Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-959

van Sabine de Bethune (CD&V N-VA) d.d. 14 mei 2008

aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking

Strategienota “Eerbied voor de rechten van het kind in ontwikkelingssamenwerking” - Implementatie

rechten van het kind
ontwikkelingshulp
internationale samenwerking

Chronologie

14/5/2008 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 12/6/2008 )
14/5/2008 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 4-268

Vraag nr. 4-959 d.d. 14 mei 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Na het amendereren in 2005 van wet betreffende de Belgische internationale samenwerking van 25 mei 1999 en het toevoegen van kinderrechten als vierde transversaal thema is recent de strategienota kinderrechten overgemaakt aan het Parlement.

Concreet wil dit zeggen dat vanaf nu in elk beleid en elk programma inzake ontwikkelingssamenwerking extra aandacht nodig is voor kinderen en hun rechten.

Extra aandacht voor de rechten van het kind is nog steeds hard nodig. Elk jaar sterven 10 miljoen kinderen voor hun vijfde verjaardag aan ziektes die kunnen vermeden worden. Naar schatting 95 miljoen kinderen gaan nog steeds niet naar school, 1,2 miljoen kinderen worden jaarlijks verhandeld, 3 miljoen meisjes worden elk jaar genitaal verminkt, …

De strategienota werd op vraag van de minister van Ontwikkelingssamenwerking opgesteld door DGOS, in samenwerking met het BTC, academici en NGO’s. Verschillende van deze NGO’s hebben zich ondertussen verenigd in het Platform kinderrechten in Ontwikkelingssamenwerking.

De strategienota bevat een hele reeks beleidsopties en technische aanbevelingen. Het is een handig instrument voor attachés en coöperanten in België en in de partnerlanden, alsook voor ngo’s en beleidsmakers. Ze vormt een leidraad om van respect voor kinderrechten een realiteit te maken in al de projecten en programma’s die (mede)gefinancierd worden door België.

Gezien deze nieuwe nota is het belangrijk de verschillende betrokkenen duidelijk te informeren en hen aan te sporen de betrokken strategienota te lezen én te implementeren.

Het is goed vast te stellen dat de gevulgariseerde brochure over kinderrechten in ontwikkelingssamenwerking op de website van DGOS beschikbaar is en verspreid wordt.

Daarom volgende vragen:

De bovenvermelde wet is aangepast, de strategienota met duidelijke richtlijnen is afgewerkt. Maar wat heeft de geachte minister voorzien voor de concrete implementatie van deze strategienota?

Met andere woorden:

- Is er een specifieke verspreiding voorzien van de strategienota naar de verschillende betrokkenen om ze bekend te maken?

- Worden er vormingen gepland voor de verschillende betrokkenen om het effectief toepassen van de strategienota te bevorderen?

- Hoe zal in de toekomst kunnen worden nagegaan of de strategienota ook effectief wordt geïmplementeerd? Aangezien wij vandaag moeten vaststellen dat de marker kinderrechten die vandaag door de administratie gebruikt wordt niet optimaal functioneert en slechts gedeeltelijk een beeld geeft van de inspanningen die ondernomen worden.

Antwoord ontvangen op 14 mei 2008 :

Wat de eerste vraag betreft, is het zo dat alle posten een exemplaar van de Strategienota Eerbied voor de rechten van het kind in de Ontwikkelingssamenwerking hebben ontvangen. Er werd andermaal op gewezen dat bij alle samenwerkingsprojecten en -programma's moet worden toegezien op de eerbiediging en de bescherming van de rechten van het kind en wel in alle fasen van de beheerscyclus van een project (identificatie, formulering, uitvoering en evaluatie). De Strategienota wordt ook eerstdaags op de site van DGOS gepubliceerd.

Tot nu toe is er geen opleiding gepland maar telkens wanneer de gelegenheid zich voordoet zullen de attachés Internationale Samenwerking attent worden gemaakt op het belang van de eerbiediging en de bescherming van de rechten van het kind en de toepassing ervan in het kader van de samenwerkingsprojecten en -programma's.

Met betrekking tot de laatste vraag kan het volgende worden gesteld : de Strategienota mag dan wel de weergave van een algemene bekommernis zijn, toch is het nodig te beschikken over mechanismen die waarborgen dat het aspect « rechten van het kind » deel uitmaakt van alle samenwerkingsprojecten en -programma's. Een voorbeeld van deze aanpak zijn de gemengde commissies die dit jaar werden gehouden. In het overleg met het partnerland werd erop aangedrongen dat ook een vertegenwoordiger van het ministerie die bevoegd is voor de bescherming van de rechten van het kind, deel uitmaakt van het partnercomité. Dit comité bestaat uit vertegenwoordigers van de Belgische partner en van de respectieve technische departementen van het partnerland en houdt zich bezig met de follow-up van het uit te voeren programma. In de formuleringsverslagen over de projecten en programma's van de directe bilaterale samenwerking gaat net als voor de andere transversale thema's bijzondere aandacht uit naar het aspect « rechten van het kind ». Het comité bestudeert met name de uitwerking van het project of programma op de eerbiediging en de bescherming van de rechten van het kind. Er wordt ook bekeken of een aandachtspuntenlijst kan worden opgemaakt naar het voorbeeld van de lijst die voor de invoering van de genderdimensie in samenwerkingsprojecten en -programma's werd opgemaakt.

Tot slot, zoals u terecht opmerkt, wordt het concept « rechten van het kind » op dit moment niet op optimale wijze gebruikt. Een verklarende fiche zal bijgevolg binnenkort toegestuurd worden aan alle diensten om juiste hantering ervan te verbeteren. Als toch problemen worden vastgesteld, kunnen eventueel opleidingen georganiseerd worden voor de dossierbeheerders.