Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-517

van Philippe Mahoux (PS) d.d. 3 april 2008

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn en Institutionele Hervormingen

Pensioensparen - Cijfers voor 2006 - Evolutie

belasting van natuurlijke personen
spaartegoed
ouderdomsverzekering
officiŽle statistiek
belastingaftrek

Chronologie

3/4/2008 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/5/2008 )
16/9/2008 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 4-300

Vraag nr. 4-517 d.d. 3 april 2008 : (Vraag gesteld in het Frans)

Kan de minister mij nauwkeurige cijfers geven over het pensioensparen (derde pijler)?

Hoe zag het pensioensparen er in 2006 uit in BelgiŽ? Welk bedrag werd in 2006 belegd in pensioenspaarproducten? Hoeveel personen deden aan pensioensparen in 2006? Hoeveel personen hebben zich in 2006 voor de eerste keer ingeschreven voor pensioensparen?

Kunt u mij de cijfers bezorgen voor de drie bestaande pensioenspaarproducten: de pensioenspaarverzekeringen bij de verzekeringsmaatschappijen en de individuele of collectieve pensioenspaarrekening bij de banken?

Wat is de netto fiscale kostprijs van die verschillende pensioenspaarstelsels?

Hoe zijn die cijfers geŽvolueerd sedert het fiscale aanslagjaar 1996? Is er een specifieke tendens die in het oog springt?

Hoeveel mensen hebben in 2006 hun spaartegoed opgenomen op het einde van het contract, namelijk op de wettelijke pensioenleeftijd? Hoeveel mensen hebben in 2006 hun spaartegoed vroegtijdig opgenomen? Welke som werd daarvoor uitgekeerd? Hoeveel heeft dat de fiscus opgebracht?

Antwoord ontvangen op 16 september 2008 :

De evolutie van de sommen gestort in het kader van het pensioensparen als onderdeel van de derde pijler van het pensioenstelsel is weergegeven in de onderstaande tabel.

Onmiddellijk dringt volgende opmerking zich op. Inderdaad, de in de tabel vermelde investeringen ter zake betreffen enkel deze die opgenomen zijn in de aangifte in de personenbelasting. Het staat de belastingplichtige immers vrij meer te storten in het kader van het pensioensparen dan hetgeen op fiscaal vlak maximaal in rekening kan worden gebracht. Tevens is de belastingplichtige evenmin verplicht de stortingen ter zake op te nemen in zijn aangifte. Redelijkerwijs kan echter worden aangenomen dat de afwijking tussen de fiscale gegevens en de reële investeringen voor het pensioensparen wellicht marginaal zal zijn.

In de hierboven bedoelde tabel is voor de aanslagjaren 1996 tot en met 2006 zowel het aantal belastingplichtigen dat aanspraak maakte op een belastingvermindering ingevolge het pensioensparen (actueel de codes 1361 en 2361 van de aangifte) alsook het totaal ter zake geïnvesteerd bedrag, dat zij hiertoe in aanmerking wensten te nemen, weergegeven. Voor het aanslagjaar 2006 dient opgemerkt dat het om voorlopige cijfers gaat (situatie op 30 juni 2007). De bijzondere aanslagtermijn van drie jaar is immers nog niet verstreken.

Uit de tabel blijken twee belangrijke vaststellingen. Vooreerst is er een constante, positieve groei van de investeringen gedurende de beschouwde periode waarneembaar. In tweede instantie valt de pijlsnelle hausse op van de investeringen vanaf het aanslagjaar 2006 met liefst 27,69 %. Dit spruit voort uit de beslissing van de regering om het maximumbedrag van de betalingen, die in aanmerking komen voor de betreffende belastingvermindering, fors te verhogen. Deze maatregel heeft haar doel dus niet gemist.

Aanslagjaar

Belastingplichtige

Partner

Totaal belastingplichtige en partner

Aantal

Bedrag (in euro)

Aantal

Bedrag (in euro)

Aantal

Bedrag (in euro)

1996

624 666

304 059 504

393 958

192 450 874

1 018 624

496 510 378

1997

662 348

322 832 010

411 516

201 727 595

1 073 864

524 559 605

1998

697 780

341 635 973

424 588

209 123 944

1 122 368

550 759 918

1999

800 097

393 115 328

477 659

236 471 806

1 277 756

629 587 133

2000

871 296

431 390 286

505 604

252 372 168

1376 900

683 762 454

2001

923 334

459 120 935

520 036

261 065 753

1 443 370

720 186 688

2002

982 988

509 754 726

541 140

284 198 449

1 524 128

793 953 175

2003

1 052 428

557 147 446

562 171

301 748 723

1 614 599

858 896 169

2004

1 093 432

589 021 516

567 690

310 235 450

1 661 122

899 256 966

2005

1 144 072

628 263 341

583 213

325 099 483

1 727 285

953 362 824

2006

1 249 158

806 932 651

618 241

410 422 078

1 867 399

1 217 354 729

Wat uw vraag betreft nopens de kostprijs van deze maatregel, is volgende tabel ontwikkeld. Daarin wordt de geraamde budgettaire impact uitgaande van de belastingvermindering voor pensioensparen opgenomen voor de aanslagjaren 1996 tot en met 2006.

