Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-581

van Martine Taelman (Open Vld) d.d. 16 december 2010

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn en Institutionele Hervormingen

Kobelco - Kobli en Irish life producten - Oprichting van een meldpunt - Stand van zaken

risicodragend kapitaal
Financial Services and Markets Authority
verzekeringsmaatschappij
monetaire crisis
spaartegoed
kredietinstelling
verzekeringsproduct
bescherming van de consument

Chronologie

16/12/2010 Verzending vraag
8/2/2011 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-582

Vraag nr. 5-581 d.d. 16 december 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Dagelijks ontvang ik nog mails van gedupeerde spaarders die belegd hebben in loan notes van Kobelco BelgiŽ. Ondertussen is duidelijk dat veel gedupeerden deze Kobli's hebben aangekocht via een beperkt aantal banken. Eerder raakte al bekend dat een kleiner deel spaarders via makelaars in deze beleggingsproducten stapten. Kobelco was ook een van de grootste verdelers van "Irish Life Insurance"-producten. De laatste drie jaar werd 60 procent van deze producten afgezet op de Belgische markt en dit grotendeels via Kobelco. Ik krijg ook hierover ongeruste mails van cliŽnten. De restwaarde van de "Irish Life Insurance"-producten is totaal onduidelijk.

In januari 2010 gaf minister Reynders in antwoord op mondelinge vraag nr. 4-1018 (Handelingen, nr. 4-107, blz. 17) aan dat hij samen met de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen een meldpunt zou oprichten waar gedupeerde slachtoffers zich konden aanmelden. Dat gebeurde ook, waarvoor dank. Graag had ik een stand van zaken gekregen over het meldpunt en vooral over wat er gebeurt met de terechte grieven van de gedupeerden.

Graag had ik de minister volgende vragen gesteld :

1) Kan hij aangeven hoeveel meldingen hij op het meldpunt heeft ontvangen betreffende de Kobli loan notes, alsook welke initiatieven er in dit dossier werden genomen om de gedupeerden te helpen? Op hoeveel wordt de schade begroot en hoeveel gedupeerden zijn er?

2) Kan hij aangeven hoeveel vragen hij heeft ontvangen van spaarders die producten hebben afgenomen van Kobelco, bijvoorbeeld die van Irish Life Insurance?

Heeft hij hen kunnen helpen om de waarde van onderliggende stukken te bepalen? Klopt de informatie als zouden de producten van Irish Life Insurance die via Kobelco werden verdeeld aanzienlijk in waarde hersteld zijn? Kan hij dit toelichten?

3) Kan hij aangeven welke andere initiatieven hij in dit dossier heeft genomen?

Antwoord ontvangen op 8 februari 2011 :

De vragen nrs. 5-580 en 5-581 die het geacht lid stelt, zijn deels identiek en overlappen elkaar. Ik stel daarom voor om ze gegroepeerd te beantwoorden.

1. Een eerste reeks vragen betreft het verloop van de onderzoeksprocedures met betrekking tot Kobelco en het optreden van de CBFA (Commissie van het Bank-, Financie- en Assurantiewezen).

Ik kan het geachte lid het volgende meedelen.

De CBFA heeft begin 2009 vastgesteld dat een aantal ondernemingen die deel uitmaakten van de groep Kobelco op illegale wijze spaargelden aantrokken bij het publiek via de uitgifte van zogenaamde “Kolbi's”. Het betrof de volgende drie ondernemingen: de Belgische vennootschap Kobelco Groep NV, die op dat ogenblik ingeschreven was in het register van verzekeringstussenpersonen, een tweede Belgische vennootschap, Kobelco Holding NV, en de Luxemburgse verzekeringstussenpersoon Kobelco Luxembourg SA.

Krachtens artikel 4 van de bankwet van 22 maart 1993 mogen enkel kredietinstellingen in België beroep doen op het publiek om deposito's of andere terugbetaalbare gelden te ontvangen. De drie geciteerde vennootschappen beschikten niet over een bankvergunning.

Toen de CBFA de illegaliteit van deze activiteiten vastgesteld had, is zij onmiddellijk opgetreden. Begin april 2009 heeft de CBFA de bevindingen van haar onderzoek overgemaakt aan het parket van Antwerpen, dat een eigen onderzoek startte. Op 15 mei 2009 heeft de CBFA de inschrijving van Kobelco Groep NV als verzekeringstussenpersoon geschorst.

