Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-4239

van Marc Verwilghen (Open Vld) d.d. 28 augustus 2009

aan de vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen

BTW - Lokale overheden - Vrijstelling

BTW
fiscaal recht
plaatselijke overheid
openbaar gebouw
gemeente

Chronologie

28/8/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 1/10/2009 )
2/10/2009 Antwoord

Vraag nr. 4-4239 d.d. 28 augustus 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Wanneer een gemeente een investering doet zoals bijvoorbeeld het bouwen van een zwembad of een nieuw gemeentehuis, betaalt ze daarop 21 % BTW op de kostprijs van dit te realiseren goed. Voor het BTW-wetboek zijn die publiekrechtelijke lichamen in feite de laatste schakel in het BTW-stelsel waardoor zij de totale belastingdruk als “eindverbruiker” dragen, en zijn zij bijgevolg die belasting verschuldigd.

Nu is dit voor heel wat kleinere gemeenten echter een niet onbelangrijke kost die volledig ten laste van de lokale gemeenschap wordt gelegd. Daarom dat er sinds geruime tijd gezocht werd om die BTW op één of andere manier te recupereren. Door bijvoorbeeld de oprichting van een Autonoom Gemeentebedrijf (AGB) kan een gemeente die 21 % BTW terugvorderen. Ervaring leert dat het oprichten van een AGB dat uitsluitend tot doel heeft om BTW te recupereren, nogal omslachtig is.

Hierover wens ik volgende vragen te stellen:

1)Welke zijn de bezwaren die de geachte minister ziet om bijvoorbeeld de bouw van een nieuw gemeentehuis vrij te stellen van BTW-plicht?

2)Waarom zijn instanties zoals de Vlaamse Vervoersmaatschappij (De Lijn), de NMBS,… echter wel vrijgesteld van de BTW-plicht?

Antwoord ontvangen op 2 oktober 2009 :

Werk in onroerende staat dat betrekking heeft op de oprichting van een nieuw gebouw, zoals een zwembad of een gemeentehuis, is, ongeacht de hoedanigheid van de afnemer van de dienst, onderworpen aan de BTW tegen het tarief van 21 %.

Overeenkomstig artikel 45, § 1, van het BTW-Wetboek is alleen de belastingplichtige gerechtigd om (van de BTW die hij verschuldigd is) de BTW in aftrek te brengen die werd geheven over de ontvangen goederen en diensten en dit uitsluitend in de mate waarin hij deze gebruikt om belastbare handelingen te stellen. Aangezien dit niet het geval is voor de gemeenten, noch in verband met de in een gemeentehuis verrichte werkzaamheden noch in verband met de werkzaamheden die verricht worden in het kader van de uitbating van een zwembad, kunnen de gemeenten de Btw die hun in rekening wordt gebracht niet in aftrek brengen of op enig andere wijze recupereren.

Indien daarentegen bepaalde instellingen, zoals de Vlaamse Vervoermaatschappij, gebouwen laten oprichten die zij zullen aanwenden voor hun belaste activiteiten waarvoor zij als belastingplichtige worden aangemerkt, spreekt het vanzelf dat bedoelde instellingen de hun aangerekende BTW op de oprichtingswerken, volgens de normale regels in aftrek kunnen brengen van de door hen op hun werkzaamheden verschuldigde BTW.