Frequently Asked Questions

1. HOE GEBRUIK IK DEZE SITE ?

1.1. Waar vind ik algemene informatie over de Senaat ?

1.2. Waar vind ik informatie over (internationale) ontmoetingen ?

1.3. Waar vind ik informatie over colloquia ?

1.4. Waar vind ik informatie over activiteiten voor het grote publiek ?

1.5. Is er een rubriek met informatie voor jongeren en kinderen ?

1.6. Wie is wie in de Senaat ?

1.7. Kan ik de plenaire zitting live volgen ?

1.8. Kan ik de Senaat bezoeken ?

1.9. Kan ik een plenaire - of commissievergadering bijwonen ?

1.10. Waar vind ik de agenda van de commissies ?

1.11. Waar vind ik de agenda van de plenaire vergadering ?

1.12. Over welke zoekmogelijkheden in de documenten beschik ik op deze site ?

1.13. Welke voordrachten en benoemingen doet de Senaat ?

1.14. Hoe contacteer ik de Senaat, de senatoren of de politieke fracties ?

1.15. Hoe kan ik wetgevingsstukken opzoeken ?

1.16. Waar vind ik meer informatie over parlementaire vragen ?

1.17. Mag ik de foto's op de site downloaden ?

1.18. Mag ik de teksten overnemen ?

2. VRAGEN OVER DE WERKING VAN DE SENAAT

2.1. Welke rol vervult de Senaat ?

2.1.1. Welke rol vervult de Senaat ?

2.1.2. Kan de Senaat onderzoekscommissies instellen ?

2.1.3. Welke onderzoekscommissies werden er sedert 1950 door de Senaat ingesteld ?

2.1.4. Hoe kan de Senaat uitleg vragen aan de regering ?

2.1.5. Sinds de zesde Staatshervorming spreekt men nog van zittingsperiode voor de Senaat ?

2.2. Hoe is de Senaat georganiseerd ?

2.2.1. Wie is de voorzitter van de Senaat ?

2.2.2. Hoe is het Bureau van de Senaat samengesteld ?

2.2.3. Welke bevoegdheden heeft het Bureau ?

2.2.4. Welke commissies en werkgroepen bestaan er en wie zijn hun leden ?

2.2.5. Welke taken vervullen de commissies ?

2.2.6. Wat doet de plenaire vergadering ?

2.2.7. Waarom is er een onderverdeling in taalgroepen ?

2.2.8. Welke fracties zijn er in de Senaat ?

2.2.9. Waar vind ik het reglement van de Senaat ?

2.3. Wat is de rol van de Belgische Senaat op internationaal niveau ?

2.3.1. Wat is de taak van het Federaal adviescomité voor Europese Aangelegenheden ?

2.3.2. In welke interparlementaire vergaderingen heeft de Senaat een afvaardiging ?

2.3.3. Wat betekent de parlementaire diplomatie voor de senatoren ?

2.4. Waar vind ik statistische gegevens over de Senaat ?

2.5. Waar vindt u informatie over de hervorming van de Senaat ?

2.6. Waar vindt u informatie over de huidige begroting van de Senaat ?

3. VRAGEN OVER HET KIESSYSTEEM

3.1. Wat zijn de kenmerken van het Belgische kiessysteem ?

3.1.1. Hoeveel kieskringen telt ons land ?

3.1.2. Hoe verdeelt men de stemmen in zetels ?

3.1.3. Aan welke voorwaarden moet men voldoen om tot senator verkozen te worden ?

3.1.4. Een senator kan pas de eed afleggen na onderzoek van de geloofsbrieven. Waarom onderzoekt men die ?

3.2. Waar vind ik informatie over de kiesresultaten voor de Senaat van de verkiezingen van 25 mei 2014 ?

3.3. Waar vind ik informatie over de kiesresultaten voor de Senaat vóór 2014 ?

4. VRAGEN OVER DE GESCHIEDENIS VAN DE SENAAT

4.1. Is er documentatie beschikbaar over de geschiedenis van de Senaat ?

4.2. België evolueerde van een unitaire naar een federale staat: hoe verhoudt de Senaat zich tot de parlementen van gemeenschappen en gewesten ?

