Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-10278

van Martine Taelman (Open Vld) d.d. 4 november 2013

aan de eerste minister

Joodse geroofde kunst - Restitutie - Onderzoek - Aanvragen - Meldigen van roofkunst - Federale musea - Overzicht

diefstal
jood
Tweede Wereldoorlog
handel in kunstvoorwerpen
kunstvoorwerp
museum

Chronologie

4/11/2013 Verzending vraag
2/12/2013 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10279
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10280

Vraag nr. 5-10278 d.d. 4 november 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ik verwijs naar een recente berichtgeving betreffende roofkunst in Nederlandse musea die voortvloeit uit de Jodenvervolging tijdens en in de periode voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog. Nederlandse musea hebben zeker 139 kunstwerken in hun bezit waarvan wordt vermoed dat ze in de nazitijd afhandig zijn gemaakt van Joden. Onderzoek onder 162 musea heeft dat uitgewezen. Tussen 1933 en 1945 werden veel Joodse kunstverzamelaars gedwongen hun bezittingen te koop aan te bieden. Het kwam ook voor dat de nazi's de werken roofden of in beslag namen. Later belandden veel van deze werken in musea. De Nederlandse Museumvereniging probeert te achterhalen wie de oorspronkelijke eigenaars zijn. Erfgenamen van de oorspronkelijke eigenaar kunnen een verzoek tot restitutie indienen.

Ons land voerde hieromtrent eerder onderzoek. De Commissie voor de Schadeloosstelling van de leden van de Joodse Gemeenschap van BelgiŽ heeft het onderzoek en de behandeling van de aanvragen tot schadeloosstelling op 31 december 2007 beŽindigd. Het Secretariaat van de Commissie heeft eveneens de werkzaamheden stopgezet. De opvolging wordt vanaf 1 januari 2008 verzekerd door de Kanselarijdiensten .

Ik heb hieromtrent volgende vragen:

1) Hoe reageert u op dit Nederlandse initiatief dat zeer transparant is? Overweegt u een gelijkaardig initiatief in ons land met een restitutie commissie en een volledige doorlichting van de herkomst? Zo ja, kunt u toelichten naar inhoud, timing en samenwerking met de gemeenschappen ? Zo neen, waarom niet, wat gaat u wel doen en kunt u uitvoerig toelichten?

2) Kunt u oplijsten of er recent onderzoek werd gedaan naar mogelijke roofkunst in enerzijds de federale musea en desgevallend de andere musea (in samenwerking met de gemeenschappen) en zo ja, kunt u aangeven hoeveel werken een verdachte oorsprong hebben?

3) Kunt u aangeven of uw diensten sinds 2008 aanvragen of meldingen hebben ontvangen van roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog of de periode ervoor en zo ja, om hoeveel aanvragen of meldingen gaat het en dit respectievelijk per jaar sinds 2008? Hoeveel werken betreft het in het totaal en kunt u deze gedetailleerd oplijsten?

4) Kunt u gedetailleerd oplijsten welke geroofde kunstwerken reeds werden gerestitueerd aan de oorspronkelijke eigenaars en hun erfgenamen en dit sinds 2008 per jaartal? Hoe verklaart u dit cijfer en meent u dat voldoende gedaan werd om roofkunst op te sporen?

5) Kunt u uitsluiten dat onze federale musea nog roofkunst in hun depots hebben? Zo neen, waarom niet? Zo ja, kunt u toelichten?

Antwoord ontvangen op 2 december 2013 :

1.- 5. Voor wat de opvolging van de Commissie voor de Schadeloosstelling van de leden van de Joodse Gemeenschap van België betreft, kan ik voor wat de cultuurgoederen betreft, verwijzen naar het eindverslag van de Commissie van 4 februari 2008, meer bepaald titel “4.9. De schadeloosstelling in de sector cultuurgoederen”, te consulteren op http://www.combuysse.fgov.be.

Aanvragen in verband met cultuurgoederen die sinds 2008 werden ontvangen, worden door mijn diensten systematisch doorgestuurd naar de Programmatorische federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid.

Voor het overige, verwijs ik dan ook naar het antwoord van de Staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid aan wie de vraag eveneens werd gesteld.