Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-10588

van Martine Taelman (Open Vld) d.d. 11 december 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen

Veiligheid van de Staat - Classificatie van documenten - Motivering - Transparantie

staatsveiligheid
vertrouwelijkheid
officiŽle statistiek
openbaarheid van het bestuur

Chronologie

11/12/2013 Verzending vraag
11/2/2014 Rappel
16/4/2014 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10589

Vraag nr. 5-10588 d.d. 11 december 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Een recent rapport van het Europees parlement pleit voor een grotere transparantie en het hieruit voortvloeiende toezicht op de veiligheidsdiensten. De steeds verder uitdeinende informatie en communicatietechnologie laat immers aan de veiligheidsdiensten toe om informatie te verzamelen op grote schaal. Daar waar men vroeger veeleer gericht onderzocht, werkt men nu steeds meer op grote schaal met systematisch toezicht. Veiligheidsdiensten classificeren documenten bijna systematisch als vertrouwelijk. Daar waar de classificatie "vertrouwelijk" veeleer de uitzondering moet zijn, is dit heden de regel geworden. Het rapport pleit ervoor dat de classificatie vertrouwelijk of een hogere gradatie systematisch en specifiek moet geduid en gemotiveerd worden in verhouding tot de specifieke schade die zou ontstaan uit het publiek maken van de inhoud van het document

Ik had dan ook volgende vragen voor de geachte minister:

1) Kan u aangeven hoeveel procent en/of hoeveel documenten en rapporten van de staatsveiligheid als vertrouwelijk worden bestempeld? Om welke percentages gaat het en dit voor de laatste drie jaar? Beschikt u over andere cijfers hieromtrent en is er sprake van een toename van het percentage vertrouwelijke documenten in verhouding tot het totaal?

2) Bent u het eens met het standpunt dat in hoger aangehaalde rapport aan het Europees parlement dat de classificatie vertrouwelijk of hoger (geheim, zeer geheim) systematisch en specifiek moet worden gemotiveerd en dit teneinde de transparantie en de controle te verhogen? Zo ja, kan u dit toelichten naar concrete richtlijnen en/of maatregelen toe? Zo neen, waarom niet?

Antwoord ontvangen op 16 april 2014 :

Deze vragen behoren niet tot mijn bevoegdheid, maar tot die van mijn collega, de minister van Justitie, mevrouw Turtelboom.