van inwerkingstelling der middelen het voornaamste criterium blijft, kan de eenheid van Liedekerke niet elders binnen redelijke termijnen optreden dan op een begrensd naburig grondgebied.

De Algemene Directie van de Civiele Veiligheid bestudeert op dit ogenblik de haalbaarheid van een uitbreiding van het project naar de andere provincies. De snelwegen van de provincie Luik maken op dit ogenblik het voorwerp uit van deze haalbaarheidsstudie en opportuniteitsstudie. 

2)    De opdracht van het bevrijden blijft een opdracht die voornamelijk uitgevoerd wordt door de brandweerdiensten. In het kader van de aankopen van rollend materiaal die door de federale overheid ter hoogte van 75 % wordt gesubsidieerd, hebben mijn diensten zojuist de opdracht afgerond die het de brandweerdiensten in staat stelt dit type voertuigen van het grootste belang voor de veiligheid van de brandweerlui op interventie op de openbare weg aan te schaffen.

Bij de inventaris die verwezenlijkt werd in het eerste kwartaal 2012, werd het nut van een dergelijke aankoop door de brandweerdiensten ruimschoots bevestigd. De aanwezigheid van een afbakenend voertuig wordt trouwens bevestigd in de teksten over de minimale normen voor de snelste adequate hulp die binnenkort voor advies naar de Raad van State zal worden verstuurd.