Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-7306

van Fatma Pehlivan (sp.a) d.d. 7 april 2010

aan de staatssecretaris voor Begroting, Migratie- en asielbeleid, Gezinsbeleid en Federale Culturele Instellingen

Mensen zonder papieren - Regularisatiecampagne - Aantallen - Stand van zaken

illegale migratie
politiek asiel
verblijfsrecht
Dienst Vreemdelingenzaken

Chronologie

7/4/2010 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 6/5/2010 )
6/5/2010 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 4-1579

Vraag nr. 4-7306 d.d. 7 april 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Tussen 15 september en 15 december 2009 konden bepaalde groepen mensen eenmalig een aanvraag tot regularisatie indienen.

In de nieuwsbrief Vreemdelingenrecht nr. 3 van 9 februari 2010 van het Vlaams Minderhedencentrum wordt de volgende stand van zaken betreffende de regularisatie gegeven.

In 2009 ontving de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) 17 657 nieuwe aanvragen 9bis. Dit is een onvolledig cijfer, vermits vele aanvragen die tijdens de laatste maanden van 2009 werden ingediend bij de gemeenten, nog niet waren toegekomen op de DVZ.

Van september 2009 tot 9 januari 2010 ontving de DVZ 15 752 hangende dossiers, zijnde lopende regularisatieaanvragen of tijdelijk toegekende regularisaties.

Ten slotte zijn er nog enkele duizenden dossiers die voor 1 juni 2007 werden ingediend volgens de oude procedure, artikel 9, lid 3, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. Die dossiers krijgen in principe voorrang van behandeling.

Ondertussen moeten we ondervinden dat de recente grote toestroom van asielzoekers niet meer in menswaardige omstandigheden kan worden opgevangen. Fedasil werd daarvoor door de Brusselse arbeidsrechtbank al verschillende keren veroordeeld tot een dwangsom van 500 euro per persoon per dag dat er geen opvang kan aangeboden worden. Tweeduizend mensen, waarvan 760 kinderen, hebben geen opvang. Sinds vorig jaar kwamen er slechts honderd nieuwe plaatsen bij.

" Opvang " is natuurlijk niet de bevoegdheid van de geachte staatssecretaris, maar ook hij is mede verantwoordelijk. Het uitwijzingsbeleid loopt niet naar behoren, de achterstand in behandeling van dossiers door het Commisariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen (CGVS) liep het voorbije jaar enorm op, waardoor er natuurlijk een minder snelle uitstroom is.

De cirkel blijft op die manier rond.

Het beheer van het migratie- en asielbeleid is in dit land een regelrechte ramp.

Dit alles lijkt op dweilen met de kraan open. Dit illustreert de onmacht van de Belgische regering om kort op de bal te spelen en een rechtvaardig en humaan migratie- en asielbeleid te voeren voor mensen die hun land van herkomst zijn ontvlucht en die in ons land, het land van aankomst, een menswaardig bestaan trachten op te bouwen.

Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat er binnen afzienbare tijd een volgende regularisatiegolf op ons zal afkomen en daarna nog een golf en daarna nog een.

Maar ik zal mijn vragen beperken tot de huidige regularisatie en verder geen vragen stellen over een vooruitziend beleid.

Kan de geachte staatssecretaris mij een actuele stand van zaken geven betreffende de regularisatiedossiers:

1. Hoeveel aanvragen tot regularisatie, ingediend tussen 15 september en 15 december 2009, heeft de DVZ ontvangen?

2. Hoeveel dossiers hadden betrekking op een verblijfsvergunning voor onbepaalde duur en hoeveel op een vergunning voor een beperkte duur van een jaar?

3. Over hoeveel individuele personen gaat het daarbij?

4. Over hoeveel dossiers uit die periode werd al een beslissing getroffen?

5. Hoeveel regularisatiedossiers, ook uit vorige jaren, zijn er in totaal nog in behandeling bij DVZ?

6. Hoeveel tijd verloopt er gemiddeld tussen de ontvangst van een dossier en de beslissing?

Antwoord ontvangen op 6 mei 2010 :

Gelet op de foutieve aangehaalde feiten en argumenten in uw vraag, zie ik mij verplicht nogmaals de juiste draagwijdte van het regularisatiebeleid nader te verklaren. De huidige campagne was slechts voor twee criteria beperkt door de data van 15 september en 15 december. Bovendien werd de Vreemdelingenwet (VW) op geen enkel ogenblik gewijzigd of geschorst en deze VW sluit meervoudige regularisatieaanvragen niet uit.

In het jaar 2009 ontving de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) inderdaad 17 657 nieuwe aanvragen op basis van artikel 9 bis VW. Maar is het onjuist te beweren dat dit cijfer onvolledig is. Het doelt immers, zoals u zelf schrijft, op de bij DVZ toegekomen aanvragen en niet op de gemeentelijk ingediende aanvragen. De door U aangehaalde bron weet ongetwijfeld dat een aantal gemeentelijk neergelegde aanvragen door diezelfde gemeenten niet worden in overweging genomen en dus nooit aan de DVZ horen te worden overgemaakt.

De DVZ houdt geen dagstatistieken bij, enkel en alleen maand en jaarstatistieken. Ik kan bijgevolg het cijfer dat volgens u doelt op de instroom van aanvragen tussen september 2009 en 9 januari 2010 niet bevestigen. Gezien de DVZ geen dagcijfers oplevert, nodig ik u uit de bron van uw gegevens mee te delen.

Er geldt bij de afhandeling van de humanitaire aanvragen noch een LIFO, noch een FIFO-prioriteitsprincipe. De administratie zou deze principes immers niet kunnen verzekeren aangezien een aantal prioriteiten worden opgelegd door onafhankelijke externe partners, zoals bijvoorbeeld de hoven en de rechtbanken.

Voorts volhardt U in de verkeerde perceptie als zouden het regularisatiedossier en het asieldossier congruent zijn. Dit is fout. Een onredelijk langdurige asielprocedure is slechts één van de voor regularisatie geldende criteria.

Ik heb recentelijk nog meegedeeld dat de ingeroepen motieven en het aantal in de aanvragen vervatte personen niet bij de binnenkomst van de aanvragen maar op het moment van de beslissing statistisch worden bijgehouden.

Er werd ook meerdere malen verduidelijkt waarom een gemiddelde behandelingstermijn niet wordt berekend. De wetgever heeft voor aanvragen om humanitaire regularisatie van verblijf geen behandelingstermijn opgelegd. Ten tweede wordt de duur van een procedure meebepaald door het advies van instanties (parket, Veiligheid van de Staat) aan dewelke de DVZ geen antwoordtermijnen kan opleggen.

Tenslotte wil ik nog eens meedelen dat regularisatieverzoeken geval per geval worden geëvalueerd. Met andere woorden wordt de onderzoekstermijn bepaald door de eigenheid van elk dossier en niet door een louter rekenkundig gemiddelde.

Er waren eind februari 27 273 aanvragen in onderzoek. Dit betreft alle openstaande aanvragen. Dus niet enkel deze die het politiek akkoord van juli 2009 inroepen. Er bestaat geen wettelijk onderscheid tussen het een en het ander. Bijgevolg is er dus ook geen reden om een en ander afzonderlijk statistisch bij te houden.