Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-1878

van Marc Verwilghen (Open Vld) d.d. 28 oktober 2008

aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de Eerste minister

Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV) - Voorlichtingscampagnes - Impact

verkeersveiligheid
bewustmaking van de burgers
financiering
kostprijs
ongevallenpreventie
Europese Commissie
politiecontrole
Nederland
Luxemburg
Duitsland
Frankrijk
uitwerking van reclame

Chronologie

28/10/2008 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 27/11/2008 )
24/11/2008 Antwoord

Vraag nr. 4-1878 d.d. 28 oktober 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het BIVV voert als overheidsdienst een aantal opdrachten uit. Het profileert zich daarbij als tussenpersoon en als een instantie voor overleg en co÷rdinatie tussen de verschillende actoren op het vlak van de verkeersveiligheid, en dit zowel op federaal, gewestelijk, provinciaal of lokaal vlak.

EÚn van de meest bekende taken is het voeren van voorlichtingscampagnes aan de hand van grote affiches naast de autosnelwegen, al of niet ondersteund door andere mediakanalen.

Hieromtrent heb ik volgende vragen :

Hoeveel bedraagt het jaarlijkse budget voor het voeren van dergelijke campagnes ? Graag daarbij de cijfers voor de jaren 2005, 2006, 2007 en 2008.

Hoe worden die campagnes gefinancierd ?

Bestaan er objectieve meetgegevens die de impact van de campagnes aantonen ? Indien ja, graag de resultaten hiervan. Zo neen, waarom ?

Worden dergelijke voorlichtingscampagnes eveneens door onze Europese buurlanden gevoerd ? Indien ja, kreeg ik graag een opsomming van die campagnes voor de volgende landen : Nederland, Duitsland, Luxemburg en Frankrijk. Zo neen, waarom ?

Antwoord ontvangen op 24 november 2008 :

Het BIVV voert zes grote publiekscampagnes per jaar. Afhankelijk van het thema, de periode en de gekozen media schommelt de kost van een dergelijke campagne tussen 150.000 euro en 500.000 euro.

Het budget voor de grote publiekscampagnes bedroeg in totaal in:

De campagnes worden voor een deel gefinancierd door de eigen werkingsmiddelen van het BIVV en voor het andere deel door sponsoring. Jaarlijks wordt één campagne, met name de campagne over zachte weggebruikers, gevoerd in samenwerking met en met financiële steun van de drie Gewesten.

Voor een aantal campagnes, met name de gordelcampagne met het gordeldiertje en de Bob-campagne, kreeg het BIVV sponsoring van de Europese Commissie (het ging dan wel telkens om een samenwerkingsverband met verschillende Europese landen).

We kunnen stellen dat sensibilisatiecampagnes behoren tot één van de belangrijke instrumenten waarover men beschikt om de mentaliteit en het gedrag van weggebruikers te beïnvloeden en het draagvlak voor politiecontroles te vergroten. De analyses van het Observatorium voor de Verkeersveiligheid, die gebaseerd zijn op de gegevens van de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie van de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie en de gedrags- en attitudemetingen die het BIVV op regelmatige basis uitvoert, tonen aan dat de strategie waarbij sensibilisatie gekoppeld wordt aan snelheids-, alcohol- en gordeldrachtcontroles ertoe bijdraagt dat:

Deze positieve evoluties op het vlak van het gedrag van de bestuurders zijn dan ook in grote mate verantwoordelijk voor de daling van het jaarlijkse aantal verkeersdoden in België (in 2000 telde men 1 616 verkeersdoden, in 2007 waren dit er nog 1 067).

Het BIVV werkt bij de sensibilisatiecampagnes wel zoveel mogelijk met de “geïntegreerde aanpak” waarbij sensibilisatie gecombineerd wordt met handhaving, dus met controle-acties rond het campagnethema.

Na iedere campagne voert het BIVV een post-test uit bij een representatieve steekproef van de Belgische bevolking, om de impact van de communicatie-inspanningen na te gaan. Deze post-tests dienen als evaluatie-instrument voor de campagne op zich en dienen ook als indicator voor gerapporteerd gedrag. Er wordt onderzocht of het publiek de campagne begrepen heeft, op prijs gesteld heeft, en er zijn gedrag door heeft aangepast. Met deze bevindingen wordt rekening gehouden voor de verdere strategie op het vlak van de campagnes.

Dergelijke campagnes worden eveneens in de ons omringende landen gevoerd. Voor een aantal campagnes werken we samen in Europese consortia zoals voor de Bob-campagnes van 2001 tot 2006, en voor de gordeldiercampagnes, van 2005 tot 2007.

In Nederland is het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (www.verkeerenwaterstaat.nl) bevoegd voor de grote publiekscampagnes. Zo wordt in Nederland bijvoorbeeld ook jaarlijks, geïnspireerd door het succes ervan in België, een Bobcampagne gevoerd.

In Luxemburg staat het Ministerie van Transport en de verkeersveiligheidsorganisatie Sécurtié Routière Luxembourg (www.securite-routiere.lu) in voor dergelijke campagnes.

In Frankrijk worden grote publiekscampagnes over verkeersveiligheid zowel door het Ministerie van Transport als door La Prévention Routière (www.preventionroutiere.asso.fr) gevoerd.

In Duitsland worden per bondsland verkeersveiligheidscampagnes gevoerd door de regionale ministeries van verkeer. Op federaal niveau worden er eveneens campagnes opgezet door het federale ministerie van verkeer en door organisaties als Deutscher Verkehrssicherheitsrat (www.dvr.de)

Door de vereniging Prévention Routière Internationale worden regelmatig lezingen georganiseerd over sensibilisatiecampagnes en worden best practices uitgewisseld.