4.3. Waarom is het interieur van de Senaat rood en dat van de Kamer groen ?

4.4. Waar vind ik foto's van het Paleis der Natie ?

5. VRAGEN OVER SENATOREN

5.1. Vragen over het parlementaire statuut

5.1.1. Zijn er onverenigbaarheden bij het uitoefenen van een parlementair mandaat ?

5.1.2. Wat houdt de parlementaire immuniteit in ?

5.1.2.1 Wat verstaat men onder parlementaire onverantwoordelijkheid ?

5.1.2.2. Wat verstaat men onder parlementaire onschendbaarheid ?

5.1.3. Hoe wordt een senator vergoed ?

5.2. Hoe worden de senatoren aangeduid ?

5.3. Wanneer begint en eindigt het mandaat van de senatoren ?

6. VRAGEN OVER DE MONARCHIE

6.1 Wat bedoelt men met bekrachtiging en afkondiging van wetten door de Koning ?

6.2. Kan de Koning zelf een wetsontwerp indienen ?

7. VRAGEN OVER WETGEVENDE PROCEDURES

7.1. Hoe worden wetten gemaakt ?

7.2. Wie oefent de wetgevende macht uit ?

7.3. Wat bedoelt men met zuiver bicamerisme / zuiver bicamerale wetten ?

7.4. Wanneer heeft men het over optioneel bicamerisme / optioneel bicamerale wetten ?

7.5. Wat zijn monocamerale aangelegenheden / monocamerale wetten ?

7.6. Wanneer treedt een wet in werking ?

7.7. Hoe kan ik weten of een ontwerp dat in de Kamer werd goedgekeurd, geëvoceerd werd in de Senaat ?

7.8. Hoe worden het aanwezigheids- en het stemmingsquorum bepaald ?

8. HOE ONTVANG IK DOCUMENTATIE

8.1. Hoe kan ik de publicaties van de Senaat verkrijgen en er mij op abonneren ?

8.2. Hoe kan mij abonneren op het E-zine van de Senaat ?

8.3. Kan ik mij abonneren op de parlementaire stukken ? (wetsontwerpen, wetsvoorstellen, amendementen, commissierapporten)

8.4. Hoe kan ik een gratis abonnement op het tijdschrift van de Senaat aanvragen ?

8.5. Kan ik een elektronische versie van het tijdschrift van de Senaat consulteren ?

8.6. Kan ik het geschiedenisboek van de Senaat aanvragen ?

8.7. Kan ik het fotoboek kopen ?

9. IK HEB NOG STEEDS GEEN ANTWOORD. HOE CONTACTEER IK DE SENAAT ?


1.17. Mag ik de foto's op de site downloaden?

Ja, indien de Senaat als bron vermeld wordt.
Opgelet : het copyright van een foto kan ook bij een derde persoon/organisatie berusten. Dit wordt steeds vermeld. U dient desgevallend contact op te nemen met deze persoon/organisatie.


1.18. Mag ik de teksten overnemen?

Ja, indien de Senaat als bron vermeld wordt.


2.1.5. Sinds de zesde Staatshervorming spreekt men nog van zittingsperiode voor de Senaat ?

Sinds de zesde Staatshervorming spreekt men niet meer van zittingsperiode voor de Senaat, in tegenstelling tot de Kamer waar de zittingsperiode van vier jaar is verlengd tot vijf jaar (art. 105 van het Kieswetboek). In de praktijk blijft de periode waarin de Senaat actief is, verbonden met die van de Kamer, hoewel zij voortaan ook afhangt van de regionale verkiezingen (in principe ook om de vijf jaar). De vervroegde ontbinding van de Kamers was immers tot nu toe de meest gebruikte manier om de Kamer te vernieuwen, zelfs zonder een politieke crisis. In de toekomst zal dit waarschijnlijk zo blijven. Artikel 195 van de Grondwet bepaalt in dit verband dat de vervroegde ontbinding van de Kamer van volksvertegenwoordigers automatisch die van de Senaat met zich meebrengt. Wanneer de twee Kamers overeenkomstig artikel 195 worden ontbonden, worden de Kamers binnen drie maanden bijeengeroepen.


2.2.6. Wat doet de plenaire vergadering ?

De activiteiten van de plenaire vergadering zijn divers en worden bepaald door de politieke agenda. In plenaire vergadering worden de wetsontwerpen, wetsvoorstellen, voorstellen van resolutie, aanbevelingen en andere teksten besproken nadat ze in de bevoegde commissies werden behandeld. De stemming vindt meestal plaats op vrijdag. Over het geheel van de voorliggende wet wordt gestemd door middel van een electronische naamstemming.


