Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-5846

van Marc Verwilghen (Open Vld) d.d. 7 december 2009

aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen

Mobiel internet - Penetratiegraad - Smartphones

internet
mobiele telefoon
radiocommunicatie

Chronologie

7/12/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/1/2010 )
1/2/2010 Rappel
2/3/2010 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 4-2664

Vraag nr. 4-5846 d.d. 7 december 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het mobiele internet heeft een enorm potentieel als nieuw communicatiemedium en marketingkanaal. Agentschappen en adverteerders kunnen zo het mobiele aanbod in hun communicatieplannen opnemen en nieuwe horizonten verkennen. Dat dit een enorme stimulans is voor creativiteit en bijgevolg innovatie aanwakkert, hoeft geen verdere duiding.

Daarom volgende vragen :

Wat is de huidige penetratiegraad van het mobiele internet in ons land ? En hoe verhoudt dit zich (bij wijze van vergelijking) ten opzichte van onze naaste buurlanden zoals Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Duitsland en Luxemburg ?

Indien hierin een achterstand wordt vastgesteld, wat zijn volgens de geachte minister hiervan de belangrijkste oorzaken ?

Welke beleidsinitiatieven zal hij nemen om die eventuele achterstand weg te werken ?

De toepassingen van het mobiele internet vereisen ook aangepaste GSM-toestellen die compatibel zijn met de laatste webstandaarden. Verouderde toestellen kunnen alleen maar SMS en WAP aan. Daarom, hoe groot is het aandeel van de smartphones in ons totale GSM-park ? En hoe verhoudt dit zich terug ten opzichte van onze naaste buurlanden zoals Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Duitsland en Luxemburg ?

Antwoord ontvangen op 2 maart 2010 :

Hierbij deel ik het geachte lid het volgende mee :

  1. Huidige penetratiegraad van mobiel internet in België

De huidige officiële statistische gegevens (Statbel, Eurostat, OESO) zeggen niets over de penetratiegraad van mobiel internet en maken slechts gedeeltelijk een, of helemaal geen, onderscheid tussen het type mobiel-internetaansluiting dat wordt gebruikt (WAP op GPRS, UMTS).

Er moet onmiddellijk worden opgemerkt dat dit een substitutie-effect teweegbrengt voor de klassieke aansluitingen (via computer), dankzij de mogelijkheid om zich via gsm, smartphone, PDA en andere manieren aan te sluiten op het internet. Deze methodes kunnen bijgevolg de bestaande statistische gegevens over de penetratiegraad van het hogesnelheidsinternet beïnvloeden, tenminste voor wat betreft de mobiele aansluiting op het UMTS-netwerk (Universal Mobile Telecommunication System), ook 3G genoemd.

Echter volgens de door Statbel gepubliceerde gegevens bedroeg het percentage Belgen van 16 tot 74 jaar dat in 2009 gebruik maakte van mobiel internet op mobiele telefoon via 3G 3 % en via WAP (Wireless Application Protocol) op GPRS 7 %.

Deze cijfers lijken misschien laag, maar er moet rekening worden gehouden met de recentheid van de 3G-technologie die in België ingang vond begin 2004. Daarnaast bedroeg het percentage Belgen van 16 tot 74 jaar dat in 2009 gebruik maakte van mobiel internet op zakcomputer (PDA) 3 %, zonder precisering van de aansluitingstechnologie.

De UMTS-technologie of 3G biedt reële mogelijkheden voor hogesnelheidsinternetaansluiting en ontwikkelt zich sinds de lancering ervan zodanig snel dat men vandaag al spreekt van 3G+.

Proximus zegt momenteel 94 % van de Belgische bevolking te bereiken en Mobistar beweert meer dan 78 % voor zijn rekening te nemen (de bedoeling is 85% te halen voor het einde van dit jaar, wat de firma al wenste te bereiken in 2008). Base zal het heel binnenkort doen (bereidheid ongetwijfeld te maken met de komst van een 4e operator voor het eerste kwartaal van dit jaar).

