BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2011-2012
________
29 augustus 2012
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-6948

de Christie Morreale (PS)

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen
________
Loodvergiftiging - Blootstelling van kinderen - Toestand in BelgiŽ - Maatregelen
________
ziekte
lood
kind
stof
zware metalen
verontreiniging door metalen
giftige stof
voorkoming van ziekten
________
29/8/2012 Verzending vraag
4/2/2013 Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-6948 d.d. 29 augustus 2012 : (Vraag gesteld in het Frans)

Loodvergiftiging of saturnisme is in BelgiŽ niet zeldzaam. Ze veroorzaakt ernstige aandoeningen, vooral bij kinderen, die gewoonlijk het meest worden getroffen. Lood en derivaten ervan zijn aanwezig in tal van producten en voorwerpen voor dagelijks gebruik.

Jonge kinderen worden er het meest aan blootgesteld ingevolge hun gedrag (inslikken van stof en verfschilfers die lood bevatten en van loden voorwerpen) en zijn bijzonder gevoelig voor loodintoxicatie: het risico op neurologische aantasting is groter voor een neurologisch systeem in ontwikkeling.

De behandeling zou soms laat worden gestart wegens de laattijdige diagnose. Preventie blijft dus de meest efficiŽnte maatregel.

In Frankrijk werd zopas een eerste evaluatie gemaakt over de blootstelling van kinderen aan lood binnen 484 gezinnen. Bij dat onderzoek werd het lood gemeten in het kraantjeswater, het schilderwerk en het stof. Er werden eveneens monsters bestudeerd uit de omgeving van de woning, speelterreinen... .

De resultaten van dat onderzoek - ik raad u aan er kennis van te nemen als dat nog niet is gebeurd - tonen onder meer dat de gezondheid en de ontwikkeling van kinderen tussen zes maanden en zes jaar gevaar loopt bij loodwaarden onder 100 Ķg per liter bloed - dus onder de minimumconcentratie voor saturnisme.

Een belangrijke loodconcentratie werd met name vastgesteld in het stof op de vloer. Dat had te maken met de aanwezigheid van verf met een hoog loodgehalte, die algemeen werd gebruikt in oude huizen.

Er zou een verband bestaan tussen loodvergiftiging en achtergestelde sociaaleconomische milieus (oude, slecht onderhouden gebouwen, loden waterleiding...)

1) Is er, in het licht van de conclusies van het Franse onderzoek over loodvergiftiging, reden tot ongerustheid in BelgiŽ?

2) Welke maatregelen worden onderzocht met het oog op de beperking van het aantal besmettingen met zware metalen in BelgiŽ?

Antwoord ontvangen op 4 februari 2013 :

1. De kennis over de gevolgen van de blootstelling aan lood voor de gezondheid evolueert voortdurend. Momenteel komt de door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bepaalde drempelwaarde voor loodvergiftiging overeen met een loodgehalte in het bloed van 10 µg/dL (of 100 µg/L) [WHO 2011]. Deze drempelwaarde, die gebaseerd is op studies in de Verenigde Staten, is momenteel in de meeste landen van de Europese Unie, waaronder België, van kracht. Om de betekenis van die drempelwaarde beter te begrijpen, moet worden benadrukt dat duidelijke tekenen van acute loodvergiftiging[3] zich pas manifesteren bij een lood-in-bloed-waarde die 10 keer hoger ligt, dit wil zeggen vanaf 100 à 120 µ/dl bij volwassenen en 80 à 100 µg/dl bij kinderen [WHO 2011]. Subacute effecten van chronische blootstelling aan lood zijn met name nierlijden en hypertensie. Ze komen pas tot uiting bij een loodgehalte in het bloed van meer dan 40 µg/dl, hetzij vier keer de drempelwaarde die door de WGO is vastgesteld [WHO 2011]. Dit gezegd zijnde, epidemiologische studies hebben al aangetoond dat blootstelling aan een lage dosis lood in het bloed een negatieve invloed heeft op de neurologische en intellectuele ontwikkeling van zeer jonge kinderen [WHO 2011]. Op basis van de oudste studies werd de drempelwaarde voor het loodgehalte in het bloed, vanaf welke neurologische effecten optreden, vastgelegd op 40 µg/dl [US EPA 1986]. Recent onderzoek heeft echter aangetoond dat neurologische deficiëntie bij lagere concentraties kan optreden. In 2005 kon aan de hand van een model, opgesteld door Lanphear et al., een vermindering van het intelligentiequotiënt (IQ) met 3,9 punten bij kinderen jonger dan 10 jaar in verband gebracht worden met een stijging van het loodgehalte in het bloed van 2,4 naar 10 µg/dl.

De problematiek van de vervuiling van het milieu door lood is complex. Lood is een belangrijk bestanddeel van de aardkorst en is daarom in elk bodemstaal aanwezig. Aangezien lood sinds lang gewonnen wordt, kwamen er grote hoeveelheden lood door menselijke activiteit vrij in het milieu. Volgens het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) [2009, 2011] gebeurt loodbesmetting voornamelijk via het spijsverteringskanaal. Die besmetting impliceert de inname van 1) voedsel, (2) looddeeltjes en (3) leidingwater [FAVV 2011].