2.2.7. Waarom is er een onderverdeling in taalgroepen ?

Elke Kamer wordt opgedeeld in twee taalgroepen. Deze opdeling is belangrijk, omdat de zogenaamde “bijzondere wetten” niet alleen dienen te worden aangenomen met een tweederde meerderheid, maar ook met een meerderheid in elke taalgroep.

In de Senaat bestaat de Nederlandse taalgroep uit de 25 senatoren die werden verkozen in het Nederlandse kiescollege, de 10 senatoren die werden aangewezen door het Vlaamse Parlement en de 6 gecoöpteerde Nederlandstalige senatoren, 41 senatoren in totaal. De 15 senatoren verkozen in het Franse kiescollege, de 10 senatoren aangewezen door het Parlement van de Franse Gemeenschap en de 4 gecoöpteerde Franstalige senatoren, vormen samen de Franse taalgroep, zijnde 29 leden in totaal. Vanaf de federale parlementsverkiezingen van 2014 bestaat de Nederlandse taalgroep uit 29 senatoren aangeduid door het Vlaams Parlement en uit 6 gecoöpteerde Nederlandstalige senatoren die op basis van de verkiezingsresultaten voor de Kamer worden aangeduid. De Franse taalgroep bestaat uit 10 senatoren aangeduid door het Parlement van de Franse Gemeenschap, 8 senatoren aangeduid door het Waals Parlement, 2 senatoren aangeduid door de Franse taalgroep in het Brussels Parlement en 4 gecoöpteerde Franstalige senatoren die op basis van de verkiezingsresultaten voor de Kamer worden aangeduid.

De senator aangewezen door het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap maakt van geen enkele taalgroep deel uit.


2.3.3. Wat betekent de parlementaire diplomatie voor de senatoren ?

De senatoren zijn internationaal actief. Ze vullen hierbij de traditionele diplomatie aan omdat ze niet strikt gebonden zijn aan regeringsstandpunten en een grotere vrijheid van spreken hebben.

De parlementaire diplomatie omvat de deelname aan internationale parlementaire vergaderingen, de ontvangsten van hoge buitenlandse gasten en parlementaire delegaties, de officiële bezoeken aan het buitenland, de technische samenwerking met andere parlementen en de deelname aan buitenlandse verkiezingswaarnemingen gericht op de versterking van het democratische proces in landen met een minder sterke democratische traditie of met een prille democratie.

De Senaat maakt deel uit van de parlementaire assemblees bij de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) en de Unie voor de Middellandse Zee. De Senaat werkt ook mee in de Interparlementaire Unie (IPU) die als oudste multilaterale politieke organisatie bijdraagt tot de vrede en de veiligheid in de wereld door politieke dialoog en parlementaire diplomatie.


2.5. Waar vindt u informatie over de hervorming van de Senaat ?

Als gevolg van de zesde Staatshervoring, wordt de Senaat de ontmoetingsplaats van de deelstaten. Hij telt 50 senatoren, aangeduid door de Gemeenschappen et de Gewesten (29 Nederlandstaligen, 20 Franstaligen et 1 Duitstalige) en daarbij worden nog 10 gecoöpteerde senatoren gevoegd (6 Nederlandstaligen en 4 Franstaligen).

De Senaat is hoofdzakelijk bevoegd voor de herzieningen van de Grondwet en de bijzondere wetten. Zijn evocatierecht is beperkt tot een paar materies die vandaag deel uitmaken van het verplichte bicameralisme. De evocatie wordt evenwel bij bijzondere meerderheid beslist: de volstrekte meerderheid van de assemblee en één derde in elke taalgroep.

Dezelfde meerderheid is nodig om te beslissen om informatierapporten op te stellen, in het bijzonder wanneer een regel invloed heeft op die van een ander bevoegdheidsniveau (Staat, Gemeenschappen, Gewesten).

U kan de documenten over de hervorming van de Senaat hier lezen. Een volledige bibliografie is hier beschikbaar.


3.1.3. Aan welke voorwaarden moet men voldoen om tot senator verkozen te worden ?

Om tot volksvertegenwoordiger of senator verkozen te kunnen worden, is de Belgische nationaliteit vereist, en dient men bovendien het volle genot van de burgerlijke en politieke rechten te hebben, de leeftijd van 21 jaar te hebben en in België te verblijven. Vanaf 25 mei 2014 kan men senator of volksvertegenwoordiger worden vanaf 18 jaar.