In januari 2010 heb ik samen met mijn collega, de minister van Economie Vincent Van Quickenborne, en de CBFA, via een persbericht een gezamenlijke oproep gericht aan de benadeelde cliënten van Kobelco om zich kenbaar te maken.

In dat persbericht werd aan het publiek uitgelegd wat de stand van zaken was in het onderzoek van het Kobelco dossier, en werd meegedeeld dat benadeelden een klacht konden neerleggen bij het parket van Antwerpen.

In datzelfde persbericht werd ook meegedeeld dat consumenten die andere klachten hadden in verband met verzekeringsproducten die via Kobelco werden gecommercialiseerd, deze kenbaar konden maken bij de CBFA.

De Belgische vennootschappen van de groep Kobelco werden bij vonnis van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen van 2 februari 2010 failliet verklaard. De Luxemburgse vennootschap werd op 25 januari 2010 failliet verklaard door de Tribunal d'arrondissement de Luxembourg.

De CBFA heeft daarop de inschrijving van Kobelco Groep NV in het register van de verzekeringstussenpersonen onmiddellijk doorgehaald.

De CBFA heeft ook onmiddellijk contact opgenomen met de Belgische en Luxemburgse curatoren. Alle consumenten die zich bij de CBFA gemeld hadden, werden door de CBFA individueel op de hoogte gebracht over de lopende procedures.

Deze consumenten werden door de CBFA geïnformeerd dat zij door de aangestelde curatoren van Kobelco Groep NV en Kobelco Holding NV zouden worden gecontacteerd betreffende hun schuldvordering op deze vennootschappen.

Aan de benadeelden van Kobelco Luxembourg SA heeft de CBFA meegedeeld dat zij hun vorderingen dienden kenbaar te maken bij de griffie van de handelsrechtbank te Luxemburg.

De CBFA heeft de Belgische curatoren ook gevraagd haar de lijst over te maken van de benadeelden waarover zij beschikten. Deze lijst werd vergeleken met de informatie waarover de CBFA beschikte, en de namen van de consumenten die niet voorkwamen op de overgemaakte lijst werden door de CBFA aan de curatoren meegedeeld. De CBFA is in dit dossier binnen de perken van haar bevoegdheid opgetreden. De strafrechtelijke procedure loopt nog, en er dient gewacht op de uitkomst ervan. Ik kan als minister van Financiën niet interveniëren in de lopende gerechtelijke procedure.

2. Een tweede reeks vragen van het geachte lid betreft het aantal meldingen en klachten, en de evolutie van de waarde van de verzekeringsproducten verkocht door Kobelco.

Ongeveer honderd consumenten hebben zich gemeld bij de CBFA. De overgrote meerderheid betrof consumenten met vragen of klachten over de “Kobli's” die ze gekocht hadden. De benadeelden met een “Kobli” werden door de CBFA telkens individueel aangeschreven om hen te informeren over de stand van zaken van het dossier en tot wie zij zich dienden te richten in functie van de stand van het dossier.

Volgens mijn informatie zouden in totaal 246 Belgische consumenten geïnvesteerd hebben in zogenaamde “Kobli's” uitgegeven door Kobelco Groep NV, Kobelco Holding NV en Kobelco Luxembourg SA. Het zou gaan om een totaalbedrag van bijna twintig miljoen euro.

De Commissie heeft slechts een gering aantal vragen en klachten gekregen van consumenten over verzekeringsproducten afgenomen van Kobelco als verzekeringstussenpersoon, zoals deze afkomstig van Irish Life Insurance. Het betreft meestal tak 23-producten, zijnde levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen.

Irish Life Insurance is een verzekeringsonderneming naar Iers recht die op basis van het Europees paspoort in België in vrije dienstverlening actief is. Het toezicht op Irish Life Insurance geschiedt door de Ierse toezichthouder. De CBFA heeft in 2010 de belangrijkste Ierse verzekeraars die in België actief zijn, over hun activiteiten in België ondervraagd en gevraagd deze bij te sturen met ondermeer een correcte informatie van het publiek. De CBFA heeft hierover ook gesprekken gevoerd met de Ierse toezichthouder. De CBFA blijft dit dossier verder nauwgezet opvolgen.

De waarde van de onderliggende stukken van de betrokken verzekeringsproducten fluctueert sterk in de tijd. Om de meest recente waarde ervan te kennen, dient de verzekeringsnemer contact op te nemen met de betrokken verzekeringsonderneming of zijn verzekeringstussenpersoon.