Wat de voedselvergiftiging betreft: voedingsmiddelen kunnen van nature een zekere hoeveelheid biologisch beschikbaar lood bevatten of kunnen secundair besmet geweest zijn met gronddeeltjes of stof dat lood bevat. Het zijn deze bodemdeeltjes en dit stof die de oorzaak zijn van de besmetting met looddeeltjes. Die besmetting kan gebeuren via rechtstreekse grondinname (picasyndroom bij kinderen) of via stof in woningen. De concentratie lood in huisstof varieert afhankelijk van de activiteiten van de bewoners, zoals het afschuren van oude loodhoudende verflagen of het gebruik van gerecycleerde industriële materialen [WHO 2011]. Lood in bepaalde oude verven kan vrijkomen bij beschadiging (afschilferen of afkrabben). De aanwezigheid van dit metaal in verf is sinds 1926 gereglementeerd in België. Aangezien loodhoudende verf evenwel nog gedurende vele jaren gebruikt werd, kan men nog loodverf aantreffen in woningen die vóór 1948 gebouwd werden. Het lood in leidingwater is deels het gevolg van de oplossing ervan uit natuurlijke bronnen, maar is voornamelijk afkomstig van leidingbuizen. Loden leidingen zijn momenteel verboden, maar kunnen nog in oude woningen voorkomen. Naast leidingen kunnen soldeersel en thuisaansluitingen voor diensten lood bevatten. De PVC-buizen die momenteel gebruikt worden, kunnen ook met uitgeloogd lood bedekt zijn dat uiteindelijk in het drinkwater terechtkomt. Sinds 2003 bedraagt de norm voor leidingwater in België 25 µg lood per liter water. Om zich in regel te stellen met de Europese richtlijn betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (Richtlijn 98/83/EG van de Raad van 3 november 1998) zal die waarde moeten dalen tot 10 µg per liter in december 2013.

De blootstelling aan lood in voeding en via de inname van bodemdeeltjes zijn de belangrijkste blootstellingswegen. Het FAVV [2011] raamt de inname van bodemdeeltjes en stof door kinderen op 45 % (in ruraal gebied) à 74 % (in stedelijk gebied) van de totale blootstelling aan lood. De Food and Agriculture Organization [1999] heeft een voorlopige toegestane wekelijkse inname (Provisional Tolerable Weekly Intake, PTWI) voor lood vastgesteld op 25 µg/kg lichaamsgewicht/week.

2. In België wordt de blootstelling aan lood en andere zware metalen op verschillende beleidsniveaus beheerd. Op federaal niveau bestaan er al wetten om de blootstelling aan lood te beperken (bv. verbod op het gebruik van loodwit in verven bestemd voor binnenshuis sinds 1926, verbod op loodadditieven in brandstoffen [op basis van de Europese richtlijn 98/70/EG van het Europees parlement en de Raad van 13 oktober 1998], besluit betreffende het maximaal toegelaten gehalte aan lood in voedingsadditieven, enz.). De 3 gewesten zijn verantwoordelijk voor het naleven van de aanbevelingen van de WHO betreffende de kwaliteit van het drinkwater (met inbegrip van de aanbevelingen inzake zware metalen, waaronder lood) en hebben die verplichting in hun respectievelijke wetgevingen omgezet. De drinkwatermaatschappijen en onafhankelijke laboratoria voeren controles uit. Het vervangen van oude loden leidingen is de verantwoordelijkheid van 1) de distributiemaatschappijen (onder voogdij van de gewesten) voor het gedeelte van het netwerk tot de teller en 2) de privépersoon voor alles na de teller in de woning. De Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid heeft al een aantal sensibiliseringscampagnes over het probleem gevoerd. Die campagnes vloeiden voort uit het project “Crèches” (januari 2009). Op de site van de FOD[4] kan een fiche over de loodproblematiek geconsulteerd worden. De fiche bevat praktische tips en nuttige adressen voor particulieren met een vermoedelijke loodbesmetting in hun woning. 

Referenties

FAO/WHO (Food and Agriculture organization/ World Health Organization) 1999. Evaluation of Certain Food Additives and Contaminants. WHO Technical Report Series No. 837.

FAVV (Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen) 2009. Advies 36-2009. Raming van de blootstelling van de Belgische bevolking aan lood (dossier Sci Com Nr 2009/14). Wetenschappelijk comité : Advies 2009.

FAVV (Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen) 2011. Advies 07-2011. Herevaluatie van de risico’s van de blootsteling van de Belgische bevolking aan lood (dossier Sci Com nr. 2010/28 : eigen initiatief). Wetenschappelijk comité : advies 2011.

IARC (International Agency for Research on Cancer) 2006. IARC Monographs Volume 87: Inorganic and Organic Lead Compounds. http://monographs.iarc.fr/ENG/Monographs/vol87/volume87.pdf

Lanphear B.P., Hornung R., Khoury J., et al. 2005. Low-Level Environmental Lead Exposure and Children’s Intellectual Function : An International Pooled Analysis. Environmental Health Perspectives 113(7), 894-899.

US EPA (U.S. Environmental Protection Agency) 1986. Air quality criteria for lead. Research Triangle Park, NC. Report EPA-600/8-83/028F.

WHO (World Health Organization) 2011. Lead in Drinking-water - Background document for development of WHO Guidelines for Drinking-water Quality [ref. WHO/SDE/WSH/03.04/09/Rev/1]. www.who.int/water_sanitation_health/dwq/chemicals/lead.pdf

[1] Symptômes incluant apathie, agitation, irritabilité, réduction de la capacité d'attention, maux de tête, tremblements musculaires, crampes abdominales, lésions rénales, hallucinations, pertes de mémoire et encéphalopathie.

[3] Symptomen zoals apathie, onrust, prikkelbaarheid, verminderde aandacht, hoofdpijn, spiertrillingen, buikkrampen, nierschade, hallucinaties, geheugenverlies en encefalopathie.