Deze verkiesbaarheidsvoorwaarden zijn exhaustief; de Grondwet laat niet toe dat andere verkiesbaarheidsvoorwaarden bij wet worden bepaald.


3.1.4. Een senator kan pas de eed afleggen na onderzoek van de geloofsbrieven. Waarom onderzoekt men die ?

Na de verkiezingen worden de geloofsbrieven van de verkozenen onderzocht. Overeenkomstig artikel 48 van de Grondwet onderzoekt elke Kamer soeverein de geloofsbrieven van haar leden en beslecht zij de geschillen die daaromtrent rijzen. Deze bepaling verzet zich tegen elk toezicht door de rechterlijke macht. Het Arbitragehof en het Hof van Cassatie hebben steeds geweigerd met betrekking tot het onderzoek van de geloofsbrieven een rol te spelen.

Het onderzoek van de geloofsbrieven heeft een dubbele doelstelling : enerzijds wordt nagegaan of de verkozenen aan alle verkiesbaarheidsvoorwaarden voldoen, anderzijds wordt erop toegezien dat de verkiezingen hebben plaatsgevonden in overeenstemming met de geldende regels.

Klachten betreffende de verkiezingen moeten worden ingediend vóór de aanvang van het onderzoek van de geloofsbrieven.


4.3. Waarom is het interieur van de Senaat rood en dat van de Kamer groen?

De kleuren die in beide assemblees worden gebruikt (rood voor de Senaat, groen voor de Kamer) zijn een afspiegeling van de kleuren die in het Britse Parlement worden gebruikt. Het House of Commons (lagerhuis) wordt gekenmerkt door groen en het House of Lords door het rood. Waarom heeft het Belgisch Parlement die kleuren overgenomen ? Heel simpel : vanwege de democratische parlementaire traditie in het Verenigd Koninkrijk, en omdat de eerste echtgenote van onze eerste vorst, Leopold I, de prinses van Wales was (kort na het huwelijk overleden; Leopold I is achteraf getrouwd met onze eerste koningin, Louise-Marie van Orléans).

Het groen in het House of Commons gaat in de Engelse traditie terug tot de vroege middeleeuwen. De vorst (koning) liet zijn wetten stemmen in een weide (vandaar de groene kleur). Achteraf ontstond een parlement (House of Commons) waar de burgers van de steden zetelden. Die groene kleur werd overgenomen en de macht van de Koning teruggeschroefd.

Het rood van het House of Lords gaat nog verder terug in de geschiedenis. De Romeinse Senaat (Senatus Populusque Romanus, SPQR) was oorspronkelijk in rood versierd. Het House of Lords heeft (thans nog steeds) een aristocratische inslag. De rode kleur duidt op de samenstelling van die assemblee : voornamelijk leden uit de adel en de kerk (rood is een aristocratische kleur). Bij zijn ontstaan was de Belgische Senaat ook een instelling waar hoofdzakelijk leden die het cijnsrecht betaalden, zitting hadden (dwz adel en hoge burgerij).


5.1.1. Zijn er onverenigbaarheden bij het uitoefenen van een parlementair mandaat ?

De Kamers gaan niet systematisch na welke mogelijke onverenigbaarheden in hoofde van hun leden zouden kunnen bestaan. Niettemin worden de nieuw verkozen leden bij het begin van hun mandaat uitdrukkelijk op het bestaan van de terzake geldende regels gewezen. Het is aan de leden zelf om hun persoonlijke toestand na te kijken en in voorkomend geval aan één of meer mandaten te verzaken.

Een aantal mandaten wordt automatisch beëindigd zodra het parlementslid de parlementaire eed aflegt. Een voorbeeld hiervan, te vinden in het Kieswetboek, bestaat erin dat een regionaal of communautair parlementslid automatisch aan zijn ambt verzaakt zodra hij federaal parlementslid wordt (vanzelfsprekend met uitzondering van de gemeenschapssenatoren).