Op het vlak van mobiel-internetaansluiting is 3G evenwel geavanceerder dan de GPRS-technologie (Global Packet Radio Service), die gedoemd is om te verdwijnen omdat ze alleen toegang verschaft tot mobiel internet met lage snelheid, oftewel narrowband, terwijl 3G toegang mogelijk maakt tot hogesnelheidsaansluiting oftewel broadband.

  1. Vergelijking met de buurlanden (Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Nederland, Duitsland en Luxemburg)

Het is evenwel veel gemakkelijker de voornoemde landen te vergelijken op basis van een analyse van hun respectieve benuttingsgraad van mobiel internet met lage snelheid dan van dat met hoge snelheid.

De komst van mobiel internet met hoge snelheid maakt deel uit van de informatiemaatschappij, waarvan de officiële statistieken van de Lidstaten nog in de kinderschoenen staan.

Deze onderneming blijkt momenteel de bestemming te zijn van privébedrijven zoals Forrester Research, waarvan de studie begin 2008 een kentering aankondigde op het vlak van mobiel internet. Aan kop stond het Verenigd Koninkrijk, waar naar schatting meer dan 60 % van de mobiel-internetgebruikers tegen eind 2010 over 3G of 3G+ zullen beschikken. Tegen eind 2013 wordt er eveneens een penetratiegraad verwacht van meer dan 25%. In het tussenklassement stonden Frankrijk, Nederland en Duitsland die volgens de studie halfweg zijn, aangezien de penetratiegraad van de 3G en 3G+-technologieën geschat wordt tussen 50 en 60 %.

België ten slotte behoort tot de landen die tijd zullen nodig hebben om hun achterstand in te halen; in ons land wordt het gebruik van 3G en 3G+ geschat op minder dan 50% tegen eind 2010. Luxemburg komt niet voor in de studieresultaten. Bovendien was 2008 eveneens een scharnierjaar als gevolg van 3 essentiële factoren volgens een andere studie van de firma Mobile Web:

Er werd eveneens een studie uitgevoerd door GfK (Growth from Knowledge), dat omschreven wordt als één van de grootste bedrijven voor commercieel onderzoek in de wereld en gevestigd is in Nürnberg in Duitsland. Volgens deze studie surfte 8,3 % van de 55 miljoen geabonneerden op mobiele telefonie van ten minste 15 jaar in Frankrijk op het internet via hun gsm. De verrijkte multimediafunctionaliteiten (3G en vooral 3G+) gekoppeld aan vaste bedragen, waardoor een quasi onbeperkt gebruik mogelijk wordt, en aan steeds meer compatibele toestellen doen het gebruik ervan alleen maar toenemen.

Uit een vergelijking van de bovenvermelde landen op het gebied van mobiel-internetaansluitingen met lage snelheid in percent gezinnen voor 2009 blijken de volgende resultaten: Duitsland (11 %); Frankrijk (7 %) ; Luxemburg (6%) ; Verenigd Koninkrijk (4 %) ; België (3 %) en Nederland (1 %). In sommige landen daalde dit percentage tussen 2006 en 2007 (Verenigd Koninkrijk, Nederland en Duitsland ), wat verklaard kan worden door het feit dat deze technologie wordt opgegeven ten voordele van hogesnelheidstechnologieën zoals 3G en 3G+. Vergeleken met 2007 bevindt België zich niet meer achteraan het peloton van zwakste landen en haalt ons land Nederland in.

3. Oorza(a)k(en) van de opgelopen vertraging van België

Wat de markt betreft, is het 3G-netwerk momenteel meer ontwikkeld in de grote Belgische steden en agglomeraties en weinig ontwikkeld in landelijke gebieden waar de aansluiting van mobiele toestellen op het 3G-netwerk heel belastend is voor de batterij van het toestel en een pover resultaat oplevert.

Voor het ogenblik maken alleen Proximus en Mobistar aansluiting op het 3G-netwerk en aangepaste diensten mogelijk. Bovendien is de mobiele apparatuur waarmee aansluiting op mobiel internet met hoge snelheid voor zoveel mogelijk gebruikers mogelijk wordt en die tegelijk ergonomisch is, vaak zeer duur.

