Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-10117

van Martine Taelman (Open Vld) d.d. 18 oktober 2013

aan de minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden

Marokko - Persvrijheid - Arrestatie van journalist Ali Anouzla - Democratisering

Marokko
persvrijheid
beroep in de communicatiesector
arrestatie
democratisering

Chronologie

18/10/2013 Verzending vraag
29/11/2013 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10116

Vraag nr. 5-10117 d.d. 18 oktober 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ali Anouzla werd in Marokko gearresteerd na een inval in zijn kantoor. Het hoofd van de nieuwswebsite werd vervolgens aangeklaagd voor terrorisme nadat hij een linkje had geplaatst naar het Spaans blad El Pais. In de verwijzing zat een video van Al-Qaida waarin de groep oproept om vooral in opstand te komen in Marokko. Ook spoorde de organisatie aan om aanslagen te plegen en de monarchie omver te werpen. De Marokkaanse justitie besloot hem op te pakken voor het aanzetten tot terrorisme en het verlenen van een podium voor terroristische activiteiten. Op de arrestatie is internationale kritiek geleverd door organisaties als Amnesty International en Reporters Without Borders. Onlangs gaf het Amerikaanse State Department aan dat de Verenigde Staten de zaak van nabij opvolgt. De journalist zou heden in vervolging zijn gesteld voor terrorisme en zou tot 20 jaar gevangenisstraf riskeren.

Ik had dan ook volgende vragen voor de geachte minister:

1) Hoe reageert hij op deze arrestatie en de veroordelingen van deze arrestatie door onder meer Amnesty International en Reporters zonder grenzen? Kan hij de feiten toelichten?

2) Beschikt de minister over recente informatie wat betreft aanvallen op de persvrijheid in Marokko? Kan hij aangeven of er nog andere journalisten gearresteerd zijn de laatste zes maanden in Marokko en zo ja, om hoeveel mensen gaat het?

3) Is de minister bereid de arrestatie van deze journalist aan te kaarten enerzijds bij de Europese Unie en anderzijds bij zijn bilaterale contacten met de Marokkaanse overheid in het algemeen en bij zijn Marokkaanse ambtsgenoot in het bijzonder?

4) Past deze arrestatie binnen een bredere context van intimidatie van journalisten door de autoriteiten van Marokko en de beperking van de persvrijheid in dit land?

5) Deelt de minister de mening dat het democratiseringsproces in Marokko zeer fragiel is en dat persvrijheid een voorwaarde is voor de versterking van het democratiseringsproces in het land? Zo ja, wat kan ons land doen om dit proces te versterken en wat doen we reeds? Kan hij uitvoerig toelichten?

Antwoord ontvangen op 29 november 2013 :

Het antwoord op deze vraag komt in de eerste plaats toe aan de minister van Buitenlandse Zaken.

In het kader van de contextanalyse voor ontwikkelingssamenwerking worden dergelijke situaties uiteraard ook door mijn diensten van nabij opgevolgd. De heer Anouzla, Directeur van de Arabische versie van de informatie website “Lakome” en een bekend Marokkaans journalist, werd, vanaf 17 september tot 25 oktober aangehouden op grond van de Marokkaanse antiterrorisme-wetgeving. Meer bepaald omdat hij in een van zijn artikels verwees naar een artikel van de Spaanse krant "El Pais" met een link naar een video van AQMI (Al Qaida au Maghreb Islamique). In die video deed die organisatie een oproep om de Djihad in te zetten in Marokko en om de Marokkaanse monarchie omver te werpen. Er wordt aan de Heer Anouzla verweten dat hij zodoende aangezet heeft tot terrorisme. 

Deze arrestatie van de heer Anouzla werd veroordeeld door vele Marokkaanse en  internationale mensenrechtenorganisaties. Ook de Europese Unie volgt dit dossier van nabij. Er zijn al verschillende contacten geweest tussen de ambassades van EU-lidstaten en de ambassade van de Europese Unie, enerzijds, en de Marokkaanse overheid, anderzijds, aangaande het geval van de heer Anouzla. In het algemeen worden mensenrechtenkwesties regelmatig besproken met Marokko op bilateraal vlak, alsook in multilaterale fora.

Hoewel de persvrijheid gegarandeerd wordt door art. 25 en 28 van de nieuwe Grondwet, was "Reporters zonder Grenzen", in oktober vorig jaar, van mening dat het aantal inbreuken op de persvrijheid gestegen was. Spreken van een algemeen klimaat van intimidatie lijkt evenwel niet gegrond. Wel blijven bepaalde onderwerpen, waaronder terrorisme, uiterst gevoelig in Marokko, wat kan uitmonden in spanningen tussen persvrijheid, enerzijds, en wat als het algemeen belang wordt beschouwd door de overheid, anderzijds. Ondertussen is een nieuw ontwerp van perswet, die de gevangenisstraffen voor persdelicten zou afschaffen.

Vrijheid van meningsuiting, met inbegrip van persvrijheid, is uiteraard een van de voornaamste kenmerken van elke democratische staat. De opbouw van een democratische rechtsstaat, in de volle betekenis van het woord, is volop aan de gang in Marokko. In dat kader, krijgt de problematiek van persvrijheid veel aandacht in de betrekkingen tussen de Europese Unie en haar lidstaten, en Marokko.      

België, zoals de Europese Unie, steunt de verdieping en versterking van de democratie in Marokko, onder meer op het vlak van mensenrechten. Er zijn op dit moment geen specifieke interventies voorzien in de Belgische gouvernementele samenwerking in dit domein. Interventies van de niet-gouvernementele organisaties betreffen in eerste instantie een aantal sociale rechten (onder andere waardig werk)