Een eerste reeks van onverenigbaarheden is gebaseerd op het principe van de scheiding der machten. Artikel 50 van de Grondwet voorziet in een onverenigbaarheid tussen het parlementaire mandaat en het ambt van federaal minister. De grondwettelijke tekst bepaalt dat een parlementslid dat door de Koning tot minister wordt benoemd en de benoeming aanneemt, ophoudt zitting te hebben en zijn mandaat pas weer opneemt wanneer de Koning een einde heeft gemaakt aan het ministerambt. Deze onverenigbaarheid geldt ook voor de staatssecretarissen.

De parlementsleden mogen evenmin titularis zijn van bepaalde andere staatsambten. Zij mogen geen ambtenaar of bezoldigd werknemer van de federale overheid zijn, noch lid van de raad van bestuur van een autonoom overheidsbedrijf dat van de Staat afhangt. Zij kunnen evenmin een rechterlijk ambt waarnemen.

Een ambtenaar die werd verkozen als federaal parlementslid, heeft echter wel recht op politiek verlof en dient geen ontslag te nemen.

De wet heeft ook onverenigbaarheden vastgesteld tussen de mandaten van de verschillende politieke niveaus. Aldus kunnen federale parlementsleden niet te zelfdertijd zetelen als gemeenschaps- of gewestmandataris, noch lid zijn van een gemeenschaps- of gewestregering.

Een belangrijke uitzondering bestaat voor de 21 gemeenschapssenatoren, voor wie de meervoudige hoedanigheid eigen is aan hun statuut.

Er is tevens een onverenigbaarheid voor de federale parlementsleden met het mandaat van Europees parlementslid.

Daarentegen bestaat er geen onverenigbaarheid tussen het parlementaire mandaat en een lokaal mandaat, behalve voor de gemeenschapssenatoren, die geen mandaat van burgemeester, schepen of OCMW-voorzitter mogen bekleden.

De wetgever heeft de cumulatiemogelijkheden voor volksvertegenwoordigers en senatoren beperkt. De betrokkenen mogen, naast het parlementaire mandaat, slechts één bezoldigd uitvoerend mandaat uitoefenen. De wet viseert zowel lokale politieke mandaten (burgemeester, schepen, OCMW-voorzitter) als bepaalde mandaten binnen publieke of privaatrechtelijke instellingen, in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van een politieke collectiviteit.

De wet stelt geen algemene onverenigbaarheid in tussen, enerzijds, het parlementaire mandaat en, anderzijds, functies die worden uitgeoefend binnen vennootschappen of privaatrechtelijke instellingen, inzonderheid handelsvennootschappen.


5.1.2. Wat houdt de parlementaire immuniteit in ?

Het statuut van parlementslid wordt beschermd om een vrije en onbelemmerde uitoefening van het mandaat mogelijk te maken. De bescherming ligt hoofdzakelijk vervat in twee waarborgen, die door de Grondwet worden bepaald.


5.1.2.1 Wat verstaat men onder parlementaire onverantwoordelijkheid ?

De eerste waarborg, de zogenaamde “parlementaire onverantwoordelijkheid”, is een absolute maar in draagwijdte beperkte immuniteit (artikel 58 van de Grondwet). De parlementsleden kunnen in geen geval, zelfs na afloop van de zittingsperiode of van hun mandaat, vervolgd worden omwille van een mening of een stem uitgebracht naar aanleiding van hun parlementaire functie.


5.1.2.2. Wat verstaat men onder parlementaire onschendbaarheid ?

De tweede waarborg, aangeduid met de term “parlementaire onschendbaarheid”, is daarentegen relatief maar in draagwijdte onbeperkt (artikel 59 van de Grondwet). Deze waarborg geldt enkel voor de duur van de zittingsperiode en beschermt het parlementslid dat wordt vervolgd.

In de praktijk ziet men echter dat de Koning de zittingsperiode pas een dag vóór de opening van de volgende sluit (tweede dinsdag van oktober). Hierdoor is het regime van de parlementaire onschendbaarheid de facto van kracht gedurende de volledige duur van het mandaat, evenwel met uitzondering van de korte intervallen tussen de zittingsperiodes in.

Het regime van de parlementaire onschendbaarheid kent drie facetten.

Vooreerst kunnen alleen ambtenaren van het openbaar ministerie vervolgingen tegen parlementsleden instellen.

