Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-2105

van Marc Verwilghen (Open Vld) d.d. 3 december 2008

aan de eerste minister

Baai van Heist - Dichten van geul tussen strand en zandbank - Risico's - Maatregelen

baggeren
kuststrook
kustwaterbodem
Noordzee
marien milieu
rijkdom van de zee
gas
opslag van koolwaterstoffen

Chronologie

3/12/2008 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 1/1/2009 )
19/12/2008 Antwoord

Vraag nr. 4-2105 d.d. 3 december 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Op een recente vraag gesteld door kamerlid Luc Goutry over de toekomst van de Baai van Heist en het eventueel uitbaggeren van de zandbank in de Baai van Heist, antwoordde de geachte minister dat hij voorstander is van het dichten van de watergeul tussen strand en zandbank. Zo krijgt Heist binnenkort een gigantisch strand van anderhalve kilometer breed.

Na overleg tijdens de zomer van 2008 met de gemeente Heist en de watersportvereniging zou zijn gebleken dat beiden meer te vinden zijn voor het uitbaggeren van de zandbank. Hij oordeelde echter dat die optie financieel onbetaalbaar is en dat het uitbaggeren ieder jaar opnieuw zou moeten gebeuren. Bijgevolg zou u concluderen dat het beter is om de geul tussen het strand en de zandbank te dichten zodat er een breed strand zou ontstaan. De gemeente Heist zou tevens moeten op zoek gaan naar een ander strandgebruik, hierin bijgestaan door de provincie West-Vlaanderen.

Hieromtrent wens ik volgende vragen te stellen :

1) Kan de geachte minister zijn standpunt in deze bevestigen ? Zo ja, op basis van welke wetenschappelijke feiten meent hij dat het uitbaggeren van de zandbank onbetaalbaar is aangezien dit werk zich jaarlijks zou moeten herhalen ? Wij zijn de kosten hiervan ?

2) Ontstaat er door het creŽren van een gigantisch strand geen potentieel gevaarlijke situatie aangezien men dan tot aan de LNG-terminals kan wandelen ? Moeten er hier geen wettelijke afstanden gerespecteerd worden ?

3) Welke toekomst zie hij dan voor het bestaande gericht marine -reservaat ?

4) Wat doet hij dan met de aanbevelingen op pagina 63 uit de studie van de Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee en het Schelde- estuarium (BMM) gevoerd in opdracht van de voormalige minister voor Wetenschapsbeleid over de zandbank : "Anderzijds dient het opgemerkt te worden dat de stromingen in de geul sterk kunnen zijn en risico's kunnen vormen voor de personen die wensen te wandelen op de zandbank of ervan terugkomen. Het publiek zou expliciet van dit gevaar moeten op de hoogte gebracht worden" ?

Antwoord ontvangen op 19 december 2008 :

1. Het oordeel dat het uitbaggeren van de zandbank in de Baai van Heist financieel onbetaalbaar is en dat het uitbaggeren ieder jaar opnieuw zou moeten gebeuren, komt voort uit een overleg tussen mijn beleidscel en het kabinet van Vlaams Minister-President Kris Peeters, aangevuld met de bevoegde overheidsdiensten en een aantal experts, gehouden begin september 2008. Aangezien het probleem van de zandbank strikt juridisch binnen de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest valt, met name in het kader van de zeewering (artikel 6, paragraaf 1, X, 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen), dient het Vlaamse Gewest zich namelijk uit te spreken over de haalbaarheid van de verschillende opties. Voor de informatie over de wetenschappelijke, de praktische en de financiële haalbaarheid van de verschillende overwogen opties moet ik het geachte lid bijgevolg doorverwijzen naar de bevoegde diensten van het Vlaams ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken – Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust. De toepasselijke federale regelgeving, onder meer deze tot bescherming van het mariene milieu, dient uiteraard wel gerespecteerd te worden. Daarom heb ik het initiatief genomen om de verschillende partijen rond de tafel te brengen om een constructieve oplossing te vinden voor dit prangende probleem.

2. Het mogelijks ontstaan van en het omgaan met een potentieel gevaarlijke situatie, veroorzaakt door de uitbreiding van het strand in de richting van de LNG-terminals, is een belangrijke factor in de uiteindelijke keuze tussen de verschillende voorliggende opties. Daartoe zullen alle betrokken partijen, zowel publieke als private, moeten overleggen, met respect voor elkaars bevoegdheden, over de impact op de beveiliging van de LNG-terminals en, in voorkomend geval, over de te nemen bijkomende veligheidsmaatregelen. Ik zal er dan ook over waken dat dit belangrijke punt de aandacht krijgt die het verdient.

3. Het bestaande gerichte mariene reservaat in de Baai van Heist wordt beheerst door de federale regelgeving ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België. De toepassing van deze regelgeving zal mee de toekomst bepalen van het gerichte mariene reservaat. Zo zal betreffende het voorgenomen project een passende milieueffectenbeoordeling voor het gebied gemaakt moeten worden. Daarbij kan ik, als bevoegde minister, slechts toestemming geven voor het voorgenomen project nadat de zekerheid verstrekt is dat de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied niet aangetast zullen worden. Indien het project, ondanks negatieve conclusies van de beoordeling van de gevolgen voor het gebied, bij ontstentenis van alternatieve oplossingen, om dwingende redenen van groot openbaar belang (met inbegrip van redenen van sociale of economische aard) toch moet worden gerealiseerd, kan ik, als bevoegde minister, slechts toestemming verlenen nadat alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de samenhang van het Natura 2000-netwerk, zoals ingesteld bij de habitatrichtlijn, bewaard blijft. De Europese Commissie moet op de hoogte gebracht worden van de genomen compenserende maatregelen (artikel 6 van het koninklijk besluit van 5 maart 2006 tot instelling van een gericht marien reservaat in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België en tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 oktober 2005 tot instelling van speciale beschermingszones en speciale zones voor natuurbehoud in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België, Belgisch.Staatsblad, 27 maart 2006). De evolutie van de zandbank bij het dichten van de geul wordt onderzocht door het Waterbouwkundig Laboratorium. Voor meer informatie over de voortgang en de resultaten van deze studie verzoek ik het geachte lid zich te wenden tot het Waterbouwkundig Laboratorium en/of de bevoegde diensten van het Vlaams ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken – Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust.

4. De aanbeveling op bladzijde 63 uit de betreffende studie van de BMM is één van de belangrijkste redenen om met de verschillende betrokken partijen, zowel publiek als privaat, samen te zitten en spoedig tot een oplossing te komen. Voor informatie over maatregelen op korte termijn ter wille van de veiligheid van het publiek verzoek ik het geachte lid zich eveneens te wenden tot de bevoegde diensten van het Vlaams ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken – Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust.