BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2017-2018
________
20 december 2017
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-1725

de Martine Taelman (Open Vld)

aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
________
Lachgas - Gebruik als drug bij jongeren - Studie van het Nederlandse Trimbos-instituut - Gezondheidsrisico's - Handhaving - Preventie - Maatregelen - Overleg met de sector
________
verdovend middel
drugverslaving
gevaren voor de gezondheid
handel in verdovende middelen
________
20/12/2017 Verzending vraag
10/4/2018 Antwoord
________
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1723
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1724
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-1725 d.d. 20 december 2017 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In 2015 vestigde ik reeds de aandacht op de toename van het gebruik van lachgas bij jongeren in het uitgaansmilieu. Ik verwijs in dat verband naar mijn schriftelijke vraag nr. 6-727. Dit fenomeen blijkt vandaag wijdverspreid te zijn. Er is wederom een nieuwe vorm van zogenaamde « legal highs » opgedoken. Deze drugs maken furore in Engeland en duiken momenteel ook in ons land steeds vaker bij jongeren op. De actieve stof, distikstofoxide, is vrij in de handel te krijgen als gaspatroon voor slagroomtoestellen. Het gas wordt in een ballon geschoten en vervolgens ingeademd. Deze drugs veroorzaken volgens diverse bronnen hersenschade. Vooral jongeren lopen daarbij grote gezondheidsrisico's.

In Nederland wil de regering de verkoop van lachgaspatronen aan banden leggen. Het gebruik van lachgas, dat niet verboden is, is in een paar jaar tijd razend populair geworden onder jongeren. Maar de resultaten van een onderzoek van het Trimbos-instituut en het Bonger Instituut, die vandaag worden gepubliceerd, wijzen uit dat het gebruik niet zonder gevaar is. En daarom wil de Nederlandse minister van Zorg dat de patronen binnenkort niet worden verkocht aan minderjarigen.

Jongeren kunnen tijdens of kort na lachgasverbruik last hebben van hoofdpijn, duizeligheid en tintelingen. Daarna volgen verwardheid, misselijkheid en de hunkering om opnieuw te gebruiken. De negatieve gezondheidseffecten op lange termijn zijn concentratieproblemen, vermoeidheid en duizelingen. Hoe vaker en hoe meer lachgas wordt gebruikt, hoe vaker de effecten optreden. Het risico op verslaving kan niet worden uitgesloten.

Vooral in de uitgaanswereld is lachgas populair. Ruim de helft van de ondervraagden (53,5 %) heeft ooit wel eens via een ballon gas geïnhaleerd en bijna vier op de tien (37,3 %) in deze categorie heeft dat zelfs het afgelopen jaar gedaan. Ter vergelijking : van de algehele bevolking heeft iets meer dan 5 % ooit lachgas geconsumeerd ; vanaf ongeveer dertig jaar neemt het gebruik sterk af. De mensen die regelmatig uitgaan, nemen gemiddeld vier ballonnen per sessie.

Volgens de onderzoekers denken jongeren heel verschillend over de gezondheidsrisico's van lachgas. Vooral jongere gebruikers (van twaalf tot veertien jaar) die weinig ervaring met andere middelen hebben, zien lachgas vaak niet als een drug en vinden dat er nauwelijks risico's zijn. Anderen erkennen dat er risico's zijn, al nemen zij die lang niet altijd serieus.

De patronen zijn gemakkelijk beschikbaar. Ze worden verkocht in allerlei winkels, in de groothandel, online, op festivals en in clubs. Er zijn ook webwinkels die hele lachgastanks verhuren voor feesten of festivals. De Nederlandse regering wil de beschikbaarheid van lachgaspatronen beperken, met name voor jongeren onder achttien jaar. Hij is met de detail- en groothandel in gesprek over vrijwillige maatregelen als een leeftijdsgrens of een quotum voor consumenten. Ook wil hij meer en betere preventie voor scholen, stappers en ouders.

Deze vraag gaat over een gemeenschapsaangelegenheid. Sinds de staatshervorming van 1980 is Vlaanderen bevoegd voor persoonsgebonden aangelegenheden zoals gezondheidszorg en welzijnszorg (ook wel « bijstand aan personen » genoemd). Toch blijft ook de federale overheid nog gedeeltelijk bevoegd voor het zorg- en gezondheidsbeleid. Vlaanderen is aldus verantwoordelijk voor de drugspreventie terwijl de handhaving en de vervolging veeleer federaal zijn.

Graag had ik hieromtrent dan ook een antwoord gekregen op de volgende vragen :

1) Beschikt u op dit moment over signalen of cijfermateriaal die bevestigen dat het gebruik van lachgas als drug en in het bijzonder als partydrug bij jongeren is toegenomen ? Kent u het fenomeen en hebt u cijfers of andere signalen zoals ziekenhuisopnames die wijzen op een toename van het fenomeen ? Kunt u dat uitvoerig toelichten ?