Vervolgens gaan de onderzoeksmaatregelen gepaard met een aantal bijzondere waarborgen. Dwangmaatregelen waarvoor het optreden van een rechter is vereist, kunnen alleen worden bevolen door de eerste voorzitter van het hof van beroep. De aanwezigheid van de voorzitter van de parlementaire assemblee is vereist voor de huiszoeking en de inbeslagneming. Bovendien kan het betrokken lid in elke stand van het onderzoek aan de betrokken Kamer vragen de vervolging te schorsen. Deze mogelijkheid biedt een verweermogelijkheid tegen elke kwaadwillige vervolging, ingegeven door politieke overwegingen.

Ten slotte vereisen bepaalde procedurehandelingen de voorafgaandelijke toelating van de betrokken assemblee. Dat is het geval voor de verwijzing naar of de rechtstreekse dagvaarding voor een hof of een rechtbank, alsook voor de aanhouding. Elk vooronderzoek daarentegen ontsnapt aan de voorafgaande toelating van de vergadering. De parlementaire onschendbaarheid dient dus niet te worden opgeheven voor verhoren, confrontaties met getuigen, telefoontap, huiszoekingen, inbeslagnemingen, enz.

Het verzoek tot opheffing van de parlementaire onschendbaarheid wordt gesteld door de procureur-generaal bij het hof van beroep van het betrokken rechtsgebied.

De bijzondere commissie voor de vervolgingen in de Senaat of de bijzondere commissie Vervolging in de Kamer van volksvertegenwoordigers, onderzoekt of het verzoek niet moet worden geweigerd omdat de feiten onbetekenend zijn of een louter politiek karakter vertonen. De commissie maakt dan een verslag over aan de plenaire vergadering, die de definitieve beslissing neemt.

De parlementaire onschendbaarheid kan echter niet worden ingeroepen bij ontdekking op heterdaad.

De hechtenis van een parlementslid of zijn vervolging voor een hof of een rechtbank wordt tijdens de zittingsperiode geschorst indien de Kamer waarvan het lid deel uitmaakt, het vordert.


5.1.3. Hoe wordt een senator vergoed ?

De 50 deelstaatsenatoren worden sinds de verkiezingen van 25 mei 2014 vergoed door het parlement dat hen aanwijst. De 10 gecoöpteerde senatoren worden door de Senaat vergoed.

De vergoeding van deze laatsten is gelijk aan de helft van de normale parlementaire vergoeding die op zijn beurt gebaseerd is op de aanvangswedde van een Staatsraad bij de Raad van State. Die vergoeding voor gecoöpteerde senatoren bedraagt momenteel bruto 43.895,07 euro per jaar (bruto 26.755,5 euro per jaar vóór indexering), d.i. bruto 3657,92 euro per maand tegen de huidige indexeringscoëfficiënt. Bovendien ontvangt het parlementslid een forfaitaire vergoeding voor beroepskosten van 28% op de basisvergoeding.

Fiscaal wordt het parlementslid gelijkgesteld aan een zelfstandige. Het parlementslid ontvangt dus zijn bruto-vergoeding enkel verminderd met de inhouding voor de bijdrage aan de betrokken parlementaire pensioenkas. In plaats van een inhouding voor de bedrijfsvoorheffing zoals bij werknemers of ambtenaren, moet het parlementslid daarom elk trimester een voorafbetaling aan de belastingen doen.

Voor het pensioen wordt een bijdrage van 8,5% op de wedde ingehouden (in de Senaat verhoogd met een forfaitair bedrag van 18,59 euro) en in de pensioenkas van de assemblee gestort. Het pensioen staat in verhouding tot de duur van het mandaat en bedraagt maximum 75% van de basisjaarvergoeding.
Wanneer het zogeheten plafond Wyninckx (46.882,74 € zonder indexering of 76.915,82 € met indexering) bij cumul met andere pensioenen is overschreden, wordt het parlementair pensioen in verhouding verminderd.

Inhoudingen voor de partij verschillen volgens politieke partij en soms zelfs binnen eenzelfde partij. Deze afdrachten zijn fiscaal niet aftrekbaar.

Voor het verlofgeld wordt het ambtenarensysteem gevolgd. Het verlofgeld bedraagt 92% van de vergoeding voor de maand oktober.

