Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-4952

van Martine Taelman (Open Vld) d.d. 28 december 2011

aan de minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden

Interregionale spoorverbindingen - Overleg - Studies - Doelstellingen

gecombineerd vervoer
Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen
openbaar vervoer
reizigersvervoer

Chronologie

28/12/2011 Verzending vraag
15/3/2013 Rappel
18/12/2013 Rappel
24/2/2014 Herkwalificatie
11/3/2014 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3080
Geherkwalificeerd als : vraag om uitleg 5-4829

Vraag nr. 5-4952 d.d. 28 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In de " Mobiliteitsvisie 2020 " van De Lijn wordt een poging gedaan om tot een eenduidig toekomstbeeld voor het openbaar vervoer in Vlaanderen te komen. De Lijn ontwikkelde in deze visie - die uit 2009 dateert - niet enkel ideeŽn over het bus- en tramvervoer, maar ook over het interregionale treinverkeer en voorstedelijke treindiensten. Het lijkt dan ook evident dat er vanuit De Lijn sedertdien verscheidene contacten zijn gelegd met de Infrabel en de NMBS om de wenselijkheid en de haalbaarheid van deze visie te bespreken.

De optimaliseringen die De Lijn voorstelt voor de interregionale spoorinfrastructuur hebben betrekking op de verbindingen Neerpelt-Weert, Roeselare-Gent en Turnhout-Leuven. De verbinding Neerpelt-Weert is een onderdeel van het traject van de Ijzeren Rijn en is dus momenteel reeds (beperkt) toegankelijk. De verbinding Roeselare-Gent is momenteel niet aanwezig en zou dus via een nieuw aan te leggen traject moeten gerealiseerd worden. Het traject Turnhout-Leuven zou dan weer gerealiseerd kunnen worden op de bedding van de voormalige spoorlijn 29.

Graag kreeg ik dan ook van de geachte minister een antwoord op de volgende vragen:

1) Is er reeds overleg geweest tussen De Lijn, Infrabel en de NMBS over de optimalisering van deze drie interregionale spoorverbindingen?

2) Zijn er reeds studies gemaakt over de optimalisering van deze drie interregionale spoorverbindingen? Zo ja, wat zou de kostprijs van deze verbindingen zijn?

3) Is de minister van oordeel dat de doelstellingen en maatregelen zoals deze door De Lijn werden geformuleerd in haar " Mobiliteitsvisie 2020 " als basis kunnen dienen voor het nieuwe exploitatieplan dat de NMBS voorziet tegen 2013 en de meerjarenplanning van Infrabel?

Antwoord ontvangen op 11 maart 2014 :

Infrabel en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) laten mij weten dat er met De Lijn nog geen overleg is geweest. Dit moet eerst tussen de interregionale spooroperatoren gebeuren. 

Er werden verschillende studies uitgevoerd. NMBS heeft vastgesteld, dat voor de verlenging van de treinverbinding van Hamont tot Weert (Nederland) er regionaal/lokaal slechts een sterk beperkt potentieel is. Weert ligt op het hoofdrailnet van NS Reizigers en wordt bediend door goede IC-verbindingen.  

Een verbinding vanuit België naar Weert zou interessant kunnen zijn in het kader van een ruimer regionaal grensoverschrijdend verkeer, dit echter steeds binnen de opdrachten van openbare dienstverlening en niet als zuiver commerciële, internationale relatie, aangezien een dergelijke grensoverschrijdende verbinding niet kostendekkend gereden kan worden. 

Om het traject tussen de Belgische grens en Weert aantrekkelijk voor reizigersvervoer te maken, zouden echter grote investeringen moeten gebeuren op Nederlands grondgebied. De maximale toegelaten snelheid voor treinen op deze lijn ligt nu slechts op 40 km/u, dit is niet concurrentieel met het wegvervoer. Het is aan de Nederlandse bevoegde instanties om deze wens uit te drukken en er de nodige financiering voor te voorzien. In april wordt tevens de stopplaats te Hamont heropend, hiermee zal het Belgische gedeelte gerealiseerd zijn. 

Wat de lijn 29 betreft, werd een eventuele heropening bestudeerd in het kader van het beheerscontract. Zowel het potentieel als de bevolkingsdichtheid zijn vrij laag. De corridor werd niet aanbevolen voor verder onderzoek. 

De verbinding Roeselare - Gent werd nooit bestudeerd. Een dergelijke treinverbinding, lijn en infrastructuur zijn volgens NMBS niet noodzakelijk voor de ontwikkeling van het reizigersvervoer in de regio. 

Ik ben van mening dat de ontwikkeling van het grensoverschrijdend openbaar vervoer essentieel is voor een mobiliteitsvisie die verder reikt dan de grenzen. Het is zeker een aandachtspunt voor het volgende beheerscontract dat wordt voorbereid, zelfs indien de opstelling van dergelijke lijnen complex is omdat ze een goede internationale samenwerking vereist.  

Ik ben ook voorstander van een nauwe samenwerking tussen de NMBS en De Lijn. Die is zeker noodzakelijk voor een toegenomen efficiëntie van het openbaar vervoer. De mobiliteitsvisie van De Lijn kan een beginpunt zijn voor de gesprekken, die alle verplichtingen en eigen specificiteiten van elke vervoerswijze zullen moeten omvatten.