Zo nee, ziet u reden om onderzoek te laten doen naar het gebruik van lachgas onder jongeren, gelet op de recente ontwikkelingen in Nederland ?

2) Hebt u kennis genomen van het onderzoek van het Trimbos-instituut en het Bonger Instituut, waaruit duidelijk blijkt dat het gebruik niet zonder gevaar is - en dan in het bijzonder wat de jongeren betreft - en dat lachgas bovendien verslavend is ? Wat is de beleidsimpact van deze nieuwe studie ?

3) In hoeverre overweegt u maatregelen te nemen in overleg met de sector (groothandel) om de verkoop, handel en productie van lachgas als partydrug in te perken ?

4) Vinden er ook in ons land festivals of optredens plaats waar lachgastanks staan en zijn er bedrijven die lachgastanks verhuren voor feestjes ? Kunt u dit toelichten ?

5) Hoe reageert u op de aanpak van uw Nederlandse evenknie en in het bijzonder het overleg met de detail- en groothandel over vrijwillige maatregelen als het instellen van een leeftijdsgrens of een quotum ? Overweegt u een gelijkaardig overleg? Wanneer zal dat plaatsvinden en wat is de inhoud ervan ?

6) Wat zijn de resultaten van de door het Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten opgerichte interadministratiewerkgroep, waarbij de gewesten ook betrokken worden ? Wordt een actieplan in het licht van de onrustwekkende resultaten van het Trimbos-instituut overwogen ? Kunt u de vooropgestelde maatregelen en de kalender (preventiecampagne) toelichten  ?

7) Volstaat de huidige wetgeving om de verkoop en de handel van deze partydrug daadwerkelijk te bestraffen gezien de gezondheidsrisico's veel hoger zijn dan eerder werd ingeschat ? Kunt u dit concreet toelichten ? Welke nieuwe stappen wil u op wetgevend vlak zetten om legal highs zoals dit lachgas aan te pakken ?

Antwoord ontvangen op 10 april 2018 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen.

1) Neen. Op basis van informatie uit het veld hebben zien wij geen signalen dat het gebruik van lachgas als « legal high » op dit moment problematische vormen aanneemt. Het blijkt dat het gebruik van lachgas voor recreatief gebruik vooral een fenomeen is dat af en toe de kop opsteekt, maar er zijn geen echte verslavingen bekend. Ook het antigifcentrum ontvangt weinig oproepen hieromtrent.

2) Het onderzoek van het Trimbos-instituut en het Bonger-instituut leveren geen andere informatie op dan reeds eerder was gekend. Op basis van deze studies zie ik dan ook geen onmiddellijke beleidsimpact.

3) Het reguleren (beperken) van de beschikbaarheid van lachgas zou ook een impact hebben op, bijvoorbeeld, de reguliere voedingsindustrie, aangezien dit gas als goedgekeurd voedingsadditief wordt gebruikt. De gevolgen van een dergelijke regulering zouden dan ook zorgvuldig moeten afgewogen worden ten opzichte van de mogelijke voordelen op het vlak van de volksgezondheid.

4) Ik heb geen weet van festivals of optredens waar lachgastanks worden geplaatst of kennis van bedrijven in België die lachgastanks verhuren voor feestjes.

5) De beschikbaarheid van lachgas als geneesmiddel is streng gereglementeerd en het kan als dusdanig enkel afgeleverd worden in ziekenhuismilieu. Deze producten zijn dus niet beschikbaar voor recreatief gebruik door jongeren. Lachgas is ook in de handel beschikbaar als goedgekeurd voedingsadditief, het beperken van de beschikbaarheid hiervan zou dan ook in verhouding moeten staan tot het mogelijke voordeel ten aanzien van de volksgezondheid.

6) De interadministratie-werkgroep uit 2015 kon niet besluiten dat het recreatieve gebruik / misbruik van lachgas door jongeren op dit ogenblik problematische vormen zou aannemen en heeft op basis daarvan ook geen specifieke beleidsmaatregelen voorgesteld.

7) Ik deel de conclusie niet dat de gezondheidsrisico’s veel hoger zijn dan eerder werd ingeschat. Er zijn effectief lokale pieken van gebruik, maar zijn deze eerder van kortdurende aard. Ook de organisaties voor hulpverlening aan drugsverslaafden zijn geen vragende partij voor het verstrengen van regels of straffen hieromtrent, omdat deze ook een averechts effect kunnen hebben. De vrees bestaat ook dat het experimenteergedrag bij jongeren net gestimuleerd gaat worden. Het lijkt in dit verband raadzamer om de energie te richten op de bestrijding van andere, gevaarlijker drugs die momenteel een veel groter risico inhouden voor de volksgezondheid.