Aanslagjaar

Geraamde budgettaire kost (in miljoen euro)

1996

166

1997

176

1998

185

1999

212

2000

230

2001

243

2002

268

2003

289

2004

300

2005

315

2006

401

Een opdeling van bovenvermelde cijfers over de individuele spaarrekening, de collectieve spaarrekening en de spaarverzekering is evenwel niet voorhanden.

Wat ten slotte uw vraag betreft nopens de belastingopbrengst voortvloeiend uit de uitkering van de sommen inzake het pensioensparen kan ik u volgende inlichtingen mededelen.

Enerzijds werd voorzien in een systeem van « anticipatieve heffing », middels de taks op het lange termijnsparen. Deze taks is verschuldigd wanneer de belastingplichtige de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt (zie artikel 184 van het Wetboek diverse rechten en taksen).

Indien een kapitaal reeds aan deze taks is onderworpen geweest, wordt het niet meer geviseerd in de personenbelasting. Het artikel 185 van het Wetboek diverse rechten en taksen bepaalt tevens de toepasselijke tarieven. Onder bepaalde voorwaarden (pensionering, ...) zijn de uitgekeerde kapitalen belastbaar aan 10 % (voor stortingen verricht vanaf 1 januari 1993) of 16,5 % (voor stortingen verricht tof 31 december 1992). Indien deze voorwaarden niet zijn vervuld, dringt zich een taxatie op tegen 33 %.

De onderstaande tabel geeft voor de jaren 2005, 2006 en 2007 een overzicht van de opbrengst van de taks op het lange termijnsparen opgesplitst naar taxatieregime (bedragen in duizend euro). Er dient te worden opgemerkt dat de vermelde sommen zowel de taks op het lange termijnsparen gevestigd op kapitalen van individuele levensverzekeringscontracten omvatten als de taks op het lange termijnsparen inzake het pensioensparen. De ingediende aangiften ter zake laten niet toe de opbrengst van deze taks op te splitsen naargelang het gaat om individuele levensverzekeringscontracten dan wel het pensioensparen.

2005

2006

2007

Taxatie aan 10 %

64 413,09

84 276,16

93 150,97

Taxatie aan 16,5 %

58 852,16

68 912,62

69 319,54

Taxatie aan 33 %

149,49

169,64

187,32

Totaal

123 414,74

153 358,42

162 657,83

Anderzijds zijn er ook ontvangsten voortvloeiend uit de taxatie in de personenbelasting. In principe is er evenwel slechts sprake van de taxatie van de kapitalen inzake pensioensparen in de personenbelasting bij opname vóór de leeftijd van 60 jaar.

Onder bepaalde voorwaarden (zoals onder andere pensionering, ...) zijn de uitgekeerde kapitalen belastbaar aan 10 % (voor stortingen verricht vanaf 1 januari 1993) of 16,5 % (voor stortingen verricht tot 31 december 1992). Indien er aan deze voorwaarden niet is voldaan, is er een taxatie aan 33 % (voor stortingen verricht vanaf 1 januari 1992) of tegen het progressief tarief (voor stortingen verricht tot 31 december 1991) (zie de bepalingen van de artikelen 171 en 174 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992).

De onderstaande tabel geeft voor het aanslagjaar 2006 (inkomstenjaar 2005) een overzicht van het aantal belastingplichtigen met een inzake pensioensparen belastbaar kapitaal in de personenbelasting alsook het totaalbedrag ter zake en dit opgedeeld naar taxatieregime.

De opbrengst van de belasting kan voor aanslagjaar 2006 op nagenoeg 15 miljoen euro worden geraamd.

Belastingplichtige

Partner

Aantal

Bedrag (in euro)

Aantal

Bedrag (in euro)

Gezamenlijk belastbare pensioenen

3 963

5 524 157

885

1 315 556

Pensioenen belastbaar aan 33 %

9 842

19 931 493

2 656

5 354 506

Pensioenen belastbaar aan 16,5 %

1 582

12 692 920

431

2 080 447

Pensioenen belastbaar aan 10 %

2 938

11 902 588

706

3 213 255