Het parlementslid heeft geen eigen sociaal statuut. Bij niet-herkiezing heeft het parlementslid geen recht op een werkloosheidsvergoeding, maar kan hij/zij wel beroep doen op een uittredingsvergoeding die overeenkomt met 1 maand parlementaire vergoeding per jaar uitgeoefend mandaat (2 maanden tot en met de legislatuur 2010-2014) met een maximum van 24 maanden (48 maanden tot en met de legislatuur 2010-2014) over een volledige carrière gerekend, mits behoud van opgebouwde rechten voor wie vóór de verkiezingen al zetelde en werd herverkozen. Die uittredingsvergoedingen worden in maandelijkse schijven betaald voor zover de betrokkenen geen onverenigbare functie uitoefenen, zoals bv. provinciegouverneur.

Het parlementslid kan gratis gebruik maken van het openbaar vervoer en krijgt ook een verplaatsingsvergoeding. In het parlement beschikt hij of zij over een kantoor. Alleen de gecoöpteerde senatoren beschikken in de Senaat nog over een individuele, voltijds administratieve medewerker.


5.3. Wanneer begint en eindigt het mandaat van de senatoren?

Het mandaat van de 50 deelstaatsenatoren begint op de dag van hun eedaflegging in de Senaat en eindigt, na de volledige vernieuwing van het Parlement dat hen aangewezen heeft (in principe om de vijf jaar), op de dag van de opening van de eerste zittingsperiode ervan. Het mandaat van de gecoöpteerde senatoren (de overige 10 senatoren op 60) vangt aan op de dag van hun eedaflegging in de Senaat en eindigt op de dag van de opening van de eerste zittingsperiode van de Kamer van volksvertegenwoordigers die volgt op de volledige vernieuwing ervan.


6.2. Kan de Koning zelf een wetsontwerp indienen?

Een persoonlijk wetsontwerp van de Koning is in de huidige grondwettelijke toestand nagenoeg uitgesloten. Niet vergeten dat elke handeling (dus ook een wetsontwerp) van de Koning door een minister moet medeondertekend (aanvaard) worden (zie grondwetsart. 106).


7.2. Wie oefent de wetgevende macht uit ?

In België wordt de wetgevende macht gezamenlijk uitgeoefend door de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat en de Koning. Aangelegenheden die de staatsstructuur en de instellingen aanbelangen, worden door de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat op voet van gelijkheid behandeld. In de andere gevallen is de tussenkomst van de Senaat facultatief en heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers het laatste woord.

Inmiddels werden vele bevoegdheidsdomeinen aan de Gemeenschappen en Gewesten toevertrouwd. Voor die aangelegenheden zijn het de respectieve deelstaatparlementen die de wetgevende macht vormen.


7.7. Hoe kan ik weten of een goedgekeurd wetsontwerp dat in de Kamer werd goedgekeurd, geëvoceerd werd in de Senaat?

1. De "klassieke" manier (met parlementaire documenten): indien de Senaat het ontwerp evoceert, verschijnt een stuk "Ontwerp geëvoceerd door de Senaat"; indien de evocatietermijn verstrijkt zonder dat de Senaat evoceert, verschijnt een stuk "Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat" (dat meteen het laatste stuk van de parlementaire procedure is).

2. Praktischer en veel sneller is de opzoeking via onze website. Je gaat naar "Wetgevingsdossiers", neemt het zoekformulier en vult –bijvoorbeeld- het Kamernummer in (of het opschrift). Zo kom je bij de dossierfiche over het wetsontwerp terecht, waar je alle informatie vindt over de chronologie (wanneer is het ontwerp in de Kamer aangenomen, naar de Senaat overgezonden, ...), de stand van het dossier ("evoceerbaar", "geëvoceerd", "niet-geëvoceerd") en de termijnen (tot wanneer kan het ontwerp geëvoceerd worden, of -na evocatie- tot wanneer loopt de onderzoekstermijn voor de Senaat). Je vindt er ook links naar de de hierboven vermelde parlementaire stukken.


7.8. Hoe worden het aanwezigheids- en het stemmingsquorum bepaald ?

Aanwezigheidsquorum : De vergadering kan enkel tot een besluit komen indien de meerderheid van de leden aanwezig zijn (namelijk 36 leden op 71), overeenkomstig artikel 46 van het Reglement van de Senaat.

Stemmingsquorum : Tenzij tegengestelde grondwettelijke, wettelijke of reglementaire bepaling, wordt elk besluit genomen met volstrekte meerderheid van stemmen. In geval van verdeeldheid van stemmen wordt het in overweging genomen voorstel verworpen (art. 47 van het Reglement van de Senaat).