Hoewel de mobiel-internettarieven van de operatoren nog hoog zijn, is er toch een dalende trend. Dit gaat gepaard met de opkomst van steeds meer geavanceerde en polyvalente mobiele apparatuur, wat alleen maar gunstig kan zijn, niet alleen voor de democratisering van de verkoopprijzen, maar ook voor een daling van de door deze operatoren toegepaste tarieven. Met de komst van de iPhone en andere concurrerende toestellen werden nieuwe tariefplannen voorgesteld en aangepast aan het downloaden van gegevens via mobiele toestellen om te kunnen beantwoorden aan de huidige vraag van gebruikers en deze vraag te verhogen. Tegelijk ontstaat er een dynamiek rond de zogenaamde Web-mobile en heel wat websites passen zich aan de gepaste formaten aan.

Om mobiel internet met hoge snelheid verder te ontplooien, is het anderzijds nodig de ontwikkeling van mobiel-netwerktechnologieën type 3G, 3G+ en binnenkort 4G te stimuleren door het bestaande regelgevende kader aan te passen.

  1. Beleidsinitiatie(f)(ven) om de achterstand in te halen

De Belgische wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument werd aangepast om koppelverkoop mogelijk te maken. De commercialisering van steeds meer gesofisticeerde toestellen tegen betaalbare prijzen wordt hierdoor bevorderd.

De procedure voor het in veiling brengen van een vierde 3G mobiele licentie zal worden opgestart in het derde kwartaal.

Bovendien heb ik een digitaal plan “Hart van het digitale Europa 2010-2015” opgezet, dat wordt uitgesplitst in 30 actiepunten die bedoeld zijn om onze economie en haar productiviteit

op lange termijn te versterken dankzij ICT. Hierin leg ik met name de klemtoon op de noodzaak om iedereen online toegang (Internet, GSM, TV, …) en geavanceerde infrastructuur te verschaffen. Dankzij deze maatregelen moet tegen 2015 50% van de bevolking toegang krijgen tot mobiel internet (tegen slechts 9% vandaag).

Tot slot moeten we evolueren naar 4G-mobiel-internetnetwerken, waardoor de transmissiesnelheid van gegevens dezelfde wordt als die van optische vezels. Bijgevolg zullen er 5 4G-licenties worden aangeboden via een veiling in 2010.

  1. Markt van de Smartphone in het Belgische gsm-landschap

Ook al wordt de Smartphone beschouwd als een intelligente telefoon die het midden houdt tussen een draagbare telefoon en een PDA, er blijken geen officiële cijfers te bestaan over de verkoop ervan in de hele Belgische mobiele-telecommunicatiesector. Statbel publiceert statistieken hieromtrent die betrekking hebben op het percentage van de Belgische bevolking van 16 tot 74 jaar dat in 2009 gebruik maakte van mobiel internet op zakcomputer (PDA) over een periode van 3 maanden. Dit percentage kwam neer op 3,32 %. Het percentage van de Belgische bevolking van 16 tot 74 jaar dat in 2009 het internet gebruikte via een mobiele telefoon over een periode van 3 maanden bedroeg 3,46 % via 3G en 6,72 % via GPRS.

  1. Vergelijking met de buurlanden (Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Nederland, Duitsland en Luxemburg)

De enige gegevens van officiële bronnen die vergeleken kunnen worden zijn afkomstig van Eurostat en geven het percentage weer van gezinnen die thuis internettoegang hebben via de mobiele telefoon, ongeacht de aangewende technologie (WAP, GPRS, UMTS). Voor 2009 kan de volgende rangschikking worden gemaakt: Luxemburg (31 %); Verenigd Koninkrijk (8%); Nederland (25%); Frankrijk (12% in 2008) en België (7 %). België bevindt zich dus officieel ver onder het Europese gemiddelde, dat neerkomt op 11 %.