Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-11213

van Martine Taelman (Open Vld) d.d. 6 maart 2014

aan de minister van FinanciŽn, belast met Ambtenarenzaken

Bitcoins - Betaalmiddel voor kinderporno - Internet Watch Foundation - Regelgeving

kinderpornografie
computercriminaliteit
deviezen
elektronisch betaalmiddel

Chronologie

6/3/2014 Verzending vraag
8/4/2014 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-11212

Vraag nr. 5-11213 d.d. 6 maart 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De Internet Watch Foundation signaleert een zorgwekkende trend. De digitale munteenheid Bitcoin is het favoriete betaalmiddel geworden van veel mensen die in kinderporno handelen, aldus de Britse internetwaakhond.

Volgens de Watch Foundation speelt mee dat er maar weinig wetgeving is die het gebruik van de Bitcoin als betaalmiddel in goede banen leidt. Ook in ons land is dit nog steeds zo, ondanks eerder aandringen van mijnentwege. De opsporing en vervolging van criminelen wordt daardoor bemoeilijkt.

Graag had ik hieromtrent dan ook een antwoord gekregen op de volgende vragen:

1) Is er ook in ons land sprake van een toename van het aanwenden van Bitcoins als betaalmiddel voor kinderporno? Zo ja, om hoeveel dossiers gaat het (op jaarbasis en/of in het totaal) en heeft men de achterliggende aanbieders kunnen klissen? Zo neen, hoe verklaart de minister dit en ligt dit inderdaad aan de moeilijkheid van tracering van het betaalmiddel? Deelt ze de bezorgdheid van Internet Watch Foundation en kan ze toelichten?

2) Is de minister bereid te onderzoeken -al of niet samen met de landen van de Europese Unie en/of de eurolanden- gelet op de zorgwekkende berichtgeving van de Britse internetwaakhond om het aanwenden van Bitcoins en andere virtuele munten te onderwerpen aan specifieke regelgeving om dit betaalmiddel in goede banen te leiden en aldus te komen tot een betere tracering? Kan ze gedetailleerd toelichten naar inhoud en timing toe? Zo nee, welke andere maatregelen ze in voorkomende geval zou treffen en dit al of niet in overleg met de financiŽle sector en de internetproviders?

Antwoord ontvangen op 8 april 2014 :

1) De risico’s van de virtuele munt situeren zich op diverse vlakken, criminaliteitsrisico, consumentenrisico, witwasrisico.

De Bitcoins laten inderdaad toe om op internet illegale goederen of diensten, zoals wapens, persoonlijke gegevens (“hacking”) en kinderporno te kopen.

Met betrekking tot kinderporno, heb ik niet genoeg precieze informatie. Transacties via Bitcoin zijn op zich niet anoniem, maar het gebruik van bepaalde toepassingen laat toe om het IP-adres te maskeren en dus anonimiteit te bewaren.

De minister van Justitie aan wie dezelfde vraag werd gesteld (nr. 5 11212), beschikt misschien over meer precieze informatie.

2) Zoals vermeld in de gezamenlijke waarschuwing van de Financiële Diensten en Markten (FSMA) en de Nationale Belgische Bank (NBB), is er vandaag geen reglementering, toezicht of “oversight” op virtueel geld. De FSMA en de NBB volgen dit fenomeen verder op en werken in overleg aan een studie over de mogelijke aanpak naar de toekomst toe. De FSMA en de NBB nemen ook deel aan werkgroepen op Europees niveau rond dit thema.

De Europese Bankautoriteit heeft onlangs een werkgroep opgericht om de verschillende problematieken die samenhangen met het gebruik van virtueel geld zoals Bitcoin te onderzoeken. De regulatoren van de meeste Europese landen zijn er lid van en instellingen zoals de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en de European Securities and Markets Authority (ESMA) nemen deel aan de vergaderingen als waarnemer. De problematiek van de traceerbaarheid zou in het bijzonder moeten worden aangepakt binnen het raam van de strijd tegen het witwassen van geld en de financiële misdaad. Het doel van de werkgroep is na te gaan welke de behoeften en de mogelijkheden zijn qua regelgeving voor virtueel geld. De resultaten van deze werkgroep worden tegen eind mei verwacht. Ik moet er met nadruk op wijzen dat virtueel geld geen grenzen kent. Om echt efficiënt te zijn, zou iedere regelgeving hieromtrent een internationaal draagvlak moeten hebben.